De verrijking zonder oorzaak, de vermogensverschuiving zonder oorzaak of de ongerechtvaardigde verrijking is een van de drie quasi-contracten die het Belgische recht kent. Er is sprake van een verrijking zonder oorzaak wanneer een bestanddeel van het vermogen van de ene persoon, de verarmde, overgaat naar het vermogen van de andere persoon, de verrijkte, zonder dat hiervoor een oorzaak (of reden) is. In zo'n geval beschikt de verarmde over een vordering om het vermogensbestanddeel te recupereren. Deze vordering heet de actio de in rem verso.

Deze rechtsfiguur vindt volgens rechtspraak en rechtsleer zijn grondslag in de billijkheid en kende vroeger geen wettelijke regeling. De verrijking zonder oorzaak is door het Hof van Cassatie erkend als algemeen rechtsbeginsel.Cass. 17 november 1983, RW 1983-84, 2982.Cass. 7 september 2001, Cah.dr.immo 2002, 18.Cass. 19 januari 2009, RCJB 2012, 69.

Sinds de inwerkingtreding van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek op 1 januari 2023, wordt de verrijking zonder oorzaak geregeld in de artikelen 5.135 en 5.136 BW.

Wettekst Art. 5.135. BW Definitie Er is ongerechtvaardigde verrijking wanneer iedere juridische rechtvaardiging ontbreekt voor zowel de verrijking als de correlatieve verarming. Een dergelijke rechtvaardiging bestaat met name in de wil van de verarmde, voor zover deze een definitieve vermogensverschuiving ten voordele van de verrijkte tot stand heeft willen brengen.

Art. 5.136. BW Subsidiariteit De verarmde kan zich niet beroepen op de ongerechtvaardigde verrijking indien een andere rechtsvordering voor hem openstaat of op een rechtsbeletsel, zoals de verjaring, stuit.

Voorwaarden Er zijn vijf voorwaarden waaraan moet voldaan worden zodat er sprake is van een verrijking zonder oorzaak: er heeft zich een verrijking voorgedaan; er heeft zich een verarming voorgedaan; er bestaat een causaal of oorzakelijk verband tussen de verrijking en de verarming; elke juridische rechtvaardiging voor de verrijking en de correlatieve verarming ontbreekt. D.w.z. dat er geen contract, wet of rechterlijke beslissing mag bestaan die de verschuiving rechtvaardigt; het subsidiair karakter: de verarmde kan zich niet beroepen op de onverschuldigde betaling of de zaakwaarneming.

Voorbeeld Jan sterft en Mieke erft zijn huis. Mieke verkoopt dit huis aan Joris. Uiteindelijk blijkt dat niet Mieke, maar Bart de erfgenaam was van Jan. Iedereen is te goeder trouw. Bart kan een vordering gegrond op de verrijking zonder oorzaak instellen tegen Mieke om de verkoopwaarde van het huis te recupereren.

Categorie:Overeenkomstenrecht in België