Ten Berge's Confectie Industrie was een Nederlandse onderneming die van 1936 tot 1966 activiteiten ontplooide in de confectie-industrie. Aanvankelijk was de bedrijfsvorm die van een naamloze vennootschap, van 1942 tot 1948 was het een commanditaire vennootschap, daarna weer een naamloze vennootschap. De dochterondernemingen waren TEBECON N.V. (van 1939 tot en met 1968), en Girl Coat (van 1941 tot eind jaren 60).

Eigenaar Ten Berge's Confectie Industrie werd opgericht door Jan Frans Maria ten Berge (Enschede, 1903 – 1990). Hij volgde in Utrecht (stad) een opleiding aan de HBS/handelsschool en ging toen werken bij de Gebr. Vinke in Utrecht. In 1931 werkte hij kortstondig bij Bervoets in Rotterdam, vanaf 1932 bij V&D in 's-Hertogenbosch. In 1936 richtte hij zijn eigen zaak op in Haarlem.

Geschiedenis Haarlem: Spaarne 77 (1936-1938) Ten Berge’s Confectie Industrie N.V. startte 1 februari 1936 in Haarlem op Spaarne 77. De aandeelhouders en commissarissen waren Jan ten Berge, zijn vader J.F.J. ten Berge, zijn zwager notaris L.W.A. Duynstee uit Den Haag, en Mr L.E.A. Minderop van de Nederlandse Kredietbank. Ieder had een aandeel van 10.000 gulden. De accountant was de heer Houtzager uit Den Haag. Op enig moment, vermoedelijk in 1941/1942, heeft Jan ten Berge de aandelen van zijn vader teruggekocht omdat die laatste aarzeling had met bepaalde investeringen. De fabriek op Spaarne 77 functioneert drie jaar. In het najaar 1938 wordt een groter pand op de Kleine Houtweg 16 betrokken.

Bij Ten Berge's Confectie Industrie werkten onder meer naaisters, mantelnaaisters, handwerksters, strijksters, persers, bontstoffeersters, thuiswerk(st)ers, machinestiksters, machinepersters, handpersters en knoopsters.

Haarlem: Kleine Houtweg 16 (1939-1944) De fabriek In 1939 opent de onderneming een confectiefabriek aan de Kleine Houtweg 16 te Haarlem. Dit gebouw uit 1928 was oorspronkelijk gebouwd als veilingzaal van de Coöperatieve Haarlemsche Groenten- en Bloembollenveiling.Boven de ingang zat een gevelornament met symbolen van de veiling. Hierin werd de naam Ten Berge aangebracht zonder het ornament verder te wijzigen, in het bijzonder niet het bouwjaar van de veiling 1927..

In de fabriek stond een machine die de mantels van beneden naar boven transporteerde; die werd de Karimata genoemd naar een tinbaggermolen die in 1938 veel aandacht had in de persDe tinbaggermolen Karimata was te water gelaten in februari 1938 in Kinderdijk, destijds de grootste ter wereld. In de zomer van 1938 werd de Karimata gebruikt voor een zoektocht naar goudschatten van de Lutine, een vrachtschip dat in 1888 voor de kust van Terschelling was vergaan. Deze goudkoorts was in 1938 een hype in de pers.

Het personeelsblad Het personeelsblad 'TB Flitsen' verscheen maandelijks. In het fraaie ontwerp Afbeelding beschikbaar gesteld door de Bibliotheek Rijksuniversiteit Groningen, waarvoor dank. van voor- en achterzijde heeft Ans van Zeyst textielsymbolen verwerkt, een "wapen" –met Mercurius, de god van de handel, en daaronder een klosje garen, een spoel, en drie kruissteken– en een gestileerde afbeelding van het fabrieksgebouw met het stookhuis.

Het personeel richtte de toneelclub 'De Plankenridders' op. In 1940 vond de eerste opvoering plaats met de non-stop-revue Voltreffers, onder de regie van Jan Icas van Dijk die ook toneelstukken regisseerde voor de Albertingk Thijm Rederijkerskamer , Rederijkerskamer, speellijst 1913-2004.Een verslagje in Haarlem's Dagblad, 9 december 1940.

