Séverine, pseudoniem van Caroline Rémy (Parijs, 27 april 1855 – Pierrefonds, 24 april 1929) was een Franse schrijver, anarchistische journalist en feminist.Dictionnaire des anarchistes « Le Maitron » : SÉVERINE (Caroline RÉMY, dite)

Levensloop Caroline Rémy werd op 27 april 1855 geboren in Parijs als dochter van een voedselinspecteur bij het hoofdcommissariaat van de politie in Parijs. In 1871 werd ze, tegen haar zin, uitgehuwelijkt aan Antoine-Henri Montrobert, een meteropnemer van wie ze, ondanks de geboorte van een zoon, algauw scheidde. Vervolgens kreeg ze een relatie met Adrien Guebhard (1849–1924), een hoogleraar medicijnen afkomstig uit een rijke Zwitserse familie. Nadat scheiden in Frankrijk opnieuw was toegestaan, trouwde ze in 1885 met hem. Samen met Guebhard kreeg ze nog een zoon.

thumb|Portret van Séverine door Louis Welden Hawkins

Bij de geboorte van haar zoon in Brussel ontmoette ze in 1879 Jules Vallès, vlak voor de amnestie van de communards. Naast hun hechte vriendschap, die zou duren tot zijn dood, werd ze al snel zijn belangrijkste secretaresse. Aan zijn zijde leerde ze het vak van journalist en maakte ze zich vertrouwd met het socialisme. Ze zorgde ervoor dat hij financiële ondersteuning van Guebhard kreeg om de krant Le Cri du peuple opnieuw uit te kunnen geven. Zij leidde de krant samen met hem en na het overlijden van Vallès in 1885 nam Séverine de leiding over. Ze was de eerste vrouwelijke chef van een groot dagblad. In 1888 moest ze, vanwege een ideologisch conflict met de marxist Jules Guesde, Le cri du peuple verlaten. Ze bleef in veel kranten schrijven en leefde comfortabel van haar pen door meer dan 4000 artikelen te schrijven. Haar onafhankelijkheid en haar antiparlementarisme leidden haar soms op dubieuze paden. Zo schreef ze in 1893–1894 in La Libre Parole van de antisemitische pamflettist Édouard Drumont, wiens theoretisch onderbouwde en systematische antisemitisme ze niet deelde. Toch verloor ze zich soms in klaagzangen over de 'Joodse geest' of de 'grote Joden'.Françoise Blum, Séverine ou la recherche d'une justice perdue, in Mil neuf cent, nr. 11, 1993, p. 94.

thumb|Demonstratie van de suffragettes, met Séverine, voorkant van de stoet.

In 1885 werd ze verliefd op Georges de Labruyère, een journalist van L'Echo de Paris die ze ontmoette na het overlijden van Vallès. Ze leefde met hem samen tot aan zijn dood in 1920. Daarna ging ze weer met haar tweede echtgenoot Guebhard leven. Hij overleed in 1924. Vanaf 1897 publiceerde Séverine elke dag haar 'Aantekeningen van een frondeuse' in La Fronde, het feministische dagblad van haar vriendin de journalist Marguerite Durand. Samen met Durand sloot Séverine zich aan bij de beweging van generaal Boulanger. Tijdens hun samenwerking bij La Fronde (1897–1903) raakte ze bevriend met Daniel-Lesueur (pseudoniem van Jeanne Loiseau). In 1904 werkte ze mee aan de oprichting van de Vie Heureuse-prijs (voorloper van de prix Femina). In 1906 was ze voorzitter toen de jury bijeenkwam bij Daniel-Lesueur, die haar het jaar erna als voorzitter opvolgde. Tot haar overlijden in 1929 bleef Séverine jurylid.

Séverine zette zich in voor het vrouwenstemrecht, met name door haar wekelijkse column vanaf 1906 in Nos Loisirs, een cultureel tijdschrift met een oplage van meer dan een half miljoen exemplaren. In 1910 beschreef ze op de volgende manier het wettelijk voorschrift van de Franse kieswet die vrouwen de toegang tot het parlement ontzegt:

thumb|Portret van Séverine door Renoir Toen in juli 1914 René Viviani aan het begin van de Eerste Wereldoorlog president van de raad (regeringsleider) werd, organiseerde Séverine een demonstratie voor het vrouwenstemrecht waar 2400 mensen op afkwamen. Een stoet trok van de Tuilerieën naar het standbeeld van Condorcet bij het Institut de France. De oorlog stopte de suffragettebeweging tijdelijk. Séverine wilde alle suffragettebewegingen samenbrengen in een federaal verbond voor het vrouwenstemrecht waarin de onderlinge onenigheden vergeten zouden worden.

Séverine bleef voor verschillende kranten schrijven, verdedigde de vrouwenemancipatie en klaagde het sociale onrecht aan. Tijdens de Dreyfusaffaire hielp ze ook de aanhangers van Dreyfus en met name Mecislas Golberg. Ze was zeer vrijgevig en organiseerde talloze inzamelingsacties. Ze ondersteunde een aantal anarchistische doelen, verdedigde vakbondsvrouw en anarchist Germaine Berton en sloot zich aan het einde van haar leven in 1927 aan bij de vruchteloze poging om de Italiaanse anarchisten Nicola Sacco en bartolomeo Vanzetti te redden. Als pacifiste veroordeelde ze in 1914 de politieke beweging 'Union sacrée' en in 1918 sloot ze zich aan bij de socialistische partij SFIO. Ze werkte mee aan de communistische krant L'Humanité en sloot zich in 1921 aan bij de communistische partij, die ze verliet toen ze haar vroegen te breken met de Liga voor de Rechten van de Mens die zij had helpen opzetten.

