Tazoudasaurus is een geslacht van sauropode dinosauriërs behorend tot de klade Gravisauria, dat tijdens het midden tot late Onder-Jura (Pliensbachien-Toarcien,Montenat c., Monbaron M., allain r., aquesbi n., deJax J., hernandez J., russell d. & taquet p. 2005. — Stratigraphie et paléoenvironnement des dépôts volcano-détritiques à dinosauriens du Jurassique inférieur de Toundoute (Province de Ouarzazate, Haut-Atlas – Maroc). Eclogae Geologicae Helvetiae 98: 261-270. ca. 190,8 - 174,1 miljoen jaar geleden (Ma))Gradstein, F.M., Ogg, J.G., Schmitz, M.D. & Ogg, G.M., 2012. A Geologic Time Scale 2012, Elsevier, . leefde in Marokko. De enige benoemde soort is Tazoudasaurus naimi.
Vondst en naamgeving Meer dan zeshonderd beenderen van minstens tien jonge tot volwassen individuen van Tazoudasaurus werden in 2000https://web.archive.org/web/20181005194843/http://fossilworks.org/bridge.pl?a=collectionSearch&collection_no=56129&is_real_user=1 door een team wetenschappers uit Frankrijk, Zwitserland, Noord-Afrika en de Verenigde Staten ontdekt in de Douar de Tazouda, dicht bij het dorp Toundoute in de provincie Quarzazate (Hoge Atlas van Marokko). De geslachtsnaam Tazoudasaurus verwijst naar de vindplaats Douar of Tazouda, het achtervoegsel saurus is afgeleid van het Griekse sauros (hagedis). De soortaanduiding naimi is afgeleid van het Arabisch voor 'slank', om de voor een sauropode kleine lichaamsomvang te benadrukken.
De vondsten zijn het resultaat van het in 1999 opgestarte Dinoatlas Project waarin men gedurende vijf jaar nieuw veldwerk uitvoerde in de Jurasedimenten van de Hoge Atlas in Marokko. De resultaten van dit project zijn de enige die het gebrek aan nieuwe gegevens van de Afrikaanse dinosauriërfauna uit deze periode aanvullen, buiten dan het onderzoek dat verricht werd naar eerder verzamelde beenderen in het Afrikaanse Jura.Monbaron M., Russell D. A. & Taquet P. 1999. — Atlasaurus imelakei, n. g., n. sp., a brachiosaurid-like sauropod from the Middle Jurassic of Morocco. Comptes Rendus de l’Académie des Sciences 329: 519-526Knoll F. & Battail B. 2001. — New ornithischian remains from the Upper Elliot Formation Lower Jurassic) of Lesotho and stratigraphical distribution of southern African fabrosaurids. Geobios 34: 415-421.Knoll F. 2002. — New skull of Lesothosaurus (Dinosauria: Omithischia) from the Upper Elliot Formation (Lower Jurassic) of southern Africa. Geobios 35: 595-603.Rauhut, O. 2005. — Post-cranial remains of “coelurosaurus” (Dinosauria, Theropoda) from the Late Jurassic of Tanzania. Geological Magazine 142: 97-107. Het Dinoatlas Project leverde twee nieuwe taxa op : de vulcanodontide Tazoudasaurus en de abelisauroïde Berberosaurus. De wetenschappelijke papers volgend uit het project werden ondersteund door de National Geographic Society, de Agence Universitaire de la Francophonie, het Ministry of Energy and Mines of Morocco en de Fondation des Treilles. Het Museum voor Natuurlijke Historie van Marrakech was op verschillende gebieden zeer ondersteunend en behulpzaam.
Geologie De beenderen van Tazoudasaurus werden aangetroffen in de onderste (vindplaats To2 of A) en bovenste (vindplaatsen To1/Pt of B en To1') beenderlagen van de Toundoute continental series uit het midden tot late Onder-Jura (Pliensbachien-Toarcien) van de Douar de Tazouda, dicht bij het dorp Toundoute in de provincie Quarzazate (Hoge Atlas van Marokko). De Toundoute continental series is een pakket continentale afzettingen dat mariene dolomietlagen van dezelfde ouderdom als de Lias Group van Europa concordant'Concordant' is een begrip uit de geologie en betekent dat twee sedimentaire gesteentelagen parallel op elkaar afgezet zijn en dat er dus tussen de gelaagdheid van beide geen hoekverschil zit. bedekt en is het stratigrafisch equivalent van de Azilalformatie en van de Wazzantformatie (Toarcien tot Vroeg-Aalenien). Vindplaats A bevindt zich in een conglomeraat zandsteen in een fossiele stroombedding. Vindplaats B bevindt zich in fijnkorrelige zandsteen en is een fossiele modderstroom die gevormd werd toen een rivier buiten haar oevers trad. Het is dertig meter boven vindplaats A gesitueerd.
