thumb|Voorplein met ingang in 1772 thumb|Plattegrond van de Schouwburg van Vingboons: boven de zaal en het toneel, onder enkele van de toneelmachines (prent 18e eeuw, auteur onbekend) thumb|De 'zeemachine' thumb|De 'watervalmachine' thumb|De 'Wolkmachine' thumb|Reconstructie plattegrond van de oude (boven) en nieuwe (onder) Schouwburg, Ottenheym (1989) 140. thumb|Schouwburg van Vingboons vanaf de richting van het toneel gezien thumb|Schouwburg van Vingboons vanuit de richting van de zaal gezien De Schouwburg van Vingboons was een uitbreiding van de oorspronkelijk door Jacob van Campen ontworpen Stadsschouwburg van Amsterdam. In 1665 werd het gebouw ingrijpend verbouwd. Het nieuwe gebouw was ruim twee keer zo groot en opgezet naar het voorbeeld van de nieuwste theaters uit Italië en Frankrijk. In 1772 brandde de Schouwburg volledig af en werd een andere locatie op het Leidseplein in gebruik genomen.

Voorgeschiedenis Lange tijd heeft de Schouwburg van Van Campen een belangrijke culturele en sociale functie in Amsterdam vervuld. Als de enige officiële toneelinstelling in de Verenigde Provinciën was de Schouwburg een pronkstuk voor de stad en het centrum van een invloedrijk cultureel-economisch netwerkPorteman, K., Smits-Veldt, M., Een nieuw vaderland voor de muzen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1560-1700 (Amsterdam 2008) 377. Toch bleek op den duur de oorspronkelijke opzet van het theater achterhaald. Het gebouw had niet de capaciteiten om aan de alsmaar groeiende behoefte aan spektakelstukken te kunnen voldoen. Bovendien was het niet geschikt voor de opvoering van Italiaanse opera's. Volgens schouwburghoofd Tobias van Domselaer was het podium niet alleen te breed en te ondiep, ook de wijze waarop van decor gewisseld kon worden liet te wensen over.Worp, J. A., Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg 1496-1772(Amsterdam 1920) 128. Vanaf 1637 werden voor het eerst publieke opera's gespeeld, waarna het zich via de rest van Italië over heel Europa verspreidde.Carter, T., 'Mask and Illusion, Italian Opera since 1637', in: Carter, T. (red.) The Cambridge History of Seventeenth Music (Cambridge 2005) 242-243. Deze werden in moderne U-vormige theaters vertoond, waarbij veelvuldig gebruik werd gemaakt van decors, machines en effecten.Mullin, D., The Development of the Playhouse: A Survey of Theatre Architecture from the Renaissance to the Present (Californie 1970) 28-30. Het is goed mogelijk dat de schouwburghoofden op de hoogte waren van deze laatste trend en vervolgens aan het stadsbestuur hebben voorgesteld om het gebouw op dergelijke wijze te laten verbouwen. De Amsterdamse Schouwburg moest een theater met internationale allure worden, dat zich kon meten met de nieuwste theaters in Parijs en Venetië.Amir, T., '26 mei 1665. De opening van de Amsterdamse Schouwburg te Amsterdam. Van suggestie naar illusie; kunst en vliegwerken in de Amsterdamse Schouwburg', in: Erenstein, R.L. (e.a., red.), Een theatergeschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen (Amsterdam 1996) 258 In 1663 besloten de regenten van de Oudemanhuispoort en het Burgerweeshuis dan ook om de Schouwburg grondig te laten verbouwen. Uiteindelijk kreeg de Amsterdamse architect Philip Vingboons in november 1663 de opdracht om de verbouwing van de Schouwburg op zich te nemen.Ottenheym, K., Philips Vingboons (1607-1678), architect (Zutphen 1989) 140.

