Carlo Ancelotti (Reggiolo, 10 juni 1959) is een Italiaans voormalig voetballer en de huidige trainer van het Braziliaans voetbalelftal.

Ancelotti was in de jaren 80 en 90 van de twintigste eeuw middenvelder van AS Roma en AC Milan. Hij maakte deel uit van het AC Milan dat eind jaren 80 onder trainer Arrigo Sacchi twee keer op rij de Europacup I veroverde. Met het Italiaans voetbalelftal won hij op het WK 1990 een bronzen medaille. Na zijn spelerscarrière groeide hij uit tot een van de succesvolste trainers uit het Italiaanse voetbal. Met AC Milan werd hij landskampioen en won hij in zowel 2003 als 2007 de UEFA Champions League. Ancelotti werd daarmee de vijfde voetballer in de geschiedenis die als speler én als trainer het belangrijkste Europese toernooi won, na Miguel Muñoz, Giovanni Trapattoni, Johan Cruijff en Frank Rijkaard. Nadien veroverde hij ook met Chelsea, Paris Saint-Germain en Bayern München landstitels. In 2014 evenaarde hij het record van Bob Paisley door met Real Madrid een derde keer de beker met de grote oren in de wacht te slepen. In 2022 won Ancelotti als trainer voor de vierde keer de UEFA Champions League, waarmee hij de enige trainer werd die dit ooit presteerde. In 2024 won Ancelotti als trainer voor de vijfde keer de UEFA Champions League. Zo won Ancelotti als speler en trainer internationaal eenmaal de UEFA Intertoto Cup, zevenmaal de Europacup I/UEFA Champions League, vijfmaal de Europese Supercup/UEFA Super Cup, eenmaal de wereldbeker voor clubteams en driemaal de FIFA Club World Cup. Tevens is Ancelotti de enige trainer die zesmaal een finale behaalde van een UEFA Champions League-editie en is Ancelotti de enige trainer met vijf UEFA Super Cup-overwinningen, gewonnen met Real Madrid en AC Milan. Op 18 december 2024 wist Ancelotti met Real Madrid de eerste editie van de FIFA Intercontinental Cup te winnen door de finale met 3–0 te winnen van Pachuca.

Carrière als voetballer Parma Carlo Ancelotti begon zijn voetbalcarrière bij de jeugd van Reggiolo, de club uit zijn geboortestreek. Op 16-jarige leeftijd maakte hij de overstap naar Parma, dat toen in de Serie C speelde. In het seizoen 1976/77 maakte hij zijn officieel debuut voor de Gialloblu, maar pas vanaf het daaropvolgende seizoen werd hij een vaste waarde op het middenveld. In 1978 werd Cesare Maldini trainer en kreeg Ancelotti een rol achter de spitsen. Parma bereikte dat seizoen de play-offs om promotie en moest het daarin opnemen tegen Triestina. Het duel eindigde op 1-1, waarna er verlengingen kwamen. Daarin scoorde Ancelotti twee keer, waardoor Parma naar de Serie B promoveerde. Het duel tussen Parma en Triestina werd bijgewoond door Dino Viola, Luciano Moggi en Nils Liedholm, respectievelijk de voorzitter, sportief directeur en trainer van AS Roma. Maar ook Internazionale toonde interesse en liet de jonge middenvelder zelfs meespelen in een vriendschappelijk duel tegen Hertha Berlijn. Uiteindelijk koos Ancelotti voor Roma, waar Moggi carte blanche kreeg om hem binnen te halen. Parma ontving 750 miljoen lire (zo'n 390.000 euro) voor de transfer van de twintigjarige middenvelder.

AS Roma In het team van trainer Liedholm werd Ancelotti ploeggenoot van onder meer Roberto Pruzzo, Agostino Di Bartolomei en Bruno Conti. Op 16 september 1979 maakte hij tegen AC Milan zijn debuut voor De Wolven. In zijn eerste seizoen bereikte hij met Roma meteen de finale van de Coppa Italia. De finale tegen Torino werd na strafschoppen gewonnen door Roma. Ancelotti maakte de beslissende penalty. Een jaar later stonden beide teams opnieuw tegenover elkaar in de bekerfinale. De heenwedstrijd in het Stadio Olimpico eindigde in een 1-1 gelijkspel na een treffer van Ancelotti en een eigen doelpunt van Sergio Santarini. Ook de terugwedstrijd eindigde in een 1-1 gelijkspel en dus kwamen er net als een jaar eerder strafschoppen aan te pas. Ancelotti maakte de eerste penalty en zag zijn team uiteindelijk met 2-4 winnen.

