Het kabinet-Hatta I was een Indonesisch kabinet tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Het kabinet werd gevormd door minister-president (tevens vicepresident) Mohammed Hatta op instructie van president Soekarno. Het kabinet zat van 29 januari 1948 tot 4 augustus 1949.
Achtergrond Het voorgaande kabinet-Amir Sjarifoeddin II was op 23 januari 1948 gevallen omdat de Masjoemi-partij en de PNI het oneens waren met de ondertekening van de Renville-overeenkomst door premier Amir Sjarifoeddin. Een stevig nieuw kabinet was nu nodig, en dat werd een "presidentieel kabinet" onder leiding van vicepresident Hatta. "Presidentieel" betekende hierbij dat het kabinet officieel verantwoording moest afleggen aan president Soekarno in plaats van aan het tijdelijke parlement, het Centraal Indonesisch Nationaal Comité. Het kabinet-Hatta I ging over tot uitvoering van de Renville-overeenkomst, maar desondanks steunden ook Masjoemi en de PNI het kabinet, omdat Hatta aangaf dat dit "slecht een schakel in de lange strijd" richting onafhankelijkheid was.
Oppositie werd nu gevoerd door de steeds radicaler wordende linkse partijen waaronder de PKI en de Socialistische Partij (PS). In februari vormde deze oppositie het zogeheten Volksdemocratiefront (FDR) onder leiding van Amir Sjarifoeddin, die inmiddels zijn eigen Renville-overeenkomst veroordeelde en een communistisch programma voorstond in lijn met de ideeën van Tan Malaka. Voormalig premier Soetan Sjahrir trok zich daarop terug uit de en richtte de nieuwe partij Indonesische Socialistische Partij (PSI) op. De FDR was betrokken bij de zogenoemde Madioen-opstand in Madiun, die eindigde met de gevangenschap en executie van FDR-leiders waaronder Sjarifoeddin op 19 december 1948.
Het kabinet-Hatta I had inmiddels ook andere problemen. De guerrillastrijd was doorgegaan en nationalistische strijders hielden zich niet aan de wapenstilstandslijn van de Renville-overeenkomst. Ook was het aanzien van de republikeinse regering van Hatta gestegen, onder andere in de Verenigde Staten, door het neerslaan van de communistische Madioen-opstand. Dit leidde tot het besluit tot de tweede politionele actie in december 1948. Soekarno, Hatta en de meeste ministers werden opgepakt, waarna een noodkabinet in Bukittinggi tussen 19 december 1948 tot 13 juli 1949 de taken overnam. Kort na terugkeer van Soekarno en Hatta in de toenmalige hoofdstad Jogjakarta werd het kabinet-Hatta I ontbonden en opgevolgd door kabinet-Hatta II.
Samenstelling Nr.MinisterspostMinister Partij1Minister-President75pxMohammed Hatta2Buitenlandse Zaken75pxAgus Salim3Binnenlandse Zaken75pxSoekiman Wirjosandjojo(ad interim)Masjoemi4Defensie75pxMohammed Hatta(ad interim, tot 15 juli 1948)75pxHamengkoeboewono IX(vanaf 15 juli 1948)5Justitie(rechterlijke macht)75pxSoesanto TirtoprodjoPNI6Informatie75pxMohammad NatsirMasjoemi7Financiën75pxAlexander Andries Maramis8Welvaart(handel en landbouw)75pxSjafruddin PrawiranegaraMasjoemi9Openbare Werken75pxDjoeanda Kartawidjaja(ad interim, tot 13 april 1948)75pxHerling Laoh(vanaf 13 april 1948)PNI10Arbeid en Sociale ZakenRahendro Kusnan11Ontwikkeling en JeugdSoepeno(overleden 24 februari 1949)PSI12Transport75pxDjoeanda Kartawidjaja13GodsdienstMasjkurMasjoemi14Onderwijs en Cultuur75pxAli SastroamidjojoPNI15Gezondheid75pxJohannes LeimenaParkindo16Minister van staat75pxHamengkoeboewono IX(tot 15 juli 1948)
Hatta I