De Matchless Model G80-serie was een serie 500cc-motorfietsen die het Britse merk Matchless produceerde van 1936 tot 1969. De ontwikkeling liep ongeveer op gelijke voet met de 350cc-Matchless Model G3-serie en ook de Matchless G90-modellen behoren tot deze serie. Voorgeschiedenis Model 35/D80 (De Luxe) en 35/D90 (De Luxe) In 1935 bracht Matchless een serie eencilinders van 250- tot 600 cc op de markt. Ze hadden allemaal nog een licht (25º) voorover hellende cilinder en de sportieve modellen hadden een dubbele uitlaatpoort ("Twin Port") en twee uitlaten. Van bijna alle modellen kwam ook een "De Luxe"-versie met onder meer een grotere koplamp en een uitgebreider instrumentenpaneel. De 500cc-kopklepmodellen waren het Model 35/D80 en het Model 35/D80 De Luxe en voor de zeer sportieve rijders het Model 35/D90 en het Model 35/D90 De Luxe. Daarnaast was er nog een ouderwetse 500cc-zijklepper die vooral als zijspantrekker dienst deed, het Model 35/D5. De type-aanduiding In de tweede helft van de jaren dertig gebruikte Matchless elk bouwjaar in de type-aanduiding. De 500cc-modellen kregen daardoor de aanduidingen Model 35/D5, Model 35/D80, Model 35/D90, Model 36/D5, Model 36/G80, Model 36/G80C, Model 37/G5, Model 37/G80, Model 38/G5 en Model 39/G5. Na de Tweede Wereldoorlog verviel het woord "Model" voor alle series, maar bij de G80/G90-modellen gebeurde dat waarschijnlijk al in 1938. Wel kwam er soms een toevoeging als "C" voor Competition en "S" voor Sprung (achtervering en later scrambles). Geen "De Luxe"-modellen In 1936 leverde Matchless vijf modellen minder dan in 1935. Dat was vooral te wijten aan het verdwijnen van de "De Luxe"-modellen. In het algemeen werden deze modellen uitgevoerd met verchroomde randjes langs de spatborden, een grotere koplamp, een oliepeilindicator, een snelheidsmeter en een instrumentenpaneel op het stuur. In plaats daarvan konden klanten hun machine naar behoeven aankleden met onderdelen uit de catalogus: Afneembare bagagedrager (15 shilling) beenschilden (15 shilling) Snelheidsmeter zonder dagteller (2 pond) Snelheidsmeter met dagteller (2 pond en 5 shilling) Lucas remlicht (5 shilling) Duovoetsteunen (7 shilling en 6 pence) Duozadel (12 shilling en 6 pence) Hutchinson "De Luxe" duozadel voor plaatsing boven de bagagedrager (13 shilling en 6 pence) Eight-Day Clock Een Eight-Day clock was een klokje dat om de acht dagen opgewonden moest worden. (1 pond en 10 shilling) 1936-1939 +Clubman, Super Clubman, Clubman Special of Super Clubman Special? In het Verenigd Koninkrijk bestond het verschijnsel "Clubmanraces". Dit waren wedstrijden tussen leden van een op sportieve leest geschoeide motorclub. In de jaren dertig betrof het vooral enduro-, trial- en motorcrosswedstrijden, want stratencircuits bestonden nauwelijks en permanente circuits waren dun gezaaid. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat omdat tientallen ongebruikte vliegvelden werden omgebouwd tot circuit. Vanaf dat moment werd de naam "Clubman" vooral gebruikt voor sportmotoren die "street legal" waren, maar waarmee amateurs ook konden racen.
Matchless gebruikte in deze periode voor de oorlog de volgende toevoegingen: "Clubman": De - min of meer officiële - toevoeging "Clubman" werd eind jaren dertig voor alle machines uit deze serie gebruikt omdat ze voor sportief gebruik bedoeld waren. Voorbeeld: Model 36/G80 Clubman "Super": De toevoeging "Super" werd gebruikt voor de modellen met getunede motor, die ook de type-aanduiding "G90" kregen. Voorbeeld: Model 36/G90 Super Clubman. "Special": De toevoeging "Special" was bestemd voor de Competition (terreinsport)-modellen, die ook een "C" in de naam kregen. Voorbeeld: Model 36/G80C Clubman Special. De "C"-modellen met getunede motor kregen alle toevoegingen. Voorbeeld: Model 36/G90C Super Clubman Special. Model 36/G80 (Clubman) en Model 37/G80 (Clubman) In 1936 kwamen de nieuwe modellen 36/G80 en 36/G80C op de markt. Het belangrijkste technische verschil met de 1935-modellen was de nu rechtop staande cilinder. De cilinderverhoudingen (boring 82,5 mm en slag 93 mm) waren gelijk gebleven, maar het smeersysteem was verbeterd en het frame verstevigd. Uiterlijk was het verschil ook beperkt. De Burman-vierversnellingsbak was voetgeschakeld met een verstelbaar pedaaltje, de olietank was groter en volgde de lijnen van de framebuizen en het rechthoekige leren gereedschapstasje was vervangen door een stalen trapeziumvormig exemplaar tussen de rechter achterframebuizen.
