De Oorlog tegen Nabis of de Laconische Oorlog van 195 v.Chr. werd gevochten tussen de Griekse stadstaat Sparta en een coalitie samengesteld uit de Romeinse Republiek, de Achaeïsche Bond, Pergamon en Macedonië.

Tijdens de Tweede Macedonische Oorlog (200-196 v.Chr.) had Macedonië Sparta de controle over Argos gegeven, een belangrijke stad aan de kust van de Peloponnesos. Sparta's blijvende bezetting van Argos op het einde van de oorlog werd gebruikt door Rome als aanleiding om hen de oorlog te verklaren. De anti-Spartaanse coalitie belegerde Argos, nam de Spartaanse vlootbasis te Gythium in, en belegerde al snel Sparta zelf. Uiteindelijk leidden onderhandelingen tot een vrede met de voorwaarden gegeven door Rome, waardoor Argos en de kuststeden van Laconië gescheiden werden van Sparta en de Spartanen gedwongen werden om een oorlogsvergoeding te betalen aan Rome over de volgende acht jaar. Argos sloot zich aan bij de Achaeïsche Bond, en de Laconische steden kwamen onder de bescherming van de Achaeërs.

Als resultaat van de oorlog verloor Sparta zijn positie als een mogendheid in Griekenland. De daaropvolgende pogingen van de Spartanen om de verliezen te heroveren mislukten en Nabis, de laatste oppermachtige heerser werd uiteindelijk gedood. Kort daarna werd Sparta gedwongen om een lid te worden van zijn vroegere rivaal, de Achaeïsche Bond, wat het einde van eeuwen van trotse politieke onafhankelijkheid betekende.

Achtergrond Nadat de Spartaanse regent Machanidas in 207 v.Chr. gesneuveld was in een slag tegen de Achaeïsche Bond, wierp Nabis de heersende koning Pelops omverSparta werd geregeerd door twee koningen, een van de Eurypontidische dynastie en een van de Agiadische dynastie. Maar decennia voor Nabis op de troon kwam was de Spartaanse constitutie al verkruimeld. In 227 v.Chr. doodde de Agiadische koning Cleomenes III vier van de vijf Eforen en zette de Eurypontidische koning Archidamus V af, of vermoordde hem misschien zelfs. Zijn nieuwe medeheerser werd zijn broer Eucleidas, ook een lid van de Agiadische dynastie, maar deze kwam dus op de Eurypontidische troon. Ze ondernamen sociale hervormingen en kregen hulp van het Ptolemaeisch Egypte om de Spartaanse militaire macht te herstellen naar Macedonisch voorbeeld. Deze mogelijke bedreiging voor de Macedonische hegemonie in Griekenland werd vernietigd door de Antigoniden in de slag bij Sellasia en de Ptolemaeën stopten met hun financiële hulp. In de daaropvolgende verbanning van Cleomenes was Sparta van 222 v.Chr. tot 219 v.Chr. een republiek zonder koningen. In 219 v.Chr. werden Agesipolis III en Lycurgus de koningen. Lycurgus zette Agesipolis af in 215 v.Chr. hoewel de laatste zich nog vele jaren heeft verzet tegen Lycurgus. Lycurgus heerste tot hij in 210 v.Chr. stierf. Zijn opvolgers waren zijn zoon Pelops en de tiran Machanidas, die geen koninklijke afkomst had. Ze heersten samen tot 207 v.Chr., toen Machanidas sneuvelde door Philopoemen in de Derde Slag bij Mantinea. Na de dood van Machanidas nam Nabis de troon over en vermoordde Pelops met de steun van een huurlingenleger en plaatste zichzelf op de troon, en zei dat hij afstamde van de Eurypontidische koning Demaratus.De correcte titel voor Nabis is niet zeker. Enerzijds noemde hij zichzelf basileus (koning) op munten. Anderzijds werd hij door historici als Livius en Polybios een tiran genoemd, omdat hij de oude regering van Sparta had omvergeworpen. De vaderlanden van deze beide auteurs, Rome en Achaea, waren echter betrokken in dit conflict en de auteurs kunnen dus als subjectief beschouwd worden. Toen hadden de Spartaanse wetten van Lycurgus hun bedoeling al verloren en Sparta werd gedomineerd door een groep van zijn vroegere huurlingen. Polybios beschrijft Nabis' leger als een troep van moordenaars, inbrekers, zakkenrollers en struikrovers.Polybios 13.6 In 205 v.Chr. tekende Nabis een vredesverdrag met Rome, maar in 201 v.Chr. viel hij het grondgebied van Messene aan, op hetzelfde moment een bondgenoot van beide partijen, en gebied dat Sparta had geregeerd tot het midden van de vierde eeuw voor Christus. De Spartanen veroverden Messene maar werden al snel gedwongen om de stad te verlaten toen een leger uit Megalopolis aankwam onder leiding van Philopoemen. Later werden ze beslissend verslagen bij Tegea en Nabis werd gedwongen om zijn uitbreidingsdrang eventjes te onderdrukken.Polybios 16.13

