Eugongylinae zijn een onderfamilie van hagedissen uit de familie skinken (Scincidae).
Naam en indeling De wetenschappelijke naam van de groep werd voor het eerst voorgesteld door Kenneth R. G. Welch in 1982.
Er zijn 467 soorten in 48 geslachten. Elf geslachten zijn monotypisch en worden slechts vertegenwoordigd door een enkele soort. Een aantal soorten is pas recentelijk beschreven en wordt in veel literatuur nog niet vermeld. In 2017 bijvoorbeeld werden er zes nieuwe soorten beschreven, en zes soorten zijn pas bekend sinds 2018.
Uiterlijke kenmerken Alle soorten hebben een typisch skinkachtig lichaam met matig tot goed ontwikkelde poten. Sommige soorten hebben maar vier vingers aan de voorpoten en zijn daaraan te herkennen. De schubben zijn meestal glad maar kunnen ook voorzien zijn een of meerdere kieltjes. Ook de oogleden kunnen verschillen, de meeste soorten hebben beweeglijke oogleden met een doorzichtig venster in het midden. Zo kunnen de hagedissen met gesloten ogen toch zien. Deze aanpassing dient ook om zand te weren en om uitdroging via de ogen te verminderen. Er zijn echter ook soorten waarbij het onderste ooglid is omgevormd tot een permanente doorzichtige bril over het oog, zoals ook bij gekko's en slangen voorkomt.
Verspreiding en habitat Verreweg de meeste soorten komen voor in zuidelijk Azië en Australië, inclusief vele eilanden en eilandengroepen zoals Nieuw-Caledonië, Papoea-Nieuw-Guinea en Indonesië. De vertegenwoordigers van vier geslachten komen voor in delen van Afrika, ten zuiden van de Sahara. Ook komen soorten voor op de eilanden ten westen van Madagaskar, zoals Mauritius en Réunion. De dwergskinken uit het geslacht Ablepharus komen als enige in Europa voor, en verder van het Arabisch Schiereiland en uiterst noordelijk Afrika (Egypte) tot in delen van westelijk Azië
De habitat is zeer variabel, van tropische bossen tot in droge, rotsige woestijnachtige gebieden.
Levenswijze Alle soorten leven van insecten en kleine ongewervelden. Van een aantal soorten is bekend dat ook plantendelen worden gegeten. Een voorbeeld is de soort Liburnascincus scirtetis, die ook weleens vijgen eet.
De vrouwtjes zetten meestal eieren af op de bodem. Bij een aantal soorten zijn dit altijd twee eieren per legsel. Ook levendbarende soorten komen echter voor, waarbij de jongen volledig ontwikkeld ter wereld komen.
Geslachten Het geslacht omvat de volgende soorten, met de auteur en het verspreidingsgebied. Naam Aantal soorten Auteur Verspreidingsgebied Dwergskinken(Ablepharus) 22 Lichtenstein, 1823 Europa, Arabisch Schiereiland, noordelijk Afrika, Azië Acritoscincus 3 Wells & Wellington, 1985 Australië Anepischetosia 1 Lucas & Frost, 1894 Australië Austroablepharus 3 Couper, Hoskin, Potter, Bragg & Moritz, 2018 Australië Caesoris 1 Parker, 1926 Nieuw-Caledonië Caledoniscincus 15 Sadlier, 1987 Nieuw-Caledonië Carinascincus 8 Wells & Wellington, 1985 Australië Carlia 46 Gray, 1845 Australië, Papoea-Nieuw-Guinea en Indonesië Celatiscincus 2 Sadlier, Smith & Bauer, 2006 Nieuw-Caledonië Cophoscincopus 4 Mertens, 1934 Ghana, Guinee, Ivoorkust, Liberia, Senegal Sierra Leone en Togo Cryptoblepharus 53 Wiegmann, 1834 Afrika, Australië, Azië, Oceanië Kustskinken(Emoia) 78 Gray, 1845 Australië, Zuidoost-Azië Epibator 3 Sadlier, Bauer, Shea & Smith, 2015 Nieuw-Caledonië Eroticoscincus 1 Lönnberg & Andersson, 1913 Australië Eugongylus 5 Fitzinger, 1843 Australië, Indonesië, Nieuw-Guinea, Micronesië, Papoea-Nieuw-Guinea, de Salomonseilanden en de Soela-groep Geomyersia 2 Greer & Parker, 1968 Papoea-Nieuw-Guinea (Bismarck-archipel), de Salomonseilanden Geoscincus 1 Böhme, 1976 Nieuw-Caledonië Graciliscincus 1 Sadlier, 1987 Nieuw-Caledonië Harrisoniascincus 1 Ingram & Ehmann, 1981 Australië Kanakysaurus 2 Sadlier, Bauer, Smith & Whitaker, 2004 Nieuw-Caledonië Kuniesaurus 1 Sadlier, Deuss, Bauer & Jourdan, 2019 Nieuw-Caledonië Lacertaspis 5 Perret, 1843 Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo-Brazzaville, Equatoriaal-Guinea (Bioko), Gabon, Kameroen, Zaïre Lacertoides 1 Sadlier, Shea & Bauer, 1997 Nieuw-Caledonië Lampropholis 15 Fitzinger, 1843 Australië Slanke skinken(Leiolopisma) 3 Duméril & Bibron, 1839 Fiji, Réunion, Mauritius Leptosiaphos 18 Schmidt, 1943 Burundi, Congo-Kinshasa, Kameroen, Nigeria, Oeganda, Rwanda, Soedan en Tanzania Liburnascincus 4 Wells & Wellington, 1984 Australië Lioscincus 2 Bocage, 1873 Nieuw-Caledonië Lygisaurus 14 De Vis, 1884 Australië, Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea Marmorosphax 5 Sadlier, 1987 Nieuw-Caledonië Menetia 6 Gray, 1845 Australië Morethia 8 Gray, 1845 Australië Nannoscincus 12 Günther, 1872 Nieuw-Caledonië Oligosoma 57 Günther, 1872 Australië Panaspis 23 Cope, 1868 Angola, Benin, Botswana, Burkina Faso, Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo-Kinshasa, Equatoriaal-Guinea, Ethiopië, Gabon, Gambia, Ghana, Guinea, Kameroen, Ivoorkust, Mozambique, Namibië, Niger, Nigeria, Sao Tomé en Principe, Soedan, Somalië, Tanzania, Zambia, Zimbabwe, Zuid-Afrika Phaeoscincus 2 Sadlier, Smith & Bauer, 2014 Nieuw-Caledonië Phasmasaurus 2 Sadlier, Bauer, Shea & Smith, 2015 Nieuw-Caledonië Phoboscincus 2 Greer, 1974 Nieuw-Caledonië Proablepharus 2 Fuhn, 1969 Australië Pseudemoia 6 Fuhn, 1967 Australië Pygmaeascincus 3 Couper & Hoskin, 2014 Australië Saproscincus 12 Wells & Wellington, 1983 Australië Sigaloseps 6 Sadlier, 1987 Nieuw-Caledonië Simiscincus 1 Sadlier & Bauer, 1997 Nieuw-Caledonië Tachygyia 1 Duméril & Bibron, 1839 Tonga-eilanden Techmarscincus 1 Covacevich, 1984 Australië Tropidoscincus 3 Bocage, 1873 Nieuw-Caledonië
Bronvermelding