Operatie Südwind was een Duitse offensief aan het oostfront in Hongarije,Aangezien de zuidelijke delen van Slowakije geannexeerd werden door Hongarije in november 1938, ten gevolge van de Eerste Scheidsrechterlijke Uitspraak van Wenen en pas geretourneerd werden in 1947, zijn de gebruikte geografische namen in dit artikel de Hongaarse. van 17 tot en met 24 februari 1945. De Duitsers elimineerden het Sovjet bruggenhoofd op de westoever van de rivier de Garam ter voorbereiding van Operatie Frühlingserwachen. Dit was een van de laatste succesvolle Duitse offensieven in de Tweede Wereldoorlog.

Inleiding Het Boedapest-offensief was de grootscheepse aanval door het Rode Leger in Hongarije. Dit offensief duurde van 29 oktober 1944 tot de capitulatie van Budapest op 13 februari 1945. Tegen die tijd waren, volgens Hitler, de olievelden van Nagykanizsa in Hongarije de meest strategisch waardevolle oliereserves aan het oostfront. Hitler beval Sepp Dietrich diens 6e Pantserleger naar Hongarije te verplaatsen ter bescherming van de olievelden en de raffinaderijen. Het 6e SS-Pantserleger moest de speerpunt worden van Operatie Frühlingserwachen. De eenheden van het 6e Pantserleger moesten met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en geheimhouding Hongarije worden binnengesmokkeld. Elke eenheid kreeg een deknaam.Een potentieel gevaar voor deze operatie was het Sovjet bruggenhoofd op de westoever van de rivier de Garam. Dit bruggenhoofd werd gevormd in januari 1945. Het OKH besloot om het bruggenhoofd te elimineren vóór de lancering van Operatie Frühlingserwachen. Het plan thumb|Tiger II tanks van de Schwere Panzer-Abteilung 503 (zwaar tank bataljon), de voorganger van de Schwere Panzer-Abteilung Feldhernnhalle, hier op een foto uit zomer 1944 De planning voor Operatie Südwind werd uitgevoerd door het Duitse 8e Leger. Twee pantserkorpsen zouden de aanval uitvoeren: het Pantserkorps Feldherrnhalle, reeds aanwezig in het gebied en het I SS Pantserkorps Leibstandarte, omgeleid van de voorbereiding van Frühlingserwachen. Het aantal tanks en gemechaniseerd geschut was hoog, in totaal 282 stuks (inclusief 44 Tiger II tanks in 2 Schwere Panzer-Abteilungen).De Sovjets verdedigden het bruggenhoofd met twee Garde Fusellier Korpsen (het 24e en het 25e) van het 7e Gardeleger van het 2e Oekraïense Front. De grootste bedreiging, de aanwezigheid van het 6e Garde Tankleger, was opgeheven, aangezien dat Tankleger oostelijk van de Garam gelegerd was voor aanvullingen. Volgens Duitse luchtverkenning hadden de Sovjets een diep geëchelonneerd verdedigingssysteem opgezet, gebaseerd op loopgraven ondersteund door anti-tank posities. Een relatief kleine hoeveelheid Sovjettanks (26) en gemechaniseerd geschut (5) was beschikbaar in het bruggenhoofd, maar er zouden later versterkingen volgen. Het aanvalsplan gaf aan dat de infanterie van Pantserkorps Feldherrnhalle aan zou vallen vanuit het noorden, naar Magyarszögyén en Bart. De divisies van het 1e SS Pantserkorps zouden dan overnemen, het Párizs-kanaal oversteken, en doorstoten via Muzsla naar het einddoel Esztergom. Ten slotte zouden er bruggenhoofden op de oostelijke oever van de Garam worden gevestigd.

