thumb|400px|Ondertekeningen en toetredingen tot het Convenant Nedersaksisch Het Convenant Nedersaksisch (volledige titel: Convenant inzake de Nederlandse erkenning van de regionale Nedersaksische taal) is een politiek instrument uit 2018 voor erkenning en stimulering van de Nedersaksische taal, de verzameling onderling gerelateerde dialecten die in het noordoostelijke deel van Nederland worden gesproken.

Het convenant werd op 10 oktober 2018 in het Provinciehuis in Zwolle ondertekend door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland, en de Friese gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf. Op 13 september 2024 traden de gemeenten Urk en Bunschoten toe tot het convenant, evenals de provincie Flevoland.

Het convenant "erkent de regionale taal Nedersaksisch als een wezenlijk, volwaardig en zelfstandig onderdeel van de taalsystematiek binnen Nederland". Door het convenant geven de betrokken partijen aan zich in te spannen en samen te werken om het Nedersaksisch te behouden en het gebruik ervan te bevorderen. Het convenant is echter niet 'in rechte afdwingbaar.'

In de tekst wordt benadrukt dat het convenant niet bedoeld is voor de totstandkoming van nieuwe verplichtingen, maar voor bevordering van de taal door 'de Nedersaksische overheden'. De minister van Binnenlandse Zaken kan daarbij een aanvullende rol spelen.

Het convenant loopt voor onbepaalde tijd; de werking zou binnen twee jaar na inwerkingtreding worden geëvalueerd. Uit openbaargemaakte notulen uit 2023 blijkt dat er met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zou zijn afgesproken dat de gemaakte werkafspraken (Artikel 2.2) mochten worden gezien als evaluatie van het convenant. In de kabinetsreactie op het 7e evaluatierapport met betrekking tot de implementatie van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden staat echter dat de evaluatie in 2024 werd verwacht. Ten tijde van januari 2025 is er nog altijd geen evaluatie verschenen. Op 20 januari 2025 werden de notulen van ambtelijke overleggen openbaar gemaakt na een Woo-verzoek.

Voorgeschiedenis Het Nedersaksisch was in 1998 al door de Nederlandse overheid erkend onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. De taal is erkend onder deel II van het handvest. Dit deel bevat minder verplichtingen tot behoud en bevordering van de taal dan deel III (dat bijvoorbeeld op het Fries van toepassing is). Jarenlang hebben de Nedersaksische provinciale overheden bij de rijksoverheid gelobbyd voor erkenning onder deel III, maar dat is er niet van gekomen, voornamelijk uit vrees voor verregaande verplichtingen en hoge kosten. In 2007 is er een afspraak gemaakt met staatssecretaris Bijleveld dat erkenning onder deel 3 kon worden overwogen als het bestaande beleid van de provincies toereikend zou zijn. Er waren significante inspanningen om dit proces te keren. Vanuit het Rijk heerste er een angst voor precedentwerking voor de andere deel 2 talen. Ook werd benadrukt dat erkenning deel 3 zou betekenen dat verzoeken om specifieke voorzieningen voor het Nedersaksisch moeilijk of niet te weigeren zouden zijn. Bovendien kon erkenning onder deel 3 'regionale sentimenten in Limburg aanwakkeren,' iets wat de Nederlandse overheid wilde voorkomen. In plaats hiervan is het Convenant Nedersaksisch tot stand gekomen. Een van de bedingingen is dat het behoud en de bevordering van de taal niet tot nieuwe wet- en regelgeving mag leiden. Het convenant wijst op de mogelijkheden die al bestaan onder huidige wetgeving; zo is het krachtens de Wet op het primair onderwijs al toegestaan om les te geven in een regionale taal of streektaal waar die een levende taal is.

Voorafgaand aan de afsluiting van het convenant is er meerdere jaren onderhandeld over de inhoud. In 2015 stelde de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk de voorwaarde dat het 'deel 3 verbond' moest stoppen, voordat een nationale erkenning van het Nedersaksisch overwogen kon worden. In de concepttekst van het convenant stond in eerste instantie dat erkenning onder deel 3 met de afsluiting van het convenant zou worden uitgesloten.

Organisatie en structuur Het Convenant Nedersaksisch is georganiseerd rond twee overlegtafels, een ambtelijke en een bestuurlijke gesprekstafel, die de basis vormen voor de samenwerking tussen de convenantpartners. De coördinatie van de afspraken gebeurt wisselend door een van de partners (met uitzondering van het Rijk). De coördinerende partij fungeert tevens als eerste aanspreekpunt voor het ministerie en kan, indien nodig, ondersteuning inroepen van andere partners om de continuïteit te waarborgen.

De ambtelijke gesprekstafel, die drie keer per jaar bijeenkomt, richt zich primair op de uitwisseling van informatie, het delen van goede voorbeelden en het afstemmen van communicatie over projecten van lokaal en regionaal belang. Deze overlegvorm is niet bedoeld voor het ontwikkelen van gezamenlijk beleid, noch voor de beoordeling van subsidieaanvragen. Incidenteel worden bij deze bijeenkomsten streektaalinstellingen uitgenodigd.

De bestuurlijke gesprekstafel (bestaande uit gedeputeerden en wethouders) komt minimaal eenmaal per jaar bijeen, maar kan vaker worden ingepland indien nodig of wenselijk. Ook dit overlegplatform is bedoeld voor informatie-uitwisseling, het delen van best practices en het afstemmen van communicatie over grensoverschrijdende projecten.

