De opkomst van Macedonië van een klein koninkrijk bij de grenzen van Griekenland tot een rijk dat de volledige Hellenistische wereld zou domineren gebeurde in 25 jaren, tussen 359 en 336 voor Christus. Dit is voor een groot deel toe te schrijven aan de persoonlijkheid en beleid van Philippus II (heerste van 359-336 v.Chr.). Naast het gebruiken van efficiënte diplomatie en huwelijksallianties om zijn politieke doelen te bereiken, reorganiseerde Philippus ook het Macedonische leger naar een efficiënt oorlogsleger. De Macedonische falanx werd het belangrijkste deel van het Macedonische leger tijdens zijn heerschappij en de daaropvolgende Hellenistische periode. Zijn leger en ingenieurs maakten ook erg veel gebruik van belegeringswerktuigen.

Macedonië was tijdens de heerschappij van Philippus eerst bezig met oorlog te voeren tegen plunderende Illyriërs en Thraciërs. De belangrijkste onder Philippus' Thracische vijanden was de heerser Kersebleptes, die mogelijk een alliantie had gesloten met Athene. In een serie veldtochten die duurden van 356 tot 340 v.Chr. kon Philippus uiteindelijk Kersebleptes onderwerpen als een vazal, waardoor hij veel van Thracië veroverde en nieuwe steden stichtte zoals Philippi en Philippopolis. Philippus vocht ook tegen de Illyrische koning Bardylis, die Macedonië zelf bedreigde, en tegen Grabos en Pleuratus.

Philippus hield uiteindelijk veldtochten tegen de stadstaat Athene en haar bondgenoten in het Egeïsche Zeegebied, maar ook tegen Thebe, nadat ze haar hegemonie over Griekenland had verloren. Bij de verdediging van de Amphictionie van Delphi in samenwerking met de Thessalische Bond, werd Macedonië de belangrijkste speler tijdens de Derde Heilige Oorlog (356-346 v.Chr.), waarbij hij de Phokiërs versloeg in de slag op het Krokusveld in 352 voor Christus. Terwijl hij klaar was om Athene onmiddellijk aan te vallen in 346 v.Chr. werd er een Atheense ambassade naar de koning gestuurd om een vredesverdrag te sluiten, bekend als de Vrede van Philocrates. Als resultaat werden Athene en Macedonië bondgenoten, maar Athene moest wel Amphipolis aan de Macedoniërs overlaten.

De Vrede van Philocrates kwam uiteindelijk tot een einde toen de vijandelijkheden tussen Athene en Macedonië hernomen werden. Demosthenes, een Atheense staatsman die verantwoordelijk was geweest voor het vredesverdrag, gaf een toespraak om de Atheners aan te moedigen om zich opnieuw tegen Philippus te verzetten. De Macedoniërs versloegen de Atheners, samen met de Thebanen echter bij Chaeronea beslissend, waardoor Macedonië de hegemonie over Griekenland verkreeg. In de nasleep hiervan werd de Korinthische Bond gesticht, waardoor de Grieken nu bondgenoten van de Macedoniërs waren geworden. Philippus stond aan het hoofd van de Korinthische Bond voor de geplande invasie in Perzië. Philippus werd echter vermoord voor hij op veldtocht kon gaan, een taak die in plaats daarvan naar zijn opvolger ging, Alexander de Grote.

Bronnen thumb|Marmeren buste van de Atheense staatsman Aeschines. Intacte en relatief gedetailleerde verhalen over Griekenland, zoals Herodotus' Historiën, Thucydides' De Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog, of Xenophons Hellenica gaan over de periode van ongeveer 500-362 voor Christus. Er zijn geen overblijvende verhalen over deze periode (359-336 v.Chr.). De belangrijkste bron voor deze periode is Diodorus Siculus met zijn Bibliotheca Historica, geschreven in de eerste eeuw voor Christus, die daardoor een secundaire bron is. Diodorus wijdt boek XVI toe aan de periode van Philippus' heerschappij, maar dit erg gecomprimeerd, en dit boek geeft ook details van gebeurtenissen tijdens dezelfde periode die ergens anders plaatsvonden. Diodorus wordt vaak bespot door moderne historici door zijn stijl en onaccuraatheden, maar hij zorgt voor veel details van de oudheid die nergens anders kunnen gevonden worden. Diodorus vatte vooral het werk van andere historici samen, waardoor hij veel details die zij hadden gegeven wegliet; hierdoor bevat zijn relaas over deze periode veel gaten.