Het Model 36/G80 had een "Lo-Ex"Lo-Ex = Low Expansion. De zuiger was opgebouwd uit een aluminium-legering met een beperkte uitzettingscoëfficiënt. aluminium zuiger. De krukas draaide links in een kogellager en rechts in een bronzen glijlager en de drijfstang had een dubbel kogellager. De kleplichter was handbediendDit was de goedkopere oplossing. Bij duurdere modellen werd de kleplichter gekoppeld aan de kickstarter zodat hij automatisch werkte bij het aantrappen.. De compressieverhouding bedroeg 6,2:1. De ontsteking werd verzorgd door een Lucas-hoogspanningsmagneet die achter de cilinder zat en werd aangedreven door een kettinkje. De brandstoftoevoer verliep via een 1 inch Amal-carburateur zonder luchtfilter. De primaire ketting liep in een oliebad, de secundaire ketting in een open kettingschermpje. De uitlaten waren volgens de mode van de tijd uitgevoerd als swept back pipes, maar meer conservatieve klanten konden zonder bijbetaling laagliggende uitlaten bestellen. De machine had een middenbok, maar ook nog een ouderwetse voorwielstandaard. De benzinetank was flink gegroeid: hadden de 1935-modellen nog 9-liter tanks, nu bevatte de tank 13,6 liter. De olietank was ook groter geworden, van 1,7 liter naar 2,3 liter. De Girder type-parallellogramvork was voorzien van drie verstelbare frictiedempers: twee schokdempers en een stuurdemper. Het stuur was in rubbers opgehangen. De machine kostte 55 pond, maar een afneembare bagagedrager kostte 15 shilling extra. Het Model 36/G80 was wel standaard uitgerust met een Lucas-verlichtingsset inclusief parkeerlicht, een 30 watt-dynamo en een elektrische claxon. Het instrumentenpaneel zat standaard boven op de tank en bevatte een ampèremeter, de ontstekings- en lichtschakelaar en een voorbereiding voor de inbouw van een "Eight-Day clock". De claxonschakelaar zat op het stuur.
Model 36/G80C (Clubman Special) en Model 37/G80C (Clubman Special) Het Model 36/G80C was vooral toegespitst op terreinsporten, met name trial. Het was daarom ook lichter door de toepassing van smallere spatborden en het weglaten van de frictie- schokdempers en de middenbok. De machine had nog steeds een voorwielstandaard, maar ook een zijstandaard en een achterwielstandaard, die bij endurowedstrijden makkelijk was om het achterwiel te demonteren. De stuuruitslag was groter en er waren terreinbanden gemonteerd. Het stalen gereedschapskastje was vervangen door twee leren tasjes aan weerszijden van het achterspatbord. De machine had ook een beschermplaat voor het carter en de rem- en koppelingshendels waren verstelbaar. De versnellingsbak had een kortere gearing en de motor was getuned met gepolijste cilinderkop en in- en uitlaatpoorten. De stuurrubbers ontbraken, evenals de schokdempers op de voorvork. De machine kostte 60 pond en kon uitsluitend met swept back pipes geleverd worden. Model 36/G90 (Super Clubman), 36/G90C (Super Clubman Special), 37/G90 (Super Clubman) en 37/G90C (Super Clubman Special) Het Model 36/G90 was de opvolger van het Model 35/D90. Het was een extra-sportief model waarvan de compressieverhouding hoger was (7,5:1). De cilinderkop, in- en uitlaatpoorten, drijfstang en vliegwielen waren gepolijst en de motor was getuned voor meer vermogen. Dit model kostte in 1936 60 pond. Het Model 36/G90C was feitelijk een G/80C met de G90-getunede motor. De machine kostte 65 pond en kon net als de G80C alleen met swept back pipes geleverd worden.
