Het voormalige gebouw van de C&A aan de Hoogstraat in de Nederlandse stad Rotterdam was een kledingmagazijn voor dames van de Nederlandse kledingketen C&A. Het gebouw stond aan de Hoogstraat, nabij waar nu de Beurstraverse is gevestigd, het Rodezand in de buurt van de Korte Hoogstraat enerzijds en aan de Sint-Laurensstraat anderzijds. De kledingwinkel opende in april 1924 de deuren en werd verwoest tijdens het bombardement op 14 mei 1940.
Geschiedenis Voor 1940 Voor de jaren 20 van de twintigste eeuw had de familie Brenninkmeijer nog geen centraal pand in het centrum van de stad. In 1909 had de familie wel al het failliete Belgische warenhuis Les Grandes Galeries Belges opgekocht, die destijds gevestigd was op de hoek Moriaansplein - Hoogstraat met het huisnummer Hoogstraat 278.'C. & A. Brenninkmeijer - Dagblad van Noord-Brabant van 7 april 1924 Daar werd vervolgens de eerste C&A-winkel geopend.'Brieven uit Rotterdam' - De Tijd van 13 februari 1909 Deze C&A huisvesde echter zowel de dames- en herenmode en de winkel werd over de jaren te klein.'C. & A. Brenninkmeyer's dames-kleedingmagazijnen' - Dagblad van Noord-Brabant van 22 maart 1924 De familie wilde als antwoord hierop in het begin het pand aan het Moriaansplein uitbreiden, maar toen dit onmogelijk bleek, besloot het begin jaren 20 tot de bouw van een om de mode voor beide sekse te scheiden.
Tot 1922 stond in de Hoogstraat nog de oorspronkelijke Waalse Kerk, dat in bezit was van de Waalse Hervormde gemeente.'Het nieuwe gebouw van C. en A. Brenninkmeyer' - Rotterdamsch nieuwsblad van 5 februari 1923 Over de jaren heen was de kerk echter steeds bouwvalliger geworden en de Hoogstraat was een te drukke en rumoerige plek geworden, wat niet bevorderlijk was voor de kerkdiensten. Geld voor restauratie was er niet, dus kwam de Kerkraad en de kerkmeester in 1920 tot het besluit om de kerk te slopen en het terrein te verkopen.'Brief uit de Maasstad' - Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant van 4 juli 1924'De Waalsche Gemeente te Rotterdam' - Christelijk sociaal dagblad voor Nederland De Amsterdammer van 20 mei 1941'De Waalsche Gemeente te Rotterdam' - De standaard van 3 mei 1941 Dit om op een nieuwe locatie aan de Schiedamse Vest verder te gaan.'Hoe een oud torentje verdwijnt' - De standaard van 20 april 1922'Het verdwijnen van de Fransche kerk' - Rotterdamsch nieuwsblad van 27 maart 1922'De nieuwe Waalsche kerk' - Rotterdamsch nieuwsblad van 16 juni 1923
Tussen 1920 en 1922 zocht de Waalse gemeente naar geïnteresseerden en de gemeente Rotterdam was ondertussen zelf druk bezig met vergaderen om een besluit te nemen over de kerk. Op 23 maart 1922 kwam dat besluit, maar oud-minister Johannes de Visser telegrafeerde dat hij overwoog om dit besluit te schorsen.'De Waalsche Gemeente te Rotterdam' - De standaard van 3 mei 1941 Op woensdag 29 maart meldt het Rotterdamsch Nieuwsblad dat de familie Brenninkmeijer geïnteresseerd was in de locatie en onderhandelingen was begonnen met de Waalse gemeente over de verkoop van de kerk en grond aan hun, met als doel het vestigen van een eerste C&A-winkel van Rotterdam.'Stadsnieuws' - Rotterdamsch nieuwsblad van 29 maart 1922 Op vrijdag 31 maart meldt het Nieuwsblad van Friesland dat de Waalse gemeente het gebouw had verkocht aan de familie.'Korte mededeelingen - Nieuwsblad van Friesland van 31 maart 1922 Op 23 augustus was het raadsbesluit definitief en op 15 september werd begonnen met de sloop van het pand en de ruiming van de graven. In 1923 was de sloop voltooid. Op 1 december moest de grond opgeleverd zijn om met de bouw van het nieuwe gebouw te beginnen.'Gemengd nieuws' - De standaard van 15 september 1922
