Madonna omringd door serafijnen en cherubijnen vormt samen met Etienne Chevalier met heilige StefanusBerlijn, Gemäldegalerie der Staatlichen Museen, inv. nr. 1617. het beroemde Melundiptiek. Het opvallend modern ogende werk werd in olieverf op paneel vervaardigd door Jean Fouquet (Tours 1420 - Tours 1471) ca. 1454-56. Het paneel werd vervaardigd in opdracht van Etienne Chevalier, aangekocht door ridder Florent van Ertborn en in 1841 gelegateerd aan het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.
Context Madonna omringd door serafijnen en cherubijnen werd vervaardigd door Jean Fouquet, die door kunstwetenschappers beschouwd wordt als de belangrijkste schilder uit het vijftiende-eeuwse Frankrijk. Naast schilderen verluchtte hij boeken (hij was peintre du roy in 1475) en ontwierp hij kleinarchitectuur. Als een van de eerste kunstenaars maakte hij tussen 1443 en 1447 een studiereis naar Rome. Hij verdiepte zich er in vroegrenaissancistische kunsttheorieën en bestudeerde de Vaticaan-fresco's van Fra Angelico.Paul Vandenbroeck in De eeuw der Vlaamse Primitieven, 2014, p. 131-133; Anneleen Decraene, in Het Museumboek. Hoogtepunten uit de verzameling, 2003, p. 28; Staatsblad 21-04-2009 pagina 32188; Topstukken, 2009; Paul Vandenbroeck, in Laatmiddeleeuwse schilderkunst in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, 2002, p. 5-6.
Dit werk en het bijbehorende paneel van Etienne Chevalier met de heilige Stefanus behoort tot Fouquets belangrijkste werken. Hij maakte het in opdracht van Etienne Chevalier, de schatbewaarder van de Franse koning Karel VII. Deze is, zoals de naam doet vermoeden, te zien op het linkse luik dat bewaard wordt in Berlijn. Het rechtse luik toont de Madonna, of Virgo Lactans (zogende maagd, het oudste type Maria met kind).Paul Vandenbroeck in De eeuw der Vlaamse Primitieven, 2014, p. 131-133; Siska Beele in publieksboekje museumwandeling De roze strikken, 2008; Paul Vandenbroeck, in Laatmiddeleeuwse schilderkunst in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, 2002, p. 5-6.
Het werk, dat vermoedelijk dateert van ca. 1455, hing oorspronkelijk boven de graftombe van Catherine Budé. Zij was de echtgenote van de opdrachtgever en werd begraven in de OLV-kerk van Melun (Seine-et-Marne). Aanvankelijk was de originele, vergulde lijst bedekt met blauw fluweel waarin het monogram 'EC' geborduurd was. Het was bovendien ook versierd met email-medaillons en zilveren parels daartussen. Tot op heden is er daar slechts een van bewaard, namelijk die met het zelfportret van de kunstenaar. Het wordt bewaard in het Louvre (Parijs).Paul Vandenbroeck in De eeuw der Vlaamse Primitieven, 2014, p. 131-133; Nico Van Hout, in bezoekersgids Het Gulden Cabinet. Koninklijk Museum bij Rockox te gast, 2013, p. 5; Patrick de Rynck, in Zaal Z, JG 6, nr. 22, 2017, p. 6-12.
Als boegbeeld van de Franse schilderschool refereerde Fouquet naar de werken van de Van Eycks en de Florentijnse renaissancekunst. Typisch in zijn werk is de afstandelijkheid tegenover zijn figuren. Zijn monumentale, synthetische schilderstijl contrasteert met de zeer gedetailleerde benadering uit zijn miniaturen.Nico Van Hout, in bezoekersgids Het Gulden Cabinet. Koninklijk Museum bij Rockox te gast, 2013, p. 5; Paul Vandenbroeck, in Laatmiddeleeuwse schilderkunst in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, 2002, p. 5-6. Door het samengaan van lichamelijke en materiële schoonheid, een strenge en uiterst beheerste vormgeving, een 'onderhuidse' erotische dimensie, een onmiskenbare ijzigheid, en een onwerkelijke droomatmosfeer, is Fouquets paneel een unicum in en een absoluut meesterwerk van de Europese kunst van de 15de eeuw.Paul Vandenbroeck in De eeuw der Vlaamse Primitieven, 2014, p. 131-133; Staatsblad 21-04-2009 pagina 32188; Topstukken, 2009.
