Maud Gonne MacBride (Iers: Maud Nic Ghoinn Bean Mac Giolla Bhríghde; Tongham, 21 december 1866 - Clonskeagh, Dublin, 27 april 1953) was een in Engeland geboren Ierse revolutionair, suffragette, activist en acteur. Gonne was van Anglo-Ierse afkomst, maar liet zich winnen voor het Iers nationalisme door de benarde positie waarin de in de Land Wars aan het eind van de negentiende eeuw verdreven mensen verkeerden. Ze ageerde ook actief voor de Home Rule, die Ierse autonomie voorstond.
Jeugd Maud Gonne werd geboren in Tongham, in de buurt van Farnham (Surrey), als Edith Maud Gonne, de oudste dochter van Thomas Gonne (1835–1886) – kapitein bij het cavelerieregiment de 17th Lancers (lansiers), wiens voorouders afkomstig waren uit Caithness in Schotland – en Edith Frith Cook (1844–1871). Haar moeder stierf toen zij 4 jaar oud was. Maud en haar twee jaar jongere zuster Kathleen groeiden op in Donnybrook Howth (Dublin) en Curragh (Newbridge, County Kildare), onder de hoede van een kindermeisje en gouvernantes. Later stuurde haar vader haar naar een internaat in Frankrijk om daar onderwijs te volgen. Zij had haar ‘debutante ball’ in Sint Petersburg.
Genealogie "De Gonnes kwamen uit County Mayo,” schreef ze in haar getuigenis voor het Bureau of Military History, “maar mijn over-overgrootvader werd onterfd en zocht zijn fortuin in het buitenland; hij handelde in Spaanse wijn. Mijn grootvader was hoofd van een welvarend bedrijf met kantoren in Londen en Porto – hij bestemde mijn vader voor om de leiding te over nemen over de buitenlandse tak van het bedrijf en liet hem in het buitenland opleiden. Mijn vader sprak 6 talen, maar had weinig zin in zaken, dus kreeg hij een officiersaanstelling in het Engelse leger; zijn gave voor talen bezorgde hem diplomatieke benoemingen in Oostenrijk, de Balkan en Rusland, en hij voelde zich net zo thuis in Parijs als in Dublin."
Millevoye en militant links|miniatuur|Maude Gonne in 1886 In 1882 werd haar vader in Dublin Castle gestationeerd als adjudant generaal voor Ierland. Zij vergezelde hem en bleef tot zijn dood ten gevolge van tyfus in 1886 bij hem. Na een tuberculoseaanval bleek zij door toedoen van de executeur-testamentair berooid te zijn achtergebleven. Maud Gonne ging toneelspelen om de kost te verdienen en sloot zich aan bij een Engels theatergezelschap. Toen zij weer ziek werd, moest zij kuren in het Franse Royat. Daar werd ze verliefd op de journalist en radicaal rechtse politicus Lucien Millevoye, een kleinzoon van Charles Millevoye. Zij zaten op een lijn als het ging om vechten voor de Ierse onafhankelijkheid en het herwinnen van Elzas-Lotharingen voor Frankrijk. Millevoye stuurde Maud Gonne naar het Russische hof om voor die laatste zaak te pleiten en betrekkingen met het tsaristische bewind aan te gaan. Gonne keerde hierna terug naar Ierland en zette zich onvermoeibaar in voor de vrijlating van Ierse politieke gevangenen. In 1889 ontmoette ze daarbij William Butler Yeats, die verliefd op haar werd.
miniatuur|Maude Gonne schrijvend voor L’Irlande libre In 1890 installeerde zij zich in Ierland, in County Donegal. Zij streed daar tegen de uitzetting van arme families. Deze actie vertaalde zich in de bouw van opvanghuizen en het werven van fondsen, alsmede de redactie van artikelen voor diverse kranten. Bang om hiervoor te worden gearresteerd, vluchtte zij naar Frankrijk, waar ze haar relatie met Millevoye voortzette. Zij kregen een zoon, Georges Silvère (11 januari 1889). Georges stierf echter op 10 augustus 1891 in Ierland, mogelijk aan meningitis.Irelands Eye (geraadpleegd op 13 september 2019). Gearchiveerd op 20 februari 2023. Maud Gonne was radeloos en liet hun zoon in een grote herdenkingskapel begraven, die speciaal voor hem was gebouwd met geld dat ze had geërfd. Haar bedroefdheid hield haar in haar greep; Georges' babyschoenen droeg zij altijd bij zich en in haar testament liet ze de wens optekenen om die met haar te begraven, er werd niet gerept over haar dochter die een paar jaar na hem was geboren. Bij haar volgende ontmoeting met Yeats, tijdens de begrafenis van Charles Stewart Parnell – de « koning zonder kroon » –, probeerde de poëet haar te troosten met magische rituelen, maar zij zocht haar toevlucht in de chloroform. In Dublin, Londen en Parijs voelde zij zich later wel aangetrokken tot de occultistische en spiritistische werelden die zo belangrijk waren voor Yeats; zij informeerde bij zijn vrienden naar de realiteit van reïncarnatie. In 1891 trad ze voor korte tijd toe tot de Hermetische Orde van de Gouden Dageraad, een occulte organisatie waarmee Yeats zich had ingelaten.Beluister eventueel ook een uitzending van BBC- radio hieromtrent. Gearchiveerd op 13 juli 2023. Na het overlijden van Georges beëindigde Maud Gonne haar relatie met Lucien Millevoye, maar eind 1893 sprak ze nogmaals met hem af in het mausoleum in Samois-sur-Seine.