In oktober 1981 liep de middenvelder in een wedstrijd tegen Fiorentina een ernstige knieblessure op en miste hij een groot deel van het seizoen. In 1982/83 keerde Ancelotti terug in het elftal van coach Liedholm en werd hij voor de eerste keer in zijn carrière kampioen in de Serie A. Roma mocht daardoor een jaar later voor het eerst deelnemen aan de Europacup I, maar Ancelotti miste door een nieuwe blessure weer een groot deel van het seizoen. Zo was hij er niet bij in de kwartfinale, halve finale en finale van de Europacup I. Ook in de gewonnen bekerfinale tegen Hellas Verona kwam hij niet in actie.

In de zomer van 1984 volgde Sven-Göran Eriksson zijn landgenoot Liedholm op. Ancelotti keerde terug in het team en bereikte met Roma in 1986 opnieuw de bekerfinale. Omdat de finale tegen Sampdoria op hetzelfde ogenblik als het WK 1986 in Mexico georganiseerd werd, kwam Ancelotti net als de overige internationals van Roma en Sampdoria niet in actie.

AC Milan In 1987 werd Arrigo Sacchi benoemd als nieuwe coach van AC Milan en haalde de club onder meer Ancelotti, Marco van Basten en Ruud Gullit naar San Siro. Voor de middenvelder van Roma betaalde het Milan van eigenaar Silvio Berlusconi 5,8 miljard lire (zo'n 3 miljoen euro). Een jaar later maakte ook Frank Rijkaard de overstap naar Milan. Ancelotti en Rijkaard vormden onder Sacchi, die steevast voor een 4-4-2 koos, het centrale duo op het middenveld.

Onder leiding van de nieuwe coach en klappers als Van Basten en Gullit sloot Milan opnieuw aan bij de Europese top. In zijn eerste seizoen in San Siro veroverde Ancelotti meteen de landstitel. Een jaar later won Milan ook de Europacup I. In de finale van de beker met de grote oren won de Italiaanse club met 4-0 van Steaua Boekarest.

In het seizoen 1989/90 zetten Ancelotti en zijn ploegmaats het succesverhaal verder. Milan won opnieuw de Europacup I, veroverde voor het eerst de UEFA Super Cup en bereikte ook de finale van de wereldbeker voor clubs. In die finale versloeg Milan het Colombiaanse Atlético Nacional na verlengingen (1-0). Een seizoen later mocht Ancelotti opnieuw de UEFA Super Cup en de wereldbeker aan zijn erelijst toevoegen.

Ondanks het succes van Milan werd trainer Sacchi in de zomer van 1991 vervangen door Fabio Capello. Die bouwde grotendeels verder op het elftal van zijn voorganger, maar voerde ook enkele kleine veranderingen door. Zo verloor de 32-jarige Ancelotti zijn plaats op het middenveld aan de jonge Demetrio Albertini. Milan sloot het seizoen af als kampioen. Nadien zette Ancelotti een punt achter zijn spelerscarrière.

Clubstatistieken Seizoen Club Competitie Wed. Goals 1976/77 Parma Serie C 1 0 1977/78 21 8 1978/79 33 5 1979/80 AS Roma Serie A 27 3 1980/81 29 2 1981/82 5 0 1982/83 23 2 1983/84 9 0 1984/85 22 3 1985/86 29 0 1986/87 27 2 1987/88 AC Milan 27 2 1988/89 28 2 1989/90 24 3 1990/91 21 1 1991/92 12 2TOTAAL 338 35

Nationale elftal Ancelotti maakte in 1979 zijn debuut voor het olympisch elftal. Twee jaar later mocht hij onder bondscoach Enzo Bearzot ook zijn officieel debuut voor het Italiaans voetbalelftal maken, maar hij speelde vanwege een knieblessure niet tijdens het WK 1982, waar Italië wereldkampioen werd. In 1986 ging de middenvelder van AS Roma mee naar het WK 1986 in Mexico, waardoor hij in eigen land de bekerfinale tegen Sampdoria miste. Op het WK kwam Ancelotti echter niet in actie omdat Fernando De Napoli op het middenveld de voorkeur kreeg van Bearzot.

Later dat jaar nam bondscoach Azeglio Vicini het roer over. Hij selecteerde Ancelotti in 1988 voor het EK in West-Duitsland. Op dat toernooi speelde de middenvelder elke wedstrijd voor de Azzurri. Italië bereikte de halve finale, waarin het na een 2-0 nederlaag werd uitgeschakeld door de Sovjet-Unie.

