De Geheime Leer (Engels: The Secret Doctrine) is een pseudo-wetenschappelijk en esoterisch boek van de theosofe Helena Petrovna Blavatsky, dat in 1888 in twee delen verscheen. Het heeft als ondertitel: de synthese van wetenschap, religie en filosofie.

Inhoud thumb|275px|Eerste druk van de oorspronkelijke Engelse uitgave in 1888 Het eerste deel gaat over 'het ontstaan van de kosmos' (kosmogonie) en het tweede over 'het ontstaan van de mens' (antropogenie). Later verscheen er nog een deel, maar dat was onder Annie Besant, die leider werd van de 'Theosophical Society' (TS), na Blavatsky's overlijden in 1891.

In dit werk zette Blavatsky de leer uiteen van een 'universele wijsheidsreligie', die uit archaïsche dus oeroude tijden stamt. Ze wilde door vergelijkend godsdienstonderzoek aantonen dat de religies wereldwijd als zovele takken van dezelfde oerstam zijn gegroeid. Ooit zou er wereldwijd een religie zijn geweest. De leer gaat ook over menselijke 'monaden' (geestelijke individualiteiten), die reïncarneren gedurende enorme tijdperken, onder invloed van zelf geschapen oorzaken en gevolgen. Ze stelde in dit werk drie bakermatten van de mensheid voor in plaats van Afrika, achtereenvolgens: Lemurië in de Grote Oceaan, Atlantis in de Atlantische Oceaan en de Arische (of Indo-Europese) in de Gobiwoestijn.

Ze zou bij het schrijven onder meer geholpen zijn door Mahatma's (de 'oudere Broeders', grote zielen of vervolmaakte mensen). Ze verzamelde informatie uit alle windstreken en kenschetste haar eigen bijdrage slechts als het touwtje dat een boeket bloemen bijeenhoudt (een citaat van de filosoof Montaigne).I, p.29

