thumb|Boekband van Atlantis: The Antediluvian World met de zeegod Poseidon Atlantis: The Antediluvian World (Atlantis: de antediluviaanse wereld, of Atlantis: de wereld van vóór de vloed) is een pseudo-archeologisch boek over het verzonken continent Atlantis, gepubliceerd in 1882 door de Amerikaanse advocaat, politicus en schrijver Ignatius Donnelly (1831-1901). Daarin citeerde hij onder meer onderzoek naar de oude Maya beschaving door Charles Étienne Brasseur de Bourbourg en Augustus Le Plongeon en publicaties van François Lenormant. Hij dacht dat Atlantis het thuisland was van het Arische ras, waarvan Ieren afstammelingen waren. Volgens hem stamden alle oude beschavingen af van dit verloren land via het proces van hyperdiffusionisme.

Donnelly's Atlantis vormde de inspiratie voor het werk van Helena Blavatsky, Rudolf Steiner en James Churchward.

Bewijzen Donnelly baseerde zich op: Plato's Atlantis. Donnelly creëerde aan de hand hiervan een 'visie van een gouden verleden' en wees er op dat 'macht corrumpeert'. Er is nog geen zekerheid waarom Plato over Atlantis schreef, welke bronnen hij gebruikt kan hebben en hoe zijn verhaal moet worden geïnterpreteerd. Catastrofale, continentale verzinking. Donnelly beschreef de Vloed volgens de bijbel, de Chaldeeërs, 'andere naties' en volgens Amerikaanse legenden. Het idee, dat er zich grote cataclysmen hadden voorgedaan in de geschiedenis van de aarde, werd in zijn tijd gehuldigd. Donnelly schreef over de ontdekking van zeebodem-geografie door de Challenger oceanografische expeditie. De zeebodem bleek niet vlak, maar vol onverklaarde, lange, onderzeese landbruggen en rotsen. Veel conventionele geologie en zoölogie was in zijn tijd gebaseerd op supercontinenten en verzonken landbruggen. Donnelly citeerde Lyell en Darwin in verband met het hypothetische continent Lemuria. Atlantische kolonies in de Nieuwe Wereld en antropologie. Donnelly schreef over 'Centraal-Amerikaanse en Mexicaanse kolonies', een 'Egyptische kolonie', 'kolonies van de Mississippi Vallei', 'Iberische kolonies', de 'Peruaanse kolonie', 'Afrikaanse kolonies', 'Ierse kolonies' en 'Arische kolonies'. In zijn tijd was er praktisch niets bekend over precolumbiaanse culturen in de Verenigde Staten. Alles, etnografisch onderzoek, studie van de Maya hiërogliefen en opgravingen, kwam pas na Donnelly's tijd goed op gang. Taalkundig materiaal. In zijn tijd was het een algemeen aanvaarde methode om middels tabellen linguïstische relaties aan te tonen van woorden die op elkaar leken.

Vijf delen Het boek bestaat uit vijf delen: De geschiedenis van Atlantis De verwoesting van Atlantis beschreven in de Vloedlegenden De beschaving van de Oude en Nieuwe Wereld vergeleken De mythologie van de Oude Wereld een herinnering aan Atlantis De kolonies van Atlantis

Plato's Atlantis In zijn Dialogen schreef Plato, dat Critias als kind van zijn grootvader Critias het verhaal over Atlantis hoorde. Dropidas, de vader van Critias' grootvader, was verwant aan en hecht bevriend met Solon, een van de zeven wijzen, die tien jaar in Egypte had doorgebracht. Van de Egyptische priesters van Saïs leerde Solon het verhaal van Atlantis en het volk van Athene, dat de Atlantiërs versloeg. Athene was duizend jaar vóór Saïs door de godin Pallas Athene (de Egyptische godin Neith) gesticht en Saïs bestond in Solons tijd al 8000 jaar. Solon wilde het verhaal op rijm zetten, maar stierf voortijdig. Het manuscript werd door Critias bewaard. Plato's geschiedenis stopte ook abrupt en bleef onvoltooid. Het werd met nadruk niet als een legende, maar als een waarachtige geschiedenis voorgesteld.