Tijdlijn

2017

13 maart 2017 In het provinciehuis van Assen vond op 13 maart 2017 een ambtelijk overleg Nedersaksisch plaats. Er was een nabespreking over het bestuurlijk overleg van 16 februari 2017. Daarnaast bleek dat er nog geen contact was geweest tussen de gedeputeerden Bijl en Maij waarna nogmaals om overleg tussen beide gedeputeerden gevraagd werd over de nieuwe coördinerende Nedersaksische overheden. Verder werd aan alle aanwezigen verzocht om een korte kenschets en highlights van de Nedersaksische streektaalorganisaties op te stellen in de vorm van een A4. Oost- en Weststellingwerf en Friesland zouden daarnaast ook een A4 opstellen. De volgende punten kwamen naar voren:

Groningen

Het Bureau Groninger Taal en Cultuur en Het Huis van de Groninger Cultuur houden zich bezig met het Nedersaksisch en fuseren vanaf 1 januari 2018 om samen één instelling te worden. Zowel een structureel als incidenteel budget. Tot nu toe alleen universitair onderwijs geregeld. Het Bureau Groninger Taal en Cultuur valt onder de RUG, daarnaast komt er een nieuwe hoogleraar en een rapport over de invulling. Het Huis organiseert daarnaast cursussen voor volwassen.

Overijssel

In Overijssel bestaat het HCO en de IJsselacademie waarmee afspraken gemaakt zijn voor de periode 2017-2020. Er is een subsidieregeling Verhaal van Overijssel waarvoor streektaalprojecten in aanmerkingen komen en incidentele budgetten. Er is meer coördinatie en 'gerichte aandacht' voor streektalen, ook in de jaren 2013-2016. Het project 'Streektaal in de Zorg' loopt al een aantal jaren en is enthousiast ontvangen.

Drenthe

Op 1 maart 2017 bestond het Huus van de Taol 10 jaar. In 2014 is geld vrijgemaakt voor 4 jaar voor het Drents en Duits vanuit een economisch perspectief waarbij het Nedersaksisch een opstap naar het Duits kan zijn. Koppeling met het onderwijs zou mooi zijn.

Friesland

In Oost- en Weststellingwarf bestaat de Stichting Stellingwarver Schrieversronte. Zij publiceren verschillend materiaal, geven voorlichting en cursussen. Traject loopt om de subsidierelatie met de Schrieversronte te herijken. Subsidie wordt verminderd en de rest van het budget blijft over voor het Stellingwerfs op project/initiatief niveau. Tijdens het volgende overleg in 2018 worden knopen doorgehakt. West- en Ooststellingwerf stellen een budget beschikbaar voor Heemkunde. Weststellingwerf heeft daarnaast een budget voor incidentele aanvragen. Friesland zelf ondersteunt op het gebied van taal, zoals de streektatlas (2015) en met budget voor incidentele aanvragen.

Verder vond een eerste selectie voor een mogelijk meerjarenprogramma plaats. De overheden faciliteren en verbinden en brengen organisaties samen om samenwerking te stimuleren. Verder wordt gezorgd voor onderlinge afstemming en op termijn inhoudelijke afstemming. Het SONT is een uitvoeringspartner en kan helpen met het activeren van relevantie organisaties. De belangrijke onderwerpen zijn: maatschappelijk aspect, verbindingen met andere domeinen, rol van streektaal binnen bestuurlijk verkeer, cursussen, publieksevenementen en publicaties.

Verder werd nagedacht over de rol van het Rijk aan het meerjarenplan. Duidelijk maken wat men van het Rijk verwacht en wat de wensen zijn, bijvoorbeeld over contact en budget.

Afgesproken werd om verder na te denken over de coördinerende rol van de Nedersaksische overheden, het meerjarenprogramma en de Nedersaksische streektaalorganisaties.

2018

5 juni 2018 Op 5 juni 2018 vond in het Provinciehuis van Overijssel een ambtelijk overleg plaats met vertegenwoordigers van de provincies Drenthe, Groningen, Gelderland, Friesland, Overijssel en de gemeenten Weststellingwerf en Ooststellingwerf. Tijdens de bijeenkomst, waarin ook teruggeblikt werd op het bestuurlijk overleg van 23 april 2018, werd onder meer gesproken over de wijze van ondertekening van het convenant. Gelderland uitte daarbij kritiek op het feit dat het convenant uitsluitend door overheden zou worden ondertekend, omdat volgens hen de creatie van streektaal in handen is van de organisaties en de mensen zelf. Ter appreciatie van de wens van Friesland, stemde Drenthe daarentegen in met een convenant in deze vorm.

Verder werden er concrete afspraken gemaakt over de organisatie van een Streektaalsymposium in Leeuwarden, met als thema "Jeugd en Streektaal". Hierbij kwamen onder meer de invulling van het programma en organisatorische als financiële aspecten aan bod, met een geraamde kostprijs van circa €5.000 per overheid. Ook werd er aandacht besteed aan het opzetten van een gezamenlijke deelnemerslijst voor de betrokken overheden en werd afgesproken dat een aangepast concept van het convenant opnieuw ter reactie zou worden verspreid, vergezeld van een uitnodigingsbrief aan minister Ollongren. Uiteindelijk werd de definitieve versie van het convenant op 10 oktober 2018 ondertekend.

2020

13 mei 2020 Tussen vertegenwoordigers van de gemeente Weststellingwerf en de provincies Overijssel, Gelderland, Groningen, Drenthe en Friesland vond op 13 mei overleg plaats. Tijdens dit overleg werd de Proeftuin Meertaligheid besproken, waar subsidieaanvragen tot een maximum van €70.000 gedaan konden worden met een vergoeding van 60% van de projectskosten mits minimaal vijf partijen van vijf verschillende provincies zouden meedoen. Verder werd de besteding van het budget van het ministerie besproken.