De Slag om de Caraïbische Zee vond plaats tijdens de Tweede Wereldoorlog, tussen 1941 en 1945, en maakte deel uit van de Slag om de Atlantische Oceaan. Hierbij werden Duitse en Italiaanse onderzeeërs ingezet om de Amerikaanse aanvoerlijnen van olie en andere materialen af te snijden. Zij brachten niet enkel schepen in de Caraïbische Zee en de Golf van Mexico tot zinken, maar vielen ook kustdoelen op de Antillen aan. Uiteindelijk verdreef een verbeterde versie van de geallieerde onderzeebootjager de asmogendheden uit het Caraïbisch gebied en leidde dit naar een overwinning voor de geallieerden.
Achtergrond Het Caraïbisch gebied ontleende haar strategische belang aan de ligging van de Venezolaanse olievelden in het zuidoosten en het Panamakanaal in het zuidwesten. In de regio bevond zich de Koninklijke Nederlandse Shell raffinaderij op Curaçao; met een maandelijkse productie van elf miljoen vaten was deze 's werelds grootste olieraffinaderij. Op Aruba was nog een grote raffinaderij, de Lago Oil & Transport Co. Ltd. De raffinaderij in Pointe-à-Pierre op Trinidad was de grootste van het Britse Rijk. In de beginjaren van de oorlog hadden de Britse eilanden dagelijks vier olietankers aardolie nodig. Na de Italiaanse blokkade van de doorgang vanuit het Midden-Oosten naar Middellandse Zee werd de aardolie voor het merendeel aangevoerd vanuit Venezuela via Curaçao.Kelshall, Gaylord T.M. "The U-Boat War in the Caribbean" United States Naval Institute Press (1994) pag.4–24
links|thumb|Straat van Yucatan Voor de Verenigde Staten was het Caraïbisch gebied van aanvullend strategisch betekenis. De Amerikaanse kustlijn aan de Golf van Mexico kon, met inbegrip van de petroleumfaciliteiten en de handel op de Mississippi, vanaf twee punten worden verdedigd. De Verenigde Staten was goed gepositioneerd om de Straat van Florida te verdedigen, echter was zij minder goed in staat om de toegang vanuit het Caraïbisch gebied via het Yucatánkanaal onmogelijk te maken. Bauxiet was een grondstof voor aluminium, en een van de weinig strategische grondstoffen die niet beschikbaar was op het Amerikaanse vasteland. De Amerikaanse militaire vliegtuigbouw was afhankelijk van bauxiet die uit de Guyana's geïmporteerd werd langs de scheepvaartroutes parallel aan de Kleine Antillen. De Verenigde Staten verdedigde het Panamakanaal met 189 bommenwerpers en 202 gevechtsvliegtuigen en stationeerde onderzeeërs te Colón, Panama en te "Crown Bay", een onderzeebootbasis in St. Thomas, Amerikaanse Maagdeneilanden.The Navy Department Library: "Building the Navy's Bases in World War II, History of the Bureau of Yards and Docks and the Civil Engineer Corps 1940–1946", Volume II, Part III, The Advance Bases: Chapter XVIII: Bases in South America and the Caribbean Area, Including Bermuda Op 13 september 1939 ving de VP-51 Consolidated PBY Catalina van de United States Navy vanaf San Juan, Puerto Rico aan met de uitvoering van neutraliteit-patrouilles langs de Kleine Antillen. Daarnaast werden de voorzieningen op de Guantanamo Bay marinebasis en de marine-luchtmachtbasis te Key West opgeschroefd.Scarborough, William E. "The Neutrality Patrol: To Keep Us Out of World War II?" Naval Aviation News, maart–april 1990, pag. 18-23
Het Verenigd Koninkrijk stationeerde marine-luchteskaders nrs. 793, 749, 750 en 752 op Piarco International Airport op Trinidad. Kort na de verovering van Nederland door nazi-Duitsland bezetten Britse troepen Aruba, Curaçao en Bonaire. links|thumb|Douglas A-20 Havoc Naargelang de Britse relaties met Vichy-Frankrijk na de tweede wapenstilstand in Compiègne verslechterde werd rekening gehouden met het Franse eiland Martinique als een mogelijke basis voor de schepen van de asmogendheden. Krachtens de Destroyers for Bases-overeenkomst van 2 september 1940 tussen het Verenigde Koninkrijk en de Verenigde Staten konden de Amerikanen vliegvelden aanleggen in Brits-Guiana en op de eilanden Great Exuma, Trinidad, Antigua en Saint Lucia. Op 11 februari 1942 werden de Britse soldaten op de Nederlandse eilanden met een raffinaderij vervangen door Amerikaanse troepen en werden gevechtstoestellen van het type Douglas A-20 Havocs ingezet op de vliegvelden Hato op Curaçao en Dakota op Aruba.
