miniatuur|Zuiderzee, titelblad Zuiderzee is een roman van de Nederlandse prozaschrijver en dichter Jef Last. Zuiderzee verscheen in 1934 en is Lasts vierde roman. Het verhaal speelt zich af op het visserseilandje Urk dat onder invloed van de Zuiderzeewerken vasteland zou worden. Last zoomt daarbij in op een aantal personages die allemaal op de een of andere manier bij die werken en de sociale implicaties daarvan betrokken zijn. Met die thematiek is Zuiderzee te plaatsen binnen een levendige traditie aan Zuiderzeeromans, waarbinnen ook Het getij verloopt (1937) en Aan dood water (1938) van K. Norel te noemen zijn.
Paratekst De titel verwijst naar de Zuiderzee die in de loop van de twintigste eeuw werd afgesloten tijdens de Zuiderzeewerken.
De eerste druk uit 1934 heeft een sobere cover zonder illustraties en verscheen bij N.V. Em. Querido's Uitgevers-MIJ. Deze druk bevat een nawoord van Jef Last waarin hij toelicht dat de karakters van de personages niet overeenkomen met de personen in de werkelijkheid. Deze mededeling perkt dus de verwijzing naar de werkelijkheid in, met als paradoxaal gevolg dat hij juist het realiteitsgehalte verhoogt. Vervolgens beseft Last dat het dialectgebruik moeilijkheden veroorzaakt bij de lezer, maar hij heeft geprobeerd om toch zo veel mogelijk de Urkse en Friese karakterisering te behouden. Ten slotte vermeldt hij de vindplaatsen van zijn bronnenmateriaal. Het nawoord wordt gevolgd door een woordverklaring waarin woorden uit het Urkse en Friese dialect geduid worden, alsook afkortingen en Latijnse, Engelse en Franse citaten.
De herziene uitgave van 1939, in de serie De salamander van Querido's Uitgeverij, bevat een voorwoord van André Gide waarin hij zijn ontmoeting en vriendschap met Last beschrijft en hem op anekdotische wijze karakteriseert.
Personages Hoofdpersonages Theun: Friese visser, heeft homoseksuele gevoelens voor zijn boezemvriend Auke Auke: Friese visser, boezemvriend van Theun en heeft een relatie met Boukje Boukje: vriendinnetje van Auke Jan Brolsma: ingenieur Friso Minnema: Friese grootgrondbezitter en schrijver van Friese idyllen Siebesma: Friese boer, gehuwd met Sietse, de zus van Theun
Familie en vrienden van Theun en Auke Toate (vader) Mem(me) (moeder) Sietske Kees (broer Sietske) Noone (oom) Rense Piet Hannes Tante Neeltje Tjalling Moeder Grietje
Vissers Douwe, Arie, Meneer Herder, Jelle, Kees, Dirrek, Riekelt
Boeren Janus, Lummetje, Wiebren, Lykle (de kaatser van Sinneherne) en diensvrouw, Jetse de veekoper, Sake (de knecht)
Ministerraad en betrokkenen bij Zuiderzeewerken Cornelis Lely, Cort van der Linden, Posthuma, Colijn, Ingenieur Warmond, Van Houten, Wethouder Bakker, Lovink
Andere nevenpersonages Wiarda, Oom Jacques, Douairière Van Wassenaar, Freule Elsa, Greet, Klaasje, Jawek, Antje van Katjesnor, Anna, De Rook en diens vrouw, Jakob, Arie Visser, Terpstra, Jan Doekes, Mijnheer Duuremans, Hendrik
Synopsis De roman Zuiderzee van Jef Last vangt aan met grote watersnood. Door die watersnood wil minister Lely in het parlement een voorstel voor de afsluiting en drooglegging van de Zuiderzee indienen. Ingenieur Brolsma en de grootgrondbezitter Minnema scharen zich achter het plan van Lely. Na een tijdssprong van enkele jaren zijn de werken aan de Zuiderzee inmiddels begonnen. Brolsma wordt onzeker, zijn reputatie als ingenieur staat immers op het spel. Hij vermoedt dat de krachten der natuur de werkzaamheden zullen vernietigen. Theun en Auke werken beiden op een vissersboot. Op een dag valt Theun overboord in het koude water, waarop zijn boezemvriend Auke hem redt. Tijdens diens herstel komen de homoseksuele emoties van Theun voor Auke naar boven.
