thumb|Spijkenisse in 2012 (incl. Hekelingen) De geschiedenis van Spijkenisse, op het eiland Voorne-Putten, begint met een kleine nederzetting in het Neoliticum, in de huidige wijk Vriesland. Daarna wisselden lange periodes met onbewoonbaar moeras en drooggevallen landbouwgebieden elkaar af. Vanaf ± 880 was er permanente bewoning in het huidige gebied van Spijkenisse. Eind 12e eeuw werden de polders Spijkenisse en Vriesland bedijkt en ontstond bij de haven het dorp Spickenisse. In de 13e eeuw werd de polder Braband bedijkt. In 1231 werd Spijkenisse voor het eerst vermeld in een officieel document. Daarna volgden eeuwen met strijd tegen het water, zowel in de vorm van overstromingen als van te hoog grondwater. Ook werden nog enkele kleinere polders bedijkt. In 1521 was de Dorpskerk gereed, aanvankelijk als katholieke kerk, na de Reformatie, vanaf 1574, als protestantse. In de 17e en 18e eeuw had Spijkenisse te lijden van grote dorpsbranden, overstromingen en veepest, waardoor de bevolking verarmde. In de 19e eeuw werden een nieuw(e) korenmolen, gemeentehuis, school en stoomgemaal gebouwd en in 1856 kwam er een regulier overzetveer naar Hoogvliet. Dat veer werd overbodig toen in 1903 de Spijkenisserbrug gereed kwam. Enkele jaren later kwamen er tramverbindingen tussen Rotterdam en de rest van Voorne-Putten, en in 1934 de Groene Kruisweg. Al deze nieuwe verbindingen werden grote stimulansen voor meer bedrijvigheid in en forensisme van en naar Spijkenisse. In de loop van de 20e eeuw verdwenen enkele traditioneel aan Spijkenisse verbonden bedrijfstakken als de vlasteelt en de hoepmakerij. In vergelijking met de grote steden doorstond Spijkenisse de Tweede Wereldoorlog met relatief weinig verliezen, alleen ontstond aan het einde ervan een tyfusepidemie door slecht drinkwater en slechte riolering. Na de oorlog werd gezorgd voor drinkwaterleidingen en een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Vervolgens werd Spijkenisse min of meer gedwongen te groeien om huisvesting te bieden aan duizenden arbeidskrachten die kwamen werken in het sterk uitgebreide Rotterdamse haven- en industriegebied: van 3500 inwoners in 1958 naar 70.000 inwoners in 1992, en verloor het zijn dorpse karakter. In 2015 werd Spijkenisse de hoofdplaats in de nieuwe gemeente Nissewaard.
Jaar Inwonersaantal 1231 ±100? 1521 ± 300 1796 734 1840 1123https://www.plaatsengids.nl/spijkenisse: incl. de buurtschappen Hoek, Westdijk, Den Haastel en de eilanden De Welplaat en Verloren Hoek. 1900 1994 1940 2506 1953 3000 1955 3125 1958 3562 1960 5500 1963 10.000 1965 15.000 1967 20.000 1970 25.000 1975 30.000 1980 40.000 1982 50.000 1985 60.000 1992 70.000 2019 71.830
Prehistorie thumb|Maquette boerderij uit de IJzertijd op Voorne-Putten Jonge Steentijd en Bronstijd
De oudste resten van bewoning in het huidige grondgebied van Spijkenisse, stammen uit ± 2.900-1.800 v.Chr. Ze zijn gevonden in de voormalige polder Vriesland. Het gaat om enkele kleine woonplekken op de oever van een verdwenen kreek. Na 1.800 v.Chr. werd het gebied een moeras en onbewoonbaar.
IJzertijd Vanaf ± 700 v.Chr. gingen er boeren wonen in het huidige gebied van Spijkenisse. Uit de IJzertijd zijn resten van talloze boerderijen gelokaliseerd: van het noorden bij het Hartelkanaal tot het zuiden in de huidige wijken Vogelenzang en Waterland.Zie kaartje in [Trierum, 2009], p. 4 De pioniers kozen hoge en droge plekken uit, in de buurt van waterstroompjes.[Trierum, 2009], p. 3 Hun voornaamste middel van bestaan bestond uit het houden van vee. Daarnaast werden er ambachten uitgeoefend, zoals metaalbewerking en pottenbakken, en waren er contacten over langere afstanden, zoals blijkt uit vondsten als maalstenen, glazen armbanden, kralen en barnsteen.[BOORbalans-1, 1988], p. 25. In de 3e eeuw v.Chr. werden ook deze mensen verdreven door het water.
