Fanny Bullock Workman (Worcester, 8 januari 1859 – Cannes, 22 januari 1925) was een Amerikaans geograaf, ontdekkingsreiziger en cartograaf. Met haar echtgenoot trok ze door Europa, Algerije en India en beklom ze bergen in de Himalaya. Ze was een van de eerste vrouwelijke professionele bergbeklimmers. Ze vestigde als vrouw een aantal hoogterecords en publiceerde met haar echtgenoot acht reisboeken. Ook was ze een verdediger van vrouwenrechten en het vrouwenkiesrecht.
Biografie thumb|left|Op Mount Washington kreeg Fanny Workman de smaak van het bergbeklimmen te pakken. Fanny Bullock werd op 8 januari 1859 als jongste van drie kinderen geboren in Worcester (Massachusetts) in een rijke familie uit de hogere klassen die afstamde van de Pilgrims. Haar moeder was Elvira Hazard en haar vader was Alexander H. Bullock, zakenman en Republikeins gouverneur van Massachusetts. Bullock werd opgevoed door gouvernantes voordat ze naar de Miss Graham's Finishing School in New York ging. Daarna bracht ze enige tijd door in Parijs en Dresden.
Bullock Workman werd al vroeg geconfronteerd met de beperkingen die vrouwen werden opgelegd.Game Faces: Five Early American Champions and the Sports They Changed (Thomas H. Pauly, 2012, University of Nebraska Press, Lincoln) Enkele van haar verhalen die uit deze periode bewaard zijn gebleven tonen haar interesse in avontuur. In "A Vacation Episode", beschrijft ze een mooi en aristocratisch Engels meisje dat de samenleving minacht. Het meisje loopt van huis weg naar Grindelwald, wordt een bedreven alpinist en trouwt met een Amerikaan. Het verhaal vertelt veel over Bullocks eigen idealen: reislust, liefde voor de bergen en verdediging van de vrouwenrechten. In 1886 publiceerde ze in het New York Magazine een kort verhaal dat zich tijdens de King Philip's War afspeelde. Het verhaalt over "de gevangenneming en redding van een blank meisje". Een recensent van het verhaal prees de aangename stijl waarin het werd verteld.
Eerste bergbeklimmingen thumb|Fanny Bullock Workman en echtgenoot William Hunter Workman In 1879 keerde Bullock terug naar de Verenigde Staten en op 16 juni 1882 huwde ze met William Hunter Workman, die twaalf jaar ouder was dan haar. Ook Workman kwam uit een rijke en hoogopgeleide familie. Hij studeerde eerst aan de Yale-universiteit en kreeg vervolgens een medische opleiding aan de Harvard-universiteit. In 1884 kreeg het koppel een dochter genaamd Rachel.
William Workman introduceerde Bullock Workman na hun huwelijk in het alpinisme. Samen brachten ze veel zomers door in de White Mountains in New Hampshire. Ze bereikten meermaals de top van de Mount Washington (1.918 meter hoog). Het bergbeklimmen in het noordoosten van de Verenigde Staten stelde Workman in staat om samen met andere vrouwen haar vaardigheid te ontwikkelen. In tegenstelling tot Europese clubs lieten Amerikaanse klimclubs in de White Mountains vrouwenleden toe en moedigden zij hen actief aan om te klimmen. Zo promootten deze clubs een beeld van de Amerikaanse vrouw die zowel huiselijk als atletisch kon zijn; een beeld dat Workman enthousiast overnam. Tegen het midden van de jaren 1880 namen er soms meer vrouwen deel aan de plaatselijke trektochten dan mannen. In haar paper over de genderdynamiek van het klimmen in de regio schrijft Jenny Ernie-Steighner dat deze ervaring Workmans betrokkenheid bij vrouwenrechten vormde. Ernie-Steighner wijst erop dat geen enkele andere bekende internationale bergbeklimmer uit die tijd, mannelijk of vrouwelijk, zo openlijk en vurig sprak over vrouwenrechten.
De Workmans hadden evenwel een hekel aan het provinciale karakter van hun woonplaats in Worcester. Zij verlangden naar het leven in Europa. Nadat zowel de vader van Bullock Workman als die van William stierf erfden zij beiden enorme landgoederen. Het koppel begon aan hun eerste grote Europese reis: een tournee door Scandinavië en Duitsland.
