Het Verenigd Koninkrijk doet al sinds 1957 mee aan het Eurovisiesongfestival. Het land heeft tot nu toe 67 keer aan het liedjesfestijn deelgenomen; alleen Duitsland deed vaker mee, 68 maal. Het Verenigd Koninkrijk is, als een van de vijf grootste financiers van het songfestival, altijd verzekerd van deelname aan de grote finale.

De balans

Het Verenigd Koninkrijk kan beschouwd worden als het meest succesvolle land aller tijden op het Eurovisiesongfestival. 42 keer eindigden de Britten bij de beste tien. Enkel Zweden doet wat dat betreft beter. Winnen deed het Verenigd Koninkrijk in:

1967: Sandie Shaw - Puppet on a string 1969: Lulu - Boom bang-a-bang 1976: Brotherhood of Man - Save your kisses for me 1981: Bucks Fizz - Making your mind up 1997: Katrina & the Waves - Love shine a light

Qua aantal zeges staan de Britten op de derde plaats, samen met Frankrijk, Luxemburg en Nederland, die ook vijf keer wonnen. Ierland en Zweden zijn recordhouder met zeven overwinningen. Zestienmaal werd het Verenigd Koninkrijk tweede.

Zesmaal eindigde een Britse inzending op de laatste plaats. De eerste keer gebeurde dat in 2003, met de deelname van het duo Jemini. Ook in 2008, 2010, 2019, 2021 en 2026 kwamen de Britten niet verder dan de laatste plaats, met respectievelijk Andy Abraham, Josh Dubovie, Michael Rice, James Newman en Look Mom No Computer.

Het songfestival op Britse bodem Het Eurovisiesongfestival heeft negen keer in het Verenigd Koninkrijk plaatsgevonden. Daarmee zijn de Britten recordhouder, want geen enkel ander land heeft het festival zo vaak georganiseerd. Viermaal organiseerde het Verenigd Koninkrijk het songfestival vanwege de overwinningen in het jaar ervoor, de andere vijf edities trad het land op als vervanger.

1960: Royal Festival Hall, Londen Het songfestival kwam in 1960 voor het eerst naar het Verenigd Koninkrijk, omdat Nederland, dat als winnaar van 1959 aanvankelijk het festijn zou organiseren, de productiekosten te hoog vond. De klus werd hierop overhandigd aan de Britten. De presentatrice was Katie Boyle.

1963: BBC Television Centre, Londen In 1963 gebeurde iets soortgelijks als drie jaar eerder; omdat de landen die in 1962 boven het Verenigd Koninkrijk waren geëindigd bedankten voor de organisatie, ging het songfestival nogmaals naar Londen. Katie Boyle mocht het songfestival wederom presenteren. 1968: Royal Albert Hall, Londen Als gevolg van de eerste Britse songfestivaloverwinning in 1967, kwam het songfestival een jaar later terug naar het Verenigd Koninkrijk. De Britten maakten dankbaar gebruik van de kleurentelevisie; tijdens het tellen van de stemmen was er dan ook geen optreden van een dans- of muziekgroep, maar een compilatie van beelden van Londen ondersteund door muziek. Katie Boyle presenteerde de show. 1972: Usher Hall, Edinburgh

