De Eerste Kamerverkiezingen 1919 waren reguliere Nederlandse verkiezingen voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 8 juli 1919.

De verkiezingen werden gehouden voor een derde deel van de zittende leden van de Eerste Kamer van wie de zittingstermijn na negen jaar afliep. Bij deze verkiezingen kozen de leden van Provinciale Staten - die tussen 31 maart en 10 april 1919 bij de Statenverkiezingen gekozen waren - in tienIn Zeeland waren geen aftredende Kamerleden. kiesgroepen naar provincieZie Eerste Kamerverkiezingen voor een nadere toelichting. zeventien nieuwe leden.

De uitslag van de verkiezingen was als volgt: PartijZetelsZetelverdeling naar provincie 1917Een wijziging van het aantal zetels van een partij is ontstaan door tussentijdse verkiezingen als gevolg van aftreden en overlijden gedurende de zittingsperiode 1917-1919. AfAftredend in 1919 vanwege het bereiken van het einde van de negenjarige zittingstermijn. BijGekozen c.q. herkozen bij de verkiezingen in 1919. 1919 +/− Gr  F   D   O  Ge  U  NH ZH  Z  NB  L  Algemeene Bond 17 5 5 17 0 2 1 5 6 3 Liberale Unie 14/13 2 2 13 0 2 2 1 7 1 Anti-Revolutionaire Partij   9 5 5  9 0 1 2 1 4 1 Christelijk-Historische Unie   4 1 1  4 0 1 2 1 Sociaal-Democratische Arbeiderspartij   2/3 2 3  4 +1   1 2 1 Vrijzinnig-Democratische Bond   3 2 1  2 −1   1 1 Bond van Vrije Liberalen   1 0 0 1 0 1 Totaal 50 17 17 50 0 3 4 2 3 6 2 9 10 2 6 3

Gekozenen

Bij deze verkiezingen waren zeventien leden aftredend, van wie vijftien herkozen werden. Twee aftredende leden werden verslagen.

Onderstaand volgen enkele bijzonderheden: door Provinciale Staten van Groningen werd Maup Mendels (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij) gekozen die de aftredende afgevaardigde Jan Westerdijk (Vrijzinnig-Democratische Bond) versloeg met 21 tegen 5 stemmen; door Provinciale Staten van Drenthe werd Harm Smeenge gekozen die de aftredende afgevaardigde Hendrik van Holthe tot Echten (Liberale Unie) versloeg met 23 tegen 12 stemmen.

De zittingsperiode van de Eerste Kamer ging in op 17 september 1919. De zittingstermijn van de gekozen Kamerleden bedroeg negen jaar.Om de drie jaar was een derde deel van de Kamerleden aftredend.Door de tussentijdse ontbinding van de Eerste Kamer in 1922 traden alle leden af op 24 juli 1922.

1919 Categorie:Nederlandse politiek in 1919 Nederland