Fietstochten in Europa In 1889 verhuisde de familie Workman naar Duitsland. Zij deden dit zogenaamd omwille van Williams gezondheid, maar de biograaf Pauly speculeert dat dit misschien een voorwendsel was, daar William verrassend snel herstelde. Kort na hun aankomst in Dresden kreeg het koppel hun tweede kind, Siegfried. Bullock Workman koos ervoor zich niet te houden aan de traditioneel omschreven rollen van vrouw en moeder en werd een auteur en avonturier. Ze leefde een energiek leven dat sterk afweek van de toentertijd geïdealiseerde vrouwelijkheid. Als feministe zag Bullock Workman zichzelf als een voorbeeld van de 'nieuwe vrouw', die net zo goed als een man kon uitblinken in de moeilijke en zware aspecten van het leven.
De Workmans lieten hun kinderen bij verpleegsters achter terwijl ze lange reizen maakten. In 1893 stierf Siegfried aan een griep en longontsteking. Na zijn dood streefde Workman tijdens haar fietstochten agressief een alternatieve identiteit na, een die haar bevrijdde van de conventionele verantwoordelijkheden van vrouw en moeder en die haar interesses en ambities mogelijk maakte. Ze misten het huwelijk van hun dochter met Sir Alexander MacRobert in 1911 omdat ze bezig waren met de verkenning van het Karakoramgebergte.
Tussen 1888 en 1893 ondernamen de Workmans fietstochten door Zwitserland, Frankrijk en Italië. In 1891 werd Bullock Workman een van de eerste vrouwen die de Mont Blanc beklom met als gids Peter Taugwalder, die in 1865 de eerste beklimming van deze berg samen met Edward Whymper had gemaakt. Later beklom Bullock Workman ook de Jungfrau en de Matterhorn.
Reisboeken Samen verkenden de Workmans de wereld en schreven ze acht reisboeken waarin ze de samenleving, kunst en architectuur beschreven van de bezochte gebieden. De Workmans waren zich bewust van hun bijdrage aan het genre van reisboeken en gaven in hun eigen werk ook commentaar op andere schrijvers. In hun verhalen over bergtochten vertelden ze weinig over de cultuur van die afgelegen en dunbevolkte bewoonde gebieden. De werken bevatten zowel lyrische beschrijvingen van bijvoorbeeld een zonsondergang (voor het gewone publiek) als gedetailleerde uitleg van geografische kenmerken zoals gletsjers (voor hun wetenschappelijk publiek). Fanny en William voegden wetenschappelijke elementen aan hun geschriften toe om in de smaak te vallen bij gezaghebbende organisaties zoals het Royal Geographical Society. Bullock Workman geloofde ook dat de wetenschap haar meer aanzien zou geven in de ogen van de klimgemeenschap, maar het kostte hen wel lezers. Over het algemeen werden hun verhalen over fietstochten beter ontvangen dan die over hun bergbeklimmersavonturen.
Bullock Workman gaf in de reisboeken uitvoerig commentaar op de levensomstandigheden van de vrouwen, waar ze ook reisden. Stephanie Tingley schreef over Workmans reisverhalen dat er een impliciete feministische kritiek was op de ontberingen die vrouwen ervoeren en de inferieure status van de vrouwen in de samenlevingen die ze tegenkwamen. Als een uitgesproken voorstander van vrouwenrechten gebruikte Bullock Workman hun reizen om haar eigen kunnen aan te tonen en de ongelijkheden te benadrukken waar andere vrouwen onder leefden. Hun reisboeken zijn echter geschreven in de eerste persoon meervoud of de derde persoon enkelvoud waardoor het moeilijk is om de standpunten exact toe te schrijven aan William of Fanny. De werken van de Workmans zijn kolonialistisch in die zin dat ze de mensen die ze ontmoeten en observeren, beschrijven als exotisch of ongebruikelijk, in het slechtste geval primitief of zelfs als Untermensch. Soms maken ze echter duidelijk dat de mensen die ze tegenkwamen hen in een soortgelijk licht zagen, wat aantoont dat ze zich soms bewust waren van hun eigen vooroordelen.
