De Sint-Amanduskerk is de oudste parochiekerk van de gemeente Wingene. De kerk ligt aan de kruising van de Markt, Kerkplein, Guido Gezellestraat en de Zandbergstraat.

miniatuur|Vooraanzicht van de Sint-Amanduskerk

Geschiedenis De Benedictijnen van de Sint-Amandsabdij in Saint-Amand-les-Eaux bouwden het eerste kruisbeukkerkje. Doorgaans staat deze fase bekend als de éérste periode van het Romaans kruisbeukkerkje, begin elfde eeuw. Het kerkje was 30 meter lang en 6,25meter breed. De breedte van de kruisbeuk bedroeg 19 meter (de breedte van de huidige drie beuken). De achtkantige toren werd boven op het kruis van de kruisbeuk gebouwd. Het kerkje was in veldsteen opgetrokken. Het dak bedekt met stro. Op de fundamenten van dit eerste kerkje, staat de huidige kerk.

Het oosteinde van het kruisgebouw bevatte het sanctuarium met het hoogaltaar toegewijd aan de heilige Amandus.

Op 11 januari 1593 vielen de geuzen Wingene binnen. Een kerk-ruïne, samen met 17 omliggende huizen en schuren, bleef vernield achter. Bij een rooftocht gedurende de Tachtigjarige Oorlog branden de resten van de ruïne helemaal op.

2de periode: Gotische kerk (1625 - 1679) In 1622, onder het pastoorschap van Joannes Courtois, werd er werk gemaakt van de volledige heropbouw van de Wingense kerk. De inwijding uitgevoerd door de bisschop van Brugge; Dionysius Christophori, vond plaats op 19 oktober 1625. Dit project was grotendeels mogelijk door de mildheid van ridder Jan Van Haveskercke, van wie een gedenkplaat achter in de huidige kerk te zien is.

Deze tweede kerk werd op de oude muren herbouwd. Ditmaal in Gotische stijl. De kerk, 37 meter lang en 19 meter breed, had drie beuken. De spitse, houten, met schaliën bedekte toren werd achteraan het gebouw opgetrokken.

In de nieuwe toren verschenen drie klokken en een orgel verrijkte het patrimonium. Helaas voor de kerk had Wingene zwaar te lijden onder de oorlog tussen Frankrijk en Nederland. In 1679 brandde de kerk volledig af.

3de periode: Kerk met tongewelven (1737) Het duurde lang voordat de kerkruïne heropgericht werd. In 1737 onder impuls van pastoor Debusschere werden de werkzaamheden aangevat om de kerk te doen herrijzen. De bouwmeester was Jacob Mestdach, meestermetselaar van Ruiselede. Bij het oprichten van de toren bleek de gotische trant verdwenen en tongewelven ingewerkt. Alles bleek kloek gebouwd.

Deze kerk mat 41 meter lang en bezat drie beuken. Boven op de middenbeuk stond een scherp, houten torentje van twaalf meter hoog. Men hing in het torentje het oude klokje van 1606. Het O.-L.-Vrouwenaltaar werd vooruitgeschoven en daarachter werd een tweede sacristie uitgebouwd.

Ook het interieur van de kerk verfraaide met onder meer een communiebank (in 1731 gemaakt door Pieter Van Walleghem uit Brugge), een predikstoel (in 1738 door Pieter Wanneyn gemaakt), koorbanken (1740) en veel zilverwerk (vanaf 1750).

Toen priester Dugardin (1824) in Wingene werd benoemd, droomde hij ervan om de kerk te vergroten en de toren te vernieuwen. Omdat hier veel geld voor nodig was, liep dit niet van een leien dakje. Pas in 1853 werd de oude toren afgebroken en een nieuwe toren opgetrokken. In deze toren kwam in 1857 een beiaard, alsook een torenuurwerk.

Na deze verbouwingswerken bedroeg de lengte van de kerk nu 53 meter en de breedte 21,5 meter. De nieuwe toren mat 19 meter hoog.

17 oktober 1918 bleek wederom fataal voor de Wingense kerk. De kerktoren werd samen met het achterste gedeelte van het kerkgebouw door terugtrekkende Duitse soldaten opgeblazen. Toenmalige priester Devos nam in maart 1923 ontslag, de last om de kerk en de parochiale scholen te herstellen viel hem te zwaar en hij liet dit werk over aan zijn opvolger.

4de periode: neogotische kerk (1924) In 1924 maakte pastoor Six er werk van om de kerktoren te laten heropbouwen, dit gebeurde hoofdzakelijk in neogotische stijl. De toren werd ditmaal zeer spits gebouwd en had een lengte van 40,7 meter. Vier hoektorentjes sierden de toren. In 1927 werd een nieuwe beiaard ingewijd, bestaande uit 34 beiaardklokken en drie luidklokken. Het kerkgebouw werd datzelfde jaar ook voorzien van een nieuw orgel en elektrische verlichting.

