Dit artikel behandelt de juridische aspecten van circumcisie, ook wel bekend als jongensbesnijdenis of mannenbesnijdenis.

Overzicht Bij de niet-therapeutische circumcisie van baby's en kinderen zijn er twee grondrechten die met elkaar botsen: Het recht op lichamelijke integriteit en het recht op godsdienstvrijheid. Zowel in Nederland als wereldwijd wordt de facto voorrang gegeven aan het recht op godsdienstvrijheid en het recht van ouders om het zelfbeschikkingsrecht uit te oefenen voor kinderen die een leeftijd hebben waarop ze daar zelf nog niet toe in staat zijn.

Er bestaat geen jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over het afwegen van de verschillende rechten in dit geval. Ook Belgische en Nederlandse rechters hebben hierover tot dusver geen uitspraak gedaan. Er zijn wel gerechtelijke uitspraken gedaan in onder meer Duitsland (Keulen 2012, teruggedraaid door een hogere rechter in Berlijn), Finland (Hooggerechtshof 2008, precisering districhtrechtbank Helsinki 2011) en het Verenigd Koninkrijk.

Hoewel er reglementen betreffende de voogdij over kinderen zijn toegepast op rechtszaken over besnijdenis, lijkt er momenteel geen staat in de wereld te zijn die ondubbelzinnig jongensbesnijdenis voor niet-therapeutische redenen verbiedt, hoewel de wettelijkheid van een dergelijke circumcisie in sommige parlementen wordt betwist.

Onderstaande tabel levert een niet-uitputtend overzicht waarin wettelijke restricties en vereisten voor niet-therapeutische jongensbesnijdenis tussen verschillende landen worden vergeleken. Sommige landen vereisen dat één of beide ouders instemmen met de operatie; in sommige hiervan (Finland, het Verenigd Koninkrijk) is er juridische strijd geweest tussen ouders toen een van hen de besnijdenis van hun zoon had laten uitvoeren of gepland zonder instemming van de andere ouder. Sommige landen vereisen dat de procedure wordt uitgevoerd, of geschiedt onder toezicht van, door een gekwalificeerde arts (of een gekwalificeerde zuster in Zweden) en dat er (lokale) anesthesie wordt toegepast op de jongen of man.

+ Wettelijke restricties en vereisten voor niet-therapeutische jongensbesnijdenis per land Land Instemming ouders Anesthesie Gekwalificeerd arts Betaling Noten Belastingbetalers Minister van Volksgezondheid verwierp voorgesteld verbod van Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek Ouders Beide ouders Ouders Beide ouders Ouders Ouders Uitvoerend of toeziend Onder zes maanden, anders medische reden nodig Ouders Beide ouders Ouders Vereist Toeziend Ouders Ouders en geestelijken moeten buiten de operatiekamer wachten Uitvoerend Uitvoerend Ouders Vereist Toeziend Ouders Onder twee maanden Beide ouders . Ouders In slechts 6,2% van onderzochte gevallen stemden beide ouders in

Internationaal recht Europese Unie 300px|thumb|Prevalentie van circumcisie per land (2015). Een in februari 2013 gepubliceerde studie in opdracht van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Europees Parlement verklaarde dat "mannelijke besnijdenis om niet-therapeutische redenen met enige regelmaat en hoeveelheid lijkt te worden uitgevoerd in Europa" en zei dat het "het enige scenario is, van alle onderwerpen die in dit hoofdstuk besproken worden, waarbij de uitkomst van het balanceren van het recht op fysieke integriteit en religieuze vrijheid ten gunste van de laatste uitvalt." De studie adviseerde dat "datgene wat in het beste belang van het kind is voorrang moet krijgen, terwijl de relevantie van deze praktijk voor moslims en Joden erkend dient te worden. Lidstaten dienen te waarborgen dat circumcisie van minderjarige kinderen wordt uitgevoerd volgens de kunde van het medische beroep en onder omstandigheden die de gezondheid van minderjarigen niet in gevaar brengen. Het is terecht dat de Lidstaten reglementen invoeren ter vaststelling van de omstandigheden en de gepaste medische opleiding voor degenen aan wie verzocht wordt om het uit te voeren."

