miniatuur|Dertien van de Zweeds-Amerikaanse pioniers. Tijdens de Zweedse emigratiegolf naar de Verenigde Staten in de negentiende en begin twintigste eeuw vertrokken 1,3 miljoen Zweden naar de VS.
Achtergrond De belangrijkste motivatie hiervoor was de beschikbaarheid van goedkope, hoogkwalitatieve landbouwgrond in het noordwesten (Upper Midwest, het gebied vanaf Illinois tot aan Montana) en goedbetaalde banen in de machinebouw en fabrieken in Chicago, Minneapolis, Worcester en diverse kleine steden. De aanwezigheid van godsdienstvrijheid oefende op sommigen ook aantrekkingskracht uit.
De meeste migratie werkte als een kettingreactie; vroege kolonisten brachten verslag uit en gaven aanbevelingen en reisgeld aan hun familieleden en vrienden in Zweden, die vervolgens dezelfde route volgden op weg naar hun nieuwe thuisland. Een belangrijke aanjager was de bevolkingsgroei in Zweden en het toenemende tekort aan goede landbouwgrond. Bijkomende factoren in de vroege beginfasen van migratie waren onder meer de mislukte oogsten, het gebrek aan industriële banen in stedelijk Zweden en voor sommigen de wens om aan het gezag van de gevestigde staatskerk te kunnen ontsnappen. Na 1870 waren de trans-Atlantische tarieven goedkoop. Rond 1880 hadden de Amerikaanse spoorwegen tussenpersonen in Zweden gestationeerd, die speciale aanbiedingen hadden voor een enkele reis voor het hele gezin. De spoorweg zou de familie, hun meubels en landbouwwerktuigen verschepen en bovendien een financiële deal verstrekken om de aflossing van de boerderij over een aantal jaren te kunnen uitstrijken.
De Zweedse migratie bereikte haar hoogtepunt tussen 1870 en 1900. Rond 1890 vermeldde U.S. census (officiële volkstelling) een populatie van om en nabij 800.000 Amerikanen van Zweedse origine. Veel van de immigranten werden de klassieke pionier en ontruimden en cultiveerden de prairies op de Grote Vlakten, terwijl anderen in de steden verbleven, met name in Chicago. Alleenstaande jonge vrouwen gingen meestal rechtstreeks van het werk in de landbouw op het Zweedse platteland, naar een baantje als hulp in de huishouding. Veel gevestigde Amerikanen van Zweedse komaf bezochten hun geboorteland aan het einde van de negentiende eeuw. Hun verhalen laten het verschil in gewoonten en omgangsvormen zien. Sommigen ondernamen de reis met de bedoeling hun oude dag door te brengen in Zweden.
Na een kleine daling in de jaren 1890 nam de emigratie weer toe, waardoor in Zweden op staatsniveau onrust ontstond. Op dat moment was de Zweedse economie al aanzienlijk gegroeid, maar de gangbare hoge lonen in de Verenigde Staten bleven aantrekkelijk. In 1907 werd een breed georiënteerde Parlementaire Emigratie Commissie opgericht. Er werden sociale en economische hervormingen aanbevolen om de emigratie terug te dringen door 'de beste kanten van Amerika naar Zweden te brengen'. De belangrijkste voorstellen van de Commissie werden snel uitgevoerd: algemeen stemrecht voor mannen, betere huisvesting, algemene economische ontwikkeling en breder volksonderwijs, maatregelen die ook aan talloze andere factoren kunnen worden toegeschreven.
Het effect van deze maatregelen op de migratie is moeilijk in te schatten aangezien de Eerste Wereldoorlog uitbrak, een jaar nadat de Commissie haar laatste boek had gepubliceerd, waardoor de emigratie sterk terugliep. Vanaf midden jaren '20 was er geen sprake meer van een massale emigratie vanuit Zweden.
