Huda Sha'arawi (Arabisch: , Egyptisch-Arabisch: ,) (Minya, 23 juni 1879 – Caïro, 12 december 1947) was een Egyptisch feministe en nationaliste. Ze groeide op in de afgezonderde wereld van de harem, en wist zich als een der eerste Egyptische vrouwen te ontworstelen aan het patriarchale haremsysteem waarin vrouwen niet in de openbaarheid mochten treden.

Sha'arawi was vijf toen haar vader overleed. Ze werd opgevoed in de harem waarin haar moeder en de eerste vrouw van haar vader woonden. Op 13-jarige leeftijd werd ze overgehaald te trouwen met haar neef, die tevens haar voogd was. Na een jaar weigerde ze haar man nog te ontmoeten omdat hij zich niet hield aan zijn belofte een monogaam leven te leiden. In de jaren dat ze gescheiden leefde, maakte ze kennis met de feministische ontwikkelingen in Egypte.

Na zeven jaar verzoende Sha'arawi zich met haar man en via hem raakte ze betrokken bij de strijd tegen de Britse overheersing. Ze was voorzitter van het Centrale Comité van de Wafdistische Vrouwen dat samenwerkte met de Wafd-verzetsbeweging. Bovendien richtte ze meerdere organisaties op die bijdroegen aan de verbetering van de positie van de Egyptische vrouw. De belangrijkste was de Egyptische Feministische Unie, waarvan ze vanaf de oprichting in 1923 tot aan haar dood voorzitter was. Sha'arawi was daarnaast jarenlang een van de vicevoorzitters van de International Alliance of Women.

Vanaf 1936 breidde Sha'arawi haar activiteiten uit naar andere landen in het Midden-Oosten. Ze werd een vurig verdedigster van de rechten van de Palestijnen en was medeoprichter van de Arabische Feministische Unie. Ook van deze organisatie, die in 1945 operationeel werd, was zij tot aan haar overlijden voorzitter. In de laatste jaren van haar leven dicteerde Sha'arawi haar memoires aan haar secretaresse. In 1986 werd daarvan een bewerkte en geannoteerde Engelse versie uitgegeven, die een jaar later in een Nederlandse vertaling verscheen onder de titel Haremjaren.

Door haar rol in de Egyptische bevrijdingsbeweging heeft Sha'arawi een belangrijke bijdrage geleverd aan de moderne Egyptische natiestaat. Hoewel ze er niet in slaagde om tijdens haar leven vrouwenkiesrecht te realiseren, de ruime echtscheidingsmogelijkheden voor mannen in te perken en polygamie te verbieden, worden Sha'arawi's verdiensten voor de emancipatie van Egyptische vrouwen algemeen erkend.

Jonge jaren Familie Huda Sha'arawi, meisjesnaam Noer Al-Huda Sultan, werd geboren in de Opper-Egyptische stad Minya als dochter van Muhammad Sultan (1825–1884) en zijn concubine Iqbal Hanim (ca. 1860–1914). Sha'awari's vader was een landeigenaar die hoge posities bekleedde in het provincie- en landsbestuur. Zijn officiële titel was Sultan Pasja; vanwege zijn rang en rijkdom werd hij soms Koning van Opper-Egypte genoemd., p. 202 Hij had weinig opleiding genoten en sprak alleen Arabisch, maar las veel poëzie, had een grote bibliotheek en telde onder zijn vrienden dichters, sjeiks, provinciebestuurders, staatslieden en andere hooggeplaatsten. Hij ontving uiteenlopende figuren als de beruchte Soedanese slavenhandelaar en legerleider Zubayr Pasja en de koptische patriarch Cyrillus IV. Sultan Pasja bezat twee woningen, een in Minya waar Sha'arawi geboren werd en een in Caïro waar ze opgroeide.Badran (Haremjaren), p. 15, 20

Sha'arawi's moeder was een Tsjerkessische. De heersende Egyptische klasse had – vanwege hun 'legendarische schoonheid' – een voorkeur voor Tsjerkessische meisjes als echtgenote of concubine. Zij hadden een eigen status en gaven prestige aan de familie.Badran, (1995), p. 32 Sha'arawi's moeder was in de jaren zestig van de 19e eeuw als klein meisje met haar moeder uit de Kaukasus gevlucht en in Caïro opgegroeid. Zij was door Sultan Pasja verworven toen hij vanwege zijn functie naar Caïro verhuisd was, en werd zijn laatste gezellin. Hoewel het gebruikelijk was dat een man met zijn concubine trouwde als er kinderen kwamen, heeft Sultan Pasja zijn bijvrouw Iqbal Hanim niet gehuwd.Badran (Haremjaren), p. 16, 20-21 en 169, noot 4 Toen Sha'arawi twee jaar oud was kreeg zij een broertje, Omar Sultan (1881–1917). Zij groeide samen met hem op in het harem-systeem.