In december 1922 gaf de familie aan de Rotterdamse firma Wolterbeek en Van Dorp de opdracht om een nieuw pand te ontwerpen, nadat zij de laagste prijs boden van de 33 ingezonden aanvragen in november van dat jaar. De bouw werd verdeeld in drie delen: onderdeel A zou 398.800, onderdeel B 391.300 en onderdeel C 364.800 guldens gaan kosten.'Aanbesteding' - Voorwaarts van 28 november 1922'Aanbestedingen' - De Amsterdammer van 29 november 1922'Aanbestedingen' - De Volkskrant van 12 december 1922 De bouw van het nieuwe pand begon in januari 1923 en ging door ondanks stakingen die andere firma's trof op 1 maart.'De loonen in de bouwvakken' - De Maasbode van 1 maart 1923 Een paar dagen later, op 7 maart, staakten 15 medewerkers alsnog en was er sprake van lichte vertraging in de vorm van een paar dagen.'Uit het bouwbedrijf' - De courant van 8 maart 1923'Een excursie naar het nieuwe Brenninkmeyer- gebouw' - Rotterdamsch nieuwsblad van 25 februari 1924 Desondanks werd het werk daarna weer hervat en meldt het dagblad Voorwaarts eind december van dat jaar dat het gebouw bijna gereed was.'Nieuwe gebouwen' - Voorwaarts van 31 december 1923
De bedoeling was dat het nieuwe pand op zaterdag 1 maart 1924 officieel haar deuren zou openen, maar dit werd uitgesteld omdat de binnenkant van het gebouw nog niet gereed was. Verwacht werd dat de opening met een maand vertraagd zou worden. Op vrijdag 21 maart opende de winkel in de avond op feestelijke wijze de deuren. Eerde op de dag nodigde de familie het Rotterdamsch Nieuwsblad uit voor een rondleiding in het nieuwe pand. De gevel van het gebouw was al een aantal dagen verlicht in de avonduren met behulp van 15.000 gloeilampen, tot in de torenspits, terwijl aan de binnenkant de inrichting werd verlicht tot een gezamenlijke sterke van 24.000 kaarsen.'Het nieuwe dameskleedingmagazijn van C & A' - Rotterdamsch nieuwsblad van 21 maart 1924'Rotterdamse nachtpracht' - Go with the Vlo artikel van 20 juni 2019 Op 30 mei kreeg de familie van het college van B&W toestemming om een warmwaterverwarming met twee ketels en 12 elektromotoren voor de aandrijving van verschillende werktuigen.'Stadsnieuws' - Rotterdamsch nieuwsblad van 30 mei 1924
Tweede Wereldoorlog Tijdens het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 raakte het C&A-gebouw zwaar beschadigd. Echter, in tegenstelling tot veel gebouwen in de omgeving, stond het karkas van het grote pand nog overeind. Alleen de torenspits en bovenverdiepingen waren gedeeltelijk of volledig verwoest. Ook de begane grond was licht beschadigd geraakt. Hoewel de mogelijkheid bestond om het gebouw te behouden en te restaureren, besloot de gemeenteraad vermoedelijk in hetzelfde jaar al om het gebouw toch te slopen.