Operaties van de asmogendheden thumb|De getorpedeerde olietanker Pedernales thumb|Amerikaanse soldaten op wacht bij Lago Oil & Transport Co.
Operatie Neuland Het eerste offensief tegen de Caraïbische raffinaderijen werd ingezet onder commando van kapitein-luitenant-ter-zee Werner Hartenstein aan boord van de U-156 en in roedeltactiek met U-502, U-67, U-129 en U-161. Op 16 februari 1942 zetten de eerste drie onderzeeboten gelijktijdig de aanval in. Tussen het Meer van Maracaibo en Aruba bracht de U-502 drie olietankers tot zinken: de Monagas, de Tia Juana en de San Nicolaas. De U-67 voer de haven van Willemstad op Curaçao binnen en torpedeerde drie olietankers. Vier torpedo's van de boegbuizen bleken defect, maar de torpedo's van de achterstevenbuis slaagden erin het schip Rafaela tot zinken te brengen. De U-156 voer de haven van San Nicolas op Aruba binnen en torpedeerde de olietankers Pedernales, Oranjestad en Arkansas. Van de Pedernales liggen de wrakstukken nog voor de westkust van Aruba.Otten, Marloes."Aruba vijf wrakken", Duikeninbeeld.tv, 15 maart 2020 Vervolgens probeerde de U-156 met haar 10,5 cm SK C/32 dekkanon de Arubaanse raffinaderij te beschieten; echter bij het eerste schot barstte de loop omdat de bemanning had nagelaten het deksel van de loop te verwijderen.Kelshall, Gaylord T.M. "The U-Boat War in the Caribbean" United States Naval Institute Press (1994) pag.26–68 De Duitsers beschadigden een grote opslagtank licht. Een Venezolaanse kanonneerboot, Generaal Urdaneta, bood reddingshulp aan de bemanning van de getorpedeerde vaartuigen en A-20 Havoc lichte bommenwerpers zetten tevergeefs een aanval in op alle drie U-boten. Hierna werd de Amerikaanse bezetting opgeschaald ter bescherming van het eiland."Shells at Aruba", Time Magazine, 23 februari 1942.Schenia, Robert L. "Latin America: A Naval History 1810-1987", Annapolis, Maryland, United States: Naval Institute Press. , OCLC 15696006
links|thumb|Duitse onderzeeboot U-161 Op 18 februari voer de U-161 de Trinidadse Golf van Paria in om de Mokihama en de olietanker British Consul te torpederen. De U-boten voerden routine-patrouilles; de U-67 torpedeerde de olietankers J.N.Pew en Penelope; de U-502 torpedeerde de olietankers Kongsgaard, Thallia en Sun; de U-156 torpedeerde Delplata en de olietanker La Carriere; de U-161 torpedeerde Lihue en olietankers Uniwaleco, Circle Shell en Esso Bolivar; en de U-129 torpedeerde George L. Torrain, West Zeda, Lennox, Bayou, Mary, Steel Age en de olietanker Nordvangen. Toen de U-156 geen torpedo's meer had gebruikte de bemanning beugelzagen om het beschadigde gedeelte van de loop van het dekkanon af te zagen. Met dit dekkanon werden de Macgregor en de olietanker Oregon tot zinken gebracht. Op 10 maart voer de U-161 de haven van Castries op Saint Lucia binnen om HMCS Lady Nelson en Umtata te torpederen. Na het verlaten van Saint Lucia torpedeerde de U-161 Sarniadoc en werd met het dekkanon de tender USCGC Acacia van de United States Coast Guard tot zinken gebracht.
Overige operaties Tijdens Operatie Neuland patrouilleerden vijf Italiaanse onderzeeërs aan de Atlantische kant van de Kleine Antillen. De Francesco Morosini torpedeerde Stangarth en olietankers Oscilla en Peder Bogen. Enrico Tazzoli torpedeerde Cygnet en de olietanker Athelqueen. Giuseppe Finzi torpedeerde Skåne en olietankers Melpomere en Charles Racine. De schoten van de Italiaanse onderzeeër Leonardo da Vinci troffen Everasma en de neutrale Braziliaanse Cabadelo. Luigi Torelli torpedeerde Scottish Star en de olietanker Esso Kopenhagen. Tegelijkertijd patrouileerde U-126 de Windward Passage tussen Cuba en Hispaniola en torpedeerde tussen 2 en 13 maart Gunny, Barbara, Cardona, Texan, Olga, Colabee en olietankers Hanseat en Halo.Blair, Clay "Hitler's U-Boat War: The Hunters 1939–1942" Random House (1996) pp.503–513 U-504 koerste vanuit Florida naar het zuiden. thumb|Olieraffinaderij aan de Schottegatbaai op Curaçao
Op 3 maart 1942 viel een Duitse onderzeeër het Amerikaanse eiland Mona aan, ongeveer 60 km ten westen van Puerto Rico, maar dit leverde geen schade of gewonden op."Puerto Rican Isle Shelled by Enemy", The New York Times, 4 maart 1942.