Raad van Europa Op 1 oktober 2013 nam de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa een niet-bindende resolutie aan waarin zij verklaarde "in het bijzonder bezorgd [te zijn] over een categorie van schending van de fysieke integriteit van kinderen," en begreep in deze categorie "circumcisie van jonge jongens om religieuze redenen."Parlementaire Vergadering, Raad van Europa. Children's Right to Physical Integrity, Resolutie 1952. Aangenomen in Straatsburg, 1 oktober 2013. Op 7 oktober schreef de Israëlische president Shimon Peres een persoonlijke missive aan de Secretaris-generaal van de Raad van Europa, Thorbjørn Jagland, om het verbod tegen te houden, stellende: "De Joodse gemeenschappen in heel Europa zouden ernstig getroffen worden als zij zouden zien dat hun culturele en religieuze vrijheid werd belemmerd door de Raad van Europa, een instituut dat gewijd is aan de bescherming van precies deze rechten." Twee dagen later verhelderde Jagland dat de resolutie niet-bindend was en dat "niets in het geheel van onze wettelijk bindende normen ons ertoe zou leiden om de kwestie van vrouwelijke genitale verminking en de besnijdenis van jonge jongens voor religieuze redenen op gelijke voet te behandelen."

Verklaring Noordse ombudslieden 2013 Op 30 september 2013 kwamen de kinderombudslieden van alle vijf Noordse landen – Denemarken, Finland, Noorwegen, IJsland en Zweden – samen met de kinderwoordvoerder van Groenland en vertegenwoordigers van verenigingen van Noordse kinderartsen en kinderchirurgen in Oslo bijeen om de kwestie te bespreken. Ze publiceerden een gezamenlijke verklaring waarin ze een verbod op niet-therapeutische circumcisie van mannelijke minderjarigen voorstelden:

Wetgeving per land Anno juni 2018 heeft nog geen enkel Europees land een verbod op niet-medische circumcisie, maar in zowel IJsland als Denemarken overwoog het parlement om een dergelijke wet aan te nemen.

België Nadat begin 2014 enkele artsen aan het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek vragen stelden, werd er een ethische commissie opgezet om te oordelen over de moraliteit van het dekken van kosten van medisch niet-noodzakelijke chirurgie middels belastinggeld, vooral aangezien veel belastingbetalers de praktijk immoreel vinden. Tegen juli 2017 had de commissie naar verluidt al consensus bereikt over het stopzetten van financiële dekking van niet-medische besnijdenis, maar was nog in discussie over men de overheid zou adviseren om een totaalverbod op circumcisie in te voeren. Het uiteindelijke (niet-bindende) advies van de commissie, gepresenteerd op 19 september 2017, was om de publiek financiering van niet-medische circumcisie te beëindigen en geen minderjarigen te besnijden tot zij, na afdoende te zijn geïnformeerd, met de procedure kunnen instemmen of deze afwijzen. Het advies verwees naar het Verdrag inzake de rechten van het kind (1990) en weerspiegelt de niet-bindende resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa tegen minderjarige niet-therapeutische circumcisie. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block verwierp het advies van de commissie echter met de argumenten dat 'het Riziv kan niet weten of er een medische oorzaak is of niet' wanneer ouders een circumcisie verzoeken en dat wanneer hen een professionele procedure wordt geweigerd het risico bestaat dat men het een non-expert laat uitvoeren, met slechtere resultaten voor de kinderen. De reactie van de minister werd met verdeeldheid ontvangen.

