thumb|Waarschijnlijke route van OB-R-941

LANSA-vlucht 508 was een binnenlandse lijnvlucht van de Líneas Aéreas Nacionales S.A. (LANSA) tussen Lima en Pucallpa, uitgevoerd met een Lockheed L-188 Electra met vliegtuigregistratie OB-R-941. Op 24 december 1971 raakte het toestel in een hevige onweersbui boven het Amazoneregenwoud, werd door de bliksem getroffen en vloog in brand, waarna het vliegtuig uiteenbrak en neerstortte in het oerwoud. Van de 92 inzittenden, 6 bemanningsleden en 86 passagiers, overleefde slechts één persoon de ramp: de 17-jarige Duitse Juliane Koepcke.

Het ongeluk LANSA-vlucht 508 vertrok kort voor het middaguur op 24 december 1971 vanaf de internationale luchthaven Aeropuerto Internacional Jorge Chávez in Lima, op weg naar Iquitos in het noordoosten van Peru, met een geplande tussenstop in Pucallpa. Tijdens de vlucht op een kruishoogte van 6.400 meter boven zeeniveau raakte de Lockheed L-188A Electra in een gebied met zware onweersbuien en hevige turbulentie. Het toestel werd door de bliksem getroffen in de rechtervleugel, waardoor brand uitbrak en het vliegtuig ernstige structurele schade opliep. Zowel de rechtervleugel als een deel van de linkervleugel braken in de lucht af. Uit latere analyse van de vluchtrecorder bleek dat het uiteenvallen rond 12:45 uur plaatsvond, ongeveer vijftien minuten voordat het toestel in Pucallpa had moeten landen. Het brandende wrak stortte neer in de jungle van het bergachtige gebied in Puerto Inca.

De enige overlevende De enige overlevende was de 17-jarige Juliane Koepcke die nog vastgesnoerd in haar vliegtuigstoel, ongeveer 3 kilometer neerviel in het Amazoneregenwoud. Ze overleefde de val met onder meer een gebroken sleutelbeen, een gescheurde kruisband in haar linkerknie, een diepe snijwond aan haar rechterarm en een hersenschudding. Een uur na de val kwam ze weer bij bewustzijn. De daaropvolgende elf dagen baande ze zich een weg door de dichte jungle, waarbij ze een beek volgde stroomafwaarts totdat ze een verlaten hut van lokale jagers vond. Kort daarna ontdekten de eigenaren haar en brachten haar per kano terug naar de bewoonde wereld.

De overleving Over hoe Koepcke de enorme val kon overleven, is in de loop der jaren veel gespeculeerd. Meerdere factoren hebben waarschijnlijk een rol gespeeld. Allereerst droeg ze haar stoelriem, en de rij van drie stoelen waarin ze zat werd als geheel uit het vliegtuig geslingerd. Wat er op dat moment met haar moeder en de andere passagier naast haar gebeurde, is nooit opgehelderd. Vermoedelijk begon de stoelrij vervolgens te rondtollen, waardoor deze naar analogie van een helikopterrotor of een esdoornzaadje als een valscherm werkte en de valsnelheid aanzienlijk verminderde.

Een tweede mogelijke factor is dat de onweersbui een krachtige opwaartse luchtstroming veroorzaakte, die de val verder afremde. Daarnaast stonden de bomen op de plek waar Koepcke neerkwam dichter op elkaar dan elders in het oerwoud, met kruinen die dicht begroeid waren met lianen, wat de klap eveneens verzachtte. Ten slotte had ze het geluk rechtop te landen, met de stoelen onder zich.

Nasleep In de jaren na de ramp bouwde Koepcke een carrière op als wetenschapper. Ze is werkzaam als bioloog bij de Zoologische Staatssammlung München en heeft de Peruaanse en Duitse nationaliteit. In 2011 beschreef ze haar ervaringen in het boek Als ich vom Himmel fiel.

LANSA-vlucht 508 LANSA-vlucht 508