De AJS V-twins vormen een serie motorfietsen met tweecilinder V-motoren die het Britse merk AJS uit Wolverhampton produceerde van 1912 tot 1940.
Voorgeschiedenis De familie Stevens had aanvankelijk een smidse in Wolverhampton. Rond 1897 werd een stationaire motor van het Amerikaanse merk Mitchell aangekocht. Deze motor bleek zeer onbetrouwbaar en Harry Stevens besloot een eigen stationaire motor te bouwen. Rond 1904 was deze motor volop in productie en populair in de industrie van Wolverhampton. Het motorfietsmerk Wearwell gebruikte Stevens-motoren als inbouwmotor voor haar motorfietsen en al snel volgde ook Clyno. Harry had zelf al in 1905 een eigen frame gemaakt waar toen nog een JAP-motor in werd gehangen. Omdat men wilde gaan deelnemen aan de Isle of Man TT werd besloten de "Stevens Motor Mfg. Co." om te dopen tot "A.J. Stevens & Co (AJS), Wolverhampton". De naam AJS was samengesteld uit de initialen van de enige zoon met twee Christelijke voornamen: Albert John Stevens. In 1910 bracht men de eerste motorfietsen onder eigen naam op de markt, de AJS Modellen A en B, 300cc-eencilinders met zijklepmotoren.
Faillissement van Wearwell Wellicht was het faillissement van Wearwell in 1911 een van de aanleidingen om de V-twins te gaan bouwen. Wearwell was een goede klant van de AJS-inbouwmotoren geweest, een markt die nu verloren ging. Bovendien had men al 5 en 6pk-V-twins in productie die door Clyno in haar zijspancombinaties werden gemonteerd. De stap naar eigen zwaardere modellen was dus niet erg groot.
Jaren tien Model D 1912 De Modellen A en B kregen in 1912 een iets grotere motor met een boring van 70 mm en een slag van 82 mm, waardoor de cilinderinhoud op 315 cc kwam. Tegelijk verscheen het AJS Model D met dezelfde verhoudingen, maar met een tweecilinder V-motor van 630 cc. Het werd al tentoongesteld op de Olympia Show in het najaar van 1911. Het werd gekwalificeerd als 5pk-modelHet genoemde "vermogen" was het berekende fiscaal vermogen volgens de tabel van de Auto-Cycle Union. Het werkelijke vermogen lag vaak veel hoger. Het 2¾pk-TT Model van 1920 leverde op de testbank 10 pk. en had een tweeversnellingsbak, een kickstarter, volledige (primaire en secundaire) kettingaandrijving, een geveerde "Druid"-patent girder-voorvork. In het voorwiel zat een velgrem die door een pedaal en een bowdenkabel werd bediend. Achter zat een met de voet bediende dummy belt rim brake. De motor was een V-twin-zijklepmotor met uitwisselbare cilinders. Voor het motorblok zat een UH-ontstekingsmagneet die door een kettinkje vanaf de nokkenas werd aangedreven. De kettingen kwamen van Hans Renold. De machine werd als solomotor verkocht voor 60 gienjes, maar was nadrukkelijk als zijspantrekker bedoeld en daarvoor was het frame ook verstevigd. Zoals gebruikelijk had de machine een aluminium flattank tussen de bovenste framebuizen waarin ook de olietank zijn eigen compartiment had. Een handpomp zorgde voor de smering. Er was een stevige bagagedrager met aan de achterkant een gereedschapskastje met boordgereedschap en een achterwielstandaard. De bodemvrijheid bedroeg 14 cm. Voor klanten was dat belangrijk, vanwege de onverharde wegen maar ook vanwege de nog veel slechtere omstandigheden in de Britse koloniën.
