COVID-19, voluit coronavirus disease Naming the coronavirus disease (COVID-19) and the virus that causes it, Wereldgezondheidsorganisatie 2019, vaak corona genoemd, is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door het SARS-CoV-2-virus uit de familie van de coronavirussen. De voorheen onbekende ziekte werd eind 2019 voor het eerst opgemerkt in China en verspreidde zich vervolgens in drie maanden tijd naar andere delen van de wereld. In 2020 leidde dit tot de coronapandemie. Verwacht wordt dat het virus zal blijven circuleren en dus een endemisch karakter krijgt. De ziekte wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) verondersteld een zoönotische oorsprong te hebben, hoewel daar anno 2021 geen consensus over is.BBC (27 mei 2021), Covid origin: Why the Wuhan lab-leak theory is being taken seriously. Een groot onderzoek in 2024 leek dit te bevestigen.
De belangrijkste symptomen van COVID-19 zijn koorts, droge hoest, vermoeidheid en verlies van reukzin. Daarnaast komen ook een zere keel, hoofdpijn, kortademigheid, diarree, rode en/of geïrriteerde ogen, gezichtsverlies en buikpijn voor.
Een deel van de besmette personen heeft milde of helemaal geen symptomen. Met name bij personen met een verminderde afweer, zoals ouderen en chronisch zieken, kan de ziekte uitlopen op een ernstige longontsteking met soms dodelijke afloop. Ook andere organen zoals het hart- en vaatstelsel en de nieren kunnen schade oplopen. Ook kan post-covid ontstaan.
De ziekte-overdracht vindt vooral plaats via hoesten en niezen, waarbij besmette druppeltjes of aerosolen worden verspreid, die vervolgens door anderen worden ingeademd.
Sinds januari 2020 werd er wereldwijd naarstig gezocht naar een geneesmiddel voor COVID-19. Ook werden in de loop van 2020 meerdere vaccins ontwikkeld tegen SARS-CoV-2.
Ontdekking van de ziekte miniatuur|Tijdlijn van de besmetting van COVID-19 De ziekte werd voor het eerst vastgesteld in de Chinese miljoenenstad Wuhan, de hoofdstad van de Chinese provincie Hubei, bij patiënten met een longontsteking zonder aanwijsbare oorzaak. Het was dokter Li Wenliang die op 30 december 2019 vergeefs de autoriteiten waarschuwde dat een epidemie dreigde. Vervolgens verspreidde de ziekte zich razendsnel door de afwezigheid van immuniteit onder de plaatselijke bevolking en doordat veel internationale reizigers vanuit Wuhan het virus mee naar huis namen.
Op 11 maart 2020 maakte de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bekend dat er officieel sprake was van een pandemie.
Naamgeving miniatuur|SARS-CoV-2-virussen gezien door een elektronenmicroscoop Op 11 februari 2020 maakte de Wereldgezondheidsorganisatie bekend dat de nieuwe, onbekende virale ziekte de naam COVID-19 zou krijgen, een afkorting van coronavirus disease (coronavirusziekte), plus het jaartal van ontdekking. Volgens directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus van de WHO mocht de naam niet verwijzen naar een bepaalde geografische plek, dier of groep mensen. Ook moest de naam uitspreekbaar zijn.WHO noemt ziekte die coronavirus veroorzaakt COVID-19, NU.nl, 11 februari 2020 (bijgewerkt 13 februari); zie ook de toespraak van de WHO-directeur zelf (WHO 11-2-2020)
Dezelfde dag stelde de coronavirussenwerkgroep van het International Committee on Taxonomy of Viruses (ICTV) voor het virus de naam severe acute respiratory syndrome coronavirus 2 voor, afgekort SARS-CoV-2, naar analogie met het verwante, eerder bekende virus SARS-CoV.