Zowel het boerenleven als de visserij kennen door dalende opbrengsten slechte tijden. Boer Siebesma maakt zich door periodes van wateroverlast, afgewisseld met grote droogte zorgen. Volgens Minnema, Siebesma’s landheer, komt alles goed zodra de Zuiderzeewerken afgewerkt zullen zijn. Brolsma echter, gelooft dat door de Zuiderzeewerken de Friese identiteit onder druk komt te staan. Ook Theun ondervindt de negatieve gevolgen: zijn authentieke klederdracht en conservatievere ideeën verdwijnen grotendeels. Boukje koestert al langer gevoelens voor Auke. Op één voorwaarde wil Boukje met hem trouwen: hij en Theun moeten ervoor zorgen dat zij als arbeider aan de slag kunnen.
Door de relatie tussen Auke en Boukje komt de vriendschap van Auke met Theun onder druk te staan. Maar hun relatie loopt ten einde als blijkt dat Boukje een verhouding met ingenieur Brolsma heeft. Ze wil immers op de maatschappelijke ladder opklimmen. Deze gebeurtenissen overschaduwen de voltooiing van de werken aan de Zuiderzee. Boukje voelt zich in haar relatie met Brolsma niet echt gelukkig, maar kan niet anders dan bij hem blijven. Wat later komt Boukje op dramatische wijze om het leven.
Op het einde van het verhaal besluiten Auke en Theun hun vissersbestaan op de boot achter zich te laten en ze keren terug naar Urk. Terwijl ze terug schaatsen, zakt Theun door het ijs. Deze tweede keer weet Auke zijn boezemvriend niet te redden, Theun komt om het leven. Door een zeer hevige storm komt de dam onder sterke druk te staan. De dam weet echter stand te houden. Voor Brolsma loopt alles relatief goed af in vergelijking tot Auke en Theun.
Structuur Formeel Zuiderzee is opgebouwd uit 29 niet-getitelde hoofdstukken en heeft een cyclische structuur. De beschrijving van de storm waar het boek mee opent, komt in het slot bijna letterlijk terug. Formeel volgt het boek dus een eerder klassiek verloop. Die formele helderheid staat in schril contrast met enerzijds het meer inhoudelijke structuurprincipe van de onbegrijpelijkheid en anderzijds de moderne collagetechnieken die in Zuiderzee aan bod komen.
Het onbekende / onbegrijpelijke en de zoektocht naar betekenis Jef Last zei zelf eens over zijn oeuvre: "Maar is niet het zoeken meer waard dan het vinden, en ligt in de hartstocht waarmede gezocht werd niet veel meer de waarde van een kunstwerk, dan in de finesses van stijl en vormgeving?" Het belang van de zoektocht is dan ook duidelijk aanwezig in de structuur van Zuiderzee. Bij de lezer wordt zoveel voorkennis voorondersteld over zoveel uiteenlopende thema's, dat er haast geen enkele lezer meer overblijft die de hele tekst kan ontcijferen. Daardoor voelt de lezer zich de hele tijd alsof hij verloren loopt in de roman en geen vat kan krijgen op de literaire werkelijkheid. Dat gevoel is precies wat de roman beoogt. Last thematiseert in Zuiderzee namelijk maatschappelijke kwesties die de personages in het boek niet kunnen bevatten en waarover ze nog veel minder kunnen oordelen. De uiterst verwarrende leeservaring kan in die zin dus bijdragen tot identificatie van de lezer met het verhaal.
De ervaring van onbevattelijkheid begint al op de eerste pagina. Het verhaal begint in medias res, de lezer wordt dus meteen in de actie betrokken. De lezer wordt in een stormachtig landschap binnengeleid, meer bepaald ergens "tussen de Ommele bommele steen en de toren". Door het gebruik van bepaalde lidwoorden ("de Ommele bommele steen", "de toren", "de witte vuurtoren") en de vanzelfsprekende verwijzing naar de plaatselijke Ommele bommele steen als een bekend gegeven, krijgt de lezer hier al het gevoel dat hij te laat komt, alsof hij eigenlijk al met het landschap bekend zou moeten zijn. De hele roman lang botst de lezer op zulke voorondersteld bekende elementen. Aan die verlorenheid draagt ook bij dat Zuiderzee een erg polyfoon boek is, waarin de fictionele passages voortdurend verweven worden met authentiek cijfermateriaal en krantenknipsels.