Overlijden vader thumb|Prinses Amina al-Hamy In 1884 overleed Sultan Pasja, twee jaar na de Britse bezetting van Egypte. Als voogd had hij Ali Sha'arawi benoemd, een zoon van zijn zuster. Sha'arawi, die toen vijf was, bleef met haar moeder, haar broertje en Hasiba, de eerste vrouw van haar vader, wonen in de harem. Hasiba, door Sha'arawi 'Oemm Kabiri' (grote moeder) genoemd, werd voor haar een sleutelfiguur. Zij kon bij haar terecht als ze problemen had en durfde haar moeilijke vragen te stellen die eigenlijk niet gepast waren voor een meisje.Badran (Haremjaren), p. 22 Sha'arawi werd door haar moeder vaak meegenomen bij een bezoek aan prinses Amina al-Hamy, de vrouw van de Egyptische onderkoning Muhammad Tawfiq. Zij en haar broertje speelden dan met de jonge prinsjes en prinsesjes met wie ze haar leven lang bevriend bleef.Sha'arawi (Haremjaren), p. 59, 60

Opvoeding Samen met haar broertje kreeg ze les van huisleraren. Ze werd onderwezen in verschillende talen, zowel in het spreken als in het lezen en schrijven ervan. Sha'arawi's voorliefde ging uit naar het Arabisch, de taal van haar vader en de landstaal. Naast Arabisch kreeg ze les in Turks, de taal van haar moeder en van het Egyptische hof, Frans, de voertaal in de hogere kringen, en Perzisch. Sha'arawi werd ook onderwezen in kalligrafie, poëzie, geschiedenis en letterkunde. Verder leerde ze pianospelen en schilderen. Een sjeik leerde de Koranverzen niet alleen aan haar broertje maar ook aan haar, wat uitzonderlijk was. Door de gezamenlijke opvoeding kreeg Sha’arawi oog voor de verschillen in de opvoeding van meisjes en jongens, met name voor de extra aandacht die jongens kregen en hoe ze voorgetrokken werden. Het leidde bij haar tot teleurstelling en twijfel aan haar eigen identiteit.Badran, (1995), p. 34

Zoals alle meisjes uit haar kringen werd Sha'arawi rond haar tiende jaar – volgens de regelgeving in Egypte het begin van de puberteit – verplicht bij het uitgaan een lange mantel en een sluier te dragen. Vanaf die tijd was het haar bovendien verboden om om te gaan met de zoons van huisvrienden, met wie ze tot dan toe vaker had gespeeld dan met meisjes.Badran (Haremjaren), p. 23 en 171, noot 17

Huwelijk Eerste periode Toen Sha'arawi twaalf was werd haar moeder Iqbal Hanim erover geïnformeerd dat iemand uit de hofkringen het plan opgevat zou hebben de hand van haar dochter te vragen, een verzoek dat niet afgewezen zou kunnen worden. Hanim overlegde met Ali Sha'arawi, de voogd van haar kinderen en de beheerder van de nalatenschap van Sultan Pasja. Ze besloten dat Huda zou trouwen met haar voogd, om ervoor te zorgen dat haar erfenis in de familie zou blijven. Ali Sha'arawi was 38 jaar oud en had een gezin in Opper-Egypte. Op dringend verzoek van Hanim scheidde hij van zijn vrouw en verplichtte hij zich contractueel om met Sha'arawi een monogame verbintenis aan te gaan. Als hij zijn belofte brak zou het huwelijk automatisch beëindigd worden. Na de huwelijkssluiting in 1892 bleef Sha'awari bij haar moeder in het ouderlijk huis wonen, wat zeer ongebruikelijk was. Toen na ruim een jaar bleek dat haar echtgenoot bij zijn eerste vrouw terug was en dat zij een kind verwachtte, verliet Sha'arawi haar man en leefde zeven jaar gescheiden van hem.Badran, (1995), p. 35, 36Lanfranchi, p. 25-29

Onderbreking Sha’arawi bleef in de harem van haar moeder wonen. Haar man was het niet met de scheiding eens en oefende via haar familie en kennissen druk op Sha'arawi uit om bij hem terug te keren. Ondertussen betaalde hij haar een maandelijkse toelage van vijftig pond. Ze nam zelf haar educatie ter hand en nam lessen Frans, Arabisch, schilderen, tekenen en piano.Sha'awari (Haremjaren), p. 70–71, 73, 78

