Tadej Pogačar () (Klanec, 21 september 1998) is een Sloveens wielrenner die sinds 2019 voor het UCI World Tour-team UAE Team Emirates-XRG uitkomt. Pogačar brak in 2019 door bij het grote publiek door op 20-jarige leeftijd derde te worden in de Vuelta. In 2020 werd hij de op een na jongste winnaar ooit van de Ronde van Frankrijk, waarvan hij in 2026 mederecordwinnaar werd. Pogačar wordt algemeen beschouwd als een van de beste renners aller tijden en won in 2021, 2024 en 2025 de Vélo d'Or. Eind 2024 verlengde hij zijn contract bij zijn ploeg tot eind 2030. Met een jaarsalaris van naar verluidt acht miljoen euro werd hij de best verdienende wielrenner ooit.

Als specialist in het rondewerk won Pogačar vijfmaal de Ronde van Frankrijk (in 2020, 2021, 2024, 2025 en 2026) en behaalde er 26 ritzeges. In 2024 voegde hij daar de Ronde van Italië aan toe. Daarnaast won hij onder meer tweemaal de Tirreno-Adriatico (in 2021 en 2022), eenmaal Parijs-Nice (in 2023), eenmaal de Ronde van Catalonië (in 2024), eenmaal de Ronde van Romandië (in 2026), eenmaal het Critérium du Dauphiné (in 2025) en eenmaal de Ronde van Zwitserland (in 2026) .

Ook in het klassieke werk is hij een wereldtopper, getuige zijn 13 zeges in Monumenten: een keer Milaan-San Remo, driemaal de Ronde van Vlaanderen, viermaal Luik-Bastenaken-Luik en vijfmaal de Ronde van Lombardije. Daarnaast won hij reeds viermaal de Strade Bianche en schreef hij onder meer tweemaal de Waalse Pijl en ook de Amstel Gold Race op zijn naam. In 2024 en 2025 werd hij wereldkampioen op de weg.

Levensloop Jeugd Pogačar groeide op in Klanec, een dorpje in het noorden van Slovenië. Als kind deed hij aan hardlopen en voetbal, maar vanaf zijn tiende richtte hij zich, in navolging van zijn oudere broer Tilen, op het wielrennen. Uit metingen bleek het talent van Pogačar niet direct: zijn waardes lagen net iets boven het gemiddelde. Ondanks zijn kleine postuur, waar hij de bijnaam Tamau aan overhield, kon hij de grotere jongens bijhouden op het vlakke. Zijn talent viel op bij ex-renner Andrej Hauptman, die hem wegwijs maakte in de wielersport. In 2016 won hij de prestigieuze meerdaagse juniorenwedstrijd Giro della Lunigiana en anderhalve week later werd hij derde op het Europees kampioenschap in Plumelec.

2017 – Eerste jaar als belofte In 2017 maakte Pogačar, als eerstejaars belofte, de overstap naar ROG-Ljubljana. Zijn eerste wedstrijd reed hij in februari, toen hij achtste werd in de door Andrea Toniatti gewonnen GP Laguna Poreč. Na deelnames aan drie eendagskoersen, waarin een zeventiende plaats in de Trofej Umag zijn beste resultaat was, stond hij begin maart aan de start van de Istrian Spring Trophy. In de tweede etappe klom hij, achter Matej Mugerli en Rasmus Guldhammer, naar de derde plaats. In het eindklassement werd hij vierde, op twaalf seconden van eindwinnaar Mugerli. In april finishte Pogačar driemaal in de top twintig van een Italiaanse eendagskoers, waarna hij naar Polen vertrok voor deelname aan de Carpathian Couriers Race. In die etappekoers voor beloften begon hij met de zesde plaats in de proloog, op vier seconden van winnaar Piotr Konwa. In het algemeen klassement eindigde Pogačar op de vijfde plek. Wel schreef hij het jongerenklassement op zijn naam.

In juni werd de achttienjarige Pogačar vijfde op het door Jan Polanc gewonnen nationale kampioenschap tijdrijden. Diezelfde maand stond hij aan de start van de vierdaagse Ronde van Slovenië. In het eindklassement was hij de beste niet-profrenner, op de vijfde plek. In het jongerenklassement eindigde hij wel bovenaan, voor zijn landgenoten Domen Novak en Izidor Penko. In september werd hij, achter Adam de Vos, tweede in de Raiffeisen Grand Prix. Twaalf dagen later werd hij twintigste in de door Benoît Cosnefroy gewonnen wegwedstrijd voor beloften op het wereldkampioenschap.

