thumb|300px|Kaart van de Grand Tour, 1763 - 1766. De zwarte lijn is de heenreis richting Londen (1763 - 1764), de rode lijn de terugreis richting Salzburg (1765 - 1766).
De grand tour van de Mozarts door Europa werd tussen 1763 en 1766 ondernomen door Leopold Mozart, zijn vrouw Anna Maria, en hun muzikaal begaafde kinderen Maria Anna (Nannerl) en Wolfgang Amadeus. Aan het begin van de tocht waren de kinderen respectievelijk elf en zeven jaar oud. Zij hadden hun bijzondere vaardigheden al gedemonstreerd tijdens een bezoek aan Wenen in 1762, toen ze op het Habsburgse Hof voor Keizerin Maria Theresia speelden. Leopold zag de sociale en financiële voordelen van een uitgebreide reis langs de hoofdsteden en belangrijkste culturele centra van Europa, en nam langdurig verlof van zijn werk als hulpkapelmeester van de Prinsaartsbisschop van Salzburg. Tijdens de tocht bevestigden de kinderen hun status als wonderkinderen door geavanceerde concerten te geven die hun publiek consequent verbaasde en vermaakte.
In het eerste gedeelte van de tocht trok het gezin via München en Frankfurt naar Brussel, en vervolgens naar Parijs, waar ze vijf maanden bleven. Vervolgens vertrokken ze naar Londen, waar Wolfgang tijdens een verblijf van een jaar enkele van de grootste muzikanten van zijn tijd ontmoette, veel muziek luisterde, en zijn eerste symfonieën componeerde. Het gezin ging toen door naar Nederland, waar het rooster van geplande optredens werd onderbroken door ziekte van beide kinderen, hoewel Wolfgang veel bleef componeren. Op hun terugweg naar huis maakte het gezin een tweede stop in Parijs en een reis door Zwitserland, voordat ze in november 1766 weer in Salzburg terugkeerden.
De financiële winst van de tocht was naar zeggen aanzienlijk, maar dit had geen invloed op de levensstijl van het gezin, en Leopold ging na afloop weer voor de Prinsaartsbisschop werken. De reis gaf de kinderen echter wel de kans om de wijde muzikale wereld ten volle te beleven, en diende als fantastisch onderwijs. In het geval van Wolfgang werd dit proces doorgezet met nog meer reizen in de daaropvolgende zes jaar, voordat hij door de Prinsaartsbisschop als concertmeester werd aangewezen.
Wonderkinderen thumb|left|Leopold, Wolfgang en Nannerl. Aquarel van Carmontelle, c. 1763 - 1764.
De Mozart-kinderen waren niet de enige muzikale wonderkinderen in de 18e eeuw. Educatief schrijver Gary Spruce verwijst naar honderden vergelijkbare gevallen, specifiek die van William Crotch uit Norwich, die in 1778 op driejarige leeftijd al met zijn orgel optrad. De Britse geleerde Jane O'Connor verklaart de fascinatie die men in de 18e eeuw met wonderkinderen had als 'het besef dat een individueel kind dat op een of andere manier bijzonder was, mogelijk veel vermaak en financieel gewin kon bieden'. Andere wonderkinderen uit de tijd van Mozart zijn de violist en componist Thomas Linley, die in hetzelfde jaar werd geboren als Wolfgang, en de begaafde orgelspeler Josef Siegmund Bachmann. Uiteindelijk werd Mozart door andere wonderkinderen gezien als de toekomstige standaard voor jong succes en veelbelovendheid.
Van de zeven kinderen die Leopold en Anna Maria Mozart kregen, overleefden alleen hun vierde kind Maria Anna ('Nannerl', geboren op 31 juli 1751) en hun jongste, Wolfgang Amadeus (27 januari 1756), de vroege kindertijd. De kinderen werden thuis geschoold, onder toezicht van Leopold, en leerden daar basisvaardigheden in het lezen, schrijven, tekenen en rekenen, en wat geschiedenis en aardrijkskunde. Hun muzikale ontwikkeling werd gestimuleerd omdat Leopold en zijn collega-muzikanten constant om hen heen oefenden en speelden. Leopold begon Nannerl klavecimbel-les te geven toen ze zeven was, en Wolfgang keek toe. Nannerl zelf zei: 'De jongen liet gelijk zijn buitengewone, door God geschonken talent zien. Hij zat vaak lange periodes achter de klavecimbel akkoorden uit te zoeken, en aan zijn plezier zag je dat hij ze goed vond klinken. Op zijn vijfde componeerde hij korte muziekstukken, die hij voorspeelde aan zijn vader die ze vervolgens uitschreef.' Een vriend van de familie, de dichter Johann Andreas Schachtner, vertelde dat Wolfgang toen hij vier was een pianoconcert componeerde, en dat hij een fantastisch muzikaal gehoor had.
