thumb|Markt in Lelydorp, 2008 De economie van Suriname wordt gedomineerd door een grote overheidssector en een sterke afhankelijkheid van de inkomsten uit de mijnbouwsector, met name goud en aardolie. Die maken het land afhankelijk van de prijzen op de wereldmarkt, maar leveren tegelijkertijd ook bruikbare buitenlandse valuta op. De import bestaat voor het grootste deel uit investeringsgoederen, grondstoffen en hulpstoffen. De meeste bedrijven in Suriname bevinden zich in de dienstverlening en handel. De omvang van de informele economie bedraagt 20% tot 40%.
De economie raakte sinds de onafhankelijkheid meerdere keren verstoord met terugkerend periodes van grote inflatie en economische teruggang waarvoor opvolgende regeringen zich geconfronteerd zagen.
Afgaand op cijfers uit 1990 is Suriname volgens de Verenigde Naties (VN) in potentie het 17e rijkste land ter wereld. De VN sprak daarnaast in 2018 de verwachting uit dat Suriname in 2030 een van de laatste drie landen in Zuid-Amerika zal zijn waar armoede nog niet is uitgebannen.
Economische sectoren Economische geschiedenis tot en met de 19e eeuw Cacao, suiker en koffie waren typische producten die in de plantagelandbouw werden verbouwd. Rond 1800 kwam katoen daarbij, die enige tijd veelgevraagd was op de wereldmarkt, maar die de grond snel uitputte.
Nadat de slavernij in 1863 officieel en in 1873 feitelijk was afgeschaft, werden eerst nog contractarbeiders uit Nederlands-Indië, India en voor een kleiner gedeelte uit China gehaald. Niettemin verdwenen de plantages op den duur; suikerriet wordt niet meer in Suriname verbouwd.Ivo Evers & Pieter van Maele, 'Bouterse aan de macht', hoofdstuk 3: 'Een economische jojo', , 2012
Goud thumb|Rosebel-goudmijn, circa 2009
20e eeuw In 1908 piekte de goudwinning in Suriname met een productie van 1210 kilogram. Hierna nam de productie af tot 440 kilogram in 1938 en nog enkele tientallen kilo's per jaar in de jaren 1970. Daarna trok de goudwinning weer aan.
21e eeuw Voor rond 80% van de jaarlijkse export – en in 2023 een exportwaarde van 1,83 miljard US$ – is goud een belangrijkste economische factor voor Suriname. In 2021 bedroeg de goudsector 8,5% van het bbp. Deze productie wordt geleverd door twee multinationals (Newmont en Zijin) en de kleinschalige goudsector. De eerstgenoemden zijn samen goed voor ruim 60% van de productie, terwijl de kleinschalige goudsector goed is voor 40%. Naar schatting werken rond 2025 tussen de 10.000 en 30.000 personen in de kleinschalige goudsector.
Ter vergelijking waren olie en goud in 2010 goed voor 27% van de overheidsinkomsten, met navenant een sterke afhankelijkheid van de economie van de grondstofprijzen op de wereldmarkt. De goudsector zou in 2018 goed zijn voor 54,5% van de inkomsten van de staat uit de goudsector, zo DNA-lid Patricia Etnel.
In 2004 werd de Rosebel-goudmijn van Iamgold in productie genomen. Iamgold, Rosebel Gold Mine, Suriname, 2013 Hierbij heeft de Surinaamse staat een aandeel van 5% en Iamgold 95%. In 2013 tekende de staat opnieuw een overeenkomst met Iamgold voor een participatie van 30%. In 2020 nam Staatsolie de 30% aandelen van de staat over. In 2022 verkocht Iamgold zijn aandeel in Suriname aan Zijin voor een bedrag van 360 miljoen US$.
In 2014 kwam de joint venture Surgold bij met de bouw van de Merian-goudmijn, op zestig kilometer afstand van Moengo. Daar heeft Staatsolie het aandeel van 25%. Voor een deel het aandeel van 25% leende Staatsolie geld bij externe financiers, waardoor een aanzienlijk deel van de opbrengsten opgaat aan rente en aflossing. De rest van het aandeel werd gefinancierd door middel van obligaties waarbij de totale Surinaamse gemeenschap in kon participeren. De eerste inkomsten voor de overheid kwamen in 2017, op dat moment nog uit royalty’s omdat de productie nog niet was gestart.Waterkant, Merian-goudmijn levert Suriname miljoenen dollars op, 5 oktober 2017. Gearchiveerd op 19 april 2023.Ivan Cairo, Ontwikkeling Merian-goudmijn op schema, De Ware Tijd, 31 augustus 2018. Gearchiveerd op 19 augustus 2022. Door de ontwikkeling van de Merian-goudmijn is het aandeel van goud in de Surinaamse export alsook de overheidsinkomsten nog sterker gestegen.