2018 – Winst in de Ronde van de Toekomst Eind mei stond Pogačar namens een Sloveense nationale selectie aan de start van de vierdaagse GP Priessnitz spa. In de door Rasmus Tiller gewonnen proloog zette hij de veertiende tijd neer. Bij aanvang van de slotrit stond hij op de zesde plek in het klassement, op 32 seconden van klassementsleider Samuele Battistella. In de slotetappe, een rit met meerdere beklimmingen in en rond Jeseník, kwam Pogačar met een voorsprong van meer dan een minuut op de dichtste achtervolgers als eerste over de finish, waardoor hij het eindklassement op zijn naam schreef. Vijf dagen later was enkel Jan Tratnik sneller in het nationale kampioenschap tijdrijden. In juni nam hij, als een van de grootste namen, deel aan de wegwedstijd op de Middellandse Zeespelen. Op het 143 kilometer lange parcours in en rond Vila-seca eindigde hij op de vijftiende plek, op negen seconden van winnaar Jalel Duranti.

In augustus won Pogačar de Ronde van de Toekomst, nadat hij in de bergetappe naar Méribel de leiderstrui had overgenomen van Alan Riou. In de resterende drie ritten verdedigde hij zijn leidende positie met succes, waardoor hij Egan Bernal opvolgde op de erelijst. Zijn seizoen sloot hij in oktober af met een tiende plaats in de Japan Cup.

2019 – Profdebuut bij UAE Team Emirates Eerste profzege in de Ronde van de Algarve In 2019 werd Pogačar prof bij UAE Team Emirates, waar hij als neo-prof een contract voor twee seizoenen had getekend. Zijn debuut voor de ploeg maakte hij in de Tour Down Under, waar hij na zes etappes op de dertiende plaats in het algemeen klassement eindigde. Na afloop van de koers bleek echter dat hij zijn paspoort was kwijtgeraakt, waardoor hij uiteindelijk twee dagen langer in Australië moest verblijven. Een maand later behaalde hij in de Ronde van de Algarve zijn eerste profzege: in de tweede etappe won hij, na in de laatste meters weg te springen bij Wout Poels. Door zijn overwinning nam hij de leiderstrui over van Fabio Jakobsen, die een dag eerder de openingsetappe had gewonnen. Die leiderstrui verdedigde de jonge Sloveen in de overige drie etappes, onder meer met een vijfde plaats in de tijdrit en een zesde plaats in de slotetappe, met succes. Naast het algemeen klassement schreef hij ook het jongerenklassement op zijn naam. Na zijn dertigste plaats in de Strade Bianche nam hij een maand rust.

Begin april reed hij de Grote Prijs Miguel Indurain, waar hij in de slotfase ten aanval trok. Op de slotklim werd hij ingehaald door Jonathan Hivert, die solo naar de overwinning reed. Negen seconden later finishte Pogačar, in een achtervolgende groep van zes renners, als zesde. Twee dagen later stond hij aan de start van de Ronde van het Baskenland, waar hij in de openingstijdrit de achttiende tijd neerzette. In de vierde etappe leek Pogačar naar de overwinning te sprinten, maar in de laatste meters kwam klassementsleider Maximilian Schachmann hem nog voorbij. Als tiende in het algemeen klassement begon Pogačar aan de slotetappe, een rit van 118,2 kilometer in en rond Eibar. Halverwege de rit moest de Azurki worden beklommen. Op deze beklimming moest klassementsleider Emanuel Buchmann lossen, terwijl Pogačar zich handhaafde in een elitegroep vooraan de koers. Hij finishte uiteindelijk als vijfde, waardoor hij naar de zesde plek in het eindklassement steeg. Dat was genoeg om de jongerentrui over te nemen van Schachmann. Later die maand nam hij deel aan drie heuvelklassiekers: in de Amstel Gold Race haalde hij de finish niet, in de Waalse Pijl eindigde hij op plek 53 en in Luik-Bastenaken-Luik werd hij achttiende.