Na de oorlog Na de sloop van het vooroorlogse gebouw, had de familie geen enkel C&A-pand meer in het centrum gedurende de Tweede Wereldoorlog en een aantal jaren erna. Pas in 1950 begon de familie met de bouw van een nieuw pand aan de Coolsingel, op de plek waar ooit de Rotterdamse Passage was gevestigd.'Moeilijke problemen van noodwinkels' - Algemeen Handelsblad van 3 december 1949'Rotterdams oorlogswonden helen: Winkelcentrum in hartje stad' - Provinciale Noord-Brabantsche courant Het huisgezin van 23 november 1950 Dit gebouw werd geopend op vrijdag 21 maart 1952 en was ontworpen door de vaste C&A-architect Jan van der Laan.'Nieuw gebouw van C. en A. te Rotterdam geopend: Zeer veel belangstelling' - De tijd van 22 maart 1952
Vormgeving en interieur Het gebouw is ontworpen door de Amsterdamse huisarchitect van de C&A, Kasper Sickler, in een moderne Hollandse Neorenaissance stijl.'Kasper Sickler: de vaste architect van C&A-winkelpanden' - Bureau Bouwtijd. Gearchiveerd op 20 juni 2023. Het gebouw was gebouwd in een betonconstructie, versierd met bakstenen gevels en banden gemaakt van natuursteen en Silezisch zandsteen. De gevels rusten op een sobere winkelpui gemaakt van graniet, bestaande uit dunne stijlen met een zware, rechte puibalk. De gevels hadden gedeeltelijk gekroonde vensters met simpele, vierkante glas-in-loodramen, die eindigden bij het hoge dak. De hoofdingang voor het publiek stond aan de Hoogstraat, had een breed portiek en met een geheel in spiegelglas gevat portaal. Er waren nog twee andere ingangen. De tweede stond aan de Sint-Laurensstraat en was bedoeld voor het personeel, waar ze bij de telefoonkamer konden komen. Deze kamer werd gebouwd voor de telefonische aankondiging van de baas bij binnenkomst. De derde ingang liep langs een glooiing van beton naar de kelderruimte onder het gehele gebouw. Hier konden auto's naar binnen rijden om de goederen uit te pakken en konden ze met de goederenlift naar vijf bovengelegen verdiepingen worden gebracht. De goederenlift had een snelheid van 1 meter per seconde.
Op de hoek van de Hoogstraat - Rodezand stond een grote, markante toren. Deze toren was een ode was aan de voormalige Waalse kerk, die eveneens een vergelijkbare toren had. De etalageruimte was in totaal 100 meter, verdeeld over drie straten. De kosten voor de bouw van het pand, schatte de familie Brenninkmeijer op ongeveer 1,5 miljoen gulden - een prijs die in werkelijk echter veel lager uitviel. Het gebouw nam inspiratie van de Haarlemse Vleeshal.'Wat de firma Brenninkmeyer bouwen wil!' - Rotterdamsch nieuwsblad van 14 november 1922 Op woensdag 24 oktober 1922 meldt het Rotterdamsch Nieuwsblad dat er toentertijd al 1200 kubieke meter gewapend beton was verwerkt met 13.500 kilogram ijzer, en dat er nog 100 kubieke meter (beton) in de torens en in het kapgedeelte geplaatst moest worden. In die periode was het graniet van de 100 meter lange winkelpui al geplaatst, maar de bouwvakkers waren nog bezig met enkele 6000 kilo zware stukken. Er was op zowel de tweede als de vierde verdieping begonnen met het metselen van de rode bakstenen en in het gebouw werd uiteindelijk 300 kubieke meter zandsteen verwerkt. Het pand was opvallend omdat het lichtelijk scheef stond. De laagste etalage lag 2 meter beneden de hoogste, ondanks dat de winkelvloer zelf waterpas moest zijn. De overige vloeren waren gemaakt van hout en voor de constructie was er 200 kubieke meter balkhout gebruikt. Het hoogste gedeelte, de nok, was ongeveer 28 meter hoog. De toren was 35 meter hoog en destijds een van de hoogste in Rotterdam. Het gezamenlijk oppervlak van alle etages bij elkaar was ongeveer 6000 vierkante meter.'Het nieuwe gebouw van Brenninkmeyer' - Rotterdamsch nieuwsblad van 24 oktober 1923