In 1927 ondertekende Séverine samen met onder anderen Alain, Lucien Descaves, Louis Guilloux, Henri Poulaille en Jules Romains de petitie die op 15 april werd gepubliceerd in de Revue Europe. Hierin protesteerden ze tegen 'la loi sur l'organisation générale de la nation pour le temps de guerre' ('de wet op de algemene organisatie van de natie tijdens oorlogstijd') die huns inziens een einde maakte aan intellectuele onafhankelijkheid en meningsvrijheid. Vlak voor haar dood nam Séverine deel aan de verkiezingscampagne die de kandidatuur van dokter Albert Besson ondersteunde. Hij werd verkozen tot gemeenteraadslid van de wijk Saint-Fargeau, later tot algemeen raadsheer van de Seine en daarna tot vicepresident van de Raad van Parijs en van de algemene Raad van de Seine. In 1933 liet Besson als eerbetoon aan haar een plein in de haven Bagnolet aanleggen met de naam 'Séverine'.

Haar huis in Pierrefonds − dat ze ter nagedachtenis aan het hotel waar ze tijdens het herzieningsproces van Dreyfus in 1899 in Rennes verbleef 'De Drie stappen' had gedoopt − werd na haar overlijden gekocht door Marguerite Durand. Zij maakte er een zomerverblijf voor vrouwelijke journalisten van. De bibliotheek Marguerite Durand bezit vele documenten van en over Séverine, waaronder manuscripten, brieven en ook een aantal voorwerpen die van haar waren.

Werken 'Pages rouges', Parijs, H. Simonis Empis (1893) 'Notes d'une frondeuse : de la Boulange au Panama' met voorwoord door Jules Vallès, Paris, H. Simonis Empis (1894) 'Pages mystiques', Paris, H. Simonis Empis (1895) 'En marche', Paris, H. Simonis Empis (1896) 'Affaire Dreyfus : Vers la lumière... impressions vécues', Paris, Stock (1900) 'La Toute-puissance de la bonté', [S.l.] (1900) 'Sac à tout : mémoires d'un petit chien', Paris, F. Juven (1903) 'À Sainte-Hélène, pièce en 2 actes', Paris, V. Giard et E. Brière (1904) 'Line : 1855-1867', Paris, Crès (1921) 'Choix de papiers' geannoteerd door Évelyne Le Garrec, Paris, Tierce (1982) 'Impressions d'audience' in: 'Émile Zola, "J'accuse !", réactions nationales et internationales', Valenciennes, Presses universitaires de Valenciennes (1999)

In samenwerking Octave Aubry, De l'amour, de l'ironie, de la pitié, avec une lettre liminaire de Mme Séverine, Paris, Plon-Nourrit et Cie, 1904 Félix Desvernay, Laurent Mourguet et Guignol. La Vie de Laurent Mourguet, Discours prononcés à l'inauguration du monument par Justin Godart, Édouard Herriot, Joanny Bachut, R. Du Marais et Séverine, Lyon, A. Rey, 1912 Ferdinand Buisson, Victor Bérard, Paul Painlevé, Séverine, Pour l'Arménie indépendante, Paris, Ligue des droits de l'homme et du citoyen, 1920 Séverine, la comtesse de Noailles, J.-G. Frazer et Paul-Louis Couchoud, Quatre témoignages sur Anatole France, La Charité-sur-Loire, A. Delayance, 1924

Voorwoorden Raymond Péricat. Être un homme, préface inédite et posthume de Madame Séverine, Courbevoie, La Cootypographie, [s. d.] Gabriel Nigond, Les Contes de la Limousine, Paris, P. Ollendorff, 1912 Henriette Sauret, Les Forces détournées, 1914-1917, Paris, Librairie d'action d'art de la ghilde « les Forgerons », 1918 Henry Torrès, Histoire d'un complot, Paris, Éditions Clarté, 1921 Stanislas Zwick, La voix qui s'étrangle, Paris, Daragon, 1909

Bibliografie Hugues Lapaire, 'Séverine, citoyenne de La Châtre en Berry', 40 p., éditions du Gargaillou, Châteauroux Paul Couturiau, 'Séverine, l'insurgée', Monaco, Éditions du rocher (2001). () Christiane Demeulenaere-Douyère, 'Séverine & Vallès, ou Le Cri du peuple', Paris, Payot (2003). () (CR: http://rh19.revues.org/index976.html). Évelyne Le Garrec, 'Séverine (1855-1929), Vie et combats d'une frondeuse' (nawoord van Bernard Noël), l'Archipel (2009) Françoise Blum, 'Séverine ou la recherche d'une justice perdue', Mil neuf cent : Revue d'histoire intellectuelle, no 11 « Comment sont-ils devenus dreyfusards ou anti-dreyfusards ? », 1993, p. 94-100.

Categorie:Frans feminist Categorie:Frans journalist Categorie:Frans schrijver Categorie:Frans anarchist Categorie:Pseudoniem