Successen in Californië en eigen land thumb|Pogačar tijdens de Ronde van Californië 2019. Twee weken na het einde van zijn voorjaarscampagne stond Pogačar als een van de favorieten aan de start van de Ronde van Californië. In de zesde etappe, met aankomst op Mount Baldy, sprintte Pogačar met Sergio Higuita om de dagzege. De Colombiaan maakte een foutje in de laatste bocht, waardoor Pogačar langszij kwam en de etappe won. Zijn klimtijd naar Mount Baldy was de snelste ooit. Hij legde de beklimming sneller af dan voormalige winnaars als Levi Leipheimer, Chris Horner en Rafał Majka. Door zijn overwinning nam hij de leiderstrui over van Tejay van Garderen. Hoewel zijn leidende positie in de laatste etappe nog werd aangevallen, verdedigde hij zijn leiderstrui met succes. Hij volgde Egan Bernal op als eindwinnaar. Na afloop van de wedstrijd gaf hij aan dat de zevendaagse rittenkoers zijn hoofddoel van het seizoen was. Bij zijn terugkeer op Europese bodem won hij het nationale kampioenschap tijdrijden, voor Matej Mohorič en Jan Tratnik. Twee dagen later werd hij zevende in de GP Lugano, waar zijn ploeggenoten Diego Ulissi en Aljaksandr Raboesjenka op de eerste en tweede plek eindigden.

Als een van de blikvangers stond Pogačar aan de start van de ronde van zijn thuisland. In de openingsrit, die eindigde in een massasprint, werd hij zeventiende. In het jongerenklassement stond hij, achter Aljaž Jarc, op de tweede plaats. Echter, omdat Jarc ook aan de leiding van het bergklassement stond, mocht Pogačar in de tweede etappe starten in de witte jongerentrui. In de witte trui handhaafde hij zich in de tweede etappe in de eerste groep. Op de slotklim, met de top op 23 kilometer van de aankomst, liet hij zich zien, maar kon hij niet voorkomen dat er om de zege zou worden gesprint. Luka Mezgec won en nam de leiderstrui over; Pogačar steeg naar de achtste plaats in het klassement en nam de leiding in het jongerenklassement over van Jarc. In de overige drie etappes werd Pogačar respectievelijk vijfde, derde en achtste, wat hem de vierde plaats in het eindklassement opleverde. Zijn ploeggenoot Diego Ulissi, die de derde etappe had gewonnen, won het klassement. Wel won Pogačar, voor het derde jaar op rij, het jongerenklassement. Op het nationale kampioenschap op de weg, dat een week later werd verreden, eindigde hij op de zevende plaats, op ruim zevenenhalve minuut van winnaar Domen Novak. Zijn klassering leverde hem wel de kampioenstrui in de beloftencategorie op.

Doorbraak in de Vuelta thumb|Pogačar, rechts in de witte trui, op het eindpodium van de Ronde van Spanje 2019. Eind augustus werd Pogačar, samen met oud-winnaar Fabio Aru, aangekondigd als kopman van UAE Team Emirates voor de aankomende Ronde van Spanje. In de openingsploegentijdrit kwam de gehele ploeg – op Valerio Conti na – ten val door het natte wegdek, waardoor ze enkel Burgos-BH voorbleven in de daguitslag. Waar Aru de verwachtingen in de rest van de ronde niet kon waarmaken, won de twintigjarige Sloveen drie bergetappes en het jongerenklassement. Daarnaast mocht hij als derde in de eindrangschikking, na winnaar Primož Roglič en Alejandro Valverde, mee op het eindpodium in Madrid.

2020 – Historische overwinning in de Tour In februari maakte Pogačar zijn eerste wedstrijdkilometers van het seizoen in de Ronde van Valencia. In de tweede etappe, die eindigde met een klim van twee kilometers aan een gemiddeld stijgingspercentage van acht procent, wist hij de sprint te winnen, voor Alejandro Valverde en Dylan Teuns. Door zijn overwinning nam hij de leiderstrui over van Dylan Groenewegen, die een dag eerder de openingsrit had gewonnen. De derde etappe eindigde in een massasprint, waarna Jack Haig de leiderstrui op basis van de som van hun daguitslagen overnam van Pogačar. In de finale van de derde etappe, met aankomst bergop in de Sierra de Bernia, moest Haig echter lossen en soleerde Pogačar naar de overwinning en de leiderstrui. In de slotrit kwam zijn leidende positie niet meer in gevaar, waardoor hij Jon Izagirre opvolgde op de erelijst. Later die maand won hij een rit en het jongerenklassement in de Ronde van de Verenigde Arabische Emiraten.