In augustus 1894 werd de dochter van Gonne en Millevoye geboren, Iseult Lucille Germaine. Iseult zou later, op 23-jarige leeftijd, een aanzoek krijgen van William Butler Yeats. Ze heeft ook een korte affaire gehad met Ezra Pound. Op 26-jarige leeftijd huwde Iseult de Iers-Australische romanschrijver, Francis Stuart, die toen 18 jaar oud was.
Gedurende haar verblijf in Parijs richtte Gonne samen met Millevoye een maandblad op, L’Irlande libre, om de honderdste verjaardag van de Ierse rebellie van 1798Zie The Troubles#Oorsprong te herdenken en sympathie te winnen voor de zaak van Ierse onafhankelijkheid. En zij financierde de uitgave van een dichtbundel van Ellen O’Leary.
Activist miniatuur|Maud Gonne rond 1900 Tijdens de jaren negentig van de negentiende eeuw reisde Maud Gonne veel door Engeland, Wales, Schotland, Frankrijk en de Verenigde Staten om voordrachten te geven over en fondsen te werven voor de Ierse nationalistische zaak en onafhankelijkheid; zij richtte in 1896 een organisatie op die de "Irish League" werd gedoopt. Samen met Yeats en Arthur Griffith organiseerde ze in 1897 protesten tegen de viering van het diamanten jubileum van koningin Victoria. En eind 1898, nam zij met James Connolly de redactie op zich van een manifest over het probleem van de hongersnood in Ierland.
Vrouwenbeweging Gekant tegen de pogingen van de Britten om aan het begin van de twintigste eeuw de loyaliteit van jonge Ieren te winnen, stond Gonne erom bekend speciale ontvangsten voor kinderen te organiseren. Met andere vrijwilligers vocht zij voor het behoud van de Ierse cultuur tijdens de periode van Britse kolonialisatie, door het oprichten van de vrouwenbeweging Inghinidhe_na_hÉireann (Dochters van Ierland).Deze organisatie was betrokken bij de Iers culturele beweging Gaelic Revival, waarvan het doel was om het Gaelic en de Gaelische cultuur te promoten. Hun activiteiten waren divers: onderwijs voor vrouwen, cursussen Gaelic, dansen, Ierse liederen en het verstrekken van warme maaltijden voor arme kinderen. Zij gaven in 1910 en 1911 ook de eerste Ierse vrouwenkrant uit Bean na hÉireann (“the women’s paper that men buy”). Countess Markievicz ontwierp the masthead, de ingekaderde kop naast de naam van de krant op de voorpagina, voor het eerste nummer. In 1914 ging Inghinidhe_na_hÉireann op in Cumann na mBan, de vrouwenvleugel van de gewapende Irish Volunteers. Negenentwintig vrouwen woonden haar eerste bijeenkomst bij. Daarin besloten zij om “op alle mogelijke manieren te strijden tegen de Engelse invloed die zoveel schade aanbracht en onrecht deed aan de artistieke smaak en verfijning van het Ierse volk.” (pp.20–21)
Politiek en theater Samen met William Butler Yeats en Lady Gregory participeerde zij in 1899 ook in de oprichting van de voorloper van het Abbey Theatre in Dublin. Met onder meer Arthur Griffith en William Yeats richtte zij in oktober 1900 de politieke beweging Cumman na nGaedheal op in haar huis aan Coulson Avenue. In april 1902 nam zij de hoofdrol aan voor Yeats’ toneelstuk Cathleen ni Houlihan. Daarin personaliseerde ze Cathleen, de "oude vrouw Ierland", die treurt om haar vier provincies, verloren aan de Engelse kolonisatoren. Veel van haar tijd bracht Gonne door in Parijs. (p.24) In hetzelfde jaar werd ze lid van de rooms-katholieke kerk. Ze sloeg de vele huwelijksaanzoeken van Yeats af, niet alleen omdat hij zich niet tot het katholicisme wilde bekeren of omdat ze hem als niet radicaal genoeg beschouwde in zijn nationalisme, maar ook omdat zij geloofde dat zijn onbeantwoorde liefde voor haar een zegen was voor zijn poëzie en ze zei hem dat de wereld haar dankbaar zou moeten zijn, omdat zij zijn aanzoeken nooit heeft aanvaard. “Een huwelijk zou zo’n saaie boel worden. Dichters zouden nooit moeten trouwen.”