Grafisch ontwerpster Ans van Zeijst ontwierp de nieuwjaarskaart voor 1941 die werd verstuurd door Ten Berge's Confectie Industrie N.V. te Haarlem en haar inmiddels opgerichte dochterondernemingen TEBECON in Beverwijk en Girl Coat in Amsterdam. Op die kaart staat wederom het bovengenoemde wapen – elementen die in 1941 ook terugkomen in de glas-in-loodramen van Frans Balendong die het personeel liet maken ter gelegenheid van het eerste lustrum . In 1941 kreeg Ten Berge's Confectie Industrie te maken met een instantie die een contract voor het afnemen van 21.000 veldjassen niet nakwam. In 1944 vonden in het Sportfondsenbad van Haarlem zwemwedstrijden van het personeel plaats met schoolslag, wortelhappen, estafette, schoonspringen, waterpolo, en een komisch nummer.Bron: De Haarlemsche Courant, 6 en 7 juni 1944, met een groepsfoto met circa veertig deelnemers.

Van N.V. naar C.V. (1941–1942) Eind 1941 ging Ten Berge's Confectie Industrie N.V. in liquidatie. In maart 1942 verschijnt het bericht dat het ‘plan van verdeeling’ ter kennisname is neergelegd bij het Handelsregister in Haarlem en ten kantore van de fabriek.

In 1942 werd, waarschijnlijk op instigatie van de Duitse bezetter, 'De organisatie van de Nederlandsche Industrie', april 1942 beschreven. Daarin werd een Vakgroep Damesbovenkleeding onderscheiden met drie ondervakgroepen: Dames- en Kindermantels en Mantelcostuums; Japonnen, Damesblouses, Rokken; Loonconfectie Damesbovenkleeding. Daarbij wordt Jan ten Berge genoemd als "lid CV. Ten Berge's Confectie Industrie, Haarlem." De rechtsvorm van Ten Berge's Confectie Industrie was na de liquidatie klaarblijkelijk gewijzigd van naamloze vennootschap (N.V.) in commanditaire vennootschap (C.V.), ofwel een vennootschap onder firma met stille vennoten. Vanuit de C.V. was Jan ten Berge zowel lid van de Raad van Bijstand van het Dagelijks Bestuur van de vakgroep Damesbovenkleeding, als lid van de Raad van Bijstand van het Dagelijks Bestuur van de ondervakgroep Dames- en Kindermantels en Mantelcostuums. Enkele andere bekende namen in dat register zijn Deiters, Herkenhoff-Konersmann en L. Vorstman als de secretaris van de genoemde besturen.

Misschien heeft de liquidatie en de wijziging van N.V. naar C.V. te maken met een terughoudendheid van Jan ten Berge's vader om deel te nemen aan nieuwe investeringen en wilde hij daarom zijn naam niet meer aan het bedrijf verbinden. In dat geval zou de wijziging van N.V. naar C.V. daar een uitweg voor bieden. Jan ten Berge heeft op enig moment de aandelen van zijn vader teruggekocht zodat zijn vader geen invloed meer kon uitoefenen op de koers van het bedrijf. Dit gebeurde vóór het overlijden van zijn vader in 1944.

De naamgeving van Ten Berge's Confectie Industrie werd in advertenties veranderd: vanaf 1936 adverteerde het bedrijf als Ten Berge's Confectie Industrie N.V. Na het besluit tot liquidatie van de N.V. werd geadverteerd met de naam Ten Berge's Confectie Industrie – zonder de toevoeging N.V.. In maart 1948 bericht de Staatscourant weer over een oprichting van Ten Berge's Confectie Industrie N.V. Er is dus een nieuwe N.V. opgericht, en vanaf dat moment staat in advertenties weer de naam Ten Berge's Confectie Industrie N.V.

Apeldoorn: Spoorstraat 29 (1942-1945) In het najaar 1942 werd een deel van de productie overgeplaatst naar Apeldoorn, Spoorstraat 29. Meer dan 60% van de productie in Nederland ging van zomer '40 tot zomer '44 naar de Duitsers toe, voor de burgerij was van '43 af nauwelijks meer textiel beschikbaar, aldus historicus Loe de Jong over de textiel- en confectie-industrie in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. De fabriek in Apeldoorn heeft gefunctioneerd tot in 1945.

Jan ten Berge hield in deze jaren de hoop erin: ieder mens wordt naakt geboren, daarom gaat geen confectieman ooit verloren.

Amsterdam: Herengracht 48 en 60 (1940-1941) In januari 1940 heeft Ten Berge's Confectie Industrie een showroom op de Herengracht 48 te Amsterdam. Deze blijft in gebruik tot in elk geval najaar 1941.

Herengracht 60 is in 1940 het adres van Ten Berge waar sollicitanten voor Girl Coat zich kunnen aanmelden.