Vroege geschiedenis: de Zweeds-Amerikaanse droom De Zweedse West-Indische Compagnie stichtte in 1638 een kolonie aan de Delawarerivier en noemde die Nya Sverige (Nieuw Zweden). De kleine nederzetting telde op zijn hoogtepunt ongeveer een ruwe 600 Zweedse en Finse kolonisten (Finland maakte toen deel uit van Zweden). In 1655 kwam het in Nederlandse handen en werd onderdeel van Nieuw-Nederland, maar de afstammelingen van de oorspronkelijke kolonisten bleven tot eind achttiende eeuw Zweeds spreken. De hedendaagse herinneringen aan de geschiedenis van Nieuw-Zweden worden afgespiegeld in de aanwezigheid van het Amerikaans-Zweeds Historisch Museum in Philadelphia, Fort Christina State Park in Wilmington, Delaware en The Printzhof in Essington, Pensylvania.
De historicus H. A. Barton heeft gesuggereerd dat de grootste betekenis van Nieuw-Zweden is gelegen in de sterke en langdurige interesse voor Amerika die de kolonie in Zweden opwekte. Amerika werd gezien als de vaandeldrager van het liberalisme en persoonlijke vrijheid, en werd een ideaal voor liberale Zweden. Hun bewondering voor Amerika werd gecombineerd met het idee van een voorbije Zweedse Gouden Eeuw met eeuwenoude Scandinavische idealen. De tijdloze 'Zweedse waarden' die naar alle waarschijnlijkheid aangetast waren door buitenlandse invloeden, zouden door de Zweden herontdekt worden in de Nieuwe Wereld. Dit bleef een fundamenteel gegeven in Zweeds debat en later in Zweeds-Amerikaans debat over Amerika, hoewel de aanbevolen 'tijdloze' waarden in de loop der tijd veranderden. In de zeventiende en achttiende eeuw zouden Zweden die om meer godsdienstvrijheid riepen, vaak verwijzen naar Amerika als ultiem symbool hiervan. In de negentiende eeuw verschoof het accent van religie naar politiek toen liberale burgers uit de hiërarchische Zweedse klassenmaatschappij met bewondering naar het Amerikaanse Republikeinse stelsel en haar burgerrechten keek. Aan het begin van de twintigste eeuw omarmde de Zweeds-Amerikaanse droom zelfs het denkbeeld van een welzijnsstaat die verantwoordelijk was voor al zijn burgers. Door deze veranderende ideeën liep vanaf het begin de stroming, die in de latere twintigste eeuw alles bij zich droeg: Amerika als droom en symbool van onbelemmerd individualisme.
Vóór de negentiende eeuw bleef het Zweedse debat over Amerika vooral theoretisch omdat weinig Zweden een persoonlijke ervaring met de natie hadden. Emigreren was illegaal en de bevolking werd gezien als bezit van de naties. Tussen 1750 en 1850 verdubbelde het inwonersaantal echter en aangezien de bevolkingsgroei de economische ontwikkeling voorbijstreefde, leidde dit tot angst voor overbevolking. Dit was gebaseerd op de bevolkingstheorie van Thomas Maltus. Rond 1830 werden de emigratie verbiedende wetten ingetrokken.
Negentiende eeuw Akenson voert aan dat zware tijden in Zweden vóór 1867 zorgden voor een sterk push-effect, maar dat de meeste Zweden om culturele redenen weigerden te emigreren en thuis bleven. De behoefte in hogere kringen aan goedkope arbeidskrachten, de instinctieve bereidheid van de geestelijke van de staatskerk om emigratie te ontmoedigen op zowel morele als sociale gronden, het respect van de lagere sociale klasse voor de machtsgalerij die boven hen zweefde- al deze dingen vormden een bouwwerk van culturele aarzeling met betrekking tot emigratie.Nederlandse tekst vrij letterlijk vertaald uit het Engels: Donald Harman Akenson, Ireland, Sweden, and the Great European Migration, 1815-1914 (McGill-Queen's University Press; 2011) p 70.
miniatuur|Zweedse anti-emigratiepropaganda die de droom van de Amerikaanse idylle (links) en de realiteit van Per Svensson zijn leven in de woestijn (rechts) vertegenwoordigt. Daar wordt hij bedreigd door een poema, een grote slag en wilde indianen die iemand scalperen en iemand de buik openrijten.
