thumb|Janus Henricus Donker Curtius (1813–1879) Jan Hendrik Donker Curtius (Arnhem, 21 april 1813 – aldaar, 27 november 1879) was het laatste opperhoofd van Dejima in Japan.
Donker Curtius studeerde rechten aan de Universiteit van Leiden. Voorafgaand aan zijn werkzaamheden in Japan was Donker Curtius Raadsheer bij het Hooggerechtshof te Batavia en lid van het Hoog Militair Gerechtshof. Hij arriveerde in 1852 op Dejima, en was getuige van de geforceerde ontsluiting van Japan door commodore Matthew Calbraith Perry in 1853.
Donker Curtius zorgde in 1855 voor de levering van het eerste stoomaangedreven marinevaartuig aan Japan, de Soembing. Het was een 29 meter lange raderboot, vijf meter breed en met een diepgang van vier meter. Het was bewapend met zes kanonnen. Het werd hernoemd tot Kanko Maru en was de eerste stap naar een moderne marine voor Japan.De West De Japansche Vloot Van Hollandsch Raderschip tot een machtige Marine, 23 februari 1945, geraadpleegd op 16 januari 2022
Hij sloot in 1856 een handelsverdrag met Japan.Rotterdamsche Courant Traktaat tusschen Nederland en Japan, 20 februari 1856, geraadpleegd op 16 januari 2022 Vanaf dat moment was het toegestaan om Dejima vrijelijk te bezoeken en te verlaten.Opening of Japan and Japan-Netherlands Relations Japan-Netherlands Exchange in the Edo period. National Diet Library. Japan. Gearchiveerd op 4 januari 2023. In 1858 was hij het laatste opperhoofdVanaf 1858 was de titel Gouvernements-Commissaris in Japan dat de hofreis naar Edo maakte. Tijdens die reis verwierf hij een collectie boeken, vooral over Rangaku, die nu in het bezit is van de bibliotheek van de Universiteit van Leiden.
Categorie:Japans-Nederlandse betrekkingen Categorie:Nederlands diplomaat