De savannehypothese is een hypothese die menselijke bipedie verklaart als gevolg van de overgang die vroege hominini maakten van een omgeving van tropisch bos naar savanne. Op die savanne moesten langere afstanden worden afgelegd om aan voedsel te komen en rechtop lopen is daarvoor efficiënter dan knokkellopen zoals andere homininae doen. In de eerste helft van de twintigste eeuw werd hierbij gedacht aan open grasland, maar sindsdien wordt er in toenemende mate rekening mee gehouden dat een savanne een rijke begroeiing heeft met bomen en bestaat uit een mozaïek van biomen.
Het idee dat een klimaatgedreven achteruitgang van tropische bossen de vroege hominini dwong tot bipedie is er al lange tijd, vaak impliciet. Sommige vroege auteurs zagen savannes als open graslanden, terwijl anderen een mozaïek van omgevingen zagen, van bosgebieden tot graslanden. Sinds de jaren 1990 krijgt de hypothese meer kritiek. De open-graslanden-versie wordt meestal afgewezen, terwijl de mozaïekversie nog steeds relatief breed gedragen wordt, hoewel de overgang van bos naar savanne waarschijnlijk geleidelijker is verlopen dan eerder werd gedacht.
Vroege hypotheses De vroege hypothese was vooral gebaseerd op aannames, aangezien het bij gebrek aan fossielen ontbrak aan empirische onderbouwing. Dat het proces zich had afgespeeld in open grasland werd vooral zijdelings genoemd, terwijl de nadruk niet lag op waar, maar vooral hoe het zich had afgespeeld.
Charles Darwin wordt wel genoemd als een vroege proponent van deze hypothese, omdat hij een verandering van omstandigheden zag als drijfveer van de ontwikkeling van tweevoetigheid, aangezien daarmee de handen vrij kwamen om wapens en werktuigen te hanteren.As soon as some ancient member in the great series of the Primates came, owing to a change in its manner of procuring subsistence, or to a change in the conditions of its native country, to live somewhat less on trees and more on the ground, its manner of progression would have been modified; and in this case it would have had to become either more strictly quadrupedal or bipedal. Baboons frequent hilly and rocky districts, and only from necessity climb up high trees; and they have acquired almost the gait of a dog. Man alone has become a biped; and we can, I think, partly see how he has come to assume his erect attitude, which forms one of the most conspicuous differences between him and his nearest allies. Man could not have attained his present dominant position in the world without the use of his hands, which are so admirably adapted to act in obedience to his will. (1871): The Descent of Man, and Selection in Relation to Sex, John Murray Darwin noemde de overgang naar van tropisch bos naar savanne echter niet als mechanisme. Lamarck had al voor Darwin een vergelijkbare vaststelling gedaan.Effectivement, si une race quelconque de quadrumanes, surtout la plus perfectionnée d’entre elles, perdoit, par la nécessité des circonstances, ou par quelqu’autre cause, l’habitude de grimper sur les arbres, et d’en empoigner les branches avec les pieds, comme avec les mains, pour s’y accrocher; et si les individus de cette race, pendant une suite de générations, étoient forcés de ne se servir de leurs pieds que pour marcher, et cessoient d’employer leurs mains comme des pieds; il n’est pas douteux, d’après les observations exposées dans le chapitre précédent, que ces quadrumanes ne fussent à la fin transformés en bimanes, et que les pouces de leurs pieds ne cessassent d’être écartés des doigts, ces pieds ne leur servant plus qu’à marcher.En outre, si les individus dont je parle, mus par le besoin de dominer, et de voir à la fois au loin et au large, s’efforçoient de se tenir debout, et en prenoient constamment l’habitude de génération en génération ; il n’est pas douteux encore que leurs pieds ne prissent insensiblement une conformation propre à les tenir dans une attitude redressée, que leurs jambes n’acquissent des mollets, et que ces animaux ne pussent alors marcher que péniblement sur les pieds et les mains à la fois. (1809): Philosophie zoologique, ou Exposition des considérations relative à l'histoire naturelle des animaux, Dentu