In de jaren 1890, in de tijd dat Sha'awari weigerde haar echtgenoot te zien, voltrok zich in Egypte een aantal maatschappelijke veranderingen. Enkele vrouwen uit de bourgeoisie schreven boeken, poëzie en artikelen, waarin ze aandacht vroegen voor rechten en verantwoordelijkheden van vrouwen. Het merendeel was van Syrisch-christelijke afkomst, met een enkele islamitische of joodse schrijfster. Ook twee mannelijke advocaten, de kopt Murqus Fahmi en de moslim Qasim Amin, schreven boeken waarin ze pleitten voor meer vrouwenrechten. Als reactie op die publicaties verschenen boeken van tientallen behoudende Egyptenaren die de nieuwlichterij bestreden. Als gevolg kregen vrouwen weliswaar ruimere mogelijkheden voor studie, recreatie en reizen, maar moesten ze omzichtig te werk gaan als ze de nieuwe mogelijkheden wilden benutten.Badran (Haremjaren), p. 19, 24

thumb|left|150px|Eugénie le Brun ca. 1900 In die periode werd Sha'awari's broer haar bondgenoot en droeg hij bij aan de verruiming van haar bewegingsvrijheid. Zo organiseerde hij een boottocht op de Nijl voor Sha'arawi en een aantal van haar vrouwelijke kennissen, onder wie de veel oudere Eugénie le Brun. Die boottocht was het begin van een nauwe relatie waarin Le Brun een soort mentrix werd, die Sha'awari voorbereidde op een leven als een moderne vrouw.Badran (Haremjaren), p. 24Badran en Cooke, p. 24

thumb|Huda Sha'arawi ca. 1900 Om gezondheidsredenen ging ze in diezelfde tijd, in gezelschap van haar moeder, op vakantie naar Alexandrië. Daar zag zij hoe andere en vooral buitenlandse vrouwen leefden. Dat inspireerde haar om ook op een zelfstandige manier een grotere bewegingsvrijheid te realiseren.Sha'arawi (Haremjaren), p. 73-80 Ze maakte steeds vaker kennis met vrouwen die betrokken waren bij feministische ontwikkelingen in Egypte. Daartoe behoorden ook Europese vrouwen, met name Françaises, die werkzaam waren als huisonderwijzeres in de harems van de Egyptische hogere kringen. Eugénie le Brun begon in die tijd de eerste literaire salon in Egypte, waar gediscussieerd werd over het dragen van een sluier, en afzondering van vrouwen. Sha'arawi was de jongste deelneemster.Badran (1995), p. 15

Tweede periode Rond de eeuwwisseling stemde Sha'awari erin toe haar echtgenoot weer te ontmoeten, maar ze bleef wonen in haar ouderlijk huis. In 1903 werd haar dochter Bathna geboren en in 1905 haar zoon Mohammed. In verband met ernstige gezondheidsklachten van haar beide kinderen trok zij zich enkele jaren terug uit het openbare leven. Zij en haar man reisden met de kinderen naar Europa om ziekenhuizen te bezoeken en artsen te raadplegen. Na herstel van haar kinderen mengde Sha'arawi zich opnieuw in het openbare leven. Haar mentrix Eugénie le Brun was inmiddels in 1908 overleden.

Emancipatie Openbare lezingen Een jaar na het overlijden van Eugénie le Brun arriveerde Marguerite Clément in Egypte. Met subsidie van de Carnegie Stichting maakte zij een rondreis door landen in het Midden-Oosten. Nadat ze kenbaar had gemaakt dat ze Egyptische vrouwen wilde ontmoeten, werd ze door een Egyptische vriend voorgesteld aan Sha'arawi. Clément informeerde naar de mogelijkheden om lezingen te houden voor Egyptische vrouwen. Sha'awari was geïnteresseerd en stelde haar twee onderwerpen voor: de verschillen tussen het leven van oriëntaalse en westerse vrouwen, en maatschappelijke gebruiken als het sluieren. Omdat Sha'awari nog erg jong was, vroeg Clément haar of ze een oudere vrouw kende onder wier patronaat zij de lezing zou kunnen houden. Prinses Ain al-Hayat, met wie Sha'arawi op vriendschappelijke voet stond, wilde het patronaat desgevraagd op zich nemen. Op verzoek van Sha'arawi stelde de Universiteit van Caïro een collegezaal beschikbaar. Op vrijdag, dan waren er geen colleges en geen studenten.Badran, (1995), p. 52, 53 thumb|Malak Hifni Nasif, begin 20e eeuw