Het is dan ook een van de belangrijkste werken van het KMSKA. De madonna geniet een onbetwistbare status als meesterwerk en staat sinds 2009 op de topstukkenlijst van de Vlaamse overheid. Daardoor geniet het speciale bescherming. Maar dat was niet vanzelfsprekend: in het midden van de negentiende eeuw konden critici het werk maar matig appreciëren.Nanny Schrijvers in Jean Fouquet. Das Diptichon von Melun, 2017, p. 122-125. Pas sinds de Parijse tentoonstelling uit 1943 toonden museumdirecteurs en conservators langzaamaan meer aandacht voor het werk.1904, Parijs, Palais du Louvre, Pavillon de Marsan, Exposition des Primitifs Français, nr. 40; Nanny Schrijvers in Jean Fouquet. Das Diptichon von Melun, 2017, p. 122-125.
Beschrijving In de zeventiende eeuw schreef de historicus Denis Godefroy dat Fouquet Maria afbeeldde naar het evenbeeld van Agnes Sorel. Zij was de minnares van de Franse koning Karel VII en werd afgebeeld met haar linkerborst ontbloot. Agnes Sorel was tevens de vrouw die de mode met decolleté en ontblote schouders aan het hof invoerde.Paul Vandenbroeck in De eeuw der Vlaamse Primitieven, 2014, p. 131-133; Josse De Pauw, in Zaal Z, JG 1, nr. 1, 2012, p. 4-5; Catalogus KMSKA, Schilderkunst, Oude Meesters; Paul Vandenbroeck, in Laatmiddeleeuwse schilderkunst in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, 2002, p. 5-6. In een interview met Zaal Z, het tijdschrift van het KMSKA (2017), bevestigde Stephan Kemperdick, curator van de Berlijnse Gemäldegalerie, dat het wellicht gaat om de minnares. Hij liet daarin optekenen dat: "Na een grondig onderzoek, onder meer van haar kleren en houding, ben ik [Kemperdick] ervan overtuigd dat dit inderdaad Agnes Sorel is, in de gedaante van Maria en hoogstwaarschijnlijk geschilderd na haar vroege dood in 1450 [ze werd vergiftigd]. Ze was toen 28. Zij was een veelgeprezen schoonheid en het schilderij is in zekere zin een monument voor die schoonheid.”Patrick de Rynck, in Zaal Z, JG 6, nr. 22, 2017, p. 6-12.
Fouquet schilderde een overgestileerde Madonna. Paradoxaal genoeg belichaamt deze onwereldse verschijningsvorm het vrouwelijke schoonheidsideaal van de vijftiende eeuw. Dat hield een onthaard gelaat, rode lippen, smalle lenden, volmaakt ronde borsten en blanke huid in. Van Hout schreef reeds dat het vreemd lijkt "dat een absolute wereldse schoonheid als Agnes Sorel model stond voor de Moeder Gods, maar ook in poëzie uit die tijd werd Maria meermaals beschreven als belichaming van de vrouwelijke perfectie. Men zag niet noodzakelijk een tegenstrijdigheid tussen heiligheid en schoonheid.”Paul Vandenbroeck in De eeuw der Vlaamse Primitieven, 2014, p. 131-133. Schaefer stelde al dat Agnes Sorel beschouwd werd als de incarnatie van dit Madonnatype.SCHAEFER, C., Le diptyque de Melun de Jean Fouquet conservé à Anvers et à Berlin, in Jaarboek Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen 1975, p. 7-100. De ingesnoerde taille met losgewerkte revers die Madonna's ronde borst onthult, geeft het geheel een erotische tint.Anneleen Decraene, in Het Museumboek. Hoogtepunten uit de verzameling, 2003, p. 28. Dat 'erotisch mysticisme' kwam veel voor in de vijftiende-eeuwse literatuur. In de beeldende kunsten daarentegen, kwam het slechts zelden aan bod. Strenggelovige tijdgenoten, maar ook sommige latere historici, veroordeelden het heftig. Zo'n historicus was bijvoorbeeld Johan Huizinga, die schreef dat het werk "decadente goddeloosheid” en "blasfemische vrijmoedigheid” opriep. Dat was echter niet Fouquets bedoeling. Hij refereerde aan het virgo lactans-motief. Dat benadrukte de wereldse status van Christus.Paul Vandenbroeck in De eeuw der Vlaamse Primitieven, 2014, p. 131-133; Nico Van Hout, in bezoekersgids Het Gulden Cabinet. Koninklijk Museum bij Rockox te gast, 2013, p. 5; https://www.kmska.be/nl/collectie/highlights/Madonna.html ; Anneleen Decraene, in Het Museumboek. Hoogtepunten uit de verzameling, 2003, p. 28.