Denemarken Een opiniepeiling uit januari 2018 door Megafon in opdracht van televisienetwerk TV2 toonde aan dat 83% van de Deense burgers een verbod op jongensbesnijdenis wil. Een burgerinitiatief dat de minimumleeftijd van 18 jaar voor circumcisie eist om de "grondrechten van kinderen" te beschermen behaalde op 1 juni 2018 50.000 handtekeningen waardoor het Deense parlement werd gedwongen om het te overwegen. In het parlement was er geen steun voor het burgerinitiatief. Het Deense ministerie van gezondheid gaf aan dat de besnijdenis van jongens niet in strijd is met het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties. Deense vluchtelingenorganisaties zien de discussie als voorbeeld van een anti-humanistische en anti-moslimpolitiek die door de rechtse regering gevoerd wordt.

Bij de eerste lezing in het parlement op 23 november 2018, woordvoerders van de Dansk Folkeparti, Venstre, Socialdemokraterne en Radikale Venstre meldden dat hun partijen tegen het wetsvoorstel zouden stemmen. Enhedslisten en Socialistisk Folkeparti waren voor het verbod, maar hadden kanttekeningen bij details uit het voorstel, met nam de legalisering van vrouwenbesnijdenis vanaf 18 jaar. Liberal Alliance, Det Konservative Folkeparti en Alternativet namen geen collectief besluit en lieten hun leden naar geweten stemmen.

Vóór het voorgestelde verbod (november 2018) Enhedslisten Socialistisk Folkeparti

Tegen het voorgestelde verbod (november 2018) Dansk Folkeparti Venstre Socialdemokraterne Radikale Venstre

Neutraal ten opzichte van het voorgestelde verbod (november 2018) Liberal Alliance Det Konservative Folkeparti Alternativet

Duitsland Op 7 mei 2012 velde een Keulse rechter in hoger beroep het vonnis dat de ingreep uit religieuze gronden strafbaar is, omdat onherroepelijk lichamelijk letsel wordt toegebracht. Hij is van mening dat het recht van de ouders noch de grondwettelijk verankerde godsdienstvrijheid zo'n ingreep kunnen rechtvaardigen.Landgericht Köln, 151 Ns 169/11. Gearchiveerd op 25 december 2022.Landgericht Köln, 151 Ns 169/11, www.justiz.nrw.de. Gearchiveerd op 25 augustus 2023.De Standaard: "Besnijden is mishandelen" Historisch vonnis in Duitsland Bezocht: 27 juni 2012 Vervolgens ontspon zich een dispuut, waarin zich ook de Israëlische president Sjimon Peres mengde. Hij vroeg zijn Duitse ambtgenoot Joachim Gauck om te waarborgen, dat joodse Duitsers ook in de toekomst hun traditionele religieuze verplichtingen kunnen nakomen. De Duitse Beroepsvereniging van Kinder- en Jeugdartsen (Berufsverband der Kinder- und Jugendärzte, BVKJ) gaf in november 2012 echter aan geen medische reden voor non-therapeutische circumcisie te zien, dat het advies van de Amerikaanse Academie van Kindergeneeskunde (American Academy of Pediatrics, AAP) uit augustus 2012 ten gunste van circumcisie wetenschappelijk onhoudbaar was en dat jongens hetzelfde grondwettelijk beschermde recht op lichamelijke integriteit zouden moeten hebben als meisjes:

Na een reeks verhoren en consultaties nam de Bundestag op 12 december 2012 een wetsvoorstel aan (met 434 voors, 100 tegens en 46 onthoudingen), waarin expliciet het uitvoeren van niet-therapeutische circumcisie onder bepaalde voorwaarden werd toegestaan; deze bepaling is opgenomen in het Bürgerliches Gesetzbuch als §1631(d). De Bondsraad keurde het wetsvoorstel goed, de Bondspresident tekende de wet, het Bundesgesetzblatt publiceerde de wet en de volgende dag (28 december 2012) trad de wet in werking.

Finland