Model D 1913 In 1913 werd het Model D helemaal vernieuwd. De motor kreeg zowel een andere boring als een andere slag en mat nu bijna 700 cc, waardoor het model als "6 HP" werd aangeduid. De achterrem werd vervangen door een moderne trommelrem en er waren drie versnellingen beschikbaar. De gehele kettingaandrijving vond plaats in gesloten kettingkasten en klanten konden als optie kiezen voor beenschilden. Het enkele gereedschapstasje aan de achterkant was vervangen door twee leren tasjes naast het bagagerek. Aan de achterste framebuis hing een klein bandenpompje. Het Model D werd nu ook als complete zijspancombinatie verkocht. Daarvoor gebruikte men zijspannen van Charles William Hayward, die al zijspannen voor Sunbeam bouwde. De AJS Model D-zijspancombinatie werd een groot succes.
Model A 1914-1916 Het eencilindermodel A was in 1912 uit productie gegaan. Toch kwam er in 1914 opnieuw een model met de aanduiding "A". Dit was echter een heel andere motorfiets. Het was een 550cc-50º V-twin die ook was bedoeld als zijspantrekker en zelfs compleet met zijspan geleverd kon worden. Dat was mogelijk omdat AJS in 1913 de Hayward-zijspanfabriek had overgenomen. Dit nieuwe Model A was vanaf 1915 voorzien van het AJS Scientific Frame, dat uitsluitend uit rechte buizen bestond en een wigvormige tank vereiste omdat de bovenbuis rechtstreeks van het balhoofd naar de zadelpen liep. Dit frame was ontwikkeld voor het in 1912 geïntroduceerde 631cc-Model D. Van dit Model D was het nieuwe Model A feitelijk een kleinere versie. Het voorwiel werd geveerd door de nieuwe Brampton patent spring forks en had nog steeds een velgrem, maar het ongeveerde achterwiel had al een trommelrem. Ook had de machine volledige kettingaandrijving en een drieversnellingsbak. Het had ook demontabele wielen, een nieuwigheid in die tijd. Hoewel het een toermotorfiets was, had de machine toch de verlaagde "Semi TT handlebars", een verlaagd stuur waardoor een wat sportievere zithouding mogelijk was. Wel had het Model A een Britse "Hill Bristol" ontstekingsmagneet, omdat de Duitse Bosch-magneten door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog niet meer geleverd werden. Dit nieuwe Model A kostte 66 gienjes, maar als zijspancombinatie 81 gienjes. Het ging in 1916 uit productie omdat AJS van het Ministry of Munitions de opdracht kreeg om munitie te gaan produceren en daarnaast 1100 motorfietsen van het Model D aan het Russische leger mocht leveren.
Model D 1914-1920 In 1914 werd de slag van het Model D verlengd tot 87 mm, waardoor de cilinderinhoud op 748,3 cc kwam. Nu de Bosch-magneet vanwege de oorlog niet meer leverbaar was, kreeg het Model D een Amerikaanse Splitdorf-magneet, maar klanten konden ook kiezen voor een Lucas-dynamo met elektrische verlichting. Uiterlijk veranderde het model in 1914 nog niet veel, maar in 1915 kreeg de machine het nieuwe "AJS Scientific Frame" met rechte buizen waarbij de bovenbuis rechtstreeks van het balhoofd naar de zadelpen liep. Dat vereiste wel een meer wigvormige benzinetank. Ook werd het plaatwerk wat schraler. Nu staal, aluminium en rubber hard nodig waren voor de oorlogsproductie, werden de beenschilden kleiner en de kettingkasten waren weer open. De machine kostte 72 gienjes, als complete zijspancombinatie 88 gienjes en de Lucas-verlichting kostte 14 gienjes extra. Op 3 november 1916 verbood het Ministry of Munitions de productie van civiele motorfietsen. Door de benzineschaarste kon er ook minder gereden worden en de testbanken in de nieuwe fabriek bij Graisely House draaiden op stadsgas. Gelukkig mocht AJS naast munitie ook 1100 zijspancombinaties van het Model D leveren aan het Russische leger als dragers voor machinegeweren, munitietransport en als ambulance. In januari 1919 werd het verbod op civiele productie opgeheven en AJS bracht de Model D-zijspancombinaties onmiddellijk weer op de markt. De prijzen waren wel flink gestegen. Een complete zijspancombinatie kostte nu 148 pond.
