Het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond (NSV), opgericht in juni 1923, was een in eerste instantie syndicalistische vakbondsorganisatie. Later ontwikkelde de organisatie zich tot een op anarchosyndicalistische principes gestoelde vakbond en sloot deze zich aan bij de Internationale Arbeidersassociatie (IAA/IWA). Het NSV had een eigen blad genaamd De Syndicalist dat tussen 1923 en 1940 wekelijks verscheen.
Ontstaan De NSV werd in juni 1923 opgericht na een scheuring in het Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS), opgericht in 1893, nadat de meerderheid zich had uitgesproken voor aansluiting bij de communistische Rode Vakvereniging Internationale (RVI), de vakbondstak van de Komintern. Daarop besloot een grote minderheid tot oprichting van het NSV, welke zich aansloot bij het IAA. In de begindagen van het NSV waren er moeilijkheden in de organisatie door de aanhoudende relatie tot het NAS. In 1927 waren er zelfs pogingen om het NAS en het NSV weer te fuseren. Een deel van de NSV was hier niet voor, scheidde zich af en richtte in 1928 het Syndicalistisch Verbond van Bedrijfsorganisaties (SVB) op. Toen de fusie tussen het NAS en het NSV toch spaak liep, keerde het SVB in 1929 weer naar het NSV.
Het NSV, dat in 1922 al tot de IAA was toegetreden, nam pas vanaf 1929 duidelijk anarcho-syndicalistische standpunten in. Het ledental liep van ongeveer 7500 terug tot rond 3000 in 1929 en ruim 1500 in 1940. Desondanks is het NSV van betekenis geweest voor de arbeidersbeweging in Nederland vanwege het eigen geluid dat zij liet horen, middels het weekblad De Syndicalist en het theoretischer orgaan Grondslagen.
De NSV had naast het reguliere blad De Syndicalist ook nog het theoretische blad Grondslagen, dat van 1932 tot 1935 verscheen. Grondslagen werd gezien als het theoretische orgaan van het NSV en publiceerde theoretische en historische achtergronden van het anarchosyndicalisme. Het blad verscheen in een tijd van sterke economische en politieke crisis. In het buitenland kwamen in Duitsland de Nazi's aan de macht, in Italië de fascisten en de spanningen waren enorm aan het opbouwen in Spanje, waardoor ook aan de Spaanse kwestie veel aandacht besteed werd.
De anarchisten Arthur Lehning en Albert de Jong speelden een belangrijke rol in het Nederlands Syndicalistisch Vakverbond. De Jong was onder andere vertegenwoordiger voor het NSV bij de Internationale Arbeidersassociatie. Het archief van het NSV is sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer terug gevonden.
Literatuur “Inleiding”, Grondslagen - Anarcho-syndicalistisch tijdschrift (Jaargang 1-2, 1932-1933), Anarchistiese Uitgaven, Amsterdam 1978. * Volkert Bultsma, Evert van der Tuin, Het Nederlands Syndicalistisch Vakverbond 1923-1940, Anarchistiese Uitgaven, Amsterdam 1980. Evert van der Tuin, "Het NSV en het anarcho-syndicalisme"; in Voor Arthur Lehning - Over Buonarroti, internationale avant-gardes, Max Nettlau en het verzamelen van boeken, anarchistische ministers, de algebra van de revolutie, schilder en schrijvers, Het Wereldvenster, Baarn 1973, Pag. 203-238. NSV-brochures op Archive.org
Externe links
De Syndicalist, weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, op Delpher De Syndicalist, weekblad van het Nederlands Syndicalistisch Vakverbond, jaargang 1940 op Archive.org
Categorie:Anarchistische organisatie Categorie:Nederlandse vakbond