Izaäk Albertus Houck (Deventer, 10 september 1849 – Zutphen, 10 januari 1934) was een Nederlands componist.

Hij was zoon van grondeigenaar Wilhelm Conraed Houck en Albertina Geertruide Henriëtta van Delden. Hij was getrouwd met Woltera van Lennep, dochter van geneesheer Egbert Cornelis Christiaan van Lennep en Harmina Coops. Het echtpaar werd te Diepenveen begraven, alwaar zij hun laatste levensjaren doorbrachten aan de Raalterweg 53 (Kranenkamp).

Hij kreeg pianolessen van J.J. Arentz in Deventer en vertrok na het plaatselijk gymnasium voltooid te hebben naar Leiden. Hij werd er student natuur- en scheikunde, maar volgde ook pianoles bij Adrianus Jacobus Wetrens. Hij keerde in 1874 terug naar Deventer alwaar hij nog contrapunt en compositieleer studeerde bij Cornelis Alijander Brandts Buys. Hij deed daarbij ook aan zelfstudie. Hij verdiepte zich in compositie, pianospel en muziekgeschiedenis. Van zijn hand verschenen ook publicaties in (muziek-)tijdschriften.

Hij ontving in 1886 en 1890 de erepremie van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst. Hij was lid van het Genootschap van Nederlandse componisten.

Hij zou ongeveer negentig werken hebben gecomponeerd:

Bijna al deze werken worden al genoemd in de Letzergids, die in 1913 verscheen. Daarna zijn dus bijna geen composities meer van hem verschenen.

Categorie:Nederlands componist