In 1972 vond het songfestival voor de eerste en tot nu toe enige keer plaats in Schotland. Het ministaatje Monaco had in 1971 het songfestival op zijn naam geschreven maar beschikte niet over de mogelijkheden om het festijn te organiseren. Omdat Frankrijk ook weigerde, werd het Verenigd Koninkrijk aangewezen als vervangend land. De presentatie lag in handen van Moira Shearer. De Massed Pipes and Drums of the Scottish Regiments verzorgden het interludium tijdens het tellen van de stemmen. 1974: Brighton Dome, Brighton In 1974 traden de Britten opnieuw op als vervanger. Luxemburg had in 1972 gewonnen en won het jaar erop in eigen land weer, maar wilde het festival niet voor een tweede achtereenvolgende keer op zich nemen. Het festival streek zodoende neer aan de Britse kust. Voor de vierde maal trad Katie Boyle op als presentatrice. 1977: Wembley Conference Centre, Londen Als gevolg van de overwinning in 1976, mocht het Verenigd Koninkrijk ook in 1977 het Eurovisiesongfestival organiseren. De presentatrice was Angela Rippon. 1982: Harrogate International Centre, Harrogate Het songfestival kwam terug op Britse bodem in 1982, als gevolg van de Britse overwinning in 1981. Het werd gehouden in Harrogate, een klein stadje in North Yorkshire en het was daarmee een van de weinige keren dat het Eurovisiesongfestival niet in een grote stad werd georganiseerd. Aan het begin van de uitzending kreeg het Europese publiek een uitgebreide video te zien waarin kennis werd gemaakt met Harrogate en de traditionele bezienswaardigheden in Yorkshire. De presentatie lag in handen van Jan Leeming. 1998: National Indoor Arena, Birmingham Na de Britse zege van 1997 kreeg niet Londen, maar Birmingham als tweede stad van het land de organisatie toegewezen. Het festival werd gepresenteerd door twee oorspronkelijk niet-Britten, de Ier Terry Wogan en de Zweedse Ulrika Jonsson. 2023: M&S Bank Arena, Liverpool Deze editie vond plaats in Liverpool nadat Oekraïne als winnaar van het Eurovisiesongfestival 2022 moest verzaken aan diens recht om de aankomende editie te organiseren vanwege de Russisch-Oekraïense Oorlog. De presentatie was in handen van Graham Norton, Hannah Waddingham, Alesha Dixon en de Oekraïense Joelija Sanina.

Songfestivals zonder het Verenigd Koninkrijk Het Verenigd Koninkrijk heeft praktisch altijd meegedaan aan het Eurovisiesongfestival. Tweemaal was het land er niet bij. Dit was voor het eerst het geval in 1956, toen het allereerste songfestival gehouden werd in Zwitserland. Lang werd gedacht dat het Verenigd Koninkrijk zich (net als Denemarken en Oostenrijk) te laat had ingeschreven bij de EBU en zodoende niet kon deelnemen. In januari 2017 werd door de EBU echter onthuld dat de Britten in 1956 helemaal geen intentie hadden om mee te doen, omdat het land al een eigen festival had georganiseerd: het Festival of British Popular Songs. Desondanks werd het songfestival van 1956 wel gewoon uitgezonden door de BBC.

De tweede keer dat het Verenigd Koninkrijk besloot van deelname af te zien was in 1958. Dit vanwege ontevredenheid over het tegenvallende debuut van een jaar eerder. Het Eurovisiesongfestival van 1958 werd de laatste editie zonder een Britse inzending. In 1959 kwamen de Britten terug, om vervolgens nooit meer een songfestival te missen.

Nationale voorronde

De nationale voorronde waarin de Britse inzending voor het Eurovisiesongfestival wordt gekozen, heeft door de jaren heen vele veranderingen ondergaan. Er zijn verschillende formules geweest: Festival of British Popular Songs (1957) Eurovision Song Contest British Final (1959–1960) A Song for Europe (1961-1995) Great British Song Contest (1996-1999) A Song for Europe (2000-2003) Eurovision: Making Your Mind Up (2004-2007) Eurovision: Your Decision (2008) Eurovision: Your Country Needs You (2009-2010) Eurovision: You Decide (2016-2019) In de beginjaren werd de winnaar via regionale jury's aangeduid. Vanaf 1964 wees de BBC een artiest aan die vervolgens zes liedjes zong. Het publiek mocht via postkaart stemmen welk liedje naar het songfestival moest. Toen in 1975 nog maar weinig stemmen binnen kwamen via postkaart, werd besloten dit systeem te laten vallen.

Vanaf 1976 werden er ieder jaar twaalf liedjes voorgesteld, waarna de winnaar door twaalf regionale jury's gekozen werd. Vanwege afnemende interesse deden er vanaf 1981 echter steeds minder liedjes mee aan de finale. Na 1987 werden de regionale jury's vervolgens achterwege gelaten en mocht het publiek kiezen, maar in 1992 kwam het systeem dat tussen 1964 en 1975 gebruikt werd weer terug.

In 1996 werd de naam A song for Europe, zoals de nationale voorronde tot die tijd geheten had, veranderd in The Great Britain song contest. Ook werd er op de radio een halve finale geïntroduceerd. Hierin traden acht liedjes aan, waarvan er vier doorgingen naar de finale, die op televisie werd uitgezonden. Deze formule was echter ook geen lang leven beschoren, want in 2000 werden er alweer enkele wijzigingen toegepast en kreeg de voorronde zijn originele naam A song for Europe weer terug.

