De strijd tussen Vasten en VastenavondOnder deze titel komt het werk voor in de oeuvrecatalogus door Manfred Sellink. Zij is gebaseerd op de vroegste vermelding van het schilderij door Karel van Mander. Andere gebruikelijke titels in het Nederlands variëren hierop: Het gevecht tussen carnaval en vasten (Ph. Roberts-Jones), De strijd tussen Carnaval en Vasten (L. Huet). is een olieverfschilderij uit 1559, geschilderd door Pieter Bruegel de Oude en behoort tot de collectie van het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Het stelt op de voorgrond een symbolische confrontatie voor tussen Vastentijd en Carnaval op het marktplein van een stad. De linkerkant van het werk wordt opgevuld door tal van figuurtjes die zingen, dansen, eten, drinken, vrijen en gokken. Aan de rechterkant worden vroomheid, naastenliefde, en boetedoening in praktijk gebracht.

Thema thumb|Strijd tussen vette vastenavond en magere vasten, Frans Hogenberg, 1558 Het thema van de strijd tussen personificaties van Vasten en Vastenavond heeft literaire wortels. De traditie van een denkbeeldige strijd tussen allegorische personages ontstond rond het jaar 400 met de Psychomachia, waarin deugden het opnemen tegen ondeugden.

Reeds in de dertiende eeuw bestond in het Frans het gedicht La Bataille de Caresme et de Charnage, dat in de zestiende eeuw in verschillende Italiaanse versies bekend was als El contrasto di Carnavale & dela Quaresima. In dit gedicht komt het tot een symbolisch treffen tussen de positief voorgestelde Charnage (Carnaval) en de negatief voorgestelde Caresme (Vasten) en een gevecht tussen verschillende etenswaren, vlees tegen vis, waarbij uiteindelijk Charnage, bijgestaan door Kerstmis, het pleit wint.Laëtitia Tabard, La construction allégorique de Caresme et la représentation de la faim dans les débats de Caresme et Charnage (XIIIe–XVe siècles), in: Questes 12, 2007, pp. 65-76 https://journals.openedition.org/questes/2729. Gearchiveerd op 22 januari 2022.

Rederijkers gebruikten het gegeven in moraliteiten die werden opgevoerd tijdens de periode voorafgaand aan de Vasten. Roger MarijnissenR.H. Marijnissen, Bruegel. Het volledig oeuvre, 1988, pp. 146-148 citeert in dit verband uitgebreid het overgeleverde Een tafelspel van de vasten en de vastenavont.Johannes van Vloten, Het Nederlands kluchtspel van de veertiende tot de achttiende eeuw, pp. 206-308 In dit tafelspel, een opvoering voor een publiek van genodigden rond een feestelijke maaltijd, nodigt Vastenavond de gasten uit aan tafel voor een present van wafels en pannenkoeken. Zijn verzen worden echter verstoord door de Vasten, die buitensdeurs lawaai maakt met een ratel. Wanneer de Vasten wordt binnengelaten, ontspint zich een vermakelijk debat over de toelaatbaarheid van dergelijke uitspattingen. Vastenavond haalt voorlopig de overhand en de schranspartij zal kunnen doorgaan, maar Vasten is de morele winnaar: morgen zal toch iedereen aan zijn wetten moeten gehoorzamen.

Een directe iconografische voorloper is de prent van Frans Hogenberg die in 1558 door Hieronymus Cock werd gepubliceerd. Het is vrijwel zeker dat Bruegel, die ook voor Cock werkte, deze voorstelling kende. In deze prent worden de personificaties van die mager Vasten en die vetten Vastelavond door hun medestanders op karren tot bij elkaar gereden. De medestanders gaan elkaar te lijf met vissen, wafels, koeken en eieren. In de achtergrond herkennen we links reidansen en optochten, rechts een groep bedelaars. Bruegel zal verschillende beeldelementen van deze prent hernemen, maar anders en rijker uitwerken.