De laatste grondige renovatiewerken dateren van 1994. Onder toezicht van pastoor Samoy en de kerkraad, werd het kerkgebouw, zowel aan de buitenzijde (metsel- en voegwerk, dak, glasramen, toren) als aan de binnenzijde (pleisterwerk, elektriciteit, schilderwerk, automatisatie van de klokken) grondig aangepakt. miniatuur|Uitzicht van de Wingense kerk tijdens de verschillende periodes

Interieur Altaren Het hoofdaltaar miniatuur|Het mooie hoofdaltaar vooraan in de kerk Het hoofdaltaar, grotendeels vervaardigd uit rood marmer, bevat een boventafel uit granietsteen. Het vooraanzicht toont het "Lam Gods", omringd door vier engelenkopjes. Het tabernakel dat op het hoofdaltaar werd geplaatst is rond 1750 vervaardigd. Dit tabernakel bevat een draaitrommel met drie uitstalzijden, waarin de ciborie worden bewaard. Boven op het tabernakel pronkt een houten kruisbeeld met de gekruisigde Christus. Op de voorzijde wordt centraal een "hostiedragende kelk" afgebeeld, met erbovenop de Heilige Geest in de vorm van een duif.

Het Onze-Lieve-Vrouwealtaar Het Altaar dat dateert uit 1885 verbeeldt O.-L.-Vrouw, die het H. Schapulier schenkt aan ene Simon Stock. Aan weerszijden van deze voorstelling bevindt zich een engelenfiguur.

Het Sint-Amandusaltaar Dit altaar dateert eveneens uit 1885. Het tafereel vermeldt: "H. Amandus die vergiffenis schenkt aan koning Dagobertus. Twee engelenfiguren flankeren ook hier het geheel. In 1901 werd het altaar voltooid door het plaatsen van drie brandramen over het leven van Sint-Amandus.

Het middenaltaar Het middenaltaar is recenter (1984) en stelt een hostiedragende kelk centraal, omringd door vier engelenkopjes, korenaren en druiven. Dit altaar werd vervaardigd uit panelen van de communiebank (kelk + hostie) en is verplaatsbaar.

Predikstoel miniatuur|De predikstoel in zijaanzicht In de archieven zijn drie opeenvolgende predikstoelen te ontrafelen. De eerste predikstoel dateert van 1630 (er zal voordien nog wel een andere geweest zijn). De tweede kwam er in 1738, de derde (de huidige) kwam er in 1865. Deze laatste is een eenvoudig meubel, met een ronde kuip, versierd met vier medaillons die de vier evangelisten voorstellen. Tussen de kuip en het klankbord is een vijfde medaillon aangebracht, waarop het gelaat van Christus is uitgebeeld. Een merkwaardig feit is de afbeelding van de evangelist Marcus, -normalerwijze wordt hij afgebeeld als "Leeuw"-, die hier afgebeeld staat als mens. Door de beschadigingen op het einde van de Eerste Wereldoorlog diende de predikstoel hersteld te worden. Er werd een nieuwe beeld gesneden naar gelijkenis van het nog intacte beeld van Mattheüs (de mens), vandaar dat er een foutieve voorstelling is van Marcus op de kuip.

Communiebank De communiebank vervaardigd in 1731 telde oorspronkelijk vijf taferelen in snijwerk. In 1768 werd deze met twee panelen verlengd. Op vandaag is de communiebank niet meer in zijn geheel te bewonderen. De medaillons staan doorheen de kerk om te bewonderen. De heilige Amandus (bevindt zich onder de gedenksteen van de gesneuvelden, links achteraan de kerk) De zegevierende kerk (bevindt zich onder de gedenksteen van de gesneuvelden, rechts achteraan de kerk) De heilige Macrou (bevindt zich bij het beeld van O.-L.-Vrouw van Altijddurende Bijstand) De verrijzenis van Christus (bevindt zich eveneens bij het beeld van O.-L.-Vrouw van Altijddurende Bijstand) De Ark van het verbond (bevindt zich voor het O.-L.-Vrouwaltaar) De Tafel der toonbroden (bevindt zich voor het Sint-Amandusaltaar) Het middenpaneel van de communiebank zit momenteel verwerkt in het huidige middenaltaar.

