De kernlamina of nucleaire lamina, ook lamina densa genoemd, is een dun, vezelachtig netwerk dat voorkomt binnen de celkern van dierlijke cellen. Het is opgebouwd uit intermediaire filamenten bestaande uit het eiwit lamine en enkele geassocieerde eiwitten.

De belangrijkste functie van de kernlamina is het handhaven van structuur, vorm en beweeglijkheid van de celkern. De organisatie van chromatine en de verankering van kernporiën in het celmembraan is eveneens van de kernlamina afhankelijk. Hierdoor is het kernlamina ook betrokken bij processen als DNA-replicatie en celdeling. De kernlamina staat in verbinding met het binnenste kernmembraan (het kernmembraan bestaat uit twee lipide dubbellagen), en op dezelfde wijze loopt het buitenmembraan over in het endoplasmatisch reticulum.

Structuur De kernlamina bestaat uit twee componenten: laminen en lamine-geassocieerde membraaneiwitten. De lamines zijn intermediaire filamenten (type V) die kunnen worden gecategoriseerd als ofwel A-type (lamine A, C) of B-type (lamine B1, B2) volgens homologie van hun DNA-sequenties, biochemische eigenschappen en cellulaire lokalisatie tijdens de celcyclus. De intermediaire filamenten van de kernlamina verschillen van die in het cytoplasma doordat ze een verlengd staafdomein hebben (42 aminozuren langer), een kernlokaliseringssignaal aan hun C-terminus dragen en typische tertiaire structuren vertonen.

Bij gewervelden worden laminen gecodeerd door drie genen. Door middel van alternatieve splicing ontstaan ten minste zeven verschillende polypeptiden (splice-varianten), waarvan sommige specifiek zijn voor kiemcellen en een belangrijke rol spelen bij de reorganisatie van chromatine tijdens meiose. Niet alle organismen hebben hetzelfde aantal voor lamine coderende genen; Drosophila melanogaster heeft er bijvoorbeeld slechts twee, en Caenorhabditis elegans heeft er slechts een.

De lamine-geassocieerde membraaneiwitten regelen de interacties van de kernlamina met het binnenste kernmembraan. Belangrijkste van deze membraaneiwitten zijn de zogenaamde LAP1 en LAP2-eiwitten, de emerinen en de nesprinen.

thumb|600px|center|Structuur en functie van de kernlamina. De kernlamina (blauwgroen) ligt tegen het binnenste kernmembraan (INM) en verankert de kernporiën (NPC), het chromatine, en talrijke membraaneiwitten (paars) en transcriptiefactoren (roze).

Categorie:Celbiologie