Sociable 1915 In 1915 verscheen de AJS Sociable. Dat was een Model D-zijsancombinatie met tweepersoons zijspan waarvan de passagier naast de motorfiets de combinatie vanuit het zijspan kon besturen. Het idee sloeg niet aan en er werden maar enkele exemplaren gebouwd.
Model D De Luxe 1919-1920 In 1919 verscheen ook een "De Luxe"-versie van het Model D, met een nieuwe tank, achterwielstandaard, een stillere motor met een aluminium geluidsdemper, uitwisselbare wielen en afneembare cilinderkoppen. Het bijbehorende zijspan was ook luxer met een opvouwbaar dak, een eigen bagagedrager, gereedschapskast en reservewiel. Alle wielen waren uitwisselbaar.
Afbeeldingen jaren tien
Technische gegevens jaren tien AJS ModelDADSociableD De LuxePeriode191219131914-19161914-192019151919-1920CategorieToer / zijspantrekkerZijspancombinatieToer / ZijspantrekkerMotortypeZijklepmotorBouwwijzeDwarsgeplaatste V-twinKoelingLuchtBoring70 mm74 mm65 mm74 mmSlag82 mm81 mm83 mm87 mmCilinderinhoud631,1 cc696,7 cc550,8 cc748,3 ccCarburateur(s)Amac Multi JetAmacSmeersysteemTotal loss met handpompCompressieverhoudingOnbekendMax. Vermogen5 pk6 pk4 pk6 pkPrimaire aandrijvingKettingKoppelingMeervoudige droge plaatVersnellingen23Secundaire aandrijvingKettingRijwielgedeelteOpen brugframeVoorvorkDruids-patent GirderBrampton patent spring forks AchtervorkStarVoorremVelgremAchterremDummy belt rimTrommelremDroog gewicht94 kgOnbekend
Jaren twintig Model D 1921-1924 In 1921 werd het Model D vernieuwd, opnieuw met een grotere (800 cc) motor. De velgrem in het voorwiel was vervangen door een trommelrem. Het gebrek aan staal was nog steeds zichtbaar. Hoewel de machine 159 pond en 10 shilling en als zijspancombinatie zelfs 215 pond kostteDe genoemde prijzen waren de introductieprijzen. Door de hoge inflatie wisselden de prijzen sterk., waren er aanvankelijk nog steeds rudimentaire kettingkasten gemonteerd. Toch liepen de verkopen uitstekend. Eind 1921 waren weer volledig gesloten kettingkasten gemonteerd. De motor had afneembare cilinderkoppen die nog met in het carter geschroefde beugels en klemmen werden vastgehouden. De koelribben van de cilinder hadden nog van boven tot onder een gelijke diameter. De zuigers waren van aluminium en de big-endlagers waren rollagers. Op het einde van de krukas zat een transmissiedemper. De kleppen waren uitwisselbaar en aan de voet van de klepstelen verstelbaar. De carburateur werd nog geleverd door Amac. De meervoudige droge plaatkoppeling had met kurk beklede platen en werd met de hand bediend. De wielen van de motorfiets waren uitwisselbaar en hadden trommelremmen. De achterrem werd met het linker pedaal bediend, de voorrem met het rechter pedaal. De voorvork was nog steeds de "Brampton Patent Biflex" en de banden werden geleverd door Dunlop.
Model D1 1924 Het Model D1 uit 1924 was waarschijnlijk een "De Luxe"-uitvoering met standaard een elektrische verlichtingsset van Lucas en met rubber beklede treeplanken. De ontstekingsmagneet en de dynamo waren samengevoegd in de Lucas Magdyno.
Wijziging van modelnamen Vanaf 1925 kregen de AJS-modellen voor elk jaar een eigen aanduiding. In 1925 was dat de letter "E". De 800cc-V-twins kregen de aanduidingen Model E1 en Model E2, de 350cc-machines E3, E4, E5, E6 en E7. In 1926 kwam de letter "G", in 1927 "H", in 1928 "K" en in 1929 "M".
Modellen E1, E2, G1, G2, H1, H2, De Luxe Tandem, K1 en K2 1925-1928