De Mesopotamische Campagne (of Mesopotamiaanse Campagne) was een militaire veldtocht van het Britse Rijk tegen het toenmalige Ottomaanse Rijk, die plaatsvond van 6 november 1914 tot 16 november 1918 in Mesopotamië, het huidige Irak (en Koeweit). De strijdkrachten en bevoorrading kwamen voornamelijk uit Brits-Indië, een toenmalige Britse kolonie.
Voorgeschiedenis Mesopotamië, of Tweestromenland naar het stroomgebied van de Eufraat en de Tigris, is al van oudsher een interessante regio omwille van zijn rijkdom. Voor 1900 was deze rijkdom voornamelijk gebaseerd op de vruchtbare landbouwgebieden, maar na de eeuwwisseling werd de regio om een andere reden interessant: aardolie. Deze 'nieuwe' grondstof werd als stookolie de brandstof voor de nieuwe klasse slagschepen van de Britse Marine, de zogeheten Dreadnoughts. Deze nieuwe slagschepen waren extreem zwaar door hun bewapening en dikke pantserbekleding, wat leidde tot een lagere topsnelheid. De topsnelheid was belangrijk bij achtervolgingen en moest dus zo hoog mogelijk zijn. Voor het probleem van de matige snelheid van de Dreadnought kwamen twee oplossingen: de intrede van een ander type schip, namelijk de slagkruiser, en het gebruik van stookolie in plaats van Steenkool. Stookolie produceert meer warmte, waardoor een motor van dezelfde grootte een hogere snelheid oplevert dan een motor die wordt aangedreven door steenkool. Daarnaast was een schip met steenkool als brandstof veel tijd kwijt in de haven om te bunkeren (steenkool bij te vullen). Stookolie daarentegen kon onder druk sneller worden overgepompt naar het schip.
In Koeweit, dat toentertijd onder Britse controle stond, was een belangrijke bron van stookolie en in Mesopotamië waren sporen gevonden van de aanwezigheid van olie. De Engelsen vonden dat de olievelden in Koeweit (en Perzië) koste wat het kost moesten worden beschermd, opdat de olievoorraad niet in het gedrang zou komen.Hart 2015, p. 268.
Casus belli Toen de Entente-mogendheden zich in augustus 1914 in de oorlog stortten, werden de oorlogshandelingen aanvankelijk beperkt tot het Europese vasteland. Hoewel de vloten van alle strijdende partijen waren gemobiliseerd, vonden er in de eerste maanden geen noemenswaardige conflicten plaats op zee. De Royal Navy werd als heerser over de zeeën aanvaard en de Hochseeflotte, de grootste vloot van de Centralen, bleef veilig in zijn haven voor anker liggen.
Na enkele maanden mengde een nieuwe mogendheid zich in de oorlog: het Ottomaanse Rijk. De "zieke man van Europa" bestookte op 29 oktober 1914 de Russische havensteden Sebastopol, Feodosija, Jalta, Odessa en NovorossiejskTurkey In The First World War: Chronology, geraadpleegd op 29 september 2019. in de Zwarte Zee, waarna het Tsaristische Rusland de oorlog verklaarde aan Turkije. Op 5 november, een week later, verklaarden ook de Fransen en Engelsen de oorlog aan de Turken.
Angezien het aanvallen van een bondgenoot als directe casus belli kan worden gezien, gebruikte het Britse Rijk het argument dat de olievelden moesten worden veiliggesteld . Dit twijfelachtige motief werd door het Verenigd Koninkrijk gebruikt toen het meer troepen naar de regio wilde sturen. De Military Secretary to the India Office generaal Sir Edmund Barrow, beargumenteerde het als volgt:"troepen konden worden geland op Perzische grond in Mohammerah (thans Koramsjar) of op het eiland Abadan, ogenschijnlijk om de olie-installatie te beschermen, maar in werkelijkheid om de Turken te informeren dat we het menen en de Arabieren te informeren dat we klaar zijn om hen te ondersteunen ... Met de Arabieren aan onze zijde is een Jihad onmogelijk, en onze Indiase grens veilig voor aanvallen."F. J. Moberly, The Campaign in Mesopotamia, 1914-1918. HMSO, London (1923), vol. i, p.87 . (vertaald uit het Engels)Vermoedelijk werd dit argument als casus belli gebruikt als dekmantel voor de Britse honger naar olie, wat werd onderstreept door het Sikes-Picotverdrag in mei 1916.Great Power Conflict over Iraqi Oil: The World War I Era, geraadpleegd op 29 september 2019
Voorbereidingen Britse Rijk thumb|Britse rijk in 1914 De oorlogvoerende landen konden in november van het jaar 1914 geen man missen. Dit gold des te meer voor Engeland, waar er geen dienstplicht was en de stroom aan vrijwilligers nog getraind moesten worden. De Britten moesten hun soldaten voor dit deel van de wereld, Mesopotamië, dus van ergens anders halen.