In 1904 liep een Franse kolonel, die Gonne namens de Irish Republican Brotherhood voor hun zaak had gewonnen, over naar het kamp dat de Entente Cordiale mede had ontworpen en zou ondertekenen, ten gunste van de politiek van Georges Clemenceau. Hierdoor werd veel van haar Franse werk in casu tenietgedaan en voelde zij zich met Griffith en Yeats genoodzaakt om zich terug te trekken uit deze geheime, fraternale organisatie, waarvan zij als enige vrouw ooit lid was. Wel bleef zij nog korte tijd secretaris van de National Council en gaf zij namens Cumman na nGaedheal lezingen over hun politieke ideologie en Sinn Féin.
MacBride links|thumb|Maud Gonne in 1901, Library of Congress
Huwelijk Nadat zij tussen 1891 en 1901 ten minste vier huwelijksaanzoeken van Yeats had afgewezen, huwde Maud Gonne in 1903 in Parijs de Ierse majoor John MacBride – hij had de Ierse Transvaal Brigade geleid tegen de Britten tijdens de Tweede Boerenoorlog.Encyclopædia Britannica. Gearchiveerd op 27 maart 2023. Het jaar daarop werd hun zoon Seán MacBride geboren. Nadien kwamen Gonne en haar man overeen hun huwelijk te beëindigen. Zij eiste de voogdij over hun zoon op, maar MacBride weigerde daarmee in te stemmen en daarom begonnen zij op 28 februari 1905 in Parijs een echtscheidingszaak. De enige aanklacht die voor de rechtbank tegen MacBride werd ingebracht, was dat hij tijdens dit huwelijk een keer dronken was geweest. De scheiding werd niet ingewilligd en MacBride kreeg het recht om zijn zoon twee keer per week te bezoeken.
Geweld Toen het huwelijk eenmaal was ontbonden, beweerde Gonne dat er sprake was geweest van huiselijk geweld en – volgens W.B. Yeats – ook van seksueel misbruik van Iseult, haar destijds elfjarige dochter. Critici hebben gesuggereerd dat Yeats zijn beschuldigingen mogelijk heeft verzonnen vanwege zijn haat jegens MacBride door Mauds afwijzing van hem ten gunste van MacBride. Noch de door Gonne ingediende scheidingspapieren, noch de geschriften van Iseult zelf maken gewag van dit misbruik, wat niet verwonderlijk is, gezien de terughoudendheid uit die tijd rondom dergelijke zaken. Francis Stuart, de latere echtgenoot van Iseult, verklaarde echter dat Iseult hem erover verteld heeft. De oorspronkelijke aantijging betreffende Iseult werd door Maud gedaan tegen Johns broer, dr.Anthony MacBride. Hoewel Maud dit buiten de gerechtelijke procedures heeft gehouden, heeft de MacBride-partij het in de rechtbank aan de orde gesteld om Johns naam van alle blaam te zuiveren. En daarin is MacBride geslaagd, schreef Maud aan Yeats. Yeats en enkele van zijn biografen hebben volgehouden dat Iseult slachtoffer was van MacBride; zij hebben het gerechtelijke incident uit hun tekst weggelaten.
Paasopstand Voor een korte periode bezocht MacBride zijn zoon, zoals hem door de rechtbank was toegestaan, maar na enige tijd keerde hij terug naar Ierland ter voorbereiding van de opstand en zag zijn zoon Seán daarna nooit meer. In Ierland werd hij uit tactische overweging niet opgepakt, om Maud Gonne buiten het land te houden. Gonne voedde Seán in Parijs op. MacBride werd op 5 mei 1916 samen met James Connolly en andere leiders van de Paasopstand geëxecuteerd. Maud Gonne verbleef toen nog in Frankrijk.
WO-I