Het 13e Legerkorps (Duits: 13. Armeekorps) was een Duits legerkorps van de Wehrmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het begin van de oorlog vocht het korps in Polen en aan het westelijke front, maar nadien werd het naar het oostfront verplaatst. In juli 1944 werd het korps bij Brody omsingeld en vernietigd.
Krijgsgeschiedenis Tijdens de Poolse Veldtocht vormde het 13e Legerorps, bestaande uit de 10e Infanteriedivisie en de 17e Infanteriedivisie, de rechtervleugel van het 8e Leger. Op de eerste dag brak het 13e Legerkorps door de grensverdediging. Beide divisies rukten op in de richting van Łódź terwijl ze de flank van het 10e Leger beschermden. De volgende dag staken de Duitsers de Prosna over en ze hervatten hun opmars naar het noordoosten. De Polen probeerden de opmars tegen te houden, maar de vuurkracht van de Duitse divisies was te groot. De Luftwaffe bestookte de Poolse eenheden vanuit de lucht. Enkele dagen later vestigde het 13e Legerkorps een bruggenhoofd over de Warte. De opmars van het 8e Leger dreigde het Poolse leger van Posen te omsingelen, want vanuit het noorden naderde het Duitse 4e Leger. Op 9 september 1939 probeerden de Polen de omsingeling te verbreken. In de Slag van de Bzura vielen ze de flank van het naburige 10e Korps aan. De volgende dag raakte ook de 17e Infanteriedivisie betrokken in de gevechten. De Duitsers werden verrast en ze moesten zich met zware verliezen terugtrekken. Het Duitse opperbevel greep onmiddellijk in. Het 10e Leger vertraagde zijn opmars en twee van zijn korpsen werden ter ondersteuning naar het 8ste leger overgebracht. Ondanks deze versterkingen duurde het tot 18 september voor de Polen waren verslagen.
Na de overwinning bij Bzura werd het 13e Legerkorps ingezet bij de belegering van Warschau. Het korps kreeg de beschikking over de 10e Infanteriedivisie, 31e Infanteriedivisie en 46e Infanteriedivisie. Het was de bedoeling dat de drie divisies de belangrijkste aanval op Poolse hoofdstad vanuit het zuiden zouden vormen. Op 25 september 1939 begon de aanval, maar na het bombardement van de Luftwaffe capituleerde Warschau op 27 september 1939.
Bij de inval in de Lage Landen speelde het 13de Korps een ondergeschikte rol. Als deel van het 16e Leger rukten de 17e Infanteriedivisie en de 34e Infanteriedivisie in het spoor van Panzergruppe Kleist op door de Ardennen en zwenkten aan de Maas naar het zuiden om de flank van de doorgebroken pantserdivisies te beschermen. Tijdens de Slag om Frankrijk vormde het korps de rechtervleugel van het 12e Leger. Het korps brak door de Franse verdediging aan de Aisne en veroverde Châlons-sur-Marne. Op het moment van de Franse capitulatie bevond de voorhoede zich bij Chalon-sur-Saône.
In juli 1940 werd het korps, bestaande uit de 17de Infanteriedivisie en de 35e Infanteriedivisie, verplaatst naar Duinkerke. Samen met het 7e Korps zou het 13de Korps de eerste aanvalsgolf vormen van het 16e Leger voor de aanval op Groot-Brittannië. De divisies moesten bij Folkestone aan land gaan. Na de annulatie van operatie Seelöwe werd het korps voor korte tijd verplaatst naar Nederland en vervolgens naar het Generaal-Gouvernement.