thumb|Marie Antoinette op haar zevende, toen ze in Wenen Mozart ontmoette.
Nannerl was ook een snelle leerling – net zo snel als haar broer – en toonde op haar elfde al een indrukwekkende virtuositeit op toetseninstrumenten. In dat jaar, 1762, nam Leopold de kinderen mee naar München om daar voor Maximilian III Jozef, de Keurvorst van Beieren, te spelen. Vervolgens nam hij het hele gezin mee naar Wenen, op een drie maanden durende reis. Hij had uitnodigingen van verschillende adellijke gastheren, en drie dagen na aankomst speelden de kinderen op het paleis van Graaf Collalto. Onder de aanwezigen was het raadslid van financiën van Wenen en toekomstige minister-president Karl von Zinzendorf, die in zijn dagboek schreef dat een klein jongetje, 'naar zeggen vijfenhalf jaar oud' (Wolfgang was eigenlijk zeven) de klavecimbel bespeelde. Na een optreden voor de Keizerlijke Vicekanselier werd het gezin Mozart uitgenodigd op het Keizerlijk Hof, waar Keizerin Maria Theresia de vaardigheden van Wolfgang testte door hem met de toetsen bedekt te laten spelen. Tijdens dit bezoek ontmoette Wolfgang de Aartshertogin Maria Antonia, de toekomstige Koningin Marie Antoinette van Frankrijk, die twee maanden ouder was. Eric Blom, een biograaf van Mozart, vertelde een anekdote over hoe de Aartshertogin Wolfgang te hulp schoot toen hij uitgleed op de gladgeboende vloer. Naar zeggen deed Wolfgang haar hierop een huwelijksaanzoek.
Naarmate de Mozarts steeds bekender werden onder de Weense adel, moesten ze regelmatig meerdere concerten op een dag geven. Hun inzet werd rijkelijk beloond: aan het einde van de eerste hectische week in Wenen kon Leopold twee jaarsalarissen aan verdiensten naar huis sturen. Hun plannen werden onderbroken toen Wolfgang roodvonk kreeg, en ze zouden hun eerdere tempo nooit meer evenaren. Desondanks wilde Leopold na dit bezoek graag op zoek naar meer kansen voor sociaal en financieel succes. Na terugkeer in Salzburg speelde Wolfgang klavecimbel en viool op een verjaardagsconcert voor de Aartsbisschop, waarvan de aanwezigen duidelijk versteld stonden.
Grote tournee Voorbereidingen thumb|left|Leopold Mozart, c. 1765.
In een brief naar zijn vriend en huisbaas Lorenz Hagenauer (1712-1792), die hij na de reis schreef, citeerde Leopold de Duitse diplomaat Friedrich Melchior, de Baron van Grimm, die zei nadat hij de kinderen had zien spelen: 'Voor het eerst in mijn leven heb ik een wonder gezien: Dit is het eerste.' Leopold vond het zijn plicht om dit wonder aan de wereld te laten zien, omdat hij anders een 'ondankbaar wezen' zou zijn. Hij schijnt Wolfgang te hebben beschreven als: 'Het wonder dat God in Salzburg geboren liet worden.' Volgens Mozart-biograaf Wolfgang Hildesheimer was Leopold, althans in het geval van Wolfgang, te vroeg: 'Te vroeg sleepte [de] vader [de] zoon jarenlang door heel West-Europa. Deze constante verandering van omgeving zou zelfs een stabiel kind vermoeien...' Er is echter weinig bewijs dat Wolfgang fysiek pijn leed of muzikaal werd gehinderd door deze reizen; blijkbaar voelde hij zich van het begin af aan klaar voor de uitdaging.