Tijdens de Tweede Macedonische Oorlog kreeg Nabis een andere mogelijkheid om zijn gebied uit te breiden. Philippus V van Macedonië gaf hem de stad Argos als Sparta zich zou afscheiden van de Romeinse coalitie en zich zou aansluiten bij de Macedonische alliantie.Livius 32.39 Nabis accepteerde dit voorstel en kreeg de controle over Argos. Toen de oorlog zich tegen Macedonië begon te keren steunde hij de Romeinse coalitie echter opnieuw en zond 600 Kretenzische boogschuttersKretenzisch in deze context kan verwijzen naar iemand van op het eiland Kreta, maar het verwijst ook naar een vechtstijl van boogschutters. De boogschutters konden naast hun boog en pijl teruggrijpen op een zwaard en schild. Deze stijl was geïntroduceerd door de inwoners van Kreta. om het Romeinse leger te helpen. Philippus werd later beslissend verslagen door de Romeinen in de slag bij Cynoscephalae, maar Sparta behield de controle over Argos. Na de oorlog keerde het Romeinse leger niet terug naar Rome, maar zond in plaats daarvan garnizoenen naar strategische locaties in Griekenland om zijn eigen belangen te dienen.Livius 33.31

Nabis' hervormingen In ruil voor zijn hulp in de oorlog accepteerde Rome Nabis' bezetting van Argos. Terwijl Nabis al koning van Sparta was, maakte hij zijn vrouw Apia heerseres van haar moederstad Argos. Daarna kregen Nabis en Apia erg veel geld door veel geld en bezittingen van de rijke families uit deze stad in beslag te nemen, en degenen die zich hiertegen verzetten te folteren. Veel van het geconfisqueerde land werd later aan vrijgelaten heloten gegeven die loyaal waren aan Nabis.William Smith, Hellenistic and Roman Sparta:A tale of two Cities, 74 Na zijn grondgebied nog meer uitgebreid en zijn rijkdom vergroot te hebben op de hiervoor genoemde manieren, startte Nabis met het veranderen van de haven van Gythium in een heuse marinebasis en het versterken van de stad Sparta. Zijn Kretenzische bondgenoten mochten al vlootbasissen plaatsen op Spartaans gebied, van waaruit ze zich waagden aan piraterij.Piraterij omsloot niet alleen het overvallen van schepen op zee, maar ook het aanvallen en innemen van steden om de inwoners als slaven te verkopen. Zijn opbouw van een vloot gaf de kans aan zelfs de zeer armen om mee te doen in deze erg winstgevende werkgelegenheid. Maar de uitbreiding van de maritieme capaciteiten te Gythium misnoegden Rome en de staten in de Egeïsche Zee.

Nabis' heerschappij was vooral gebaseerd op sociale hervormingen en het herbouwen van Sparta's legers. De militaire macht van Sparta was traditioneel gebaseerd geweest op lichtingen van Spartiaten en perioiken (vrije niet-burgers van Laconië), ondersteund door lichtbewapende heloten. De aantallen van de Spartiaten waren van verschillende duizenden tijdens de Perzische Oorlogen gedaald naar een paar honderd in de tijd van Cleomenes III. Er zijn verschillende mogelijke redenen voor de daling van hun aantal, waarvan één is dat elke Spartaan die zijn bijdrage in de syssitia niet kon betalen (de maaltijd voor de mannen in Dorische gemeenschappen) zijn volledige burgerschap verloor, maar nog steeds mocht trainen in de agoge.