Operatie Barbarossa Bij het begin van Operatie Barbarossa, de aanval op de Sovjet-Unie, vormde het 13e Legerkorps, bestaande uit twee infanteriedivisies, de reserve van het 4e Leger. Pas op 29 juni 1941 staken ze de grens over. In de eerste maanden was het korps nauwelijks of niet betrokken bij de gevechten. De beide divisies ruimden in de achterhoede de overgebleven weerstandsnesten van de omsingelde Sovjets op, die aan de aandacht van de andere divisies van het 4de Leger waren ontsnapt. Het ging over kleinschalige acties, meestal op niveau van bataljons of zelfs compagnieën. Dit vertraagde hun opmars en omdat de afstand tussen het korps en de rest van het 4de Leger te groot was geworden, werd het 13e Legerkorps begin juli 1941 aan het 2e Leger overgedragen. Het korps stak de Dnjepr over en het was betrokken bij gevechten rond Tsjernihov en de vernietiging van het 21ste Leger tijdens de opmars van Pantsergroep 2 naar Kiev.
Bij het begin van operatie Taifun, de aanval op Moskou, vormden de twee divisies van het 13e Legerkorps de zuidelijke flank van het 4e Pantserleger. Twee dagen na het begin van de aanval veroverden ze Kirov. Terwijl de pantserdivisies naar het noordoosten afbogen, vervolgde het korps zijn opmars naar het oosten. Op 7 oktober bereikte de voorhoede Suchinici, dat na een kort gevecht werd bezet. Na een korte rustpauze hervatten de beide divisies de aanval en op 10 oktober bereikten ze Kaluga. Na het begin van de herfstregen vertraagde de opmars en bij het begin van de winter kwam de opmars bij Tarusa tot stilstand. Generaal Felber begon met de opbouw van een verdedigingslinie langs de Oka.
Toen op 5 december 1941 het Sovjet-tegenoffensief losbarstte, bleef het aanvankelijk rustig aan het front van het 13e Legerkorps. Pas op 14 december ondernam het 49e Leger enkele pogingen om de verdediging te doorbreken, maar de Duitsers hielden stand. De volgende dagen concentreerden de Sovjets hun aanvallen op de 2e Pantsergroep rond Toela en aan het front van het 13e Legerkorps, maar ze boekten nauwelijks vooruitgang. Op 21 december 1941 veroverden de Sovjets Kaluga en dwongen het 43e Korps tot de terugtocht. Het 13e Legerkorps verloor het contact met zijn zuidelijke buur en generaal Felber beval een terugtocht. Ski- en cavalerietroepen van het Rode Leger stortten zich in de bres tussen de beide korpsen. Generaal Felber trok zich verder terug naar Maloyoaroslavets en uiteindelijk naar Medyn. In de verwarrende gevechten van januari en februari 1942 hield het korps stand. Ze bouwden een ononderbroken front op, vernietigden de doorgebroken Sovjet-divisies en zuiverden de achterhoede van parachutisten en partizanen.
Fall Blau In juni 1942 nam het 13e Legerkorps als onderdeel van het 4e Pantserleger deel aan Fall Blau. Het korps, dat de noordelijke flank van het leger vormde, bestond uit 1 pantser- en twee infanteriedivisies. De opmars verliep snel en begin juli 1942 bereikten ze de Don. Na de verovering van Voronezh droeg generaal Straube de pantserdivisie over aan het 24e Korps. Het 13e Legerkorps bleef achter en kreeg de taak om de noordelijke flank te beschermen. Generaal Straube vormde een linie ten noorden van Voronezh. Zijn drie divisies (385e Infanteriedivisie, 82ste Infanteriedivisie en 88e Infanteriedivisie) verdedigden een frontlijn van meer dan 90 kilometer. De verdediging langs de Don ten zuiden van de stad was in handen van het Hongaarse 2e Leger. Het front bleef relatief ongewijzigd van juli 1942 tot februari 1943.
Na de nederlaag van het 6e Leger bij Stalingrad en de ineenstorting van het Hongaarse 2e Leger was de posities van het Duitse 2e Leger niet langer houdbaar. Op 24 januari 1943 begon aan het Voronezh-front het Voronezh-Kastornoje-offensief. De Sovjets braken door de verdediging van de 82e Infanteriedivisie en ze maakten op 28 januari contact met de tanks van het zuidwestfront, die de Hongaren hadden vernietigd. Het grootse deel van het 13e Legerkorps en het 7e Korps was omsingeld bij Kasternoye. De Sovjets verzuimden echter om hun eenheden te concentreren tegen de omsingelde eenheden en daarom konden de Duitsers uitbreken. Tijdens de uitbraak moesten ze wel het grootse deel van hun voertuigen, voorraden en zware wapens achterlaten.