De verbouwing en inrichting van de Schouwburg Vingboons heeft de oorspronkelijke schouwburg aanzienlijk aangepast en uitgebreid. Als de assistent van Van Campen had Vingboons in 1637 de plattegronden voor de oude Schouwburg vervaardigd en was daarmee dus al goed bekend met de eigenschappen en bijzonderheden van het gebouw.Swillens, P. T. A., Jacob van Campen. Schilder en bouwmeester 1595-1657 (Assen 1961) 65-66, 95. Zie ook Ottenheym, K., ‘Philips Vingboons (1607/08-1678)’, in: Huisken, J. E., Lammertse, F. (red.), Het kunstbedrijf van de familie Vingboons (Amsterdam 1989) 48-58, aldaar 48. Rond maart 1664 begonnen de werkzaamheden en bleef de schouwburg gedurende een jaar dicht. Om toch tijdens de verbouwing nog inkomsten voor de twee godshuizen te genereren werd een loods aan het Droogbak als tijdelijk theater in gebruik genomen, hoewel dit, gezien de zeer lage recettes van die periode,http://www.vondel.humanities.uva.nl/onstage/shows/?ystart=1665 waarschijnlijk meer heeft gekost dan het opleverde.Rössing, J.H., De vernieuwde Amsterdamsche schouwburg: eene herinnering aan het verleden (Utrecht 1874) 15.

Door de verbouwing werd het gebouw niet alleen twee keer zo groot als voorheen (van 18,5 bij 20,5 meter naar 18,5 bij 44 meter) ook de oriëntatie van het gebouw werd een kwartslag gedraaid. De architecturale hoofdas lag hierdoor niet langer in de breedte maar in de lengte, waarmee het toneel meer diepte kreeg en de ingang nu recht tegenover de Schouwburgpoort aan de Keizersgracht kwam te liggen.Elenbaas, R., 'De verbouwing van de Amsterdamse Schouwburg (1663-1665) in relatie tot het repertoire, het publiek en de toneelorganisatie', in: De zeventiende eeuw, 20 (2004) 289-291. Het brede podium maakte plaats voor een modern schuif-coulissentoneel. Dit hield in dat er nu door middel van verschillende lagen van beweegbare decors, zoals zijschermen, friezen en achterdoeken, een diepteperspectief met een centraal gelegen verdwijnpunt in het podium gecreëerd kon worden. Mogelijk gebeurden de 'changementen' van de decors aan de hand van een systeem van gleuven en karretjes in de toneelvloer. De voorste vier coulissen stonden in schuine hoek van 20° opgesteld om het diepteperspectief te versterken.Sluijter-Seijffert, N., 'De Amsterdamse schouwburg van 1774', in: Oud Holland, 90 (1976) 31-33. Enkele maanden voor de heropening werd een bedrag van 1448 uitgegeven voor nieuwe decors, In een inboedelinventaris uit 1688 worden in totaal 13 complete toneeldecors vermeld.Albach, B., 'Een inventaris van toneeldecors uit 1688.' In: Scenarium 8 (1984) 40-42. Op de decors waren verschillende achtergronden en scènes afgebeeld, die ook nog aangepast konden worden om nog meer variëteit te kunnen bieden. Volgens een anoniem handschrift uit ca. 1745 was er een decor voor een troonzaal, een hof, een huiskamer, een (Italiaanse) straat, een bos, een berg, een tuin, een zee en een kerker.Sluijter-Seijffert,'De Amsterdamse schouwburg van 1774', 21-22.

Naast het decor kregen ook de technische vernieuwingen een hoofdrol toebedeeld. In het toneel werden een aantal nieuwe machines geïnstalleerd die een belangrijke bijdrage leverden aan de verbeeldingswereld van de opgevoerde toneelstukken. Zo waren er machines die stromend water of een waterval konden nabootsen, een machine die aan de hand van beweegbare onderdelen een wolk voorstelde, verschillende technieken om rook en licht te simuleren, zinkluiken en nieuwe katrollen en kabels voor vliegwerk. Overigens kon er in de eerste Schouwburg al op beperkte wijze gebruik worden gemaakt van vliegwerk, ook zaten er al twee zinkluiken in de toneelvloer ingebouwd.Elenbaas,'De verbouwing van de Amsterdamse Schouwburg (1663-1665'), 289. Een toneelboog, een zogenaamde prosceniumboog, scheidde tot slot de zaal en het podium.