Volgens de oude, Egyptische priester waren er veel vloeden geweest. 'Veel grote vloeden hebben plaatsgevonden gedurende negenduizend jaar, want dat is het aantal jaren dat verstreken is sinds de tijd waar ik over spreek.' Maar de vloed, die Atlantis deed verzinken en tegelijkertijd de oude Atheense beschaving 'in een dag en een nacht' vernietigde, was wel de grootste. 'en daar was een eiland gelegen voor de zeestraat die jullie de Zuilen van Hercules noemen: het eiland was groter dan Libya en Asia samen, en was de weg naar andere eilanden, en van de eilanden had je kunnen oversteken naar het geheel van het tegenoverliggende continent dat de ware oceaan omsloot.' Het keizerrijk regeerde over het eiland Atlantis 'en verschillende andere [eilanden], als wel over delen van het continent; en, daarbij, onderwierpen ze delen van Libya binnen de Zuilen van Hercules zo ver als Egypte en Europa zo ver als Tyrrhenia [Italië].' Van het 'vergane lichaam' bleven slechts kleine eilanden als 'botten' over.

De hele wereld was onder de goden verdeeld en Poseidon had als lot Atlantis getrokken. Hij werd verliefd op en trouwde met Cleito, de dochter van Evenor en Leucippe, de 'aard-geboren oorspronkelijke mensen van dat land'. Ze kregen tien zonen in vijf paren: Atlas en Eumelos of Gadeirus, Ampheres en Evaemon, Mneseus en Autochthon, Elasippus en Mestor, Azaes en Diaprepes. Atlas heerste als koning over de andere negen prinsen. Ze kregen alle tien een eigen deel van het rijk toebedeeld en regeerden vanuit eigen (hoofd)steden. Het eiland mat 3000 bij 2000 stadia en strekte zich naar het zuiden uit en werd in het noorden door omringende bergen beschermd. Het land was rijk. Er werden mineralen en metalen gedolven. Orichalcum was op goud na het meest kostbaar. Er was een overvloed aan bossen en dieren. Er waren veel olifanten op het eiland. Er was fruit met een harde buitenkant, dat drank, (vrucht)vlees en zalf schonk. Donnelly dacht daarbij aan de kokosnoot. De hoofdstad was op een heuvel gebouwd en rondom door drie grachten omgeven met van buiten naar binnen een breedte van 3, 2 en 1 stadium. Voor de grachten stonden drie muren, van buiten naar binnen bedekt met koper, tin en orichalcum. De doorsnee van het centrum mat 5 stadia. Daar stond de ontoegankelijke tempel gewijd aan Cleito en Poseidon met een gouden omheining. Daarnaast stond Poseidons tempel, een stadium lang en een halve breed, de buitenkant met zilver bedekt. het plafond was van ivoor, versierd met goud, zilver en orichalcum. Het beeld van Poseidon stond er met zijn kruin tot het dak op een renwagen, getrokken door zes gevleugelde paarden, om hem heen honderd Nereïden op dolfijnen. In het centrum was een kolom van orichalcum met daarin geschreven de wetten van Poseidon. De koningen vergaderden er om de vijf en zes jaar en offerden er dan een samen gevangen stier. Ze schreven hun wetsbesluiten op gouden tabletten, die in de tempel werden bewaard. Om de tempel stonden de gouden beelden van de tien koningen en hun vrouwen. Er waren warm en koud waterbronnen. Er werd gebouwd met rood, wit en zwart gesteente. Er was een kanaal naar zee, 100 voet diep, 300 voet breed en 50 stadia lang. Er voeren triremen de havens in en uit. Er waren aquaducten. Er was buiten de stad een grote vlakte, doorsneden door kanalen en omgeven door een greppel van 100 voet diep, een stadium breed en 10.000 stadia lang. Het hoofd-'gouvernement' had een leger van 60.000 eenheden met 10.000 renwagens en 1.200 schepen tot zijn beschikking.

De Atlantiërs, eerst wijs en zachtaardig, ontaardden door onrechtmatige hebzucht en machtswellust. Toen ze volkeren binnen de Zuilen van Hercules tot slavernij wilden dwingen, wisten de Atheners hen te overwinnen. Maar Zeus had toen al besloten de gedegradeerde mensheid te straffen. De geschiedenis werd vergeten, omdat door verschillende rampen ongeletterden vaak de enige overlevenden waren. De beschaving moest dan weer vanaf het begin worden opgebouwd. Egypte bleef vaak gevrijwaard van rampen door de gunstige ligging aan de Nijl en priesters wisten zo in hun heilige tempelarchieven de geschiedenis van oude tijden te bewaren.Atlantis, p.5-21