Slagorde (16 februari 1945) De Duitse troepen thumb|Generaal der Bergtroepen Hans Kreysing Delen van het 8e Duitse leger (Generaal der Bergtroepen Hans Kreysing) I SS Pantserkorps Leibstandarte (SS-Gruppenführer Hermann Priess) 1e SS-Panzerdivisie “Leibstandarte-SS Adolf Hitler” (SS-Brigadeführer Otto Kumm) Schwere SS-Panzer-Abteilung 501 12e SS-Panzerdivisie “Hitlerjugend” (SS-Brigadeführer Hugo Kraas) Pantserkorps Feldherrnhalle (Generaal der Pantsertroepen Ulrich Kleemann) 46e Infanteriedivisie (Generaal-majoor Erich Reuter) 44e Reichsgrenadier-divisie “Hoch- und Deutschmeister” (Luitenant-generaal Hans-Günther von Rost) 211e Volksgrenadierdivisie (Generaal-majoor Johann-Heinrich Eckhardt) Kampfgruppe van Pantserkorps Feldherrnhalle (Luitenant-kolonel Hans Schöneich) Schwere Panzer-Abteilung Feldhernnhalle Panzer-Abteilung 208 Kampfgruppe Staubwasser (3 bataljons van de 357e Infanteriedivisie)(Kolonel i. G. Anton Staubwasser) Delen van het 6e Duitse Leger (Generaal der Pantsertroepen Hermann Balck) Delen van het 1e Kavallerie-Korps (Generaal der Cavalerie Gustav Harteneck) Kampfgruppe Hupe (deel van de 96e Infanteriedivisie)(Luitenant-kolonel Joachim-Friedrich Hupe) 711e Infanteriedivisie (Luitenant-generaal Josef Reichert)

De Sovjettroepen thumb|Kolonel-generaal M.S. Sjoemilov Delen van het Soviet 7e Garde Leger (Kolonel-generaal M.S. Sjoemilov) 24e Garde Fuseliers Korps (Generaal-majoor A.J. Kroeze) 72e Garde Fuseliers Divisie (Generaal-majoor A.I. Losjev) 81e Garde Fuseliers Divisie (Kolonel M.A. Orlov) 6e Garde Luchtlandings Divisie (Generaal-majoor M.N. Smirnov) 4e Garde Gemechaniseerde Korps (Luitenant-generaal Z.V. Ivanovitsj) 14e Garde Gemechaniseerde Brigade (Kolonel N.A. Nikitin) 36e Garde Tank Brigade (Kolonel P.S. Zjoekov) 25e Garde Fusiliers Korps (Luitenant-generaal G.B. Safjoelin) 375e Fusiliers Divisie (Generaal-majoor V.D. Karpoechin) 409e Fusiliers Divisie (Generaal-majoor J.P. Gretsjani) 53e Fusiliers Divisie (delen) (Kolonel D.V. Vasiljevski) 27e Onafhankelijke Garde Tank Brigade (Kolonel N.M Brizjnev) 93e Garde Fusiliers Divisie (Kolonel P.M Marol)

Het verloop, dag voor dag Dag 0: 16 februari thumb|Overzicht van Operatie Südwind, kaart met beginposities van zowel Duitse als Sovjet-troepen en de bewegingen van de Duitsers in 2 fasen tot de volledige eliminatie van het bruggenhoofd. Voorafgaand aan het offensief werd er de dag van tevoren een afleidingsaanval uitgevoerd. Een versterkte regimentsgroep van de 271e Volksgrenadierdivisie lanceerde een aanval ten noordwesten van Léva over de Garam.

Dag 1: 17 februari Operatie Südwind begon om 04:00 bij zonsopgang op 17 februari met een twee uur durende artilleriebeschieting. De temperatuur was 5°C, de lucht was helder. De verharde wegen waren goed begaanbaar, de karresporen waren begaanbaar voor rupsvoertuigen, wielvoertuigen verplaatsten zich met aanzienlijke moeilijkheden. De 44e Reichsgrenadierdivisie "Hoch- und Deutschmeister" viel de Sovjet- posities aan in de sector rond de dorpen Für en Kürt en stuitte daar op zwaar verzet van 6e Garde Luchtlandings Divisie. Nadat de Duitsers aanvankelijk zware verliezen leden (voornamelijk vanwege de dodelijke Sovjet-artillerie), werden de Sovjets verslagen in deze sector dankzij de sterke steun van de Tiger II's van de Schwere Panzer-Abteilung (sPzAbt) Feldhernnhalle. De divisie stootte door naar de dorpen Magyarszögyén en Németszögyén, en bereikte verder het Párizs-kanaal in de late namiddag. De 46e Infanteriedivisie in het centrum van de aanval verraste de Sovjeteenheden en maakte goede vorderingen richting het Párizskanaal. De 211e Volksgrenadierdivisie viel in de richting van het dorp Bart aan. De voorste elementen bereikten de vallei ten zuidwesten van Bart. Het Sovjet-verzet versterkte zich en uiteindelijk werd de opmars van de divisie gestopt en opgehouden door een verrassingsaanval van de Sovjets. De 1e SS-Panzerdivisie sloot aan achter de aanvalsformaties van de 46e Infanteriedivisie. Al snel werden de grenadiers gestopt ten zuidoosten van Németszögyén voor een versterkte antitanksector. Obersturmbannführer Peiper beval vijf Tiger II's om positie te nemen op de top van de heuvel. Vanaf daar, hoewel onder zwaar vuur van de Sovjet-antitankkanonnen, neutraliseerden ze deze kanonnen de een na de ander zonder verliezen te lijden. De SS-grenadiers van Kampfgruppe Hansen voegden zich erbij en tanks plus halfrupsvoertuigen vuurden met alles wat ze hadden; de Sovjet-posities werden ingenomen. Kampfgruppe Peiper en elementen van de 46e Infanteriedivisie bereikten het Párizskanaal ten oosten van Sárkányfalva in de avond. De 12e SS-Panzerdivisie lanceerde zijn aanval in de middag, rechts van de 1e SS-Panzerdivisie, met SS-Panzergrenadierregiment 25 rechts en SS-Panzergrenadierregiment 26 links. Om 21:00 slaagde I./26 er in om een klein bruggenhoofd over het kanaal te vestigen, onmiddellijk ten zuidoosten van Párizs-Puszta. Samen met II./26 werd het bruggenhoofd vergroot. De Duitsers bezetten nu twee kleine bruggenhoofden over het Párizskanaal en vonden een oversteekpunt ten noordoosten van Köbölkút, waar de pantservoertuigen ook konden oversteken.