Op 19 april 1942 viel commandant Ernst Kals met U-130 de raffinaderij op Curaçao aan. Kals gaf het bevel tot het beschieten van verschillende olieopslagtanks, maar moest na vijf schoten de aanval staken, omdat een Nederlands kustgeschut het vuur beantwoordde. Later viel een Duitse onderzeeër een koopvaardijschip ter hoogte van Curaçao aan, waarop beschietingen door kust- en scheepsartillerie volgde. Nogmaals wist het Duitse schip zonder enige schade te ontkomen.Gaines, William. "The United States Coast Artillery Command on Aruba and Curaçao in World War II". The Coast Defense Study Group Journal, jaargang 11, editie 2
Aanvallen op geallieerde schepen Het 3.860 brt vrachtschip onder Amerikaanse vlag SS Norlantic werd in de ochtend van 13 mei 1942 tot zinken gebracht door een Duitse U-boot. Norlantic vervoerde gemengd vracht van Pensacola, Florida naar Venezuela toen het 170 km ten oosten van Bonaire door U-69 werd aangevallen. Terwijl de U-boot zich aan het wateroppervlakte bevond vuurde deze, op bevel van commandant Ulrich Graf, om 03:38 uur twee torpedo's af. Toen beide torpedo's geen treffer waren, beval Graf zijn bemanning het doelwit tot 2.000 meter afstand te naderen en werd met het dekkanon om 03.47 uur het vuur geopend op het vluchtende schip. Na verscheidene treffers seinde het Amerikaanse schip een "staakt-het-vuren", opdat de bemanning met reddingsboten de vuurzee kon ontsnappen. De Duitsers staakten echter de beschietingen niet, zelfs niet toen twee reddingsboten werden gelanceerd. Om 04:11 werd een genadeschot gelost, waarmee de machinekamer van de Norlantic was getroffen. Het schip zonk; hierbij vonden zes bemanningsleden in de diepte de dood, twee werden door een torpedo dodelijk geraakt en vier stierven als gevolg van de beschietingen. De overlevenden van de Norlantic dreven enkele dagen op zee rond totdat ze werden gered door geallieerde schepen. links|thumb|Getorpedeerde Potrero del Llano
Duitse onderzeeërs brachten twee Mexicaanse tankers tot zinken; onder bevel van Reinhard Suhren bracht U-564 op 14 mei 1942 de Potrero del Llano tot zinken ter hoogte van Florida en onder bevel van Hermann Rasch bracht U-106 op 21 mei 1942 de Faja de Oro tot zinken voor Key West. Bij de twee aanvallen kwamen 16 bemanningsleden om. Dit leidde ertoe dat op 1 juni 1942 Mexico de oorlog aan Duitsland verklaarde.
De tanker Sylvan Arrow van de Standard Oil & Transport Company werd op 20 mei 1942 door U-155 getorpedeerd. De aanval vond plaats ten zuidwesten van Grenada in de Caraïbische Zee. Na mislukte pogingen het schip naar een haven te slepen zonk zij op 28 mei op positie . thumb|Olietanker Sylvan Arrow (1917)
Op 11 juni 1942 werd de tanker SS Hagan op circa acht kilometer ten noorden van de Cubaanse kust door U-157 tot zinken gebracht. Het Amerikaanse schip, dat duizenden vaten melasse in haar tanks vervoerde, werd getroffen in de machinekamer. De torpedo verwoestte de motoren en veroorzaakte een ketelexplosie, die meteen gevolgd werd door de inslag van nog een torpedo. Zes bemanningsleden vonden de dood en 38 overlevenden bereikten land. Twee dagen later werd U-157 tot zinken gebracht door een cutter van de Amerikaanse kustwacht.
Op 4 september 1942 werd de 6.511 brt Mexicaanse tanker SS Amaltan aangevallen door U-171 op positie . De tanker wist drie aanvallen van twee torpedo's elk te ontwijken alvorens geraakt te worden. Ze zonk met tien matrozen, 24 konden zich redden.