Net als de eerste schouwburg werd de zaal ingedeeld naar sociale klasse. Er waren staanplaatsen achter in de zaal, plaatsen in de voorbak achter de orkestbak, banken op de tweehooggelegen galerijen en 21 van elkaar gescheiden loges. In tegenstelling tot het oude podium konden nu alleen de centraal gelegen plaatsen, waaronder een speciaal aangebouwde regentenloge, de geïntendeerde functie van het podium volwaardig aanschouwen. De plaatsen aan de zijkanten hadden nu een vertekend zicht op het podium, waarbij men in sommige gevallen achter de opgestelde decors kon kijken en zo de intentie van het diepteperspectief gedeeltelijk wegviel.Albach, B., 'De schouwburg van Jacob van Campen', in: Oud Holland 85 (1970) 108. Voor de gemiddelde bezoeker heeft het waarschijnlijk niet veel uitgemaakt. Door de moderne technieken en de grote verscheidenheid aan decors kon de schouwburg nu spectaculaire voorstellingen geven.

Afbeeldingen decors 1760 - 1772

De ‘nieuwe’ Schouwburg Op 26 mei 1665 werd het nieuwe gebouw feestelijk ingewijd met de speciale voorstelling van Jan Vos' ‘Inwyding van de schouburg t’Amsterdam’. Vos had dit stuk speciaal geschreven om alle technische mogelijkheden van de decors en toneelmachines in hoog tempo aan de toeschouwers te demonstreren. Slechts negen voorstellingen later werd op 23 juni de schouwburg op bevel van het stadsbestuur gesloten, pas in februari van het volgende jaar werd het weer heropend. Vermoedelijk had dit vooral te maken met het uitbreken van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. Naast de grote visueel aantrekkelijke spektakelstukken van het eigen theatergezelschap, zoals Vos' Medea (ca. 1667) en Vondels' Gijsbrecht van Aemstel (1639), begon ook het dichtgenootschap Nil Volentibus Arduum stukken in de Frans-Classicistische traditie op te voeren.Smits-Veldt, M., Het Nederlandse Renaissancetoneel (Utrecht 1991) 101-111

De nieuwe schouwburg zou ruim een eeuw dienen als hét theater van Amsterdam. Afgezien van een aanzienlijke verbouwing van de zaal in 1769 zou het gebouw onveranderd blijven.Medema, G.G., ‘In zo goede order als in eenige stad in Holland’. Het stedelijk bouwbedrijf in Holland in de achttiende eeuw' (Utrecht 2008) 233.

Brand van de Amsterdamse Schouwburg 1772 Op maandag 11 mei 1772 trad er, in het kader van de zomerprogrammering, een Frans gezelschap op met een voorstelling van De Deserteur, een komische opera. Tijdens een kerkerscène werden de smeerkokers, die het toneel verlichtten, gedeeltelijk afgedekt. Daardoor brak brand uit, waarna de Schouwburg vrijwel helemaal afbrandde.Maarten Hell in Geschiedenis Magazine 2022/3 Alleen de poort bleef gespaard. De brand was zo intens dat men naar het schijnt zelfs in Utrecht, Den Haag en Texel het licht van het vuur kon aanschouwen.Worp, J. A., Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg 1496-1772(Amsterdam 1920) 215-216. Er vielen 18 doden. Onder de doden viel ook stadsarchitect Cornelis Rauws te betreuren, die voor de verbouwing drie jaar eerder verantwoordelijk was geweest.Zie voor dat laatste Worp 1920, p.189; E.B.M.Lottmann, 'Jan Smit, een grote 18de eeuwse Amsterdamse timmerbaas', Bulletin van de K.N.O.B., 77 (1978), p.131-137. De brand werd door verschillende graveurs vastgelegd in prentenvorm. Na de brand werd het perseel verkocht aan het R.K Oude Armen Kantoor. Twee jaar later werd een nieuwe schouwburg bij de Leidsepoort ingebruik genomen: Schouwburg van De Witte.

Afbeeldingen brand 1772

Categorie:Theaterzaal in Amsterdam Categorie:Voormalig bouwwerk in Amsterdam