Beschrijving Uitmuntende fossilisatie en preservatie en een overvloed aan osteologische gegevens van de ons momenteel bekende Tazoudasaurus-specimina maken een gedetailleerde reconstructie van het volledige skelet mogelijk, de schedel uitgezonderd. Het skelet, dat nagenoeg volledig bekend is, vertegenwoordigt een combinatie van plesiomorfe en apomorfe sauropodomorfe kenmerken.
Grootte Volgens The Princeton Fuild Guide to Dinosaurs (Paul, 2016)Paul, G.S., 2016. The Princeton Fuild Guide to Dinosaurs, 2nd edition. Published by Princeton University Press, 6 Oxford Street, Woodstock, Oxfordshire OX20 1TR, United Kingdom. , 360 pp. had Tazoudasaurus naimi een lengte van circa 10 meter en een gewicht van circa 3,7 ton in het volwassen stadium.
Holotype en onderscheidende kenmerken De beenderen van het holotype zijn afkomstig van één individu. Ze bestaan uit de linkeronderkaak (CPSGM To1-275), het linkerpostorbitaal been (CPSGM To1), het rechtervierkantsbeen (CPSGM To1), een tand (CPSGM To1-20), drie ruggenwervels in anatomisch verband uit het midden van de wervelkolom (CPSGM To1-38), een distale chevronDe Nederlandstalige benaming voor het Franse "chevron" is h(a)emaalboog, de directe vertaling van arcus haemalis. Behalve bij dinosauriërs en vele andere reptielen komen ze ook bij sommige zoogdieren voor (bv. kangoeroes). Chevrons bestaan uit gepaarde en verbonden beenstructuren aan de ventrale zijde van de staartwervels. Samen vormen die overdwars een boogvorm. Door die boog lopen de aders en zenuwen. De verbinding aan hun uiteinde kan weer als een enkelvoudige structuur verder uitsteken, meestal naar achteren of, zoals bij Diplodocus, ook nog naar voren. Als de structuren niet verbonden zijn heten ze geen "chevron". Een dergelijke losse helft wordt daarom processus haemalis genoemd ("h(a)emaaluitsteeksel"). De functie van de chevrons is het beschermen van zenuwen en bloedvaten wanneer het dier bv. op de staart steunt of de staart over de grond sleept. (CPSGM To1-129), het rechterschaambeen (CPSGM To1-103), het rechtersprongbeen (CPSGM To1-31), het laatste kootje van een tweede teen (CPSGM To1-114) en het tweede middenvoetsbeen van de linkervoet (CPSGM To1-265).
Tazoudasaurus vertoont de volgende onderscheidende kenmerken (autapomorfieën): uit de posterodorsale rand'De posterodorsale rand' betekent het achterste gedeelte van de bovenkant van de rand. van het postorbitaal been'Het postorbitaal been' is een been dat achter de oogkas gelegen is. steekt een dunne benige plaat, het foramen magnum (het achterhoofdsgat) is ellipsvormig en staat verticaal, de presacrale wervels'Presacrale wervels' zijn wervels die vóór het heiligbeen (sacrum) gelegen zijn. hebben geen lamina centropostzygapophysealis,Een 'lamina' is een lamel of beenplaat. de achterste chevrons zijn vooraan verbonden en achteraan gevorkt en hebben niet-samengegroeide voorste en achterste uitsteeksels, de rangschikking van de vingerkootjes is 2-3-2-2-2 en op het voorste oppervlak van het proximale uiteinde van middenvoetsbeen IV bevindt zich een mediale knobbel.
Schedel Van de schedel is weinig bekend. Men vond enkel losse fragmenten van het schedeldak en van de hersenpan.