Een ander overgebleven werk over deze periode is Justinus' Epitome Historiarum Trogi Pompeii. Justinus' samengevatte werk bevat ook veel samengeperste informatie van de niet langer bestaande bronnen en beslaat ook niet enkel Philippus' heerschappij, maar ook de geschiedenis van Macedonië voor hem, de daden van Philippus' zoon, Alexander de Grote, en zijn Diadochen (opvolgers) tijdens de Hellenistische periode. Deze overgebleven verhalen zijn aangevuld door fragmenten van andere verhalen, waaronder Theopompus' geschiedenis van Philippus en door andere bronnen uit die tijd.

Buiten het relaas van Diodorus en Justinus kunnen verdere details over Philippus' veldtochten gevonden worden in de redevoeringen van Atheense staatsmannen, voornamelijk Demosthenes en Aeschines, die intact gebleven zijn. Omdat deze redevoeringen niet bedoeld waren om historisch materiaal te zijn, moeten ze behandeld worden met grote omzichtigheid, vooral door de identiteit van de auteurs. Demosthenes en Aeschines worden beschreven als "een paar leugenaars, waarvan er bij geen enkele vertrouwen in gelegd kan worden dat ze ooit de waarheid spraken bij elke zaak waarin het in zijn belang was om te liegen". Bijvoorbeeld de Vrede van Philocrates is vooral bekend vanuit hun oraties die gemaakt waren in 343 voor Christus, toen Demosthenes Aeschines liet vervolgen voor zijn betrokkenheid bij het maken van het vredesverdrag. In zijn toespraak plaatst Aeschines zich als kampioen van het vredesverdrag, hoewel hij feitelijk de vrede had willen tegenhouden; omgekeerd plaatst Demosthenes, die een voorstander was geweest van het vredesverdrag in 346 voor Christus, zichzelf als een lid van de "oorlogspartij". De argumenten die in de toespraken worden aangevoerd, verwijzen daarom naar de politieke situatie in 343 voor Christus, en niet naar de situatie toen het verdrag werd gesloten, waardoor de feitelijke historische discussies nogal moeilijk kunnen worden gebruikt.

Achtergrond Griekenland in de vroege vierde eeuw voor Christus thumb|250px|De Thebaanse hegemonie; de machtsblokken in Griekenland in het decennium voor 362 voor Christus.

In de nasleep van de Peloponnesische Oorlog had de militaristische stadstaat Sparta haar hegemonie over Griekenland kunnen instellen. Deze stand van zaken was helemaal niet naar de zin van de Griekse stadstaten die traditioneel onafhankelijk waren geweest, en leidde onmiddellijk tot de Korinthische Oorlog van 395-387 voor Christus. Sparta kwam als overwinnaar uit de strijd met haar hegemonie die nog steeds intact was, ook al was dat enkel een gevolg van Perzische interventie, die leidde tot de zogenaamde Koningsvrede. De fragiliteit van de Spartaanse dominantie werd echter gedemonstreerd in het volgende decennium, toen de Thebanen een opstand tegen de Spartanen zouden leiden. De Spartanen konden de opstand niet neerdrukken, wat leidde tot een onafhankelijk Thebe. Toen, na verschillende jaren van onsamenhangende conflicten, vochten de Thebanen eindelijk tegen de Spartanen te Leuktra (371 v.Chr.), en brachten onder leiding van Epaminondas de Spartanen een weergaloze nederlaag toe, waarbij ze de Spartaanse koning Kleombrotos I doodden.

Na deze overwinning viel Epaminondas in 370 v.Chr. de Peloponnesus binnen en begon de Spartaanse dominantie te ondermijnen. De Spartaanse macht rustte op de gedwongen arbeid die de heloten van Messenië moesten verrichten, wat ervoor zorgde dat de volledige mannelijke Spartaanse bevolking zich kon toewijden aan oorlogsvoering. Dit militair trainingssysteem had eerder Sparta toegelaten om macht te hebben over de heloten, die veel groter van aantal waren dan de Spartanen zelf. Maar na hun verliezen bij Leuktra konden de Spartanen Epaminondas' invasie niet weerstaan, en hij marcheerde naar Messenië en bevrijdde de heloten, waardoor hij Sparta voor altijd verzwakte. Toen begonnen de Thebanen hun invloed over Griekenland uit te breiden, waardoor ze de Spartaanse hegemonie vervingen door hun eigen hegemonie voor de volgende 9 jaar. In 362 v.Chr. viel Epaminondas voor de vierde keer de Peloponnesus binnen. Bijna elke staat van Griekenland was hierbij betrokken, hetzij als bondgenoot of als tegenstander. Epaminondas versloeg de Spartanen opnieuw bij Mantinea, maar hij sneuvelde wel zelf, en de Thebaanse verliezen waren zwaar. Xenophon suggereert dat