Huissen: Loostraat 40 (1949-?) Op 1 september 1949 werd in Huissen een nieuwe fabriek geopend, met een mis en zegening van kruisbeelden en gebouwen, in aanwezigheid van gemeentelijke bobo’s en van de prior en een dominicaan uit het naburige klooster.Bron: Staatscourant, 31 januari 1950, alwaar de oprichting van Ten Berge’s Japonnen Industrie N.V. te Huissen staat vermeld.

In de fabriek werden japonnen gemaakt, in het bijzonder positie-japonnen. Een koopster ontving tevens een boekje met nuttige wenken voor de aanstaande moeder en met illustraties van Herman Moerkerk († 23 augustus 1949) - een vriend van Jan ten BergeBron: De Nieuwe Tijd, 9 september 1949..

Als blijk van waardering voor medewerking van de gemeente schonk Jan ten Berge een gevelsteen uit 1678 voor de ambtswoning van de burgemeester (bouwjaar 1948), met het opschrift 'Wellekom Vrede'. Deze gevelsteen is vandaag de dag nog te zien: ingemetseld aan de buitenkant van de woning van de toenmalige burgemeester Terwindt, Loostraat 55.

Het adres was de (toenmalige) Loostraat 40, een voormalig wederopbouwkamp voor arbeiders die hier kort na de oorlog werkten in de woningbouw. De fabriek was bedoeld als loonconfectionair voor Ten Berge's Confectie Industrie in Haarlem. De leiding was in handen van Susan Fontijn. De fabriek maakte gebruik van enkele gerenoveerde barakken en van twee nieuw gebouwde ateliers. Een en ander was tijdelijk bedoeld, er zou binnen twee jaar een nieuwe fabriek moeten komen. Het plan was om aan de Polseweg een nieuwe fabriek te bouwen.

De oorlog in Korea zal een einde gemaakt hebben aan de verdere uitbouw van de fabriek. De bedrijfsleidster Fontijn was in 1950 uit Amsterdam naar Huissen verhuisd maar in januari 1951 woonde zij alweer in een dienstwoning in Zandvoort en werkte zij in de showroom op de Herengracht. Ook een sculptuur van Rädeker, dat stond in Huissen, kwam naar die showroom

Door het glas van de ingang is het logo zichtbaar van Ten Berge’s Confectie Industrie: een afbeelding van een rechtopstaande ellips met een kroontje, en in de ellips de paraaf van Jan ten Berge.

Reuver (1950-1953) De uitbreiding van Ten Berge in Reuver heette Ten Berge’s Kleding Industrie Reuver n.v. en startte op 16 februari 1950 in het zogenoemde Pius X-gebouw.Bron: Maas- en Roerbode, 17 februari 1950 In deze fabriek werden regenmantels geproduceerd. Het begon met 25 ongeschoolde meisjes en groeide een jaar later uit tot 90 personen. Tegelijkertijd werd begonnen aan de bouw van een nieuwe fabriek. De nieuwe fabriek was bedoeld voor 125 werknemers, en werd ingezegend en geopend op 12 mei 1951.

De bedrijfsleider was de heer J.A. Schulten.

Er werd gestart met ongeschoold personeel dat in de fabriek werd opgeleid. Er werden veel personeelsactiviteiten ondernomen, waaronder retraites. Er waren twee kantines, voor mannen en vrouwen gescheiden. Internet vermeldt enkele dossiers van de gemeente Beesel: aanvraag van een hinderwetvergunning, de vestiging van Ten Berge in Beesel een kredietaanvraag, gericht aan het agentschap Limburg van de z.g. Herstelbank.

Aannemelijk is de verdere uitbouw van de fabriek stagneerde door de oorlog in Korea. In 1953 verschijnt in het voorjaar een bericht dat de fabriek is stilgelegd en verkocht aan Janssen Neumann.

Kleine Houtweg (1945-1952) In augustus 1945 adverteren zeven Haarlemse confectie-ateliers, waaronder Ten Berge, gezamenlijk om personeel te werven. Met teksten als: Helpt Nederland aan kleeding, Meisje waar wil je werken?, Duizenden meters stof wachten. Een van die bedrijven was Gerzon-Serphos, toen gevestigd op Spaarne 77.

In 1948 wordt de rechtsvorm weer gewijzigd in een naamloze vennootschap.

In 1949 hebben de vakbonden N.V.V., K.A.B. en C.N.V. een reglement opgesteld voor de textiel- en confectie-industrie hoe een goede arbeider zich dient te gedragen. De communistische vakbond ATEK roept op dit "worgreglement" niet te tekenen. De werknemers van Ten Berge in Haarlem weigerden dit reglement te ondertekenen.Bron: De Waarheid, 6 augustus 1949