miniatuur|A. A. Gordon en zijn vrouw Maude Majoor Archibald Alexander Gordon alias Major Gordon (3 september 1867 – 12 augustus 1949) CBE, MVO, was een Schots officier die tijdens de Eerste Wereldoorlog de militaire attaché was van koning Albert I van België. Hij was de jongere broer van William Eagleson Gordon die tijdens de Tweede Boerenoorlog de Victoria Cross (Britse hoogste militaire onderscheiding) werd toegekend. De alias "Major Gordon" werd hem gegeven door het Belgische koninklijke (militaire) huishouden en werd door prinses Marie José van België aan hem bevestigd in Hardelot, Frankrijk op 19 juli 1918.
Jeugd en huwelijk miniatuur|Graf van William Hyde Eagleson Gordon op Etaples Military Cemetery Archibald Alexander Gordon werd geboren op 3 september 1867 in Bridge of Allan, Schotland, als de tweede zoon van dokter William Eagleson Gordon en Emily Maryann Dick. Gordon was de jongere broer van William Eagleson Gordon, oudere broer van Robert Aaron Gordon (die overleed in de lente van 1903) en broer van de twee zussen Emily Mckenzie en Helen Isabelle Gordon. Verder had hij een (half) broer, George Freer (Jr) aan moeders kant. Zijn vader vestigde het gezin in 'Haymont House' en bouwde het erf Homehill in Bridge of Allan. De beroemde Schotse chirurg Sir James Young Simpson verbleef voor korte tijd op uitnodiging van vader Gordon in de woning. Vader Gordon overleed onverwachts op 51-jarige leeftijd in 1873. Gordons moeder verhuisde de familie (met uitzondering van haar oudste zoon) voor een jaar naar Zwitserland. Hier ontmoette Gordon de beroemde Britse generaal-majoor Charles George Gordon (ook gekend als 'Chinese Gordon'). De familie keerde terug naar Schotland en Gordon genoot opleidingen aan de Stanley House School in Bridge of Allan, de Edinburgh Collegiate School en de Universiteit van Edinburgh. Na zijn studies maakte hij een wereldreis en ontmoette hij de beroemde Amerikaanse generaal William Tecumseh Sherman in New York. Hij bezocht Jamaica om het oude landgoed van zijn grootvader, Archibald Dick, te bezoeken. De afschaffing de slavenhandel in 1834 had ervoor gezorgd dat Archibald Dick met zijn gezin terug naar Schotland keerde en hier in armoede stierf. Gordon ontmoette tijdens zijn zoektocht een oude bevrijdde slaaf die voor zijn grootvader had gewerkt. In zijn memoires van 1939 verteld Major Gordon vol emotie over deze gebeurtenis. Na zijn terugkomst in de Verenigde Staten gaat hij aan boord van de SS City of Paris om zijn reis huiswaarts te maken en wordt hij getuige van haar ramp op 25 maart 1890.