De machines voor 1937 (Model 37/G80, Model 37/G80C, Model 37/G90 en Model 37/G90C) waren ongewijzigd. 1938-1939: G80 (Clubman), G80C (Clubman Special), G90 (Super Clubman) en G90C (Super Clubman Special) In 1938 werden de motoren iets gewijzigd. De koelribben werden groter en de cilinderkop was uit één stuk gegoten met ingesloten kleppenmechanisme. De letter "M" was nu ook in de cilinderkop gegoten, net als in het kettingkastje van de dynamoketting. Het carter bleef gelijk, maar de oliepomp en de aan- en afvoerleidingen werden verbeterd. Alle Matchless-motorfietsen kregen 14mm-bougies. In 1939 verscheen ook het AJS-zustermodel, het AJS Model 39/18, dat afweek van de Matchless omdat de ontstekingsmagneet niet achter de cilinder, maar voor het carter zat. +OorlogsproductieVoor het War Office ontwikkelde Matchless al tijdens de mobilisatie in 1939 het 350cc-prototype Matchless WG3/L, waarbij de "W" stond voor "War Office" en de "L" voor "Lightweight". De machine was dan ook 25 kg lichter dan een Matchless Model 39/G3. De haarspeldveren voor de kleppen waren vervangen door schroefveren. Deze machine deed in 1939 al dienst in Noord-Frankrijk. Na de slag om Duinkerke en de daaropvolgende Britse evacuatieoperatie Dynamo bleef vrijwel al het materieel, al dan niet vernietigd, achter in Duinkerke. Onmiddellijk werden alle beschikbare Matchless-motorfietsen aangekocht door het War Office om de verliezen te compenseren. Het War Office startte tests voor de aanbesteding van specifiek militaire motorfietsen. Matchless ontwikkelde de WG3/L door tot de Matchless G3/L met de teledraulic-hydraulisch gedempte telescoopvork. Het Zuid-Afrikaanse leger bestelde 110 G3/L's voor motorordonnanssen, maar de Britse opdracht ging in eerste instantie naar Triumph met haar 3TW. De Triumph-fabriek aan Priory Street in Coventry ging echter verloren bij het bombardement op Coventry op 14 november 1940. Triumph opende in mei 1942 een nieuwe fabriek in Meriden, maar toen was de opdracht voor de productie van 80.000 motorfietsen al naar AMC (AJS, Matchless en Sunbeam) gegaan. De militaire Matchless G3/L verloor alle luxe, waaronder het chroom en de middenbok en zou na de Tweede Wereldoorlog helpen om de civiele productie weer op te starten. De civiele productie van AMC kwam in 1941 geheel tot stilstand, ook van de 500cc-modellen. Na de oorlog was de Matchless G3/L het eerste model dat weer geproduceerd werd, samen met de bijna identieke AJS 16M en de 500cc-modellen Matchless G80L en AJS Model 18. miniatuur|center|De 350cc-Matchless G3/L stond model voor de eerste seriemodellen na de oorlog, inclusief de Matchless G80. De belangrijkste technische ontwikkeling was de Teledraulic-telescoopvork.
Associated Motor Cycles
In 1931 hadden de eigenaren van Matchless, de broers Harry-, Charlie-, en Bert Collier, al de motorfietstak van het failliete AJS in Wolverhampton overgenomen. In 1936 had men al besloten om de merken Matchless en AJS onder te brengen onder Amalgamated Motor Cycles. In 1937 nam men ook de motorafdeling van Sunbeam over en toen veranderde de naam van het concern in Associated Motor Cycles. In 1951 nam men James over en in 1953 Norton. Door badge-engineering toe te passen verschenen de G80-modellen vanaf 1945 ook als AJS 18 en van 1964 tot 1966 als Norton ES2 Mk II.
Tweede Wereldoorlog De productie van de 500cc-modellen eindigde uiterlijk in 1941, toen Matchless zich volledig ging richten op de productie van 80.000 350cc-Matchless G3/L's voor de geallieerde legers (zie kader). Na de oorlog Type-aanduidingen De benamingen "Clubman", "Super Clubman" en "Super Clubman Special" verdwenen na de oorlog. In plaats daarvan volgde men de type-aanduidingen van de 350cc-modellen. De typenaam G80 bleef, de G90 verdween. De toevoeging "L" stond voor "Lightweight", "C" stond voor "Competition", "S" voor "Sprung" (geveerd) en in combinatie met de C ook voor "Competition Scrambles". Matchless G80L en G80LC