Staatssteun is een concept uit het Europees Unierecht. Er is sprake van staatssteun wanneer een met staatsmiddelen bekostigd selectief voordeel dat toerekenbaar is aan de staat, wordt toegekend aan een of meer ondernemingen of een andere vorm van productie, die de mededinging op de interne markt vervalst of dreigt te vervalsen, en waardoor het handelsverkeer tussen de lidstaten nadelig wordt beïnvloed.HvJ 21 maart 1990, nr. C-142/87, België v Commissie.HvJ 16 mei 2002, nr. C-482/99, Frankrijk v Commissie.HvJ 17 november 2009, nr. C-169/08, Regione Sardegna.Mededeling van de Commissie betreffende het begrip „staatssteun” in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, nr. C 262/1.

In zeer algemene termen is staatssteun dus een ongeoorloofde vorm van meestal financiële steun door de overheid van een specifieke onderneming.

In het algemeen is staatssteun verboden op grond van artikel 107 VWEU aangezien deze steun een oneerlijk voordeel kan opleveren voor één onderneming of een groep van ondernemingen ten opzichte van anderen en op die manier de mededinging in de EU kan vervalsen. Onder bepaalde omstandigheden is staatssteun echter wel toegelaten.

Alle staatssteun moet in beginsel worden aangemeld bij de Europese Commissie en de steun mag niet worden uitgekeerd zonder haar definitieve goedkeuring.

Wordt staatssteun toch uitgekeerd terwijl dit niet mocht, dan moet ze worden terugbetaald.

Toepasselijke rechtsbepalingen Staatssteun wordt volledig geregeld door het Europees Unierecht in de artikelen 107-109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 107 bevat de inhoud van het staatssteunbegrip, artikel 108 bepaalt de procedure en artikel 109 betreft een rechtsbasisbepaling.

Artikel 107 VWEU luidt: 1. Behoudens de afwijkingen waarin de Verdragen voorzien, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt. 2. Met de interne markt zijn verenigbaar: a. steunmaatregelen van sociale aard aan individuele verbruikers op voorwaarde dat deze toegepast worden zonder onderscheid naar de oorsprong van de producten; b. steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen; c. steunmaatregelen aan de economie van bepaalde streken van de Bondsrepubliek Duitsland die nadeel ondervinden van de deling van Duitsland, voorzover deze steunmaatregelen noodzakelijk zijn om de door deze deling berokkende economische nadelen te compenseren. Vijf jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon kan de Raad op voorstel van de Commissie een besluit tot intrekking van dit punt vaststellen. 3. Als verenigbaar met de interne markt kunnen worden beschouwd: a. steunmaatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst en van de in artikel 349 bedoelde regio’s, rekening houdend met hun structurele, economische en sociale situatie; b. steunmaatregelen om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen; c. steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad; d. steunmaatregelen om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen, wanneer door deze maatregelen de voorwaarden inzake het handelsverkeer en de mededingingsvoorwaarden in de Unie niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad; e. andere soorten van steunmaatregelen aangewezen bij besluit van de Raad, op voorstel van de Commissie.

Geen nationaal recht Er is geenszins sprake van een parallelle toepassing aangezien er geen nationaal staatssteunrecht bestaat. Dit wordt immers niet getolereerd door de Europese Commissie aangezien volgens de Commissie de nationale mededingingsautoriteiten in geval van een geding automatisch de kant van de staat zou kiezen.

Voorwaarden en toepassing Er is sprake van staatssteun die het Europees recht schendt wanneer een steunmaatregel van de staat of in welke vorm ook die met staatsmiddelen wordt bekostigd, de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalst of dreigt te vervalsen, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.Art. 107 VWEU.

Elk door publieke instellingen of middelen bekostigd voordeel dat slechts aan één of meerdere bepaalde ondernemingen wordt toegekend, maakt in principe staatssteun uit. Evenwel bestaan er meerdere afwijkingen op dit principe en bovendien is niet elke vorm van staatssteun automatisch problematisch.HvJ 24 januari 1987, 82/77, van Tiggele.Mededeling Commissie betreffende het begrip 'staatssteun' in de zin van artikel 107, lid 1 VWEU, Pb.C. 19 juli 2016, afl. 262, 1, punt 47.P. VAN CLEYNENBREUGEL, Mededingingsrecht: do's en dont's voor Belgische ondernemingen, Mortsel, Intersentia, 2018, 74-75.

Zodat er sprake is van staatssteun, moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan: de steun moet verleend worden aan een onderneming die een economische activiteit verricht, ongeacht de rechtsvorm en wijze van financiering ervan;HvJ 23 april 1991, nr. C-41/90, Höfner en Elser. de steun wordt door staatsmiddelen gefinancierd: ook acties door de overheid worden hieronder verstaan;HvJ 16 mei 2002, nr. C-482/99, Stardust Marine. non-marktconformiteit: deze staatsmiddelen leveren een economisch voordeel op dat niet via normale commerciële weg verkregen zou zijn;HvJ 11 juli 1996, nr. C-39/94, SFEI. het betreft een selectieve maatregel, met dien verstande dat het gaat om een elke door de overheid gemaakte preselectie;Mededeling Commissie betreffende het begrip 'staatssteun' in de zin van artikel 107, lid 1 VWEU, Pb.C. 19 juli 2016, afl. 262, 1, punt 118. de steunmaatregel kan de mededinging vervalsen; de steun dreigt aanleiding te geven tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer binnen de Europese Unie.

Onderneming Het begrip 'onderneming' wordt autonoom geïnterpreteerd door het Hof van Justitie.