In 1892 trouwde hij met Lizzie Maude Smith (24 januari 1872 – 13 juli 1929), de tweelingsdochter van generaal-majoor Edmund Davidson-Smith (27 juni 1832 – 8 september 1916), voormalig assistent-adjudant-generaal in Dublin. Het koppel kreeg de volgende drie kinderen: William Hyde Eagleson Gordon (23 augustus 1893 – 30 september 1915), tweelingbroer van Archibald George Ramsay Gordon. Hij studeerde aan Haileybury College en Sidney Sussex College in Cambridge waar hij zich tijdens de Eerste Wereldoorlog als onderluitenant aanmeldt bij de Gordon Highlanders. Na zijn opleiding kwam hij samen met zijn jongere broer Edmund op 5 mei 1915 aan in Frankrijk. Bevorderd tot luitenant diende hij het achtste bataljon Gordon Highlanders. Hij raakte dodelijk gewond aan het hoofd op 27 september 1915 tijdens de Slag om Loos en stierf aan deze verwondingen in Etaples Military Hospital op 30 september 1915 op 22-jarige leeftijd. William ligt begraven op het Etaples Military Cemetery in Pas-de-Calais, grafsteen I.B.17 en wordt vermeld op de Sidney Sussex College – Ante Chapel Memorial en de Haileybury College Memorial. Archibald George Ramsay Gordon (23 augustus 1893 – 26 december 1893), tweelingsbroer van William H.E. Gordon. Edmund Robert Adam Gordon (25 maart 1896 – 5 oktober 1932), nam dienst bij het 7th Seaforth Highlanders en werd benoemd tot onderluitenant. Net als zijn broer William kwam hij aan in Frankrijk op 5 mei 1915. Hij overleefde de Slag om Loos maar leidde kort daarna aan geelzucht en zenuwzwakte. Major Gordon, die een bezoek aan zijn zoon aan het front bracht, vernam dat zijn zoon in een ziekenboeg verbleef. Hij bezocht daarop vijf veldhospitalen voordat hij werd geïnformeerd dat zijn zoon al was geëvacueerd naar een spoorwegovergang en op een trein van het Rode Kruis richting Engeland was gezet. Edmund herstelde van zijn ziekte en keerde uiteindelijk terug naar het front. Op 25 augustus 1917 kreeg major Gordon het nieuws dat Edmund gewond was geraakt. Edmund liep een hevige been- en handwonde op. Hij werd verzorgd in het General Hospital N°8 in Rouen en werd overgeplaatst naar het hospitaal van Brighton waar zijn vader hem later bezocht. De toestand van Edmund verslechterde en hij onderging vele operaties die uiteindelijk leidde tot de amputatie van een deel van zijn hand en vingers. Edmund keerde later terug naar het front en overleefde de oorlog. In de jaren nadien kreeg hij vele gezondheidsproblemen. Hij trouwde in 1926 met zijn vrouw Vivienne Robert in Kensington en kreeg een zoon Peter die stierf in zijn kleutertijd. Edmund werd later gediagnosticeerd met tuberculose en overleed aan deze ziekte op 5 oktober 1932. Hij staat vermeld op de Haileybury College Memorial en ligt begraven naast zijn zoon op het kerkhof van North Sheen Cemetery in Richmond. Major Gordons peetzoon was Denys Lowson, burgemeester van Londen van 1950 tot 1951. In juni 1951 werd Lowson benoemd tot baronet in de Engelse adelstand. Hij stierf op 10 september 1975.
Enkele van Major Gordons neven zijn kolonel Ronald Eagleson Gordon van de Royal Engineers en kapitein Colin Eccles Dick van de 2nd Royal Irish Fusiliers en omgekomen in de Tweede Boerenoorlog bij de gevechten van Blood River Poort. Colin wordt herdacht op een gedenksteen in de Zuid-Afrikaanse plaats Vryheid.
Secretaris van de Franco-Scottish Society miniatuur|Major Gordon in de Royal Company of Archers Na de dood van Archibald George Ramsay Gordon verhuisde Major Gordon met zijn gezin naar de ouderlijke woning van zijn moeder in Edinburgh. Zo zou zijn vrouw – die door de zware bevalling gezondheidsproblemen kreeg – de nodige gespecialiseerde dokters kunnen consulteren. Op zoek naar een inkomen voor zijn gezin werd Major Gordon de functie van secretaris voor de pas opgerichte Franco-Scottish Society aangeboden. Hij stemde toe. De Franco-Scottish Society is een zelfstandige vereniging met het statuut van een goed doel die de traditionele vriendschap tussen de Schotten en de Fransen sinds 1295 koestert. Een jaar na de oprichting werd in 1896 de Franse tak: Association Franco-Ecossaise opgericht in Frankrijk. In de zomer van 1897 plande de Franse afdeling