Madonna – half staand, half zittend op de rijkelijk versierde hemeltroon – en het kind worden omringd door rode en blauwe engeltjes. Aanvankelijk dacht men dat het ging over dag- en nachtengelen of goede en slechte engelen.Paul Wescher, Jean Fouquet und Seine Zeit, Basel, 1945, blz. 51; Rivista d'Archeologia Cristiana, Rome 1940, blz. 209-248; A.J.J. Delen, in Koninklijk Museum voor Schone Kunsten - Antwerpen. Beschrijvende Catalogus. I. Oude meesters, 1948, p. 109-110. Momenteel zijn kunstwetenschappers het echter eens dat het gaat om de bekende cherubijnen en serafijnen uit de veertiende- en vijftiende-eeuwse Italiaanse schilderkunst. Hoewel de blauwe en rode kleur vreemd aandoet voor de hedendaagse toeschouwer, was dit een geijkte voorstellingswijze. De zes rode serafijnen beelden de goddelijke, vurig brandende, liefde uit. Men beschouwt ze als de hoogste in rang van de hemelse engelenhiërarchie. Onder hen in de hiërarchie staan de drie blauwe cherubijnen. Zij staan symbool voor de goddelijke genade, zuiverheid en lucht. Slechts één groep engelen raakt Maria's troon aan.Paul Vandenbroeck in De eeuw der Vlaamse Primitieven, 2014, p. 131-133; https://www.kmska.be/nl/collectie/highlights/Madonna.html ; Catalogus KMSKA, Schilderkunst, Oude Meesters; Paul Vandenbroeck, in Laatmiddeleeuwse schilderkunst in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, 2002, p. 5-6; Koninklijk Muzeum van Schoone Kunsten. Beschrijvend Catalogus. I. Oude meesters, 1905, p. 97-98.
De gestileerde Madonna, die op haar hoofd een met parels, robijnen en saffieren bezette kroon draagt, kijkt naar haar zoon. Deze wijst met de wijsvinger van zijn linkerhand de opdrachtgever op het linkse luik aan. Deze zit in een realistisch afgebeeld Italiaans renaissance-interieur in bidhouding. Hij richt zich tot Maria om voorspraak af te smeken voor zijn overleden echtgenote. De wijzende vinger van Jezus herhaalt het gebaar.Paul Vandenbroeck in De eeuw der Vlaamse Primitieven, 2014, p. 131-133; Anneleen Decraene, in Het Museumboek. Hoogtepunten uit de verzameling, 2003, p. 28; Nico Van Hout, in bezoekersgids Het Gulden Cabinet. Koninklijk Museum bij Rockox te gast, 2013, p. 5; Paul Vandenbroeck, in Laatmiddeleeuwse schilderkunst in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, 2002, p. 5-6.
De aandachtige toeschouwer kan in de onderste en bovenste marmeren appel van de armstoel een kruisraam zien. Ook is (zeer klein) in Jezus' ooghoek een traan zichtbaar. Dat is wellicht een verwijzing naar zijn Lijden en Medelijden, de barmhartigheid van de Zoon naar de Mens en meer specifiek de opdrachtgever toe.Paul Vandenbroeck in De eeuw der Vlaamse Primitieven, 2014, p. 131-133; Koninklijk Muzeum van Schoone Kunsten. Beschrijvend Catalogus. I. Oude meesters, 1905, p. 97-98.
Het veelvuldig gebruik van de kleuren wit, rood en blauw past in de religieuze traditie waarbij wit en blauw de Mariale kleuren zijn die de onbevlekte ontvangenis symboliseren, en rood en blauw de Mariale kleuren die aangeven dat zij menselijk (rood) is maar bekleed met het hemelse (blauw).Paul Vandenbroeck schrijft in zijn De eeuw der Vlaamse Primitieven uit 2014 dat de kleuren blauw, wit en rood de Franse driekleur voorstellen en dat het werk daarom een politiek karakter heeft. Deze politieke dimensie wordt volgens hem versterkt door de mantel van hermelijn, oftewel het 'koningsbont' dat de Maagd (Agnes Sorel) draagt. Men zou het werk dus volgens Vandenbroeck kunnen zien als verheerlijking van Frankrijk en het Franse koningschap. Dit is echter een vorm van 'hineininterpretierung': in de 15de eeuw vertoonde de Franse vlag een wit Sint-Michielskruis op een blauwe achtergrond. De Franse driekleur werd pas ingevoerd bij de Franse Revolutie, bijna 250 jaar nadat het schilderij werd gemaakt.
Materiële aspecten