Biechtstoelen Het plaatsen van de biechtstoel werd binnen de rooms-katholieke kerken vanaf 1614 voorgeschreven, daarvoor nam de biechtvader plaats in een gewone stoel en de biechteling knielde hierbij neer op de grond. miniatuur|Biechtstoel

De twee oudste biechtstoelen van deze kerk dateren van 1776. Ze hebben een hoogte van 3,6 meter en een breedte van drie meter. Er is enerzijds de pastoorsbiechtstoel die zich links in de kerk bevindt en anderzijds de "andere" biechtstoel, deze bevindt zich rechts in de kerk, tegenover de pastoorsbiechtstoel.

Verder bevinden zich in de kerk nog 2 andere biechtstoelen, deze zijn meer naar achteren in de kerk geplaatst en zijn duidelijk van een latere datum (onbekend). Ze worden meestal gebruikt door "vreemde biechtvaders".

Zingbanken miniatuur|De in onbruik geraakte Koorbank Zingbanken of koorbanken behoren tot het in onbruik geraakte kerkmeubilair. Ze staan aan weerszijden van het hoogkoor opgesteld. Op de flanken ervan vinden we telkens twee medaillons met "Menora" en "het altaar der reukwerken" (rechts) en de "koperen zee" en de "tafel der toonbroden" links.

Gedenktafels De twee gedenktafels werden in 1870 vervaardigd. Bij de beschadiging van de kerktoren tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden ze zwaar beschadigd, en in 1925 terug gerestaureerd. miniatuur|een van de gedenktafels

Deze gedenktafels bevatten naast snijwerk, enkele engelenkopjes. De hoogte van de gedenktafels bedraagt 2,2 meter en de breedte 1 meter. Ze zijn te vinden achteraan de kerk, aan de pilaren onder het doksaal en bevatten enerzijds een beschrijving van de geschiedenis van het kerkgebouw onder de titel "Onze parochiekerk" en anderzijds een lijst van de priesters die tot op heden in Wingene resideerden.

Doopvont De doopkapel werd gebouwd in 1789 en heeft tot op heden steeds haar functie behouden. De vijf brandramen (wordt verderop nog besproken) die deze doopkapel sieren werden in 1939 geplaatst. Op de middenmuur hangt de tekst "welkom kind". Een mooi toegangspoortje -gebeeldhouwd met engelenkopjes- sluit de doopkapel af van de eigenlijke kerkbeuken. De verlichtingselementen nemen de vorm van een schelp aan.

Doksaal en orgel Na de vernieling van de kerktoren in 1918 werd het doksaal herbouwd. Zowel de orgelkast als de doksaal-leuning bleven vrij eenvoudig van uitvoering. Er werd grotendeels gebruik gemaakt van het oude vooroorlogse materiaal. De firma Anneessens bouwde de nieuwe orgel. Omvang van de orgel: groot orgel (56 noten) recit-expressief (56 noten) pedalen (30 noten) wisseling van (10) combinaties Door de installatie van een moderne chauffagetechniek moest het orgel verdwijnen. miniatuur|Het Doksaal, zoals vandaag te bezichtigen miniatuur|De speeltafel van de orgel vooraan in de kerk Op 19 september 1998 werd een nieuw, digitaal "Domus"-orgel in gebruik genomen. Dit orgel beschikt over: 3 klavieren 58 trekregisters (toonsoorten) 23 voetpistons De speeltafel bevindt zich vooraan in de kerk terwijl het "front" achter in de kerk staat, boven op het doksaal.

Kruisweg De kruisweg zoals hij vandaag te bezichtigen is, werd op 30 juli 1926 ingewijd. Een tijdlang hebben de (14) panelen in de kelder van het klooster vertoefd, totdat ze in 1972 in de kerk werd aangebracht. De kruisweg; in 1993 hersteld en bijgeschilderd, waarna hij weer een plaats kreeg op de zijmuren van de kerk. De diverse "staties" zijn genummerd en van onderschrift voorzien. De moderne kruisweg kreeg zijn bestemming op de rechter-achtermuur in de kerk.

Glasramen Verscheidende glasramen sieren het kerkgebouw. Bij de grondige werken in 1992 werden de glasramen uitgenomen en zorgvuldig nagezien en hersteld. Er werden tevens twee nieuwe glasramen besteld en geplaatst. Hieronder volgt een beschrijving van de glasramen van links naar rechts.

Links Achteraan, boven het zijportaal: "De engel Gabriël boodschapt aan Maria" (onderschrift: Ave Maria) Boven de pastoorsbiechtstoel: "O.-L.-Vrouw Boodschap" (onderschrift: Gracia Plena) In de doopkapel zijn er 5 kleinere glasramen: Tekst: "Met Christus verrezen" "Christusfiguur met op de achtergrond Adam en Eva met de slang, de verboden vrucht en het Calvarie - tafereel"