van de Franco-Scottish Society een bezoek aan Edinburgh en de Schotse afdeling trof alle voorbereidingen. De Marquess of Lothian (hoofd van de Royal Company of Archers) en Lord Reay (burgemeester van Edinburgh) gaven toestemming om Bangueting Hall in kasteel Aldershot te gebruiken voor het banket. Dit maakte het een belangrijke historische gebeurtenis gezien Bangueting Hall voor het laatst werd gebruikt tijdens de kroning van Koning Charles I in 1625. Na het succesvolle evenement werd Major Gordon een zilverstuk geschonken in naam van de Franse gasten. Op 4 augustus 1898 werd Major Gordon gedecoreerd door de kersverse Franse regering van Félix Faure met het “Chevelier de l’Ordre Nationale de la Légion d’Honneur” voor zijn verdiensten in de Franco-Scottisch Society. Vanaf eind 1903 tot de zomer van 1904 organiseerde Major Gordon op vraag van Lord Reay de conferentie van het Institute of International Law in Edinburgh. Sir Donald Mackenzie Wallace (voormalig directeur van de buitenlandse afdeling van de krant The Times) en Friedrich Fromhold Martens, diplomaat en jurist van het Russische Keizerrijk werden geloten als gasten van Major Gordon. In de late herfst van dat jaar gidste Major Gordon de Duitse Hertog Johann Albrecht van Mecklenburg en diens vrouw Elisabeth van Saksen-Weimar-Eisenach tijdens een zevendaags bezoek door Schotland. De Quiach – Schotse drinkschaal – die Major Gordon van de hertog kreeg wordt bewaard door de Major A. A. Gordon Society. Major Gordon nam in het jaar 1906 ontslag bij de Franco-Scottish society om zijn diensten als privésecretaris voor de Hertog van Wellington op te nemen.
Aanstelling in de Royal Company of Archers In 1896 werd Major Gordon opgenomen in de Schotse elite-eenheid van de Royal Company of Archers. Deze eenheid belichaamd de lijfwacht voor de Britse monarch tijdens diens aanwezigheid in Schotland. De eenheid bevond zich op dat ogenblik onder leiding van Kapitein-generaal William Montagu-Douglas-Scott, 6e Hertog van Buccleuch. De kazerne van de eenheid is ‘Archers Hall’ in Buccleuch street in Edinburgh. Achter dit gebouw liggen de weiden van Hope Park die genoemd werden naar Sir Thomas Hope, die het park omvormde tot een boogschuttersveld.
Op 25 februari 1899 werden drie foto's van Major Gordon in zijn Royal Company of Archers' uniform gepubliceerd in Scottish Life. Major Gordon nam op 11 en 13 mei 1903 deel in het eerste staatsbezoek van koning Edward VII en Koningin Alexandra aan Schotland.
Het Schotse vrijwilligers bataljon de 9th Royal Scots miniatuur|Major Gordon in zijn uniform van de 9th Royal Scots. 1901 Major Gordon richtte samen met James Ferguson en zijn vriend Andrew Gordon de 9th Volunteer Battalion Highlanders, Royal Scots op. Gordon werd op 6 augustus 1900 benoemd tot kapitein en was de eerste bevelhebbende officier van A-Company (de captain A. A. Gordon Cup werd naar hem genoemd). Tijdens de parade voor de kroning van Edward VII in 1902 stond hij aan het hoofd van zijn bataljon in Londen. Hij werd bevorderd tot majoor op 7 januari 1905 en later dat jaar benoemd tot brigademajoor. In mei 1906 liep hij een maand stage bij het Black Watch regiment. In het jaar 1905 volgde hij de Transport Course en de Course of Military Equitation in Aldershot. Hij raakte goed bevriend met kapitein – later luitenant-kolonel – James H. Clark, die de leiding had over B-company. Clark werd later de tweede bevelhebber over het bataljon wanneer luitenant-kolonel James Ferguson ontslag neemt in 1904. Tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelde hij op 10 mei 1915 in de Tweede Slag om Ieper aan het hoofd van het 9th Argyll and Sutherland Battalion. Tijdens zijn aanstelling in de 9th Royal Scots had Major Gordon het genoegen om generaal Sir Archibald Hunter te ontmoeten. Generaal Hunter betrok hem bij de oprichting van de Queen Victoria School in Dunblane. Later werd hij gedecoreerd voor zijn inzet met de Koninklijke Orde van Victoria, 4e klasse. Op 26 mei 1906 nam Gordon ontslag bij de 9th Royal Scots om zijn baan als privésecretaris van Arthur Wellesley, 4th Duke of Wellington op te nemen in Londen.
Secretaris van de 4e Hertog van Wellington