Olie en gas
De exploratie en exploitatie van olie en gas begon in 1982 en draagt aanzienlijk bij aan de economie van Suriname, met een aandeel van ongeveer 9-10% van het bbp. Staatsolie, Suriname's nationale energie, olie- en gasbedrijf, is de motor achter Suriname's olie- en gasindustrie. miniatuur|Tamboredjo, Tamboredjo-Noord en Calcutta velden Er wordt naar olie onshore, near-shore en offshore geëxploreerd. Het bedrijf produceert Saramacca Crude uit de olievelden in het district Saramacca. Deze velden zijn Tambaredjo, Calcutta en Tambaredjo-Noordwest. Het Tambaredjo-veld werd ontdekt in de jaren '60. Het is een onshore veld met zware biologisch afbreekbare olie met een 16-API. Volgens voormalig directeur Rudolf Elias is die olie een weggestroomde fractie van een andere bron. miniatuur|Raffinaderij Staatsolie te Tout Lui Faut In 2012 produceerde Staatsolie 16.200 vaten (2.580 m³) per dag. Staatsolie produceert rond ruim 6 miljoen vaten per jaar in de Tout Lui Faut-raffinaderij. Gemiddeld produceert het bedrijf rond 2025 ook 3 miljoen vaten diesel en benzine. Ook produceert het bedrijf bitumen/asfalt, stookolie en bunkerolie. Exportmarkten zijn Trinidad en Tobago, Curaçao, Barbados, Guyana, Jamaica, Sint Eustatius en Antigua
Via de dochteronderneming Staatolie Power Company Suriname N.V. (SPCS), voldoet het bedrijf voor ongeveer 70% aan de elektriciteitsvraag van Paramaribo en omliggende districten (het zogenoemde EPAR-netwerk). In 2024 bedroeg dat 67% van de vraag, waarvan de som van 42% vanuit de Brokopondo-waterkrachtcentrale werd geleverd en 25% procent vanuit de SPCS thermische centrale te Tout Lui Faut.
Het bedrijf bezit een elektriciteitscentrale van 96 MW en een waterkrachtcentrale van 189 MW. Staatsolie exploiteert ook een eigen netwerk van tankstations onder het merk Gow2, dat een retailmarktaandeel van 57% heeft. Verder claimt ze een gevestigde leverancier van bunkerolies te zijn in de Caribische regio. Ze biedt werkgelegenheid aan meer dan 1100 personen.
Staatsolie is een van de grootste bijdragers van de Surinaamse staatskas. In 2022 boekte ze een winst van 840 miljoen US$, waarbij de bijdrage aan de staatskas 320 miljoen US$ bedroeg. In 2023 boekte ze een winst van 722 miljoen US$. De daling in de winst was te wijten aan de lagere olieprijs per vat dat jaar. De bijdrage aan de staatskas bedroeg 335 miljoen US$. In 2024, boekte ze een winst van 735 miljoen, met een bijdrage van 384 miljoen US$ aan de staatskas. De opbrengsten omvatten naast de inkomsten van Staatsolie en dochterbedrijven, ook Staatsolies deelneming in de goudmijnen van Newmont Suriname en van Rosebel Gold Mines
Enkele andere spelers zijn anno 2025 Total Engergies, Apache, Shell en Petronas. Deze bedrijven hebben productsharing-overeenkomsten getekend met Staatsolie voor de exploratie en winning van offshoreolie. Het eerste contract werd getekend in 2015. In 2023 zijn er nog drie soortgelijke contracten getekend.
In 2020 werd de eerste offshore olie gevonden in het blok 58. Staatsolie, de Surinaamse overheid, alsook Surinaamse bedrijven en partners van het bedrijf anticiperen actief op de ontwikkeling van de offshore olie industrie. De eerste productie van offshore olie in blok 58 zal starten in 2028, waarbij Staatsolie een aandeel heeft van 20% tot 40%. De verwachtingen zijn dat Suriname rond de 7 miljard US$ zal verdienen in de eerste vijf productiejaren. Een groot deel van deze inkomsten zullen komen uit royalty's van 6,25% die de staat altijd zal ontvangen, onafhankelijk van kosten- en winstolie. Hierdoor wordt de olieindustrie eind jaren 2020 naar verwachting de grootste motor achter de Surinaamse economie.
