thumb|250px|Gali Atari zorgde samen met Milk & Honey voor de tweede Israëlische overwinning in 1979 Israël doet sinds 1973 mee aan het Eurovisiesongfestival. In totaal heeft het land nu 47 keer deelgenomen.
Hoewel Israël een Aziatisch land is, kan het toch deelnemen aan het songfestival dankzij het EBU-lidmaatschap van de nationale omroep. In de periode 1973-2017 was dit de IBA en sinds 2018 is dit de KAN.
De balans Israël heeft in het verleden vele successen gekend op het Eurovisiesongfestival. Van de 47 inzendingen wisten er 23 bij de beste tien te eindigen. Viermaal won Israël het songfestival:
1978: Izhar Cohen & The Alphabeta - A-ba-ni-bi 1979: Gali Atari & Milk and Honey - Hallelujah 1998: Dana International - Diva 2018: Netta Barzilai - Toy
De eerste drie winnende inzendingen groeiden elk uit tot grote hits in heel Europa en worden meestal wel beschouwd als songfestivalklassiekers.
Israël heeft ook slechte resultaten gekend. Tussen 2011 en 2014 werd het land in de halve finales bijvoorbeeld vier keer op rij uitgeschakeld. Geen enkele Israëlische inzending bleef echter tot nog toe zonder punten, en Israël is ook nog nooit op de laatste plaats geëindigd.
Het songfestival op Israëlische bodem thumb|250px|Het International Convention Center in Jeruzalem fungeerde in 1979 en 1999 als locatie voor het Eurovisiesongfestival Het Eurovisiesongfestival heeft driemaal in Israël plaatsgevonden:
1979: International Convention Center, Jeruzalem Als gevolg van de overwinning in 1978, kwam het songfestival in 1979 voor het eerst naar Israël. De presentatie van de show lag in handen van Yardena Arazi en Daniel Pe'er. Israël wist op eigen bodem ook dit festival te winnen, en werd (na Spanje en Luxemburg) het derde land dat het Eurovisiesongfestival tweemaal op rij won. 1999: International Convention Center, Jeruzalem Omdat de Israëlische omroep IBA moeite had met de financiering, werd voorafgaand aan dit songfestival gespeculeerd of het wel in Israël kon plaatsvinden. Bovendien zorgde het feit dat Israël in 1998 gewonnen had met een transseksueel, voor protesten bij veel Orthodoxe Joden. Deze wilden liever niet dat het songfestival in 1999 naar Israël kwam. Uiteindelijk werd de show toch gewoon in Jeruzalem georganiseerd. Het werd gepresenteerd door Yigal Ravid, Dafna Dekel en Sigal Shahamon. 2019: Expo Tel Aviv, Tel Aviv Het Eurovisiesongfestival werd in 2019 voor een derde maal in Israël georganiseerd, volgend op de Israëlische overwinning in 2018. De steden Jeruzalem, Tel Aviv, Haifa en Eilat stelden zich kandidaat om gaststad te zijn. In een vroeg stadium verklaarden onder meer de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en minister van financiën Moshe Kahlon dat het evenement plaats zou vinden in Jeruzalem, maar dit werd niet bevestigd. Uiteindelijk werd gekozen voor het minder controversiële Tel Aviv. De presentatoren waren Bar Refaeli, Erez Tal, Assi Azar en Lucy Ayoub. Hoewel de EBU meerdere malen opriep de politiek neutrale aard van het festival te respecteren, werden in een aantal landen (waaronder Zweden, IJsland, Ierland en Australië) petities gehouden en oproepen gedaan om deze editie vanwege het Israëlisch-Palestijns conflict te boycotten. Uiteindelijk meldde geen van deze landen zich werkelijk af. Tijdens de puntentelling in de finale ontstond enige beroering toen de IJslandse act Hatari onverwachts de Palestijnse vlag tevoorschijn haalde. Ook Madonna verwerkte in haar intervalact prominent een Palestijnse vlag. De EBU gaf na de show aan dat deze actie vooraf niet besproken was met de organisatie en ook niet tijdens de repetities was uitgevoerd.