Het gedecimeerde 13e Legerkorps werd samen met de rest van het 2e Leger verder naar het westen gedreven. De Duitsers voerden haastig versterkingen aan. De 327e Infanteriedivisie werd aan het korps toegevoegd samen met twee pantserdivisies. Uiteindelijk stabiliseerde het front zich in maart 1943 ten westen van Koersk. Het 13de korps vormde de linkervleugel van het 2e Leger en het verdedigde de westelijke rand van de saillant bij Koersk. Het 2de leger nam niet deel aan operatie Citadel, maar het was de bedoeling dat als het offensief was geslaagd de divisies van het 2e Leger de omsingelde Sovjets zouden vernietigen.
Op 26 augustus 1943 begon het Centrale Front met de aanval op het 2e Leger als onderdeel van het Djnper-offensief. Aanvankelijk hield het 13e Legerkorps stand en de Sovjets waren gedwongen om hun reserves vroeger dan gepland in te zetten. Het korps werd aangevallen door twee legers en een tankkorps. Uiteindelijk brak de verdediging op 29 augustus. Tijdens de terugtocht verloor het korps contact met het 2e Leger en het kwam in de sector van het 4e Pantserleger terecht. Veldmaarschalk von Manstein greep in. Hij verving luitenant-generaal Siebert door luitenant-generaal Hauffe en het korps werd aan het 4e Pantserleger toegevoegd. De nieuwe commandant zorgde ervoor dat de terugtocht niet in een vlucht ontaardde. De drie divisies van het 13de korps trokken zich terug achter de Dnjepr ten noorden van Kiev, maar ook deze posities moesten ze in oktober 1943 opgeven.
Op 3 november 1943 brak het 1e Oekraïense Front vanuit het bruggenhoofd ten noorden van Kiev door de verdediging van het 13e Legerkorps. Op 6 november 1943 werd Kiev bevrijd. Op 11 november 1943 veroverde het 3e Gardepantserleger Zjytomyr, waardoor het een bres sloeg tussen het 13e Legerkorps en het 59e Legerkorps. De legers van het 1e Oekraïense Front waren echter verspreid en de Duitsers zagen een kans. Gesteund door de infanteriedivisies van het 13e Legerkorps ging het 48e Pantserkorps in de tegenaanval. De Sovjets werden teruggedreven en de bres werd gedicht.
Terugtocht naar Brody Op 24 december 1943 begon het winteroffensief van het 1e Oekraïense Front. De Sovjetlegers braken op twee plaatsen door het Duitse 4e Pantserleger. In het zuiden liepen het 38e Leger en het 40e Leger het Duitse 46e Pantserkorps onder de voet en ze rukten op in de richting van Vinnitsa. Meer naar het noorden sloegen het 18e Leger en het 1e Gardeleger een bres in de linie van het 13e Legerkorps. Het 1e Oekraïense Front wierp het 3e Garde-tankleger in de opening en de tanks rukten op in de richting van Zjytomyr, dat op 31 december 1943 werd veroverd. Het 13e Legerkorps, dat uit een samenraapsel van drie onderbemande divisies bestond, was niet opgewassen tegen deze overmacht en het verloor het contact met zijn buren.
Veldmaarschalk von Manstein beschikte niet over voldoende reserves om beide bressen te dichten en daarom concentreerde hij zich op de zuidelijke aanval, die op dat ogenblik het grootste gevaar vormde. Deze aanval dreigde de terugtocht van Legergroep Zuid af te snijden. Het 59e Korps en het 13e Legerkorps kregen de opdracht om zich terug te trekken, de noordelijke aanval te vertragen en een nieuwe verdedigingslinie te vormden. Voor deze taak waren er geen reserves beschikbaar, waardoor de opdracht bijna onmogelijk kon worden uitgevoerd.