Twee jaar na de halve finale op het EK mocht Italië onder leiding van bondscoach Vicini ook deelnemen aan het WK in eigen land. Ancelotti maakte opnieuw deel uit van de Italiaanse selectie, maar werd in de openingswedstrijd van het toernooi tegen Oostenrijk tijdens de rust gewisseld voor Luigi De Agostini. Een blessure hield de toen 31-jarige Italiaan enkele wedstrijden aan de kant. Italië bereikte de halve finale, maar stuitte daar op het Argentinië van Diego Maradona. In de finale om de derde plaats mocht Ancelotti opnieuw in de basis starten. De Azzurri wonnen het duel tegen Engeland met 2-1 na een laat strafschopdoelpunt van Salvatore Schillaci.

In 1991 zette Ancelotti een punt achter zijn interlandloopbaan. Hij speelde in totaal 26 officiële interlands voor Italië en wist daarin één keer te scoren. Bij zijn debuut, op 6 januari 1981, nam Italië het op de Mundialito op tegen Nederland. Het duel eindigde in een 1-1 gelijkspel. Ancelotti opende na zeven minuten de score. Enkele minuten later zorgde Jan Peters voor de gelijkmaker. Beide landen werden reeds in de groepsfase van het mini-WK uitgeschakeld.

Interlands van Carlo Ancelotti voor № Datum Wedstrijd Uitslag Competitie Goals Als speler van AS Roma 1 06.01.1981 – 1–1 Mini-WK 2 25.02.1981 – Europa 0–3 Oefeninterland 3 03.06.1981 – 3–1 WK-kwalificatie 4 23.09.1981 – 3–2 Oefeninterland 5 12.02.1983 – 1–1 EK-kwalificatie 6 05.10.1983 – 3–0 Oefeninterland 7 15.10.1983 – 0–3 EK-kwalificatie 8 16.11.1983 – 2–0 EK-kwalificatie 9 05.02.1986 – 1–2 Oefeninterland 10 26.03.1986 – 2–1 Oefeninterland 11 11.05.1986 – 2–0 Oefeninterland 12 08.10.1986 – 2–0 Oefeninterland 13 15.11.1986 – 3–2 EK-kwalificatie Als speler van AC Milan 14 23.09.1987 – 1–0 Oefeninterland 15 17.10.1987 – 0–0 EK-kwalificatie 16 14.11.1987 – 2–1 EK-kwalificatie 17 04.06.1988 – 0–1 Oefeninterland 18 10.06.1988 – 1–1 EK-eindronde 19 14.06.1988 – 1–0 EK-eindronde 20 17.06.1988 – 0–2 EK-eindronde 21 22.06.1988 – 0–2 EK-eindronde 22 21.02.1990 – 0–0 Oefeninterland 23 09.06.1990 – 1–0 WK-eindronde 24 30.06.1990 – 1–0 WK-eindronde 25 07.07.1990 – 2–1 WK-eindronde 26 13.11.1991 – 1–1 EK-kwalificatie

Carrière als trainer Beginjaren Arrigo Sacchi, de vroegere coach van Ancelotti bij Milan, was in 1991 bondscoach van het Italiaans voetbalelftal geworden. Meteen na het beëindigen van zijn spelerscarrière in 1992 mocht Ancelotti aan de slag als assistent-bondscoach. In 1994 mocht hij als hulptrainer mee naar het WK 1994. De Azzurri bereikten de finale, maar verloren daarin na strafschoppen van Brazilië. Tijdens het toernooi kozen Sacchi en Ancelotti doorgaans voor de 4-4-2-formatie waarmee ze bij Milan eind jaren 80 grote successen hadden geboekt.

In 1995 verliet Ancelotti de nationale ploeg en ging hij voor het eerst aan de slag als hoofdcoach. Hij kreeg Reggiana, dat net naar de Serie B was gedegradeerd, onder zijn hoede. Ancelotti loodste zijn team naar de vierde plaats en dwong zo de promotie naar de Serie A af.

Parma Zijn succesvol debuut als hoofdtrainer leverde hem in 1996 een terugkeer naar zijn ex-club Parma op. Ancelotti, die coach Nevio Scala opvolgde, kreeg er spelers als Lilian Thuram, Fabio Cannavaro, Mario Stanić, Dino Baggio, Gianluigi Buffon en Hernán Crespo onder zijn hoede. Bij zijn vorige werkgever, Reggiana, haalde hij middenvelder Pietro Strada weg.

Onder leiding van Ancelotti werd Parma voor het eerst in zijn geschiedenis vicekampioen. De club wist zich ook te plaatsen voor de Champions League. Het werd uiteindelijk in de groepsfase uitgeschakeld in de poule van Sparta Praag, Galatasaray en latere winnaar Borussia Dortmund. In de Italiaanse beker werd Parma in de halve finale op basis van het aantal gescoorde uitdoelpunten uitgeschakeld door AC Milan. Een seizoen later zakte Parma in de Serie A terug naar de vijfde plaats en mocht Ancelotti van voorzitter Stefano Tanzi vertrekken.

Juventus