Romeinse tijd thumb|Urn uit grafveld - bodemvondst Romeinse tijd In de Romeinse tijd kwam ook het gebied van het huidige Voorne-Putten bij het Romeinse Rijk. Door Romeinse historici werd het gebied destijds omschreven als een vrijwel onbewoonbare natte wildernis.CultGIS: beschrijvingen Zuid-Hollandse regio’s : Naam regio: Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee / A.J. Haartsen. - Ministerie van landbouw, Natuur en voedselkwaliteit, Bureau Lantschap, [s.a.], p. 4 Toch vestigden zich vanaf de 2e eeuw n.Chr. in en rond Spijkenisse opnieuw veehoudende boerengezinnen, op de oevers van de kreken, onder andere in het noorden bij het huidige Hartelkanaal en in het zuidwesten in de huidige wijk Vogelenzang. Er zijn in Spijkenisse meer dan 45 vindplaatsen uit de Romeinse tijd bekend,Zie kaartje in [Trierum, 2009], p. 5 bij de meeste gaat het om boerderijen. De woonerven en landbouwgronden waren omringd door slootjes en greppels om het land te ontwateren. Ook waren er houten sluisjes en duikers om het waterrijke land droog te houden en het water in goede banen te leiden. Uit de vondsten en het grote aantal boerderijen valt af te leiden dat het destijds een relatief dichtbevolkt en welvarend gebied was.[Trierum, 2009, p. 4] Op de boerderijen werden schapen en koeien gehouden. Koeien en koeienhuiden waren gewilde ruil- en belastingmiddelen bij de Romeinse bezetter[Baan, 1983], p. 11.
De belangrijkste vondsten waren op twee plekken in het noorden: een villa-achtig gebouw dat omstreeks de tweede eeuw moet zijn gebouwd (aan de huidige Groene Kruisweg tussen Spijkenisse en GeervlietBernisse en Spijkenisse : regionaal bedrijventerrein : een bureauonderzoek (BOORrapporten 524) / J.M Moree. - Rotterdam: Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam, 2011. - , p. 25+29; digitaal beschikbaar via https://web.archive.org/web/20200617112425/https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis2/Archeorapporten/20/AR24283/BOORrapporten%20524.pdf) een grafveld (zo'n halve kilometer ten westen van de huidige begraafplaats De OmmeringZie ††† op kaartje in [Trierum, 2009], p. 5).
Als gevolg van de veenontginningen tijdens de Romeinse periode klonk de bodem in. Bovendien overstroomde het gebied rond 270 n.Chr. De bevolking werd zo van twee kanten verdreven door het water. Het zou tot ± 880 duren voordat er weer bewoning mogelijk was.
Middeleeuwen
Vroege Middeleeuwen (450-1000) thumb|Fibula bodemvondst Spijkenisse, 850-1075 Gedurende de vroege Middeleeuwen (450-1000) was Putten voornamelijk een moerasgebied en daardoor vrijwel onbewoonbaar. In dit gebied zijn de vroegste sporen uit de middeleeuwen gevonden in de latere polders Oud- en Nieuw Markenburg (in het noorden van het huidige Spijkenisse, ten westen van de Borgtweg, grenzend aan het Hartelkanaal). Daar zijn vondsten vanaf de Karolingische tijd en bewoningssporen vanaf de 10e eeuw aangetroffen.[BOORbalans-1, 1988], p. 57-58 Ook het oudste huis dat in Spijkenisse is opgegraven, stamt uit die tijd, namelijk uit ± 880. Het is tegelijk ook het oudst bekende middeleeuwse gebouw van heel Voorne-Putten.
Vanaf 900 gingen boeren de wildernis ontginnen en groeven zij sloten om het water af te voeren. Door deze afwatering ging de veenbodem inklinken en werd het land kwetsbaar voor overstromingen. Het land was immers nog niet bedijkt.[Trierum, 2009], p. 6 Alleen de hogere en stevigere kreekruggen hadden niet of nauwelijks last van inklinking vanwege hun zandige of zavelige bodem.
1000-1200 Ook elders in het huidige Spijkenisse kwamen nederzettingen en zijn sporen van economische activiteiten gevonden. In de 11e en 12e eeuw leefde men er van de wolopbrengst van duizenden schapen en van de "moer- en selnering" (turf- en zoutwinning). Tijdens de bouw van de wijken Waterland en De Akkers (1974-1981) en in de oude polders van Hekelingen en Braband zijn vele veenvergravingen uit die tijd teruggevonden.
