Christus en de overspelige vrouw is een klein grisaille op paneel van Pieter Bruegel de Oude. Het is gesigneerd en gedateerd in 1565 (linksonder: BRVEGEL · M · D · LXV).

Thematiek en beschrijving De bijbelse episode van Jezus en de op overspel betrapte vrouw is te vinden bij Johannes (8:1-11), hoewel ze geen deel uitmaakte van de oorspronkelijke evangelietekst. De schriftgeleerden en farizeeën proberen Jezus te strikken door een overspelige vrouw voor te leiden en hem te vragen of ze moet worden gestenigd, zoals de wet eist. Bruegel toont hoe een knielende Jezus zijn beroemde antwoord in het stof schrijft: DIE SONDER SONDE IS / DIE [werpe de eerste steen].

Christus, de jonge vrouw en de wetgeleerden zijn helder belicht en steken af tegen de massa toeschouwers in de schaduw (achter Jezus zijn leerlingen, verderop soldaten en gewone lieden). De nederigheid van de knielende Jezus contrasteert met de voorovergebogen, gesticulerende schriftgeleerde, die tegensputterend aan de wet wil vasthouden. Dat geldt ook voor de bebaarde farizeeër naast hem (het pseudo-Hebreeuws op zijn kleed suggereert iemand die zich aan de letter van de wet houdt). De berouwvol opzij kijkende vrouw staat centraal in de verticale as én op het snijpunt van de diagonalen, nogmaals de nederigheid van Jezus benadrukkend. Ze lijkt waardig en gelaten het verdict af te wachten, maar gekruiste vingers verraden haar spanning (of spiegelen de gestrekte wijsvingers Jezus' schrijven?). Achter haar druipen de potentiële beulen stilaan af, de stenen ongebruikt achterlatend.

thumb|Enige jaren vóór Bruegel behandelde Pieter Aertsen hetzelfde thema. De groentemarkt op de voorgrond was deel van een praktijk waar het Concilie van Trente en Molanus zich in het bijzonder tegen keerden.

Duiding Het geheel baadt in een sfeer van ingetogen mystiek. De gracieuze vrouw is een geïdealiseerde verschijning, wat ongewoon is voor Bruegel, net als de monumentaliteit van de figuren (het kleine formaat in acht genomen).

De thema's die inherent zijn aan het verhaal – hypocrisie en barmhartigheid – lijken door Bruegel te worden ingezet voor een meer specifieke boodschap van tolerantie. In het Brussel waar hij schilderde werden sinds enige decennia ketters terechtgesteld en zou het jaar na voltooiing de geuzenrevolte uitbreken. Maar hoe verleidelijk het ook is om Bruegel te zien als een irenische kunstenaar, steeds moet voor ogen worden gehouden dat over zijn denkbeelden haast geen gegevens voorhanden zijn. Er is uiteraard zijn grafische expressie, maar de interpretatie daarvan is uitermate moeilijk. Wat voor de een netjes de orthodoxie volgt, ziet een ander als het louter ophouden van aannemelijke ontkenning. Melion laat in elk geval zien dat Christus en de overspelige vrouw zich leent voor een rijke Erasmiaanse exegese.

Grisaille De schilder toont een uitstekende beheersing van de grisailletechniek, die zich voor het weergeven van vormen volledig verlaat op tonale variatie. In zijn beginjaren had hij als gezel van Pieter Balten in Mechelen gewerkt aan de traditionele toepassing van bruin- en grijstinten op de buitenzijde van een altaarstuk. In De ontslaping van Maria had Bruegel grisaille gebruikt in een zelfstandig kunstwerk. Met Christus en de overspelige vrouw ging hij verder op die nieuwe weg, die hem ook nog naar de Drie soldaten zou leiden.

Navolging Het schilderij bleef steeds in Bruegels bezit en is een van de weinige die na zijn dood niet zijn verkocht. Vermoedelijk is het geërfd door zijn zoon Jan. Beide zonen, Fluwelen Jan en Helse Pieter, maakten verschillende kopieën. Van Pieter zijn vijftien kleurenversies bekend, mogelijk op basis van een gravure, terwijl Jan uitsluitend in grisaille werkte. Het origineel in zijn bezit liet hij per testament na aan kardinaal Federico Borromeo, die hij in 1609 had moeten teleurstellen toen die een schilderij wilde kopen van zijn bewonderde vader. De kardinaal was vereerd maar achtte zich niet gerechtigd het laatste schilderij dat in de familie was te behouden. Hij liet een kopie maken (misschien die in de Accademia Carrara te Bergamo) en stuurde het origineel terug.

De regelmatige gaatjes in de rand van het oorspronkelijke paneel zijn waarschijnlijk het resultaat van een rooster gespannen door een gravuremaker. Pieter Perret publiceerde in 1579 een prent naar het schilderij, dat hij blijkbaar in bruikleen had gekregen.

Provenance Het originele paneel is sinds 1978 eigendom van de Courtauld Gallery in Londen, haar nagelaten door Antoine Seilern. Het is al sinds de 18e eeuw in Engeland, nadat Jan Brueghel II het in de 17e eeuw van de hand deed. In 1982 slaagden dieven erin het werk te stelen, maar het bleek onverkoopbaar. Blijkbaar diende het enige tijd als waarborg tussen criminelen, tot het in 1992 gerecupereerd werd door de Britse politie.

Daer de waerheyt doorbreeckt miniatuur|Tekening Laster van Apelles van Pieter Bruegel I (1565)

Volgens Karel van Mander (1548-1606) in diens Schilder-boeck was er een schilderij "Daer de waerheyt doorbreeckt" genaamd nagelaten aan Bruegels weduwe, welke volgens Bruegel zijn eigen zeggen het beste werk was dat hij ooit maakte. Christus en de overspelige vrouw is wel in verband gebracht met deze vermelding van Van Mander, aangezien het onderwerp de ontmaskering van morele schijnheiligheid verbeeldt. In het schilderij is het Christus die bij de beschuldiging van de overspelige vrouw in het stof schrijft: "Die sonder sonde is, die [werpe de eerste steen]". Dat is thematisch bijna letterlijk een scène waarin de waarheid doorbreekt: de huichelarij van de aanklagers wordt ontmaskerd, niet door geweld maar door Christus zijn uitspraak. Ook de context past. De Courtauld beschrijft het werk als een mogelijk pleidooi voor verdraagzaamheid in een tijd van politieke en religieuze spanningen in de Nederlanden. Daarnaast is ook Christus en de overspelige vrouw als een van de weinige werken in het bezit gebleven van Bruegels familie na diens dood.

Echter, Van Mander noemt verder geen informatie waarmee een definitieve identificatie van "Waar de waarheid doorbreekt" mogelijk is. In de literatuur word deze vermelding daarom vaak geïnterpreteerd als een afzonderlijk (mogelijk verloren) werk, en mogelijk een allegorisch werk of een schilderij gebaseerd op de tekening Laster van Apelles (1565).

Categorie:Werk van Pieter Bruegel de Oude Categorie:1560-1569 Categorie:Schilderij in Londen Categorie:Gestolen kunstwerk