Eenmaal deed Israël afstand van de organisatie: Nadat het in 1979 nogmaals het songfestival won, kreeg Israël in 1980 voor het tweede jaar op rij het recht om de wedstrijd te organiseren. Omroep IBA had hier, zo kort na de vorige organisatie, echter geen budget voor. Bovendien was het songfestival in 1980 door de EBU gepland op de nationale Israëlische gedenkdag Jom Hazikaron. Hierop trok Israël zich terug en werd het festival aangeboden aan Spanje, dat in 1979 als tweede was geëindigd. Toen ook de Spanjaarden weigerden de organisatie op zich te nemen, ging het Eurovisiesongfestival uiteindelijk naar Den Haag. Het was tot de editie van 2023 de laatste keer dat het songfestival niet plaatsvond in het winnende land van het voorgaande jaar.
Songfestivals zonder Israël Sinds het debuut van Israël in 1973, is het land vijfmaal afwezig geweest op het Eurovisiesongfestival. In 1980 en 1984 trok Israël zich terug omdat het songfestival plaatsvond op de nationale Israëlische gedenkdag Jom Hazikaron. In beide gevallen had het land aanvankelijk wel al een inzending gekozen. In 1994 moest Israël gedwongen thuisblijven vanwege een te lage klassering in het jaar ervoor; destijds waren er nog geen halve finales op het songfestival, en kon niet ieder land elk jaar meedoen.
In 1996 werd Israël uitgeschakeld in een eenmalige audio-voorronde. Uit deze voorronde, waaraan alle landen (exclusief gastland Noorwegen) moesten deelnemen, mochten de 22 beste inzendingen aantreden op het Eurovisiesongfestival. Israël eindigde op de 28ste (en een na laatste) plaats en faalde zich te kwalificeren. Een jaar later liet Israël zelf verstek gaan omdat het songfestival toen samenviel met Jom Hasjoa, de nationale gedenkdag van de Holocaust.
Als gevolg van de opheffing van de IBA in mei 2017 had Israel op dat moment geen omroep meer die lid was van de EBU en dus het songfestival kon uitzenden. Tijdens het bekend maken van de punten van de vakjury's maakte de woordvoerder van de omroep bekend dat het Eurovisiesongfestival 2017 de laatste uitzending van de omroep was en daarmee ook de laatste deelname van de omroep aan het Eurovisiesongfestival. Sinds 2018 doet Israël mee via hun nieuwe publieke omroep KAN.
Taal Als een van de weinige landen, is Israël door de jaren heen grotendeels trouw gebleven aan de eigen taal, het Hebreeuws. Tot en met 2014 zijn alle Israëlische inzendingen geheel of gedeeltelijk in deze taal gezongen. Tussen 1973 en 1976 bestond er op het Eurovisiesongfestival een vrije taalregel, maar Israël maakte hier in deze periode geen gebruik van. Opvallend is dat Israël in 1993, toen men verplicht was in de eigen taal te zingen, juist wel gebruik maakte van anderstalige teksten, in dit geval het Engels.
Nadat de vrije taalregel in 1999 heringevoerd werd, bevatten de Israëlische inzendingen vaker Engelstalige teksten, tot en met 2014 echter altijd in combinatie met het Hebreeuws. In de inzending van 2007 kwam naast het Engels en Hebreeuws ook het Frans voorbij, en in 2009 was de Israëlische inzending deels ook voorzien van een tekst in het Arabisch, ook een officiële taal in Israël. In 2015 werd de Israëlische inzending voor het eerst geheel in het Engels vertolkt. Dit was sindsdien regelmatig het geval.
thumb|250px|Daniel Pe'er presenteerde Kdam meerdere malen in de jaren tachtig
Nationale selectie Sinds 1981 koos Israël zijn inzendingen voor het Eurovisiesongfestival doorgaans via de nationale voorronde Kdam. Hierbij streden verschillende artiesten voor de eer om Israël op het songfestival te mogen vertegenwoordigen. Regelmatig kwam het ook voor dat de IBA intern één artiest afvaardigde, waarbij tijdens Kdam slechts het winnende lied werd gekozen.
Tussen 1973 en 1977 was er nog geen nationale voorronde en werden de Israëlische bijdragen door de IBA geheel intern aangeduid. In 1978 en 1979 besloot men het anders aan te pakken, door het nationale Hebrew Song & Chorus Festival als voorronde te laten fungeren. De winnaars van dit festival werden naar het Eurovisiesongfestival gestuurd, en niet bepaald zonder succes: met beide inzendingen schreef Israël het songfestival op zijn naam. Ook in 1980 zou de winnaar van het Hebrew Song & Chorus Festival worden afgevaardigd, mits Israël zich niet had teruggetrokken.