Als resultaat was het plaatsen van een respectabel hoplietenleger zonder huurlingen of bevrijde heloten lastig. Cleomenes vergrootte het aantal burgers opnieuw en maakte het Spartaanse leger weer operationeel met lichtbewapende falangisten volgens de Macedonische stijl.John Warry, Warfare in the Classical World, p. 73 (Macedonische infanterie) Maar veel van deze burgers werden gedood in de slag bij Sellasia en Nabis' handelingen dreven de rest van hen in ballingschap. Als gevolg was er niet meer genoeg zware infanterie. Dit leidde tot een zware terugval van Sparta's militaire macht, en het doel van Nabis was het herstellen van een klasse van loyale mannen die konden dienen als goed bewapende falangisten. Nabis' vrijlating van de heloten was een van de meest opvallende daden in de geschiedenis van Sparta. Met deze actie vernietigde Nabis een ideologisch idee van het Spartaanse loyale systeem en de hoofdreden van het uitbreiden van Sparta. Het voorkomen van een helotenopstand was, tot nu toe, de belangrijkste reden tot bezorgdheid geweest voor Sparta, en het belang van het beschermen voor een aanval van binnenuit had hen weerhouden om verder uit te breiden. Nabis' beslissing hief deze zorg op met één enkele handeling. Zijn bevrijde heloten kregen land van hem en trouwden met rijke vrouwen van de verbannen Spartaanse burgers en de weduwen van de rijke elite, wier mannen gedood waren op zijn bevel.Green, Alexander to Actium: The Historical Evolution of the Hellenistic Age, 302

Voorbereidingen De Achaeïsche Bond was boos dat een van zijn leden (Argos) onder Spartaanse bezetting bleef en overtuigde de Romeinen om hun beslissing om Sparta's territoriale veroveringen te laten zoals ze waren te herzien. De Romeinen gingen akkoord met de Achaeërs, want ze wilden geen sterk en gereorganiseerd Sparta dat problemen zou kunnen veroorzaken als de Romeinen Griekenland zouden hebben verlaten.

In 195 v.Chr. riep Titus Quinctius Flamininus, de Romeinse commandant in Griekenland, de Griekse stadstaten samen in Korinthe om te bespreken of ze nu wel of niet de oorlog zouden verklaren aan Nabis. De stadstaten die deelnamen waren de Aetolische Bond, Macedonië, Pergamon, Rhodos, Thessalië en de Achaeïsche Bond. Alle staten kozen voor de oorlog, uitgezonderd de Aetolische Bond en Thessalië, die wilden dat de Romeinen Griekenland onmiddellijk zouden verlaten.Hellenistic and Roman Sparta:A tale of two Cities, 75Livius 34.24 Deze twee staten stelden voor om zelf met Nabis af te rekenen, maar ze werden hierin tegengewerkt door de Achaeïsche Bond, die niet wilde dat de Aetolische Bond meer macht zou krijgen. De moderne historicus Erich Gruen suggereert dat de Romeinen de oorlog gebruikt zouden hebben om enkele legioenen in Griekenland te stationeren om de Spartanen en de Aetolische Bond te weerhouden om zich aan te sluiten bij de Seleucidische koning Antiochus III als hij Griekenland zou aanvallen.Erich Gruen, The Hellenistic World and the Coming of Rome, 450

Flamininus zond eerst een gezant naar Sparta, en legde Nabis op dat hij ofwel Argos moest overgeven aan de Achaeïsche Bond of een oorlog te starten tegen Rome en zijn Griekse bondgenoten. Nabis weigerde om zich te schikken in Flamininus' ultimatum, en dus marcheerden 40.000 Romeinse soldaten en hun Griekse bondgenoten naar de Peloponnesos. Toen hij de Peloponnesos binnenkwam, sloot Flamininus zijn leger aan bij de Achaeïsche leider, Aristaenos, die 10.000 man infanterie en 1.000 man cavalerie had. Samen marcheerden ze naar Argos.Livius, 34.25

Nabis had zijn schoonbroer, Pythagoras, aangeduid als leider van het 15.000 man sterke garnizoen te ArgosLivius, 34.26. Toen de Romeinen en Achaeërs aan het marcheren waren naar de stad, probeerde een jonge inwoner van Argos, Damocles, een opstand aan te wakkeren tegen het Spartaanse regime. Met enkele volgelingen stond hij op de agora en riep naar zijn medeburgers, hen aansporend om een opstand te beginnen. Maar er kwam geen grote opstand en Damocles en het grootste deel van zijn volgelingen werden omsingeld en gedood door het Spartaanse garnizoen.

Enkele overlevenden van Damocles' groep konden ontsnappen van de stad en gingen naar Flamininus' kamp. Ze zeiden Flamininus dat als hij zijn kamp dichter bij de stad zou plaatsen, dat de Argiven zou aansporen om toch in opstand te komen tegen de Spartanen.