In de 12e eeuw overstroomde het gebied rond de Maasmond meerdere malen, ook het gebied van Spijkenisse. Vooral in de winters van 1163-1164 en tijdens de Allerheiligenvloed (1170) richtte het water grote schade aan: de nederzetting in Markenburg werd volledig weggevaagd. Ook elders op Putten gingen weidegronden en akkers verloren, werden de huizen en boerderijen verwoest, werd het gebied bedekt met een laag klei en slibden de sloten dicht. De mensen moesten weer helemaal opnieuw beginnen.
Toch werd Putten opnieuw tot woongebied verkozen. Aan het einde van de 12e eeuw werden (ring)dijken van ongeveer één meter hoog aangelegd en won men het verloren land terug. Er kwamen nieuwe nederzettingen, die elk afzonderlijk bedijkt werden en van sloten voorzien voor de afwatering. Ook Spijkenisse en Vriesland werden toen bedijkt. De oudste sporen van bedijking en permanente bewoning in Spijkenisse dateren rond 1180, ín het Hartelkanaal.[Baan, 1980], p. 7. Zie Spijckenisseroordt op 16e-eeuwse kaart voor de precieze locatie.
13e eeuw thumb|Polder Spickenesse ±1300 thumb|Eerste vermelding Spijkenisse (1231) De polder "Spickenesse" omvatte de huidige wijken Hoogwerf-Schiekamp in het noorden, werd in het westen begrensd door de Mallendijk en in het zuiden door de huidige Vierambachtenboezem en de haven van Spijkenisse. Pal ten zuiden daarvan lag de polder Braband, in het zuiden begrensd door de polders Vriesland en Hekelingen. Het dorp Spickenisse ontstond in de zuidoostelijke hoek van de gelijknamige polder, langs een kreek die in de Oude Maas uitmondde. Deze kreek diende ook als haven. En aangezien bijna alle vervoer destijds over water ging, vestigde men zich hier langs die kreek/haven en niet langs een dijk of midden in de polder. De eerste huizen stonden aan de noordkant van de kreekoeverwal, de huidige Voorstraat; aan de andere kant, de havenkant, stammen de oudste resten uit de 14e eeuw, ruim een eeuw later. Deze kreekoever werd verhoogd en verzwaard en later bestraat. De Voorstraat vormde eeuwenlang het centrum van het dorp, tezamen met de later aangelegde dijken Noordeinde en Nieuwstraat en de huisjes rond de later gebouwde Dorpskerk. In dit centrum woonden boeren (akkerbouw en schapen), vissers en ambachtslieden, later ook winkeliers en een pastoor.
Putten werd destijds bestuurd door de Heer van Putten, die dezelfde heerlijke rechten bezat als elders in Holland en bovendien vergunningen gaf om te bedijken. Drie jaar nadat bedijkte gronden geschikt waren als landbouwgrond, moest men tienden van de opbrengsten gaan betalen aan de Heer.[Baan, 1981a] Ook de eerste "Spickenisser" boeren zullen een tiende van hun lammeren, graanoogsten en andere opbrengsten als belasting hebben moeten afstaan. Polders waren bestuurlijk gezien ambachten, en werden namens de Heer bestuurd door een ambachtsheer, tevens leenheer. De ambachtsheer inde de tienden voor de Heer en mocht een deel daarvan zelf houden. Ook Spijkenisse had al vroeg een ambachtsheer.
In 1231 werd Spijkenisse voor het eerst vermeld in een officieel document. Het betreft een samenvatting die in 1552 is gemaakt van een oude leenbrief uit 1231 van Heer Nicolaas I de Putten. Hieruit blijkt dat er toen een tweede generatie ambachtsheren in Spijkenisse was; zij woonden op de Hoge Werf. De originele leenbrief is verloren gegaan.
14e en 15e eeuw Al in de 13e eeuw waren de Spijkenissers begonnen met het bouwen van een stenen toren bij hun houten kapel, op de plek van de huidige Dorpskerk. In 1304 kwam de eerste kerkklok daarin te hangen. Wellicht was deze klok een hulde van heer Nicolaas III van Putten voor het aandeel van Spijkenissers in de oorlog die hij dat jaar voerde., Wat is er met Putten gebeurd? Deel 5 / Jan de Baan. - In: Groei. - Spijkenisse: Gemeentebestuur Spijkenisse, jg 12, nr 1, (1972), p. 6-10.