Leopold wilde de tour zo snel mogelijk beginnen – hoe jonger de kinderen waren, des te spectaculairder de demonstraties van hun talenten. Zijn geplande route liep onder andere langs het zuiden van Duitsland, de Oostenrijkse Nederlanden, Parijs, Zwitserland en mogelijk Noord-Italië. Londen werd pas aan de route toegevoegd nadat hier in Parijs op was aangedrongen, en de uiteindelijke reis naar Nederland was een ongeplande omweg. Het plan was om zoveel mogelijk Europese prinselijke hoven aan te doen, en de grote culturele hoofdsteden. Leopold maakte gebruik van de connecties uit zijn netwerk van professionele muzikanten, en van zijn recentere sociale contacten, om uitgenodigd te worden op koninklijke hoven. Hagenaer gaf praktische hulp; via zijn handelsrelaties in de grote steden hielp hij de Mozarts aan toegang tot wat in wezen banken waren. Zo konden zij onderweg aan geld komen, terwijl de opbrengsten van de optredens zich ophoopten.
Wolfgang bereidde zich op de tour voor door zijn vioolspel te perfectioneren; blijkbaar had hij zonder lessen viool leren spelen. Een algemenere voorbereiding was de muziek die de kinderen met veel plezier samen maakten – wat ze altijd leuk bleven vinden om te doen. Op de tour vonden ze zelfs op de drukste dagen tijd voor hun dagelijkse oefeningen, en leken ze te gedijen onder het hectische programma. Voordat de reis mocht beginnen had Leopold eerst toestemming nodig van zijn baas, de Prinsaartsbisschop. Hij was pas in januari 1763 tot hulpkapelmeester benoemd, maar toch werd zijn verzoek voor verlof ingewilligd, met de gedachte dat het succes van de Mozarts glorie zou brengen aan Salzburg, zijn leider, en God.
Beginfases (juli - november 1763) thumb|Wolfgang Amadeus Mozart in 1763, zeven jaar oud, aan het begin van de Grand Tour. Hij draagt een uniform dat hij de winter ervoor van Keizerin Maria Theresia kreeg.
Het begin van de reis, op 9 juli 1763, beloofde weinig goeds. Op de eerste dag brak het wiel van een koets, waardoor de reis 24 uur gestaakt moest worden tot dit was gerepareerd. Leopold maakte van deze vertraging een deugd door Wolfgang mee te nemen naar de nabijgelegen kerk in Wasserburg, waar de jongen volgens Leopold de voetklavier bespeelde alsof hij er al maanden op had geoefend. In München speelden de kinderen meerdere avonden voor Keurvorst Maximilian III, waarvoor het gezin het equivalent van de helft van Leopolds jaarsalaris (354 Oostenrijks-Hongaarse gulden of florijn) verdiende. De volgende bestemming was Augsburg, de woonplaats van Leopolds moeder, met wie hij had gebroken. Zij weigerde ook om de drie concerten daar bij te wonen. Het gezin deed vervolgens Schwetzingen en het hof van Mannheim aan, waar het optreden van de kinderen duidelijk veel indruk maakte op Keurvorst en Paltsgraaf Karl Theodor en zijn vrouw.
Hierop volgde een lang bezoek aan Mainz. De keurvorst van Mainz was ziek, maar de Mozarts gaven drie concerten in de stad, waarmee ze 200 gulden verdienden. Vanuit Mainz voer het gezin per marktschuit over de rivier Main naar Frankfurt, waar ze verschillende openbare concerten gaven. Een van de aanwezigen van de eerste van deze concerten was de veertienjarige Johann Wolfgang von Goethe, die jaren later over 'de kleine jongen met zijn pruik en zwaard' vertelde. In een advertentie voor deze concerten stond dat 'het meisje' de 'lastigste stukken van de grootmeesters' zou spelen, terwijl 'de jongen' een concerto op viool zou spelen en het kunstje met de bedekte toetsen dat hij in Wenen had gedaan zou herhalen. Tenslotte zou hij 'uit zijn hoofd improviseren, niet alleen op de fortepiano maar ook op een orgel... in alle toonsoorten die maar gevraagd kunnen worden, zelfs de moeilijkste'.