Blavatsky was zich er terdege van bewust dat de leringen in haar boek De Geheime Leer heftig zouden worden betwist, zowel uit theologische, spiritistische als wetenschappelijke hoek. Haar bronnen voor de 'stanza's', die het uitgangspunt voor de twee delen vormen, kon ze niet laten zien om te worden geverifieerd en het bestaan van de 'Broederschap van Wijsheid en Mededogen', waar haar leermeesters, de Mahatma's, deel van uitmaakten, kon ze niet aantonen. Ze werd voor bedriegster en avonturierster uitgemaakt, zou zelf brieven van Mahatma's hebben verzonnen, een gehandicapte zoon op de wereld hebben gezet, trucs hebben gebruikt om 'paranormale fenomenen' te bewerkstelligen, plagiaat hebben gepleegd, racistische denkbeelden hebben gepropageerdGoodrich-Clarke, N., The Occult Roots of Nazism (2004). In juli 1884 werd de eerste Duitse Theosophical Society opgericht met Wilhelm Hübbe-Schleiden (1846-1916) als voorzitter. De Duitse organisatie werd ontbonden na het onderzoek van de London Society for Psychical Research. Húbbe-Schleiden begon in 1886 het tijdschrift Die Sphinx (The Modern German Occult Revival, 1880-1910, p.23). In de jaren 1890 kwam een bredere Duitse theosofische beweging op rond Franz Hartmann (1838-1912). Hij werd na zijn terugkeer uit India naar Europa in 1885 directeur van een Lebensreform sanatorium in Hallein bij Salzburg en gaf het tijdschrift Lotusblüthen uit. Naar zijn voorbeeld begon Paul Zillmann het tijdschrift Metaphysische Rundschau, als opvolger van Die Sphinx (p. 24-5). De Duitse Theosophical Society werd opnieuw opgericht in augustus 1896 (p.26). In 1887 werd een Weense Theosophical Society opgericht met Friedrich Eckstein (1861-1939) als voorzitter en Graaf Karl zu Leiningen-Billigheim als secretaris (p. 28). De Ariosofie van Guido von List en Jörg Lanz von Liebenfels kwam uit Wenen en de ariosofen pasten een bepaalde theosofie toe op hun völkische ideeën (p.29). Die Geheimlehre werd in 1897-1901 uitgegeven. Guido von List was verschuldigd aan de Berlijnse theosoof Max Ferdinand von Sebaldt en rekende Franz Hartmann, Hugo Göring en Paul Zillmann onder zijn aanhangers. Zillmann was de eerste die Lists en Lanz' werk over esoterische onderwerpen uitgaf (p. 30). Volgens de oud-cisterciënzer monnik Lanz waren de Assyrische mythologische beesten pagatu, baziati in werkelijkheid pygmeeën, met wie het Arische ras bestialiteiten beging en hij publiceerde in 1905 Theozoologie oder die Kunde von den Sodoms-Äfflingen und dem Götter-Elektron. Volgens hem was Adam de eerste pygmee, die een ras van dier-mensen (Anthropozoa) voortbracht. Het grootbrengen van 'liefdes-pygmeeën' zou het doel van de Oudheid zijn geweest en het Oude Testament zou het uitgekozen volk (ariërs) hebben gewaarschuwd voor deze bestiale idolatrie (Jörg Lanz von Liebenfels and Theozoology, p. 93-4). Goden waren eerdere en superieure levensvormen (Theozoa), waarvan de ariërs afstammelingen waren (p. 95). Er waren verschillende gemengde rassen ontstaan tussen de beestmensen en ariërs en de lagere rassen tiranniseerden de ariërs (p. 96). De belangrijkste theosoof onder Lanz´ kennissen was Harald Grävell van Jostenoode (1856-1932). Hij droeg bij aan Lanz´ tijdschrift Ostara (p. 100-101). Lanz begon de Bibeldokumente serie (1907-8) bij uitgever Paul Zillmann. Het tweede nummer Die Theosophie und die assyrischen Menschentiere begon met een selectieve exegese van Die Geheimlehre. Hij onderschreef het geloof in de verzonken continenten Lemurië en Atlantis. Hij gebruikte het theosofische idee van het ontstaan van monsters uit Lemuriers en dieren en vervolgens mensapen uit Atlantiers en de nazaten van eerstgenoemde monsters, voor zijn sexo/racistische gnosis, waarin ariërs gemeenschap zouden hebben met nazaten van mensapen (p. 102). In Die Geschichte der Ariosophie (1929-1930) schreef Lanz dat Atlantiërs, afstammelingen van de Theozoa, hadden geleefd in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan. Hun continent werd overstroomd rond 8000 v.Chr. en de Atlantiërs migreerden oostwaarts in twee groepen. De noordelijke Atlantiërs trokken naar de Britse eilanden, Scandinavië en Noord-Europa, en de zuidelijke Atlantiërs via West-Afrika naar Egypte en Babylonië, waar ze de antieke beschavingen van het Nabije Oosten stichtten. Zo werd in Azië de ariosofische cultus geïntroduceerd (The History of Ariosophy, p. 209). Volgens Lanz waren niet alleen onder meer Eliphas Levi, Gerard Encausse (Papus) ariosofische ingewijden, maar ook Franz Hartmann, Annie Besant, Charles Webster Leadbeater en Blavatsky zelf! (p.213)Goodrick-Clarke, N., Black Sun, Aryan Cults, Esoteric Nazism, and the Politics of Identity (2002). Waar Shamballa het goede, spirituele centrum is in de theosofie, is het het centrum van kwaad en de tegenpool van Agartha in het 'esoterisch nazisme'. Blavatsky beweert haar geheime leer van twee mahatma's uit Tibet te hebben ontvangen, die in de traditie staan van een Lemuro-Atlantische dynastie van priester-koningen, die op het fabelachtige eiland Shamballah verbleven in de Gobi woestijn (p. 80). Volgens Blavatsky waren er verschillende centra van esoterische kennis en inwijding, waaronder de onderaardse stad Agadi in Babylon en de oasis van Shamballah in de Gobi woestijn, waar goddelijke leraren van het arische ras hun heilige leer bewaarden (p. 111). De legende van Agartha werd ontwikkeld door Franse occultisten. Louis Jacolliot (1837-1890) schreef Le Fils de Dieu (1873) over Asgartha, een prehistorische hoofdstad van de zon, zetel van de hoofdpriester van alle brahmanen en de manifestatie van God op aarde. Alexander Saint-Yves d'Alveydre (1842-1909) werkte dit verder uit tot een technologisch en spiritueel superieure gemeenschap van miljoenen geregeerd door een opperpriester. Ferdynand Ossendowski maakte er de mythe van Agartha van, waar de koning van de wereld alle goede mensen van de wereld leidde tegen de kwaden en hij zou mensen sturen in de strijd tegen het kwaad (p. 112). De Franse esotericus René Guénon (1886-1951) schreef Le Roi du Monde (1927), waarin Shamballah werd voorgesteld als 'de Weg van de Linkerhand' en Agartha als de 'weg van de Rechterhand'. Shamballah werd voorgesteld als een stad van geweld en macht en haar machten bevelen de elementen en de massa van de mensheid en versnellen de komst van het 'omslagpunt van tijd' voor de mensheid. Agartha zou daarentegen het centrum zijn van meditatie, een verborgen stad van goedheid, een tempel zonder deelname aan wereldse zaken (p. 116). De neo-nazistische schrijver Russell McCloud schreef Die Schwarze Sonne von Tashi Lhunpo (1991). Goodrick-Clarke schrijft er over: 'But the Nazis (..) made their alliance with Agarthi, for it was their plan to transform men into supermen. The Third Reich, the Second World War and the recent wave of assassinations are thus mere episodes in the perennial battle of Agarthi and Schamballah regarding the destiny of man' (p. 149). De neo-nazi Wilhelm Landig schreef in Götzen gegen Thule (1971) dat Agartha het innerlijke, ondergrondse rijk van contemplatie is, het pad van de rechterhand, waarover de Heer en Koning van de Wereld regeert en dat Shambala de aardse macht, de bron van materiële energieën van het linkerhandse pad is, geregeerd door een Koning van Angst (p. 142). en ze werd zelfs uitgemaakt voor een Russische spionne. Volgens sommige critici is het boek geplagieerd uit standaardwerken over occultisme en hindoeïsme.