Het reportageachtige karakter en de collagetechnieken Geheel in de lijn met de poëticale principes van de Nieuwe Zakelijkheid verweeft Last authentieke fragmenten in het literair-fictionele kader van zijn boek. Het relaas over de Zuiderzeewerken wordt doorspekt met notulen van vergaderingen, krantenberichten en allerlei statistische gegevens. Die zogenaamde collagetechniek draagt bij aan het objectieve en polyfone karakter van het boek, dat nog eens versterkt wordt doordat het boek alle sociale lagen van de samenleving met hun respectievelijke registers en gebruiken aan bod laat komen. Zuiderzee is dus echt opgezet als een reportage die een totaalbeeld van de Urkse samenleving en haar verhouding tot de Zuiderzeewerken wil schetsen.
Setting Tijd De gebeurtenissen in Zuiderzee vangen aan bij de Stormvloed van 1916, die de lezer in medias res meemaakt, en bestrijken vervolgens een kleine twintig jaar. De roman beschrijft de voltooiing van de bouw van de Afsluitdijk in 1932 en eindigt opnieuw tijdens een ongedateerde en mogelijks fictieve storm waarbij de dijken het water succesvol tegenhouden. Zuiderzee is geschreven in de tegenwoordige tijd en door de veelheid aan verschillende vertelstandpunten is het voor de lezer vaak moeilijk uit te maken hoeveel tijd er precies voorbijgaat.
Urk en de Zuiderzeewerken miniatuur|Urk, in het zuidwesten van de Noordoostpolder Een van de centrale thema's in Zuiderzee is het verloop van de Zuiderzeewerken: die maakten de Zuiderzee tot wat nu het IJsselmeer is. Al sinds de middeleeuwen stond het gebied rondom de Zuiderzee regelmatig onder water en was de bevolking steeds op haar hoede voor overstromingen. Cornelis Lely maakte in 1891 de eerste plannen voor de afsluiting van de zee om deze problemen te verhelpen. Ook zag men voor de extra inpoldering van het land andere voordelen zoals extra mogelijkheden voor de productie van voedsel. Lely wordt gezien als de geestelijke vader van de Zuiderzeewerken. Daarom krijgt hij ook een rol in Zuiderzee, waar hij als "bedwinger" van de zee wordt beschouwd. miniatuur|Urk De roman speelt zich naast Amsterdam, Den Helder en de wijde omgeving van wat nu Flevoland is, vooral af in Urk. Urk is een vissersdorp dat tot voor de Zuiderzeewerken een eiland was. Het verlies van eilandstatus had grote gevolgen voor het dorpje. De roman beschrijft deze gevolgen uitvoerig. De Urker bevolking was voor de inpoldering voor 75% direct of indirect afhankelijk van de visserij. De Afsluitdijk zorgde ervoor dat de visserij zich verplaatste van zee naar meer, van zout naar zoet water. Een deel van de Urker vissers stapte met behulp van nieuwe materialen over op visserij in volle zee. Voor een aanzienlijk deel van de bevolking was dit echter te duur. Deze mensen waren gedwongen elders werk te zoeken. Zo nemen Theun en Auke een baantje aan in een fabriek in Amsterdam en is later zelfs sprake van prostitutie om toch een beetje geld te kunnen verdienen. Centraal in de roman staat dus de precaire situatie in het pas vasteland geworden Urk, die mede door een economische crisis is ontstaan. Het Urk van voor de inpoldering wordt bejubeld waardoor Urk in de roman symbool staat voor traditie. Vooral het discours van Minnema draagt hiertoe bij: hij verheerlijkt voortdurend het Friese plattelandsleven zonder er zelf ooit deel van te hebben uitgemaakt.
De Ommelebommelesteen De Ommelebommelesteen of ook Ommelebommelestien speelt een belangrijke, symbolische rol in Zuiderzee. De Ommelebommelesteen ligt in Urk, in het IJsselmeer, op ongeveer dertig meter van de kust en maakt deel uit van een volksverhaal. In Urk zou het namelijk niet de ooievaar zijn, die pasgeborenen komt langsbrengen, maar wel de Urker vader die een tocht maakt naar de Ommelebommelesteen om daar het kind op te halen. In de roman vermeldt Last vrij snel de Ommelebommelesteen, zonder verdere verklaring. Dat maakt dat vele lezers, die niet vertrouwd zijn met de volkse geschiedenis van Urk, zich van begin af aan buitengesloten voelen. miniatuur|Ommelebommelesteen, Urk