Enkele 'afwijkende' personen van de heersende stroming vertrokken en baanden de weg. De ernstige economische ontbering tijdens de 'Grote Ontbering' van 1867 tot 1869 overwon uiteindelijke de terughoudendheid en de sluisdeuren gingen open om een 'cultuur van emigratie' te produceren.
Massa-emigratie vanuit Europa: push en pull De grootschalige Europese emigratie naar de Verenigde Staten begon rond 1840 vanuit Groot-Brittannië, Ierland en Duitsland. Die werd gevolgd door een stijgende emigratiegolf na 1850 vanuit de meest Noord-Europese landen en achtereenvolgens vanuit Centraal-Europa en Zuid-Europa. Het onderzoek naar de krachten achter deze massale Europese emigratie is gebaseerd op statistische methoden. Een breed geaccepteerde theorie is de analyse van Jerome uit 1926 van de push- en pull-factoren - drijfveren achter emigratie worden respectievelijk door de omstandigheden in Europa en de VS teweeggebracht. Jerome was van mening dat fluctuaties in emigratie meer samenvielen met de economische ontwikkelingen in de VS dan met Europa, en leidde hieruit af dat de aantrekkingskracht groter was dan de stimulans. Bij Jerome's bevindingen zijn vraagtekens gezet, maar ze vormen nog steeds de basis van veel werk op dit gebied.
De emigratiepatronen binnen de Scandinavische landen ̶ Finland, Zweden, Noorwegen, Denemarken en IJsland laten een opvallend verschil zien. De massa-emigratie in Scandinavië begon in Noorwegen, die gedurende de gehele eeuw ook het hoogste emigratiecijfer behield. Zweden begon begin 1840 en had na Ierland en Noorwegen op drie na het hoogste emigratiecijfer van heel Europa. Denemarken liet een constant laag emigratiecijfer zien, terwijl IJsland een late start maakte maar al snel vergelijkbare cijfers met Noorwegen liet zien. Finland, dat voor het eind van de jaren 1880 geen massale emigratie kende, en in die tijd onderdeel uitmaakte van het Russische Rijk, wordt gewoonlijk ingedeeld als deel van de Oost-Europese golf.
Oversteek van de Atlantische Oceaan miniatuur|De Emigranten door Knut Ekwall (1843-1912) verbeeldt de visie van de kunstenaar van hoe de negentiende-eeuwse trans-Atlantische overtocht eruit zou kunnen zien. Datum onbekend. miniatuur|In het Beloofde Land, Castle Garden (1884) door Charles Frederic Ulrich toont de aanmeerplaats van de immigranten in Manhattan. De eerste Europese emigranten reisden in het ruim van zeilende vrachtschepen. Met de komst van het stoomtijdperk werd eind jaren zestig van de negentiende eeuw een efficiënt trans-Atlantisch transportmechanisme voor personenvervoer opgezet. Het was gebaseerd op oceaanboten die gerund werden door internationale scheepvaartmaatschappijen. De bekendste zijn Cunard, White Star Line en Inman. De snelheid en grotere capaciteit van de stoomschepen zorgden ervoor dat de tickets goedkoper werden. De vervoersbedrijven exploiteerden verschillende routes vanuit de Zweedse havensteden Stockholm, Malmö en Göteborg. Sommige routes hadden complexe startfasen met als gevolg een lange, moeizame reis op het land en ter zee. Zo vertrouwden Noord-Duitse transportbedrijven op de reguliere dienst tussen Stockholm en Lubeck om Zweedse emigranten naar Lubeck te brengen, om vandaar uit met de Duitse treindienst naar Hamburg of Bremen te reizen. Daar stapten ze aan boord van schepen die hen naar de Britse havens van Southampton en Liverpool brachten, om daar over te stappen op een van de grote trans-Atlantische lijnboten naar New York. De meeste Zweedse emigranten reisden echter van Gotenburg naar Hull op speciale boten gerund door de Wilson Linde, daarna per trein door naar Liverpool en de grote schepen.