miniatuur|Ahu Huri A Urenga, de enige moai met vier handen, op Paaseiland. Volgens Blavatsky maakte Paaseiland deel uit van Lemurië, het verzonken continent van het derde 'Wortelras'. Zij zouden een oog in het achterhoofd hebben gehad en vier armen. Haar kosmogonie gaat over het Niet-iets, het Absolute Al, waaruit een adem kwam, dat een kiem in een 'ei' bevruchtte, dat een 'wereldei' werd en waaruit een 'Logos' (het Woord) werd geboren en daarna een 'gemanifesteerd Heelal'. De wereldscheppingen die zich periodiek voordoen, zijn talloos, zonder begin of eind. De hoogste goden uit de Logos weigerden nakomelingen te scheppen en lagere goden (maanvoorouders) schiepen de mens. In die mens moesten de hogere goden (Lucifer) 'incarneren' om de mens te vervolmaken. Anders zou de mens nooit zijn wereld en z'n eigen oorsprong kunnen onderzoeken. De mens werd tijdens de 'vierde Ronde' hier op een stoffelijk fysieke wereld geboren. Dit is de planeet Aarde, die onzichtbare 'mede bollen' heeft, net zoals de mens naast zijn zichtbare fysiek nog zes onzichtbare 'beginselen' heeft. Deze 'aardketen' van zeven bollen ontstond uit de 'maanketen', waarvan de zichtbare maan de fysieke bol is. De maan is een 'overleden' planeet, waaruit al het leven op de aarde is overgegaan. Dus de maan is de 'moeder' van de aarde.

Daarbij waren ook haar leringen over de antropogenese van dien aard, dat ze zelfs de onbevooroordeelde lezer moesten schokken: Mensen die als schimmen uit 'astrale maanvoorvaderen' geprojecteerd werden, 'Lemuriërs' uit eieren geboren en bezield door 'stralende zonne-engelen', met vier armen en een oog in het achterhoofd, continenten die onder de oceanen verdwenen en mensapen die van mensen en dieren afstamden. Ze zette haar missie door, ondanks het onbegrip en de tegenstand die ze verwachten kon, onder het motto van de Theosophical Society die ze mede in 1875 oprichtte, dat luidt: 'Er is geen religie hoger dan de waarheid.'

Ontstaan, drie principes en vier ideeën van het werk Nicholas Goodrick-Clarke (1953-2012) schreef in The Western Esoteric Traditions (2008) over De Geheime Leer:Nicholas Goodrick-Clarke, The Western Esoteric Traditions (2008), hoofdstuk 11, Helena Blavatsky and the Theosophical Society, p. 219, 223-5