Plaats in het oeuvre thumb|Het geloof, voorontwerp voor een prent uit de reeks De Zeven deugden, Rijksmuseum Amsterdam thumb|Kinderspelen, Kunsthistorisches Museum Bruegel was na zijn terugkeer uit Italië vooral actief als tekenaar en ontwerper van prenten voor de uitgeverij In de vier winden van Cock. In dezelfde periode waarin De strijd tot stand kwam, ontwierp hij de reeks prenten van De Zeven deugden, die vormelijke overeenkomsten vertoont met De strijd: een allegorische figuur wordt, tegen een achtergrond met hoge horizonlijn, omringd door een menigte figuurtjes die uiteenlopende activiteiten uitoefenen die in verband staan met het onderwerp. Waarschijnlijk heeft Bruegel via Cock, die een jaar eerder de prent van Hogenberg publiceerde, van een rijke maar onbekende mecenas de opdracht tot dit werk gekregen. In hetzelfde jaar 1559 maakte Bruegel ook de Nederlandse Spreekwoorden, eveneens naar het voorbeeld van een prent van Hogenberg, mogelijks voor dezelfde opdrachtgever.

De strijd tussen Vasten en Vastenavond en de Nederlandse Spreekwoorden markeren de overgang van de tekenaar en prentontwerper die Bruegel tot hiertoe is geweest, naar de schilder van grootse panelen met velerlei personages, zoals hij nu vooral bekend is. Deze overgang wordt voortgezet met de Kinderspelen uit 1560. Stilistisch, technisch en compositorisch zijn deze drie werken nauw verwant.M. Sellink, Bruegel. Het volledige werk, p. 131 Telkens vormen zij een "encyclopedie" van volksgebruiken, spreekwoorden of spelletjes die de gasten op een avondje tafelen moet stimuleren tot verwondering en gesprek over uiteenlopende onderwerpen. De rijkdom aan details van de drie werken wordt kernachtig samengevat door de Duitse noemer Wimmelbilder (afbeeldingen vol gewemel), waaronder ze samen bekend staan. Een andere, eveneens Duitse, benaming waaronder ze bekendstaan is bilderbogenartigen Gemälde (prentachtige schilderijen), wat duidt op hun gemeenschappelijke grafische stijl.

Compositie We zien het marktplein van een (fictieve) stad in de Nederlanden, waarop allerlei figuren zich bewegen in drukke activiteiten. De horizon ligt hoog in beeld, waardoor de kijker lijkt zich te bevinden op het dak of de verdieping van een gebouw, vanwaar hij een vogelperspectief heeft op het gebeuren. Op de horizon, tegenover het oog van de toeschouwer, wordt een gelijkaardige uitkijkpositie ingenomen door de carnavalspop op de verdieping van de bakkerij.

Het marktplein wordt omlijst door gebouwen: links de herberg, rechts de kerk. Het krijgt hierdoor het karakter van een scène in een toneelvoorstelling, waarbij "de straten en de kerkdeur fungeren als coulissen waarlangs spelers het plein op en af komen."Philippe en Françoise Roberts-Jones, Pieter Bruegel de Oudere, p. 114

Door het midden van het paneel loopt een denkbeeldige lijn, die het schouwspel opdeelt in twee helften: de linkse voorbehouden aan Vastenavond, met allerlei uitgelaten taferelen uit de periode tussen Kerstmis en Vastenavond, en de rechtse gereserveerd voor de Vasten, waarbij de activiteiten van meer ingetogen aard zijn. De grens is echter niet scherp afgelijnd, en op verschillende plaatsen dringen de volgelingen van Vasten en Vastenavond elkaars ruimte binnen.

Op de voorgrond bevindt zich het strijdtoneel: de twee tegenstanders, voortgetrokken en -geduwd en begeleid door medestanders, staan op het punt elkaar te treffen. De dynamiek van de twee elkaar ontmoetende optochten plant zich visueel voort langs de zijkanten van de voorstelling tot in de achtergrond: bij Vastenavond is dat langs de herberg, de toneelspelers en de wijnvaten tot een groep van bedelaars, bij Vasten langs andere bedelaars en aalmoezen gevende welgestelden tot in de kerk.

Bruegel heeft de voorstelling zo samengesteld dat de blik van de toeschouwer voortdurend verspringt van het ene tafereeltje naar het andere wemelende figuurtje, en de focus voortdurend verschuift. Het geheel doet echter nog zeer grafisch aan, als een "gekleurd prentontwerp met een gelijkmatige compositie en een weinig geprononceerde verdeling van kleur en licht."

Het schilderij is linksonder gesigneerd en gedateerd met BRVEGEL 1559.