In een overeenkomst uit 1912 was de vereiste ondersteuning van India in het geval van oorlog vastgelegd en dit omvatte het nemen van verantwoordelijkheid voor eventuele campagnes in het gebied van de Perzische Golf en Mesopotamië. Officieel zou daarom de Indian Expedtionary Force (IEF) 'D' worden gelicht door, en onder controle van, de Brits-geleide Indiase regering in Delhi.Hart, Peter, The Great War: a combat history of the First World War. Oxford University Press, Canada (2015), p. 269. (vertaald uit het Engels) Brits-Indië, het hart van het Britse Rijk, wou maar al te graag deze troepen leveren. Hiervoor had het twee redenen: het veiligstellen van India en het beteugelen van de moslimbevolking in hun hoop op een wereldwijde islamitische eenheid.Strachan 2003, p. 120-121.
De lichting van het Indian Expeditionary Force 'D' (IEF D) IEF 'A' was bedoeld voor het westfront en Egypte, terwijl IEF 'B' en 'C' bedoeld waren voor in Oost-Afrika. was reeds voor de oorlog begonnen en op 28 oktober 1914, nog voor de Ottomaanse deelname aan het conflict. Dit expeditieleger, dat bestond uit de 16de brigade van de 6de (Poona) divisie, landde in het huidige Bahrein. Op 30 oktober werd ook de 18de brigade van dezelfde divisie naar Sjatt al-Arab in de Perzische Golf gestuurd. Het was nu enkel nog wachten op de oorlogsverklaring.IEF D, geraadpleegd op 10 oktober 2019. Gearchiveerd op 24 september 2024.
Ottomaanse Rijk links|miniatuur|Ottomaanse Rijk in 1914 Toen op 2 augustus 1914 duidelijk werd dat er een continentale oorlog voor de deur stond, kondigde het Turkse militaire hoofdkwartier de mobilisatie af. Alle dienstplichtigen moesten zich melden in hun regionale kazernes voor legerdienst. De reden voor deze mobilisatie was een geheime alliantie, gesloten op dezelfde dag, tussen Duitsland en het Ottomaanse rijk.Turkey In The First World War: Chronology, geraadpleegd op 13 oktober 2019.
Het was een algemene mobilisatie. Er waren geen speciale plannen om de soldaten te spreiden over het rijk. Het systeem was simpel: de soldaten meldden zich bij de dichtstbijzijnde kazerne en gingen daar in dienst, daardoor waren er in de regio's waar meer mensen woonden vanzelfsprekend ook meer soldaten. Zo waren er rondom de Bosporus veel meer soldaten dan in het droge Mesopotamië en de koude Kaukasus. Het gebrek aan voorbereiding in de verre uithoeken van het rijk zou snel duidelijk worden. Daarnaast waren er normaal gezien twee korpsen gestationeerd in Mesopotamië: het XII en XIII korps, maar deze werden naar Syrië en de Kaukasus gestuurd bij het uitbreken van de oorlog. Daardoor was er slechts één divisie - de 38ste - in de regio aanwezig.Turkey in the First World War: Mesopotamia, geraadpleegd op 20 oktober 2019.