Alfred Russel Wallace verwoordde in 1889 waarom de oorsprong van de mens in de open vlakte gezocht moest worden. Het zou zeer onwaarschijnlijk zijn dat tweevoetigheid ontwikkeld zou zijn in tropische bossen waar fruit het belangrijkste voedsel is en vooral verkregen moet worden door in bomen te klimmen. Afrika leek hem echter onwaarschijnlijk, omdat dit continent afgescheiden was geweest van Eurazië en waar de hogere zoogdieren zich pas na hereniging van de continenten zouden vestigen.It has usually been considered that the ancestral form of man originated in the tropics, where vegetation is most abundant and the climate most equable. But there are some important objections to this view. The anthropoid apes, as well as most of the monkey tribe, are essentially arboreal in their structure, whereas the great distinctive character of man is his special adaptation to terrestrial locomotion. We can hardly suppose, therefore, that he originated in a forest region, where fruits to be obtained by climbing are the chief vegetable food. It is more probable that he began his existence on the open plains or high plateaux of the temperate or sub-tropical zone, where the seeds of indigenous cereals and numerous herbivora, rodents, and game-birds, with fishes and molluscs in the lakes, rivers, and seas supplied him with an abundance of varied food. In such a region he would develop skill as a hunter, trapper, or fisherman, and later as a herdsman and cultivator,—a succession of which we find indications in the palaeolithic and neolithic races of Europe.In seeking to determine the particular areas in which his earliest traces are likely to be found, we are restricted to some portion of the Eastern hemisphere, where alone the anthropoid apes exist, or have apparently ever existed.There is good reason to believe, also, that Africa must be excluded, because it is known to have been separated from the northern continent in early tertiary times, and to have acquired its existing fauna of the higher mammalia by a later union with that continent after the separation from it of Madagascar, an island which has preserved for us a sample, as it were, of the early African mammalian fauna, from which not only the anthropoid apes, but all the higher quadrumana are absent. There remains only the great Euro-Asiatic continent; and its enormous plateaux, extending from Persia right across Tibet and Siberia to Manchuria, afford an area, some part or other of which probably offered suitable conditions, in late Miocene or early Pliocene times, for the development of ancestral man. (1889): Darwinism. An Exposition of the Theory of Natural Selection with Some of Its Applications, Macmillan and Co.
Gustav Steinmann zag in 1908 klimaatverandering als aanleiding tot tweevoetigheid doordat bossen door verminderde regenval veranderde in savanne.Als Vorstufe der Menschen haben wir uns pithekoide Wesen zu denken, die durch Annahme des aufrechten Ganges eine allmähliche Umbildung zur Stufe des Menschen erfahren haben. Die Ursachen für das Verlassen der ursprünglich vierfüßigen Fortbewegung können wir am besten in klimatischen Vorgängen suchen. Denn wenn ein Waldgebiet, in dem pithekoide Wesen etwa von der Fortbewegungsart der heutigen Menschenaffen wohnen, durch allmähliche Abnahme der Niederschläge sich lichtet, in eine Savannengegend sich umwandelt oder gar zum Buschwald wird, so sind die pithekoiden Bewohner genötigt, sich diesen geänderten Verhältnissen anzubequemen, und wenn sie sich schon, ähnlich wie die heutigen Menschenaffen, gelegentlich aufrecht oder halbaufrecht bewegten, so bedeutet es auch keine erhebliche Änderung, nach und nach zum dauernd aufrechten Gange überzugehen. Alle weiteren Umbildungen, im besonderen die zunehmende Entwicklung der Sinne, die Ausgestaltung der Hände zu einem vielseitig verwendbaren Organ und die aus diesen beiden Änderungen resultierende Zunahme der geistigen Fähigkeiten und der Hirnmasse folgen naturgemäß aus diesem ersten, wichtigsten Schritte zur Menschwerdung. (1908): Die geologischen Grundlagen der Abstammungslehre, W. Engelmann Dat een deel aapachtig bleef, verklaarde hij doordat een deel zich terug zou trekken in het kleiner wordende bos, terwijl zij die aan de randen woonden op de savanne tweebenigheid zouden ontwikkelen. Op die manieren zouden op verschillende tijdstippen meerdere menstypes geëvolueerd kunnen zijn.Denken wir uns nun das Verbreitungsgebiet solcher Pithekoiden mit verschiedenen nahestehenden Arten besetzt, die wir systematisch vielleicht zu einer »Gattung« vereinigen würden, und sich in diesem Gebiet allmählich einen Klimawechsel in angegebenem Sinne vollziehen, so würden einige Arten, die etwa nahe bei oder in sehr feuchten Flußniederungen leben, sich in diese zurückziehen und dabei ihre bisherigen Gewohnheiten beibehalten, andere, die näher der Waldgrenze wohnen, würden dagegen zur zweibeinigen Gangart übergehen und so allmählich befähigt werden, sich in den neu entstehenden und in den schon vorhandenen Savannen- und Buschwaldgebieten auszubreiten. Die Trennung in epistatische Pithekoiden und progressive Urmenschen wäre damit vollzogen. Da aber die Vorgänge, die diese Spaltung verursacht haben, keineswegs ungewöhnlich sind, sondern sich in der gleichen oder in einer anderen Gegend in späteren Zeiten ganz ähnlich wiederholen können, so folgt daraus, daß aus einer zusammengesetzten Pithekoiden-Gattung oder auch aus mehreren Gattungen wiederholt unabhängig und zu sehr verschiedenen Zeiten Menschenarten entstanden sein können. (1908)