Het voorhoofdsbeen is vooraan gebroken en het parietaal been (wandbeen)De wandbeenderen vormen bij dinosauriërs de achterste bovenkant van de schedel. achteraan, en deze zijn dus onvolledig. De meeste contactpunten met de omliggende beenderen zijn beschadigd waardoor de ligging ten opzichte van het postorbitaal been, het squamosum, het prefrontaal beenHet prefrontaal been ligt schuin vơơr het voorhoofdsbeen (frontaal been). en het supraoccipitaal beenHet supraoccipitaal been is een centraal bot in het bovenste gedeelte van het achterhoofd. onduidelijk is. Het wandbeen heeft geen voorlangs uitsteeksel dat met het postorbitaal been contact maakt. Dit is een kenmerk van "Prosauropoda". Het postorbitaal been maakt achteraan contact met het squamosum door middel van een dunne, brede benige plaat die waarschijnlijk het voorste uitsteeksel van het squamosum zijdelings overlapte. Dit kenmerk verschilt van de typische slisverbinding tussen postorbitaal been en squamosum bij andere sauropoden. In achteraanzicht is het bovenste twee derde van de schacht van het vierkantsbeen licht zijdelings gebogen, zoals bij Plateosaurus.Meyer, H. von, 1837, "Mittheilungen an Prof. Bronn gerichtet", Neues Jahrbuch für Mineralogie, Geognosie, Geologie und Petrefaktenkunde 1837: 314-317 ["Plateosaurus Engelhardti", p. 316]. Het oppervlak van het vierkantsbeen is achteraan vlak tot bijna convex overlangs en mist de fossa (groeve), welke in andere sauropoden wel aanwezig is.
Onderkaak Van Tazoudasaurus werd een volledige linkeronderkaak (CPSGM To1-275), het middelste deel van het rechterdentarium en het voorste gedeelte van het linkerdentarium van een ander individu (MHNM To1-223) gevonden. De linkeronderkaak is verpletterd te hoogte van de laatste drie tandkassen. Het achterste gedeelte van het tandbeen en het grootste deel van het spleniaal been zijn beschadigd.Het 'spleniaal been' is een klein been in de onderkaak van reptielen, amfibieën en vogels. Het bevindt zich meestal aan de linguale zijde (het dichtst bij de tong), aan de binnenzijde van het dentarium. Het achterste deel van de onderkaak, het angulair been,Het angulair been is een groot been in de onderste achterste buitenste onderkaak van reptielen, amfibieën en vogels en is met alle andere beenderen van de onderkaak verbonden. het pre-articulair been en het surangulairHet surangulair of supra-angulair been is een been dat zich meestal boven achter in de onderkaak van de meeste landvertebraten bevindt, behalve bij zoogdieren. Het surangulair been is met alle andere beenderen van de onderkaak verbonden. been inbegrepen, staat ongeveer 45° dorsaal gedraaid ten opzichte van de tandenrij, maar het is niet vervormd en de samenstellende beenderen zijn nog in anatomisch verband.
Zoals bij andere sauropoden bevond het kaakgewricht zich vermoedelijk onder het niveau van de tandenrij. Het coronoïdHet coronoïd is een dun rechtopstaand, driehoekig en afgeplat uitsteeksel op de dorsale zijde van de achterste onderkaak. en het os articulare zijn niet gepreserveerd. De symfyse (samengroeiing) van het tandbeen is niet in anatomisch verband wat op een zwakke verbinding tussen het linker- en rechtergedeelte van de onderkaak wijst. Door de beperkte inwaartse kromming van het tandbeen vormt de onderkaak in dorsaal aanzicht eerder een V in tegenstelling tot de U-vorm bij latere sauropoden (bv. OmeisaurusYoung C.-C. 1939. On a new sauropoda, with notes on other fragmentary reptiles from Szechuan. Bulletin of the Geological Society of China 19: 279-315. en Shunosaurus), maar de tip van de samengevoegde linker- en rechtergedeeltes van de onderkaak is meer afgerond dan bij prosauropoden. Proportioneel is de onderkaak extreem dun en is het diepste in het gebied van de uitwendige fenestra.Het Latijnse fenestra duidt op een kleine opening in een anatomische structuur. Alhoewel dit fenestra vooraan beschadigd is, was het bij Tazoudasaurus duidelijk aanwezig en vóór het surangulair been gelegen. Vooraan was het waarschijnlijk begrensd door het tandbeen en aan de onderkant door het angulair been.
Tandbeen