Klassieke bronnen Naast het verhaal van Plato, die vertelde dat de ondergang van Atlantis 9000 jaar vóór zijn tijd geschiedde ('te weten, 9600 jaar vóór het christelijke tijdperk'), haalde Donnelly de volgende klassieke auteurs aan: volgens Proclus (in Boeckhs commentaar op Plato) waren er eilanden in de buitenzee, voorbij de Zuilen van Hercules, en op een van de eilanden hadden de bewoners van hun voorouders de herinnering bewaard van Atlantis, een buitengewoon groot eiland, dat gedurende lange tijd regeerde over alle eilanden van de Atlantische Oceaan. volgens Aelianus (in zijn Varia Historia, boek iii, hoofdstuk xviii) vertelde Theopompus (400 v. Chr.) over een gesprek tussen Midas, koning van Phrygia, en Silenus, waarin Silenus vertelde over een groot continent voorbij de Atlantische Oceaan, 'groter dan Asia, Europa en Libya samen'. Daar woonden de Meropen in uitgebreide steden. Zij waren ervan overtuigd dat alleen hun land een continent was. Uit nieuwsgierigheid staken sommigen van hen de oceaan over en bezochten de Hyperboreërs.' In hun land was goud en zilver in zo'n overvloed aanwezig, dat ze er niet meer waarde hadden dan ijzer bij ons.Atlantis, p.27,28 volgens de Romeinse historicus Timagenes (1e eeuw v. Chr.) bewaarden de Galliërs een traditie, volgens welke Gallië uit drie verschillende bevolkingsgroepen bestond: de inheemse, de invallers uit een afgelegen eiland (Atlantis, volgens Alexander Winchell in Preadamites) en de Arische Galliërs. volgens Marcellus (in een werk over de Ethiopiërs) waren er zeven eilanden in de Atlantische Oceaan (volgens Donnelly waarschijnlijk de Canarische eilanden), waarvan de bewoners de herinnering bewaarden aan een veel groter eiland (Atlantis), dat gedurende lange tijd over de kleinere regeerde. (Didot Müller, Fragmenta Historicorum Graecorum, vol. iv) volgens Diodorus Siculus ontdekten de Phoeniciërs een groot, paradijselijk eiland in de Atlantische Oceaan, voorbij de Zuilen van Hercules, op een afstand van enige dagen zeilen van de Afrikaanse kust. De bewoners trokken zich in de zomer terug in prachtige plattelandshuizen. volgens Homerus, Plutarchus en andere schrijvers uit de oudheid, waren er eilanden in de Atlantische Oceaan, verschillende duizenden stadia verwijderd van de Zuilen van Hercules. volgens Herodotus vertelden de Egyptenaren hem, dat Hercules een van hun oudste goden was en dat hij er een van de twaalf was die van de acht goden kwamen, 17.000 jaar voor de regering van Amasis (570-526 v. Chr.)

Vloedlegenden In de Hebreeuwse Bijbel Donnelly citeerde de Hebreeuwse Bijbel, Genesis: 6-8. 'Er waren in die dagen reuzen op aarde; en ook daarna, toen de zonen van God zich verenigden met de dochters van de mensen en zij hun kinderen baarden, werden zij machtige mensen van de oudheid, mensen van roem.' Maar toen de mensheid slecht werd, wilde God al het leven op aarde vernietigen, behalve Noach. Noach moest een houten ark bouwen, 300 cubit lang, 50 breed en 30 hoog, met drie verdiepingen en van binnen en buiten met teer bestreken. Van alle soorten dieren, bracht hij er twee, een mannetje en een vrouwtje, in de ark, maar van de 'reine dieren' en gevogelte zeven paren. En al het eetbare voedsel werd ingeslagen. Hij ging de ark binnen met zijn vrouw en zijn drie zonen, Sem, Cham en Jafet en hun drie vrouwen. De zondvloed kwam in Noachs 600e jaar, op de 17e dag van de 2e maand. Het regende 40 dagen en nachten. Het water steeg tot 15 cubit boven de hoge heuvels. De wateren bleven 150 dagen. Op de 17e dag van de 7e maand bleef de ark steken op de top van de berg Ararat. Tot de 10e maand trok het water zich terug. Na 40 dagen opende Noach het raam in de ark en liet een raaf vrij, die telkens terugkwam tot de aarde was gedroogd. Ook liet hij een duif vrij en na zeven dagen een tweede keer. De duif bracht een olijftakje mee en pas na zeven dagen, na de derde poging kwam de duif niet terug. In Noachs 601e jaar, op de eerste dag van de eerste maand was de aarde droog. Noach offerde toen op een brandaltaar reine dieren en gevogelte.