Besmetting Besmettingswijze Tussen mensen vindt ziekte-overdracht plaats via druppelinfectie en aerosolen vanuit de luchtwegen. Vermoedelijk in mindere mate via besmette oppervlakken. Infecties ontstaan vooral in de nabijheid van een virusdrager en in gesloten, slecht geventileerde ruimtes waar zich ook virusdragers ophouden of kortgeleden ophielden. Bij hoesten, niezen, spreken met luide stem en zingen worden veel virusdeeltjes uitgestoten. Tijdens medische behandelingen, zoals intuberen, kunnen eveneens besmettelijke aerosolen ontstaan.Het coronavirus kan op plastic oppervlakken enkele dagen besmettelijk blijven
Het virus vermenigvuldigt zowel diep in de longen als in de bovenste luchtwegen. Dat laatste zou mede verklaren waarom patiënten met milde symptomen al besmettelijk kunnen zijn. In de neus dringt het virus in epitheelcellen in via bepaalde (ACE) receptoren. Afhankelijk van de hoeveelheid virus waaraan men is blootgesteld, ontstaan symptomen sneller.
Besmetting via ontlasting is onzeker, maar deze besmettingsroute is wel bekend van de gerelateerde aandoening SARS.
Het is onbekend hoe lang het virus buiten het lichaam besmettelijk blijft. Van andere virussen is bekend dat de duur van de besmettelijkheid afhangt van luchtvochtigheid, temperatuur, ultraviolette straling (zonlicht), het soort oppervlak waarop het virus terechtkomt, de druppelgrootte en de aanvankelijke hoeveelheid virusdeeltjes. Door experimenten met fretten is bewezen dat het virus zich tussen fretten kan verspreiden via de lucht.
De Nederlandse RIVM-richtlijn gaat ervan uit dat normale patiënten een etmaal na het verdwijnen van alle klachten en ten minste 7 dagen na het begin van de ziekte niet meer besmettelijk zijn. Patiënten met een zwak immuunsysteem kunnen langer besmettelijk zijn.RIVM Richtlijnen & Draaiboeken
Virusvarianten
De virusvarianten die in de loop van 2020 en 2021 ontstonden, onderscheidden zich vooral door hun hogere besmettelijkheid, maar verspreidden zich principieel op dezelfde manier als het oorspronkelijke virus.
Kinderen Het virus verspreidt zich vooral onder volwassenen en van volwassen familieleden naar kinderen. Verspreiding onder kinderen of van kinderen naar volwassenen komt minder vaak voor. Over het algemeen geldt: hoe jonger het kind, hoe kleiner de rol bij de verspreiding van het virus. Kinderen worden over het algemeen minder ernstig ziek en hoeven bijna nooit opgenomen te worden in het ziekenhuis vanwege SARS-CoV-2. In de periode na de zomervakantie in 2020 werd een stijgend aantal infecties met het coronavirus SARS-CoV-2 bij alle leeftijden gezien. Onder kinderen is vooral bij jongeren 13-17 jaar het aantal besmettingen toegenomen. Toch spelen kinderen een beperkte rol in de verspreiding van het nieuwe coronavirus in vergelijking met volwassenen. De besmettingen en besmettelijkheid van kinderen neemt echter wel toe naarmate ze ouder worden.
Incubatietijd De mediane van de incubatieperiode is ongeveer vijf dagen, met uitersten van één tot twaalf dagen; voor quarantaine-doeleinden wordt door de meeste landen veertien dagen aangehouden (Nederland tien dagen). Er zijn meldingen van Chinese onderzoekers van zeldzame incubatietijden tot 24 dagen.
Reproductiegetal Volgens een schatting van het Europees Centrum voor ziektepreventie, die een tijdlang werd gebruikt, besmet een besmet persoon in een onbeschermde populatie gemiddeld 2,2 andere mensen (het basaal reproductiegetal R0). Een reproductiegetal van meer dan één betekent dat het aantal besmettingen in de bevolking toeneemt. Echter, het reproductiegetal verschilt per virusvariant en naarmate er meer varianten ontstaan zal het resulterende reproductiegetal steeds meer toenemen omdat de besmettelijkste variant de overhand krijgt.