In de avond van 17 februari maakten de Duitsers gebruik van het feit dat de Sovjets de 93e Garde Fuselier Divisie hadden verplaatst, tot dan toe ter verdediging aan de noordoever van de Donau, om een tegenaanval uit te voeren tegen de Duitse troepen die waren doorgebroken, en daardoor verzwakte hun defensie in dat gebied. Kampfgruppe Hupe (Oberstleutnant Hupe, commandant van een deel van de 96e Infanteriedivisie met vuursteun van Heeres-Sturm-Artillerie-Brigade 239, met 20 StuG IIIs en StuH 42s) begon de Donau juist ten zuiden van Ebed over te steken en vestigde zich op de noordelijke oever.

Dag 2: 18 februari Weer: lichte nachtvorst, 6°C over dag, lichtbewolkt, zonnig. De staat van de wegen bleef echter ongewijzigd. De Duitse aanval ging door. Kampfgruppe Staubwasser, op de rechterflank van Pantserkorps Feldhernnhalle, bezette Óriás-Puszta en rukte vervolgens op naar Bátorkeszi. De 44. Reichsgrenadierdivisie "HuD" stak het kanaal over bij Kisújfalu en bezette Köbölkút. Samen met sPzAbt. "Feldhernnhalle", werd Punt 129 ingenomen. De 1e SS-Panzerdivisie breidde zijn bruggenhoofden in Gyiva uit in de ochtend en om 12:50 begonnen pantservoertuigen het kanaal over te steken, waarna de SS-panzers Béla rechts passeerden en vervolgens een egelstelling betrokken rond de wegen van Köbölkút naar Párkány. De 12e SS-Pantserdivisie werd bij zonsopgang getroffen door een Sovjetaanval, die echter werd afgewezen. Vervolgens ondersteunden de SS-regimenten de 44e Reichsgrenadierdivisie "HuD" met het innemen van Köbölkút. De 46e Infanteriedivisie rukte op naar het oosten, met één colonne ten zuiden van het kanaal richting Libad en de andere ten noorden van het kanaal richting Kéménd. Ondanks steun van delen van Panzer-Abteilung 208, was de 211e Volksgrenadierdivisie niet in staat om verder op te rukken richting Bart maar werd zelfs zwaar aangevallen door de 36e Garde Tank Brigade, waardoor verschillende pantservoertuigen werden uitgeschakeld.

Dag 3: 19 februari thumb| De commandant van Kampfgruppe Peiper, Joachim Peiper (afgebeeld als SS-Sturmbannführer in 1943) Weer: vorst 's nachts, 6°C over dag, over het algemeen helder en zonnig. De karresporen waren opgedroogd. Op 19 februari was de situatie van de Sovjet-strijdkrachten in de zuidelijke sector van het Sovjetbruggenhoofd rampzalig. In de vroege ochtend veroverde Kampfgruppe Staubwasser Búcs en Bátorkeszi en zuiverde dit gebied van de overblijfselen van Sovjettroepen. De 44e Reichsgrenadierdivisie "HuD" viel vanuit het Köbölkút-gebied richting de Donau aan in zuidelijke richting om dit gebied van de Sovjet-troepen te zuiveren. Kampfgruppe Hupe vocht nog steeds rond Ebed en sloeg een Sovjetaanval af om 06:00.