De jaren van conflicten die resulteerden uit de Thebaanse pogingen om Griekenland te reorganiseren hadden ervoor gezorgd dat het land oorlogsmoe en uitgeput was; er werd daarom vrede gesloten tussen alle stadstaten in Griekenland (uitgezonderd een weerspannig Sparta) in de nasleep van Mantinea. Door de dood van Epaminondas en het significante verlies van mannen bij Mantinea, keerden de Thebanen terug naar hun meer traditionele defensieve beleid, en binnen enkele jaren had Athene hen vervangen als belangrijkste speler in het Griekse politieke systeem, en de Thebaanse invloed vloeide snel weg. Het waren de Atheners, en hun Tweede Delisch-Attische Zeebond die Macedoniës rivalen zouden zijn voor de controle over het land ten noorden van de Egeïsche Zee.

thumb|Expansie van Macedonië onder Philippus II.

Philippus' klim naar de macht

In 360 v.Chr. werd het Macedonische leger onder Perdikkas III verslagen door de stam de Dardani uit Illyrië; Perdikkas werd samen met 4.000 troepen gedood. De Illyriërs maakten zich klaar om Macedonië binnen te vallen; ondertussen waren de Paioniërs Macedonisch grondgebied aan het plunderen, en de Thraciërs maakten zich klaar om Macedonië binnen te vallen om Pausanias te helpen, die aanspraak maakte op de troon, net zoals de Atheners, die een andere persoon die aanspraak maakte op de troon te helpen: Argeus.

De erfgenaam van Perdikkas, zijn zoon Amyntas IV, was op dat moment nog een kind. Philippus, de enige overlevende zoon van Amyntas III was daarom de duidelijke kandidaat om over Macedonië te heersen en werd tot koning uitgeroepen door het leger. Het is ook mogelijk dat hij uitgeroepen werd als regent voor zijn neef Amyntas IV, en zich later de troon toe-eigende. Hoe dan ook, Philippus werd in 359 v.Chr. heerser van Macedonië om het land van de ondergang te redden.

Macedonische wederopstanding (359–358 v.Chr.) Heropbouw van het leger thumb|Geschilderde afbeelding van een soldaat die een linothorax draagt. Philippus' prioriteit was om het leger te herstellen, en om het moraal van zowel het leger als het volk terug op peil te brengen. Hij hield een serie bijeenkomsten met de Macedonische inwoners en kon zo hun moraal weer herstellen. Hij hertrainde zijn mannen grondig met nieuwe tactieken en uitrustingen. Hij voerde het gebruik van de falanx in bij de Macedonische infanterie, en rustte zijn troepen uit met 6 meter lange speren (sarissai). Normaal waren de Griekse speren (dorata) slechts 2 tot 3 meter lang.

Diplomatie Op hetzelfde moment begon Philippus ook met diplomatie. Hij kocht Berisades, zoon van Cotys I, de Thracische koning, om om de Thracische aanhang bij Pausanias te laten wegvallen, en kon hierdoor de Thracische invasie voorkomen. Hij kocht ook de Paioniërs om. Het is ook mogelijk dat hij een vredesverdrag sloot met de Dardanische koning Bardylis, waarbij hij enkele grote delen van Macedonië verloor in ruil voor de vrede. Hoewel er geen bewijs overblijft van zo'n verdrag, is het waarschijnlijk dat de Illyriërs niet verder oorlog voerden met de Macedoniërs omdat er zo'n verdrag gesloten was. Philippus trouwde ook met Bardylis' dochter (of nicht), wat deel kan uitgemaakt hebben van het verdrag. Hoe dan ook gaf Philippus' diplomatie Macedonië wat ademruimte en tijd om te herstellen.

Slag bij Methone thumb|Macedoniës buren in de oudheid.