Generatietijd De generatietijd van corona, de tijd tussen het moment dat iemand zelf besmet raakt en het moment dat diegene vervolgens anderen besmet, bedraagt gemiddeld 3 tot 4 dagen. Assessing changes in incubation period, serial interval, and generation time of SARS-CoV-2 variants of concern: a systematic review and meta-analysis
Besmettelijkheid virusvarianten De virusvariant 'G614', die in mei 2020 circuleerde in Amerika, Groot-Brittannië en Europa en ontstaan is door mutatie, is mogelijk besmettelijker dan de oorspronkelijke variant 'D614': G614 heeft een stabieler spike-eiwit.Mutated COVID-19 Viral Strain in U.S. and Europe 10 Times More Contagious than Original Strain; Biospace, auteur: Mark Terry, 30 juni 2020, Eind september 2020 werd de variant SARS-CoV-2 VOC – 202012/01, in de media ook wel de 'Britse variant' of alfavariant genoemd, gevonden. Deze heeft 17 mutaties, waarvan vooral de mutatie N501Y van het spike-eiwit van belang kan zijn, omdat deze theoretisch de besmettelijkheid kan beïnvloeden. Hoewel de variant relatief veel gevonden werd in bepaalde gebieden met een hoge incidentie, is niet duidelijk of dit een stichtereffect is of dat er daadwerkelijk sprake is van een besmettelijkere variant. Verschillende regeringen voerden de ontdekking aan om strengere maatregelen door te voeren. Ook de 501.V2-variant, in de media ook wel de Zuid-Afrikaanse of bètavariant genoemd, die in oktober 2020 voor het eerst gevonden werd, heeft meerdere mutaties, waaronder een N501Y-mutatie van het spike-eiwit.
Asymptomatische besmetting Aanvankelijk was niet duidelijk of en hoeveel mensen de besmetting geheel zonder symptomen (asymptomatisch) of met zeer weinig symptomen (paucisymptomatisch) doormaken. In maart 2020 werden de eerste onderzoeken gepubliceerd die een besmetting door pre-symptomatische personen aannemelijk maken. Een systematische review van september 2020 concludeerde dat waarschijnlijk ca. 20% van de besmette personen asymptomatisch blijft. De auteurs benadrukken dat de schattingen uiteenlopen van 3-67% en dat de kwaliteit van de data niet voldoende is voor een definitieve uitspraak.
Besmettingsrisico gevaccineerden Ook volledig gevaccineerden kunnen nog ziek worden, positief testen en anderen besmetten, ondanks dat ze zelf niet ernstig ziek worden.
Besmettingsrisico na overlijden Daar een overledene niet meer ademt en niet meer kan hoesten en niezen is het risico op besmetting, zeker als het lichaam van de overledene eenmaal gewassen is, kleiner dan bij een nog levende patiënt. Na overlijden kan het virus bij lage temperaturen (door koeling) en bij hoge luchtvochtigheid echter nog wel tot 48 uur na overlijden in en op het lichaam intact aangetoond worden. Bij het bewegen van stoffelijke overschotten is een besmettingsrisico denkbaar. Geadviseerd wordt het lichaam voor transport te voorzien van schoon incontinentiemateriaal, in een afsluitbare lijkzak te doen en die aan de buitenzijde te wassen.
Besmettingsrisico bij bloedtransfusies en transplantaties Bloedbank Sanquin vermeldt op zijn website: "Het is nog nooit aangetoond dat het coronavirus of soortgelijke virussen met een bloedtransfusie wordt overgedragen. Ook als je zonder het te weten besmet bent, kan je bloed geen kwaad voor patiënten." Rode Kruis-Vlaanderen deelt deze visie.
Symptomen en ziekteverloop De ziekte wordt gekenmerkt door griepachtige symptomen. De WHO kwam per 20 februari 2020 op basis van 55.924 in laboratoria positief geteste personen op het voorkomen van de volgende meest voorkomende symptomen: koorts (87,9%), droge hoest (67,7%), vermoeidheid (38,1%), sputum-productie (33,4%), kortademigheid (18,6%), keelpijn (13,9%), hoofdpijn (13,6%), spierpijn (14,8%), koude rillingen (11,4%), misselijkheid of braken (5,0%), verstopte neus (4,8%), diarree (3,7%), bloedspuwing (0,9%) en bindvliesontsteking (0,8%). Ook zijn er meldingen geweest over het ontstaan van doofheidCoronavirus symptoms: US woman reveals an unusual symptom she experienced, www.express.co.uk20-year-old with coronavirus reports experiencing ‘very different’ symptoms, nypost.com, 23 maart 2020‘It’s important to tell everyone my experience’: US woman who tested positive for coronavirus reports unusual symptoms - A doctor in Italy told Julia Buscaglia that she just had a cold, www.independent.co.uk en blaarvorming of andere afwijkingen op de voeten die lijken op wintertenen.