De campagne Beginfase De beginfase van de Mesopotamische campagne liep van 5 november tot 21 november 1914. Toen op 5 november de formele oorlogsverklaring werd uitgeroepen, verloor brigadegeneraal Delamain geen tijd en nam met 600 soldaten de slecht verdedigde forten van Fao in. Het Turkse garnizoen bestond uit slechts 450 soldaten met 4 stukken artillerie. Daarna marcheerde hij stroomopwaarts, ondersteund door enkele marineschepen. Op 7 november kwam hij aan in Abadan, waar hij het lichte verzet opruimde en daarna 5 kilometer verderop zijn kamp opzette. Op 11 november wist hij een tegenaanval van de Turken af te slaan en in een periode van slechts drie dagen werden zijn manschappen aangevuld met 7.000 extra soldaten en lichte artillerie.The Capture of Basra, 1914, geraadpleegd op 20 oktober 2019. Gearchiveerd op 6 april 2019. Op 21 november veroverden de Britse troepen de stad Basra, het huidige Al-Basrah, op de Entente. In deze havenstad aan de monding van de Eufraat woonden 60.000 mensen, zowel moslims als christenen.
Opmars thumb|Britse opmars in Juli Hoewel de campagne zijn doel reeds had bereikt, het veiligstellen van de olievoorraden, was de oorlog in Mesopotamië nog lang niet voorbij. Ten eerste was Basra niet de ideale basis, omdat het aan goede voorzieningen ontbrak. Maar belangrijker dan dit was het feit dat tussen maart en oktober, wanneer de rivier uit zijn oever trad, Basra een eiland werd in de rivier. Troepenbewegingen, die door slechte infrastructuur reeds moeilijk waren, zouden dan helemaal onmogelijk zijn.
Bij maritieme verkenning was ondertussen aan het licht gekomen dat de Turkse 38ste divisie zich 80 kilometer teruggetrokken had richting de stad Qurna, gelegen aan de oude samenvloeiing van de Tigris en de Eufraat. Generaal Sir Arthur Barrett besloot dat, om zijn positie te verstevigen, hij een voorpost moest oprichten in Qurna.Hart 2015, p. 270 Met een kleine eenheid landde hij op de oostelijke oever van de Tigris, maar kreeg toen problemen met het oversteken van de brede rivier. Door de hulp van de Royal Navy, lukte het twee Indische bataljons toch om de rivier iets meer stroomopwaarts over te steken, waardoor de Turken afgesneden werden en zich op 9 december gedwongen voelden tot overgave. Er vielen slechts 29 Britse (Indische) slachtoffers, wat heel weinig is voor de 1.000 Turkse soldaten die werden gevangengenomen.The Capture of Amara, 1915, geraadpleegd op 27 oktober 2019. Gearchiveerd op 8 november 2020.
De winter brachten de Britten door in Qurna, vrezend voor een tegenaanval in de slechtste condities. Door de vliegen, extreme temperaturen en slechte infrastructuur gebruikten de soldaten van het Britse rijk al snel het oude Arabische gezegde: "God heeft de hel gecreëerd, maar het was niet erg genoeg, dus creëerde hij Mesopotamië." Toen de langverwachte tegenaanval begon op 11 april 1915, werd deze niet zonder moeite afgeslagen, mede dankzij de nieuwe 12de Indische divisie. Tegen deze tijd was Barret niet meer in staat troepen te leiden door ziekte, dus werd hij vervangen door luitenant-generaal Sir John Nixon. Deze kreeg de opdracht om de olievelden te verdedigen, de provincie Basra (dus niet alleen de stad) te veroveren en een opmars te plannen naar Bagdad.
Op bevel van Nixon werd er onder leiding van generaal-majoor Charles Townshend een nieuwe expeditie opgezet langs de Tigris, met als doel: Amarah. Townshend werd gezien als een meester in zijn vak. Hij had reeds bekendheid geoogst door zijn verdediging bij het beleg van Chitral en nu kon hij nogmaals tonen wat hij waard was. Langs de overstroomde rivier was het alleen mogelijk om per boot de rivier op te gaan. Hij plande zijn opmars grondig en op 31 mei 1915 lanceerde hij zijn aanval. De artillerie deed zijn werk grondig en de Turkse voorposten werden onder de voet gelopen. Luchtverkenning toonde vluchtende Turken en Townshend reageerde zonder te twijfelen. Hij zette de achtervolging in en stoomde de rivier op. Later, op het hoofdkwartier van de 6de Indische divisie schreef hij: links|miniatuur|Generaal Charles Townshend