miniatuur|Kasteel-klooster Ter Loo, middenvleugel gezien vanuit de omgeving Het kasteel-klooster Ter Loo“Kasteel-klooster Ter Loo: vroeger en nu”, redactie, tijdschrift en ledenblad Kentheim, uitgegeven in eigen beheer door vzw Bellingahaim, maart 2010 is een historische locatie gelegen in de Kareelstraat in Bellingen (Pepingen) en speelde een belangrijke rol in de lokale geschiedenis. Het gebouwencomplex had in de loop der tijd verschillende functies. Aanvankelijk was het de privéwoning (kasteel) van notabelen, daarna werd het achtereenvolgens gebruikt als een boerderij, klooster, opvangtehuis, internaat en school. Momenteel is het een ontmoetingscentrum.
Oorsprong van de naam Ter Loo “Loo” wil zeggen: een met struiken en bomen begroeid drassig gebied, redelijk open omdat het er nat is. Ter Loo is laag gelegen in de nabijheid van de Bellingenbeek. Het kreeg ooit de naam “verdronken kasteel”.
Geschiedenis Eerste vermelding Ter Loo is een oude heerlijkheid. De eerste vermelding van Ter Loo vinden we in een oorkonde uit 1215, waarin de toenmalige heer van Edingen, Engelbertus II, eigendommen schenkt aan de priorij (later abdij Cantimpré van Bellingen) die enkele jaren voordien opgericht werd. Er werd drie dagwand land uit het allodium Lo geschonken. Ter Loo was dus een allodium of eigen bezit. De naam LooToponymie van Groot-Pepingen, Viktor Decorte en Eva Hauwaert, uitgegeven in eigen beheer door vzw Bellingahaim, april 2019 komt vaak voor en wil zoveel zeggen als een met struiken en bomen begroeid drassig gebied met een open structuur. Ter Loo ligt in een vallei, ten noorden ingesloten door de steile Karenberg en langsheen de oude baan van Halle naar Geraardsbergen (14e eeuw). Deze baan staat nog aangegeven op oude legerkaarten en was een belangrijke verkeersweg. Deze vertrok te Halle aan het winket of poterne (een van de Halse stadspoorten, net voorbij de Sint-Katharinapoort), volgde de Vanbeverenstraat, om vervolgens langs het traject van de huidige Ninoofse steenweg ter hoogte van Scheysingen (Wolvendries) doorheen Beert te trekken over Kattenhol langsheen de huidige Kareelstraat en zo verder naar Kester toe. Vanaf Kattenhol volgde de baan een oude Romeinse heerweg tot Kester want daar liep de Romeinse hoofdweg die vanuit Bavai vertrok en naar de Rupelstreek liep via Asse. De naam Kareelstraat werd later gegeven omwille van de kareelovens die er zouden gestaan hebben om de bakstenen te bakken voor de bouw van de Onze-Lieve-Vrouwkerk van Bellingen en de adbij Cantimpré van Bellingen. Toen in de 18e en 19e eeuw de wegen van en naar Halle verhard werden viel deze oude baan van Halle naar Geraardsbergen hierbuiten, wat erop wijst dat deze weg aanzienlijk aan belang had ingeboet.
Ter Loo en de 17e en 18e eeuw Ter Loo deed in de 17e eeuw ook tijdelijk dienst als refugiehuis voor geestelijken. Nicolas Bernier was de 31e abt van de nabijgelegen Augustijnen abdij Cantimpré van Bellingen en werd aangesteld op 5 maart 1635. Kort na zijn aanstelling brak de pest uit in de streek. Ook de abdij werd getroffen en de abt overleed aan de ziekte in 1636. De kanunniken vertrokken uit de abdij en een delegatie kreeg onderdak in Ter Loo. Wie Ter Loo bewoonde is eigenlijk maar goed geweten vanaf de 17e eeuw. Heer van Ter Loo was toen Frans Van der Haeghen. Hij stierf in 1698 en zijn grafzerk is te zien in de sacristie van de Onze-Lieve-Vrouwkerk van Bellingen. Hij werd er samen begraven met zijn echtgenote Petronelle Pyl die overleed in 1694. Ook na de Franse revolutie verbleef er een congregatie paters die op de vlucht waren in Ter Loo. Vanaf de 18e eeuw werd Ter Loo bewoond door adellijke families. Ter Loo komt in het bezit van de familie Wargny (afstammelingen van Van der Haeghen) en de familie van der Noot. Leonard van der Noot was burgemeester van Brussel en verbleef ook in het landelijke Bellingen. Op het einde van de 18e eeuw behoort Ter Loo toe aan de familie Popelaire.“Ter Loo en de familie Popelaire”, Leo Eeckhout, tijdschrift en ledenblad Kentheim, uitgegeven in eigen beheer door vzw Bellingahaim, maart 2019 Baron Jean-Baptiste Joseph Louis Popelaire de Terloo (1810-1870) was in zijn tijd een bekend ontdekkingsreiziger. Hij liet het kasteel grondig herstellen in de jaren 1847-1848, met het doel om werklieden uit het streek aan het werk te zetten. Hij stierf in Algiers en ligt, samen met zijn vrouw, begraven op het kerkhof van Bellingen. Rond 1870 werd het gebouw gekocht door een landbouwers familie en werd Ter Loo een kasteel/boerderij. Nadien werden de gebouwen niet meer onderhouden en raakten in verval. Vele vertrekken bleven onbewoond.