In het Europees mededingingsrecht is sprake van een onderneming wanneer een entiteit een economische activiteit uitoefent.HvJ 23 april 1991, nr. C-41/90, Höfner en Elser, rechtsoverweging 21. Hierbij is het niet van belang of de entiteit rechtspersoonlijkheid heeft of niet.

Entiteit In de context van artikel 107 VWEU moeten er meerdere van elkaar zelfstandige ondernemingen zijn. Wanneer een moedervennootschap samen met haar dochtervennootschap een economische eenheid vormt waarbinnen de dochter over geen enkele zelfstandigheid beschikt om haar eigen marktgedrag te bepalen, is artikel 107 VWEU niet van toepassing omdat niet is voldaan aan de vereiste van een pluraliteit van ondernemingen.HvJ 24 oktober 1996, nr. C-73/95 P, Viho Europe BV, rechtsoverwegingen 16-17. In zo'n geval geldt intragroepsimmuniteit.

Zelfstandigen worden gezien als een aparte entiteit en dus als een aparte onderneming. Schijnzelfstandigen worden geherkwalificeerd naar werknemers en maken geen aparte entiteit uit. Om te beoordelen of een werknemer schijnzelfstandige is, moet men kijken naar of die persoon onder leiding van zijn werkgever handelt, of hij de vrijheid heeft om zijn tijdschema en de plaats en inhoud van het werk te kiezen en of hij zelf geen commerciële of financiële risico's draagt.HvJ 4 december 2014, nr. C-413/13, FNV Kunsten Informatie en Media, rechtsoverweging 36.

Vakverenigingsactiviteiten (bijvoorbeeld het afsluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst) worden vrijgesteld.

Economische activiteit In principe wordt elke activiteit gezien als een economische activiteit en zijn er geen uitgesloten sectoren.

Sommige activiteiten zijn echter nooit economisch aangezien ze zo nauw verbonden zijn met de uitoefening van overheidsgezag. Luchtverkeerscontrole,HvJ 14 oktober 1976, nr. 29-76, Eurocontrol. controle op vervuiling in de haven,HvJ 18 maart 1997, nr. C-343/95, Diego Cali. de uitvoering van Europese richtlijnenHvJ 28 september 2017, nr. T-138/15, Tenderned. en een openbaar onderwijsstelsel dat volledig of hoofdzakelijk uit overheidsmiddelen wordt gefinancierdHvJ 27 juni 2017, nr. C-74/16, CEPPB. worden niet beschouwd als economische activiteiten. Socialezekerheidsinstellingen voeren slechts economische activiteiten uit in zoverre ze niet concurreren met andere instellingen.HvJ 16 november 1995, nr. C-244/94, FFSA.HvJ 16 maart 2004, gevoegde zaken nr. C-264/01, C-306/01, C-354/01 en C-355/01, AOK-Bundesverband.

Steun Er is sprake van steun wanneer er een financiële overdracht plaatsvindt die een kunstmatig voordeel oplevert.

Een financiële overdracht is een beweging van geld of in geld waardeerbaar actief van de staat naar de begunstigde. Een voordeel is kunstmatig wanneer het niet verkregen zou kunnen worden op de markt. Hiervoor hanteert men het market economy investor principle: zou een private investeerder ook hebben gehandeld als de steunverlenende overheid? Zo niet, gaat het over steun.

Niet relevant is de reden voor de steun, de oorzaak, de status of beschrijving ervan, of het gaat om private of publieke eigendom van de verlener enz.

Met staatsmiddelen bekostigd Een maatregel is met staatsmiddelen bekostigd wanneer het zichtbaar is op de begroting, wanneer het m.a.w. er een directe impact op heeft. In Kirsammer-Hack oordeelde het Hof van Justitie dat een regeling die het voor kmo's makkelijker maakt om werknemers te ontslaan, geen rechtstreekse impact heeft op een begroting.HvJ 30 november 1993, nr. C-189/91, Kirsammer-Hack.

Het woord "of" in artikel 107 in de zinsnede "van de staten of met staatsmiddelen bekostigd" heeft aanleiding gegeven tot verwarring. In Commissie t. Frankrijk (CNCA) oordeelde het Hof dat om een alternatieve 'of' ging. In Sloman Neptun t. Seebetriebsrat besloot het Hof dat het om een cumulatieve 'of' ging.HvJ 17 maart 1993, gevoegde zaken nr. C-72/91 en C-73/91, Sloman Neptun t. Seebetriebsrat. Naar vigerende rechtspraak, in Association Vent De Colère!, volstaat een rechtstreekse impact op de begroting.HvJ 19 december 2013, nr. C-262/12, Association Vent De Colère!.

In Eventech oordeelde het Hof dat het gratis preferentieel gebruik van busbanen voor bepaalde soorten taxi's geen rechtstreekse impact heeft op de begroting.HvJ 14 januari 2015, nr. C-518/13, Eventech.

Mededinging vervalsen of dreigen te vervalsen De steun moet de mededinging vervalsen of dreigen te vervalsen. Dit is een de minimis-regel. Een steunmaatregel wordt niet geacht de mededinging te vervalsen indien het gaat om een maximumbedrag van € 200.000 per onderneming over een periode van drie jaar.Art. 3(2), eerste lid Verordening nr. 1407/2013 van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (de minimis-verordening). Voor diensten van algemeen economisch belang wordt dit plafond verschoven naar € 500.000. Dergelijke steun moet ook niet worden aangemeld.

Bovendien dient in het besluit dat de steun toekent worden aangegeven dat het gaat om steun die wordt gegeven op basis van de de minimis-verordening.