Nadat Kdam in 1981 in het leven werd geroepen, werden door de jaren heen nog geregeld uitzonderingen gemaakt op de selectiemethode. Af en toe nam de IBA de vrijheid om Kdam achterwege te laten en weer geheel intern een inzending te kiezen. Dit gebeurde in 1984, 1988, 1990, 1998, 1999, 2000, 2002 en 2012. De inzending van 1984 werd naderhand opgeschort toen Israël besloot af te zien van deelname.
Andere uitzonderingen waren er in 2004 en 2007, toen de artiest door de IBA intern werd geselecteerd, en het lied in een speciale uitzending werd gekozen door zowel televoting als een jury. In 2004 gebeurde dit in het programma Israel selects a song, dat werd uitgezonden in de pauze van een basketbalwedstrijd van Maccabi Tel Aviv. Tussen 2015 en 2020 werd de verkiezing van de artiest gekoppeld aan de talentenjacht HaKokhav HaBa, waarvan de winnaar naar het Eurovisiesongfestival ging. In 2024 werd HaKokhav HaBa wederom als selectiemethode gebruikt. Met uitzondering van 2016 en 2020 werd het lied daarna echter intern gekozen. In 2022 werd HaKokhav HaBa als nationale voorronde verruild voor The X Factor.
In 1996 vond Kdam gewoon plaats, maar bleef de winnares, Galit Bell, steken in een eenmalige audiovoorronde, waardoor zij niet mocht deelnemen aan het eigenlijke songfestival. 1994 en 1997 zijn de enige jaren dat Israël helemaal geen inzending koos, omdat toen ruim van tevoren bekend was dat het land niet mee zou doen.
Arabische reacties Net als Israël, zijn ook enkele Arabische landen lid van de EBU. Hieronder zijn Algerije, Egypte, Jordanië, Libanon, Libië en Tunesië. Deze landen zouden dus eventueel kunnen deelnemen aan het Eurovisiesongfestival, maar hebben dit tot op heden steeds geweigerd. Over het algemeen speelt de aanwezigheid van Israël op het songfestival een belangrijke rol bij de beslissing van deze landen om niet op het festival te verschijnen.
Diverse Arabische televisiestations zenden het songfestival overigens wel gewoon uit. Echter, de Israëlische inzendingen worden daarbij nogal eens gecensureerd. Voor de desbetreffende landen is deelname aan het songfestival hiermee sowieso onmogelijk, aangezien het songfestivalreglement alle deelnemende landen verplicht om iedere inzending in zijn geheel uit te zenden.
Desalniettemin is er in het verleden vanuit sommige Arabische landen wel sporadisch interesse in deelname getoond. In 1977 was er sprake van dat Tunesië op het songfestival zou debuteren. Het land trok zich echter op het laatste moment terug toen bevestigd werd dat Israël ook aanwezig zou zijn. In 2005 gebeurde iets soortgelijks met Libanon: dit land had zijn inzending al gekozen, maar kon de EBU geen garanties geven dat het de Israëlische inzending zou uitzenden. Hierop werd Libanon gediskwalificeerd.
Het songfestival van 1978 zorgde bij veel Arabische televisiezenders voor paniek, toen bij de puntentelling duidelijk werd dat Israël zijn eerste songfestivalzege zou behalen. De meeste Arabische zenders braken hierop abrupt de uitzending af. De Jordaanse televisie zou later zelfs het nieuws verspreiden dat niet Israël, maar België het festival gewonnen had. In 1979 werd het songfestival, dat in Israël werd georganiseerd, door de Arabische landen geboycot. Vanwege de oorlog met het gastland, oefenden de Arabische landen bovendien druk uit op het islamitische Turkije, om geen deelnemer naar Jeruzalem af te vaardigen. De Turken, die hun inzending al gekozen hadden, besloten zich daarop inderdaad terug te trekken. Ook Joegoslavië besloot overigens wegens politieke redenen terug te treden, en het songfestival niet uit te zenden.