Materiaal en techniek Het werk is uitgevoerd op een paneel, gemaakt uit eikenhouten planken, afkomstig van één enkele boom uit het gebied rond de Oostzee.Elke Oberthaler, Materials and Techniques. Observations on Pieter Bruegel’s Working Methods as seen in the Vienna Paintings, in: M. Sellink e.a., Bruegel. The Hand of the Master (e-book), p. 374 Het hout van de traag en gelijkmatig groeiende eiken uit het huidige Polen en Rusland werd bijzonder geapprecieerd door de schildersnijverheid in de Nederlanden. De vier planken, van slechts enkele millimeters dik, zijn horizontaal aan elkaar gelijmd en verstevigd door metalen pennen, die loodrecht zijn geplaatst op de voegen tussen de planken. In de negentiende eeuw is het paneel achteraan verstevigd door middel van een raamwerk uit naaldhout.

Het paneel is geprepareerd door er een grondlaag van krijt en dierlijke lijm op aan te brengen en deze glad te polijsten. In het geval van De Strijd is er geen bijkomende imprimatura op het paneel aangebracht, en schemert de warme tonaliteit van de grondlaag door in het uiteindelijke werk.Philippe en Françoise Roberts-Jones, Pieter Bruegel de Oudere, pp. 54-55

De ondertekening is trefzeker aangebracht met zwart krijt. Mogelijk had Bruegel bij Pieter Coecke de in de tapijtkunst gebruikelijke techniek van de kartons geleerd, en heeft hij hiermee een voorbereidende tekening op het paneel aangebracht. Met infraroodreflectografie kon worden vastgesteld dat Bruegel op verschillende plaatsen de compositie heeft veranderd en is afgeweken van de ondertekening.

Bij het schilderen heeft Bruegel de contouren van de figuurtjes tot in detail met fijne donkere lijnen aangezet, waardoor de onderliggende ondertekening grotendeels verborgen is, en wat bijdraagt tot het prentachtige karakter van het geheel. De verf is aangebracht in dikke dekkende lagen met een kwast, dan wel in fijne transparante trekken met het penseel, al naargelang de plaats of het belang van het detail dat Bruegel wil benadrukken, of de structuur van het materiaal dat hij wil weergeven. Ook in de verflaag zijn er nog pentimenti aanwezig, maar eerder zeldzaam. Opmerkelijk is dat op de ovenpaal van Vrouwe Vasten, waarop nu twee droge visjes liggen, oorspronkelijk een kruis stond afgebeeld.

Details Zodra hij het werk van naderbij begint te bekijken, raakt de toeschouwer verloren in de veelheid en de rijkdom van de details, die zich niet allemaal even duidelijk laten verklaren. Het werk nodigt uit tot voortdurend herbekijken en elke keer vindt men er wel nieuwe dingen in.

Het strijdtoneel thumb|Heer Vastenavond en zijn gevolg. thumb|Vrouwe Vasten Op de voorgrond gaat de aandacht naar het symbolische treffen van de twee antagonisten, Carnaval en Vasten, in een parodie van een laatmiddeleeuws steekspel. Carnaval, of heer Vastenavond, is een dikke, welgedane man, schrijlings gezeten op een wijnvat, die op een blauwe slee is geplaatst. Als steekwapen draagt hij een braadspit waaraan de kop van een speenvarkentje, gevogelte en worstjes hangen. Vasten is een uitgeteerde vrouw, die op een harde driestal heeft plaatsgenomen, en gewapend is met een ovenpaal, waarop twee haringen liggen. Ze is omringd door krakelingen, vastenbroden, mosselen en uien, die alle typisch tijdens de vastentijd genuttigd werden.M. Sellink, R. Spronk, S. Pénot, E. Oberthaler e.a., Bruegel. De hand van de meester, Kunsthistorisches Museum, Wenen, p. 125 De twee tegenstanders rijden niet frontaal op elkaar in, maar eerder langs elkaar heen, om elkaar te proberen uit het zadel te lichten.

De beide hoofdfiguren dragen op het hoofd een absurd attribuut dat, net als bij de centrale figuur in de prentenreeks van De Zeven Deugden, duidelijk maakt dat het om allegorische personages gaat: bij Carnaval is dit een gevogeltepastei waar de poten van een kraai uitsteken, bij Vasten een bijenkorf, inclusief vliegende bijen. De bijenkorf was indertijd een gebruikelijk symbool voor de kerk.