Van 2004 t/m 2007 werd de Britse songfestivalinzending gekozen in de show Making your mind up. Het deelnemersaantal nam in deze jaren verder af en in 2008 besloot men uiteindelijk wederom tot een andere opzet. Van de zes deelnemende artiesten, ingedeeld in drie verschillende categorieën, gingen er vier door naar de halve finale. Hierin vielen twee kandidaten af. De andere twee deelnemers namen het tegen elkaar op in de finale.

Van 2011 t/m 2015 werden de Britse inzendingen intern gekozen zij het met teleurstellende resultaten op het festival. In 2016 werd er voor het eerst weer een nationale finale gehouden. A Song for Europe (1961–1995) In de beginjaren werd de winnaar via regionale jury's aangeduid. Deze methode werd tot 1960 toegepast.

In 1961 werd de winnaar gekozen door een jury van 140 mensen. De twee volgende jaren keerden de regionale jury's terug. Van 1964 tot 1975 koos de BBC een artiest, die tijdens de voorronde zes liedjes zong. Het publiek moest dan via postkaart stemmen welk liedje naar het songfestival moest. Minder bekende artiesten als Kathy Kirby en Kenneth McKellar werden gevraagd, maar door het povere resultaat in 1966 besloot de BBC bekendere artiesten te vragen. Dit bleek een succesformule. Lulu en Sandie Shaw haalden de overwinning binnen, terwijl Mary Hopkin, Cliff Richard en The New Seekers de tweede plaats binnen haalden.

Toen in 1975 nog maar weinig stemmen binnen kwamen via postkaart werd besloten dit systeem te laten vallen. In 1976 werden er 12 liedjes voorgesteld en de winnaar werd door 12 regionale jury's gekozen. Het leverde meteen een nieuwe winnaar op.

In 1979 kwam de finale niet op televisie door een staking bij de BBC. De liedjes werden voorgesteld in de radioshow van Terry Wogan en de jury's moesten beslissen op basis van cassetteopnames. In 1980 was er een ex aequo tussen Prima Donna en Maggie Moone. Om dit op te lossen werd elke jury opnieuw gebeld om hun favoriet aan te geven.

Vanaf 1981 waren er minder liedjes in de finale en begon de interesse te tanen, hoewel dat jaar de 4de Eurovisiezege werd binnengehaald met Bucks Fizz. In 1984 werden 5 van de 8 liedjes geschreven door Paul Curtis. Zijn Love Games won ook.

Na de povere 13de plaats van Rikki in 1987 (slechtste resultaat tot dan toe) werden de regionale jury's achterwege gelaten en mocht het publiek kiezen. Dit leidde meteen tot succes en twee tweede plaatsen in 1988 en 1989 en een zesde plaats in 1990.

Na de ontgoochelende 10e plaats van Samantha Janus in 1991 gooide de BBC het roer opnieuw om. Het systeem dat tussen 1964 en 1975 gebruikt werd, kwam terug, en dat leidde meteen tot twee tweede plaatsen.

The Great British Song Contest (1996–1999) De tiende positie van Frances Ruffelle betekende het einde voor A Song for Europe. In 1996 ging The Great British Song Contest van start. Jonathan King werd aangewezen om het concept te moderniseren. Er traden relatief bekende acts aan zoals Londonbeat, die een hit hadden met I've been thinking about you, de groep Deuce en Sox, waar Samantha Fox bij zong. Maar zij werden verslagen door Love City Groove. De groep eindigde op de tiende plaats, de liedjes van Love City Groove en Deuce haalden wel de Britse top 10 in de hitparade.

In 1996 werd een halve finale geïntroduceerd. Acht liedjes werden voorgesteld bij Top of the Pops en het publiek koos vier finalisten. Gina G won gemakkelijk de finale met haar dancenummer Ooh aah just a little bit. Het lied werd een grote hit in Europa, haalde de eerste plaats in het Verenigd Koninkrijk zelf en was zelfs een van de weinige Eurovisieliedjes die het goed deden in de Verenigde Staten. Op het songfestival in Oslo werd ze achtste.