Om te kunnen participeren in de ontwikkeling van blok 58 – dat is geraamd op US$ 12,2 miljard – met het 20% aandeel, heeft Staatsolie in 2025 nieuwe obligaties uitgegeven met een looptijd van acht jaar. De rente is 7,75% voor de US-dollar en 7,25% voor de euro-obligatie. Meedoen kon vanaf 100 US$ en 100 euro. Door het instapbedrag zo laag mogelijk te houden, gaf Staatsolie zoveel mogelijk mensen in Suriname de kans mee te doen. Voor de grote investeerders in Suriname, Curaçao of Sint Maarten, was er een coupure van US$ 30.000. Het bedrijf streefde hiermee minimaal US$ 250 miljoen en € 50 miljoen op te halen. Op 23 maart 2025 werd bekend dat ze US$ 211,7 miljoen meer had opgehaald met de obligatie dan ingeschat. In totaal is met de Staatsolie-obligatie 2025-2033 US$ 468.745.200 miljoen en € 43.485.100 (omgerekend US$ 47.081.317) aangetrokken. In US-dollar komt het totaalbedrag neer op US$ 515,8 miljoen. De rest van de geraamde kosten zal het bedrijf financieren door middel van leningen, en eigen reserves.
Bauxiet 1915-2015 thumb|Het Surinaamse bauxiet was van belang voor de Amerikaanse vliegtuigproductie in de Tweede Wereldoorlog
Bauxiet, een belangrijk bestanddeel voor aluminium, vormde vanaf de ontdekking in 1915 een belangrijke pijler van de economie, vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog toen Suriname uitgroeide tot de grootste aluminiumleverancier voor de Amerikaanse wapenindustrie. Tien jaar nadat in 1948 in het Nassaugebergte bauxiet werd ontdekt, werd de Afobakadam gebouwd. Deze stuwdam zorgde voor het ontstaan van het Brokopondostuwmeer en leverde de energie voor de bauxietwinning. In de jaren 1970 was Suriname de grootste leverancier voor aluminium ter wereld. Vanaf 1982 was er een sterke daling van de prijs van aluminiumoxide, waardoor de inkomsten voor de overheid tussen 1980 en 1987 daalden van 28% naar 3%. Sindsdien liep de productie sterk terug, totdat Suralco de winning van bauxiet in november 2015 geheel staakte.CIA Factbook, Suriname - Economie, geraadpleegd juli 2019
Na 2024 Eind 2024 tekende de regering een conceptovereenkomst met het Chinese bedrijf Chinalco voor de ontginning van bauxiet in West-Suriname in het gebied rond Bakhuis.Starnieuws, Regering tekent bauxietovereenkomst met Chinalco, 25 november 2024 Daarbij zou een investering van 426 miljoen US$ gemoeid gaan, met een 13% aandeel van Suriname, waarbij de royalty's het belangrijkste verdienmodel zijn; per 86 US$ per ton ontvangt de staat 4%. Vanuit de samenleving klinkt kritiek omdat deze overeenkomst nadelig zou zijn voor Suriname. De tegenstanders vrezen dat de bauxietreserves tegen ongunstige voorwaarden worden geëxploiteerd en dat Suriname er economisch er weinig aan overhoudt. Ook is er bezwaar tegen de mogelijke milieueffecten. Volgens de Vereniging van Economisten in Suriname zou de Chinalco-deal in strijd met de wetgeving en nationale belangen zijn. Ook inheemse organisaties voelen zich niet gehoord en beklagen dat het principe van FPIC niet zou zijn toegepast. In een interview met ABC Suriname gaf vicepresident Ronnie Brunswijk aan dat de conceptovereenkomst door De Nationale Assemblée (DNA) zou zijn teruggestuurd en daarmee officieel van tafel zou zijn. Volgens minister Albert Ramdin zou die nog worden besproken in DNA.
Hout
Suriname produceerde in 2016 de volgende hoeveelheden rondhout: Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht, Bosbouwstatistieken 2016. Gearchiveerd op 19 april 2023.
DistrictRondhout in m3Brokopondo124.099Commewijne10.498Coronie36Marowijne25.018Nickerie97Para122.988Saramacca38Sipaliwini300.744Totaal583.518
Landbouw, veeteelt en visserij Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij bevindt zich aan de Letitia Vriesdelaan in Paramaribo. De sector omvat bijna tien procent van de landelijke economie.