Ter Loo in de 19e en 20e eeuw miniatuur|De voormalige kapel van de zusters Heilige Vincentius a Paulo in kasteel-klooster Ter Loo tijdens de jaren 1930 miniatuur|Binnenkoer van het voormalige institut Saint Joseph pour de garçonettes. Ter Loo in de jaren 1930 Tot in 1918, het einde van de Eerste Wereldoorlog, kregen behoeftige gezinnen de toelating om er zich te vestigen aangezien het gebouw leegstond. In 1920 werd E.H. Kestens pastoor van Bellingen. Hij vond het onderwijs in de gemeente totaal verwaarloosd. Door het grote aantal gezinnen was de gemengde gemeenteschool sterk overbevolkt en er was geen kleuterklas. Pastoor Kestens liet verbouwingen uitvoeren en startte met een kleuterklas. In 1923 ging de lagere meisjesschool van start en komen de zusters van de Heilige Vincentius a Paulo zich hier vestigen om de onderwijstaken mee te verzorgen. De school werd erkend door de gemeente in 1925. In mei en juni 1925 werden belangrijke werken uitgevoerd. Een Halse aannemer bouwde een overdekte galerij op de binnenkoer waarvan de kosten gedragen werden door de voormalige zijdefabriek Fabelta uit Tubeke. Het gebouw met alle aanhorigheden werd door de zusters aangekocht in 1928. Rond 1935 werd het kasteel-klooster geteisterd door een zware overstroming. Toen dit enkele jaren later opnieuw gebeurde werden er verdere verbeteringen aangebracht zoals brede roosters en ondergrondse buizen. Zo kreeg het kasteel-klooster ooit de naam van “het verdronken kasteel”. Vermits er plaats genoeg was fungeerde Ter Loo in die periode eveneens als bejaardentehuis. Nadien werd het een pensionaat voor jongens, Institut Saint Joseph pour garçonettes geheten.“Schoolreünie na 70 jaar “, Roger Limbourg, tijdschrift en ledenblad Kentheim, uitgegeven in eigen beheer door vzw Bellingahaim, december 2009 Er verbleven meer dan 60 kinderen van 3 tot 9 jaar. In 1963 schakelden de zusters over op een tehuis voor kinderen met sociale gedragsproblemen, “Huize Ter Loo” dat zich intussen los van het kasteel-klooster heeft ontwikkeld. De zustercongregatie was intussen serieus afgeslankt, slechts een beperkt aantal zusters bleef over. In 1990 werden ze teruggeroepen naar het hoofdklooster in Sint-Denijs-Westrem. Hierdoor kwamen de gebouwen opnieuw leeg te staan. De lokale gemeenschap ijverde om dit patrimonium te behouden als ontmoetingscentrum en hierdoor ook het voortbestaan van de lokale vrije lagere basisschool te kunnen garanderen. In 1994 werd het kasteel-klooster te koop gesteld en aangekocht door de Parochiale Werken van Halle (nu VPW dekenaat Lennik). Vzw Bellingahaim,“Bellingahaim, een beetje geschiedenis”, redactie, tijdschrift en ledenblad Kentheim, uitgegeven in eigen beheer door vzw Bellingahaim, maart 2010 een heemkundige kring opgericht in 1990 ontfermde zich van in het begin over dit erfgoed en organiseerde acties om geld in te zamelen om het gebouw te onderhouden en eventueel te kunnen aankopen. Dit gebeurde door de uitgave van publiciteitskranten, de verkoop van boeken, litho’s, medaillons in keramiek met de Heilige Drogo (Drogo van Sebourg) enz. Bellingahaim werd beheerder omdat deze vereniging het grootste deel van de nodige fondsen voor de aankoop inzamelde. De lagere school van Bellingen kocht de voorliggende gebouwen (voormalige koetshuis en conciërgewoning) met de speelplaats. Bellingahaim beheert het overige gedeelte, waaronder ook de lokalen waarin het voormalige B.L.O.-schooltje een onderkomen vond.
Ter Loo in de 21e eeuw Naast de functie als school is het kasteel-klooster Ter Loo een belangrijk ontmoetingscentrum geworden dat ten dienste staat van de lokale verenigingen. Verschillende muziekgroepen, een zangkoor en een schildersatelier hebben er hun onderkomen of repetitielokaal. Er vinden tal van activiteiten en vergaderingen van verenigingen plaats. In de tuin van het kasteel-klooster werden petanque banen, een speeltuin en een speelweide aangelegd waar de buurtbewoners gebruik van mogen maken. De zuidvleugel van het gebouw werd, in samenwerking met het OCMW van Pepingen, ingericht als opvangcentrum voor mensen met minder kansen in de maatschappij of vluchtelingen. De noordvleugel van het gebouw wordt vooral tijdens de zomermaanden aan een aantal verenigingen en jeugdgroepen aangeboden als kampplaats van waaruit Pepingen en het Pajottenland verkend kunnen worden. De salons in de middenvleugel staan ten dienste van gebruikers en verenigingen voor diverse gelegenheden en activiteiten. In 2008 verwerft Bellingahaim een erfpacht van 40 jaar van het gehele complex. De vzw staat verder in voor het beheer, het onderhoud en exploiteert het complex als sociale ontmoetingsplaats. Door deze erfpacht is het ook mogelijk om verdere investeringen en grondige renovaties te doen aan het gebouw op langere termijn. Kasteel-klooster Ter Loo is de locatie voor de jaarlijkse Drogofeesten en de uitvalsbasis van de daar bijhorende Drogo-ommegang op de derde zondag na Pinksteren. In Ter Loo vindt ook al 20 jaar de grote multidisciplinaire tentoonstelling, Kunst in het Dorp, plaats waarbij de kunstwerken geïntegreerd worden in de verschillende ruimtes van het kasteel-klooster en de tuinen van het gebouwencomplex.
Bouwkenmerken