Fietstochten buiten Europa thumb|Fanny Bullock Workman tijdens haar fietsrondrit door India rond 1897 In 1893 besloot het koppel om gebieden buiten Europa te verkennen en gingen ze op weg naar Algerije, Indochina en India. Deze langere reizen waren het idee van Bullock Workman. De eerste uitgebreide tocht was een fietstocht van 4500 km in 1895 doorheen Spanje waarbij elk van hen 9,1 kg bagage meedroeg en waarbij ze gemiddeld 72 kilometer per dag onderweg waren en op sommige dagen zelfs 130 kilometer. Hun tocht werd beschreven in het reisboek Sketches Awheel in Modern Iberia. Daarin beschreven ze Spanje als rustiek, schilderachtig en charmant, een veelgebruikt gezegde dat hun boek niet echt origineel maakte. In Algerian Memories concentreerden de Workmans zich voornamelijk op de schoonheid en romantiek van het platteland en vermeden ze commentaar op de verschrikkelijke stedelijke omstandigheden te geven. Ze benadrukten echter wel het misbruik en de verwaarlozing van vrouwen in de Algerijnse samenleving.
India In november 1897 startten de Workmans een reis naar India, Birma, Ceylon en Java die twee en een half jaar duurde en in totaal 23.000 kilometer besloeg. Fanny was toen 38 en William 50 jaar oud. Ze fietsten ongeveer 6.400 km van het zuidelijkste puntje van India naar de Himalaya in het noorden. Om ervoor te zorgen dat ze toegang hadden tot de nodige middelen, reden ze langs grote verkeersassen in de buurt van spoorwegen en werden ze soms gedwongen te slapen in spoorwegwachtkamers als er geen andere accommodatie beschikbaar was. Ze droegen minimale voorraden met zich mee, waaronder thee, suiker, koekjes, kaas, ingeblikt vlees, water, kussens, een deken voor elk van hen, schrijfgerei en medische en reparatiekits. Ze lieten daarna hun fietsen achter aan het noordelijke einde van hun reis en wandelden over passen tussen 4300 m en 5500 m hoogte. De reis was slopend en ze hadden vaak weinig voedsel of water, hadden last van zwermen muggen, repareerden maar liefst tot 40 fietsbanden per dag en sliepen in door ratten besmette verblijven. In hun boek Through Town and Jungle: Fourteen Thousand Miles A-Wheel Among the Temples and People of the Indian Plain, geschreven na de reis, schreven ze voornamelijk over de oude architectuur die ze hadden gezien in plaats van over de lokale culturele samenlevingen waarmee ze in aanraking kwamen. Workman vermeldt over India: "Ik heb door veel betoverende landschappen gereden, door de valleien met palm- en banianbomen van Orissa, over de groene en scharlaken hellingen van de Terai ... maar ik had nog nooit 1200 mijl gefietst in een land dat continu zo mooi was." De Workmans beschikten over een grote hoeveelheid historische kennis over India, heel ongebruikelijk voor westerlingen uit die tijd en ze hadden vóór hun reis de Jataka, Mahabharata en Ramayana gelezen. Ze wilden graag bijleren over de cultuur die deze heldendichten had voortgebracht en brachten daardoor meer tijd door met het bestuderen van de oude geschiedenis dan met interactie met de levende bevolking.
In de zomer van 1898 besloot het echtpaar te ontsnappen aan de hitte en de westelijke Himalaya en Karakoram te verkennen. Daarna wilden ze het gebied rond Kangchenjunga in Sikkim verkennen en ten slotte verder reizen naar de bergen grenzend aan Bhutan in het oosten. Bureaucratische moeilijkheden en problemen met het weer belemmerden echter hun plannen. De meeste problemen hadden betrekking op werkkrachten. Ze huurden 45 dragers in, bereidden ze voor op de komende bergtochten en kochten proviand in maar de kosten schoten de hoogte in doordat de komst van een stel rijke Amerikanen al snel in de dorpen circuleerden. Ze konden pas op 3 oktober vertrekken en tegen die tijd kwam er koud weer aan. De Workmans klaagden in hun geschriften over de dragers die ze hadden ingehuurd omdat ze moeilijk waren om mee te werken en ze weigerden om meer dan acht kilometer per dag te trekken. Drie dagen na hun reis bereikten de Workmans de eerste sneeuw en de dragers rebelleerden en weigerden verder te gaan in zulke koude omstandigheden waardoor het gezelschap gedwongen werd terug te keren naar Darjeeling.