De Alexander Battalaan, ook wel kort Battalaan, is een straat of laan in het stadsdeel Wyck, in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. De laan werd aan het eind van de negentiende eeuw aangelegd als onderdeel van de Stationsbuurt, dicht bij het Station Maastricht gelegen. Het is een rustige, lommerrijke woonstraat met een bebouwing van voornamelijk herenhuizen. De laan telt één rijksmonument en 80 gemeentelijke monumenten, plus nog eens drie hoekpanden met het adres aan de Stationsstraat die eveneens gemeentelijk monument zijn.
Naamgeving De laan is sinds 1892 genoemd naar de Maastrichtse cellist en componist Alexander Batta (1816-1902), die in de negentiende eeuw in heel Europa, maar met name in Frankrijk triomfen vierde. De straat is een der eerste in Maastricht die genoemd is naar een beroemde stadgenoot, in dit geval – ongebruikelijk voor een niet-koninklijk persoon – een nog levende. De Wilhelminasingel, de Sint Maartenslaan, de Spoorweglaan, de Bourgognestraat en de Akerstraat kregen hun namen gelijk met de Battalaan.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), pp. 64, 69-72.
Ligging De Alexander Battalaan ligt op de rechter Maasoever in Wyck aan de oostzijde van het Maastrichtse centrum. De laan loopt min of meer van noord naar zuid, in het verlengde van de Turennestraat en eindigend bij de Scharnerwegtunnel. Er zijn vier zijstraten, van noord naar zuid: de Sint-Maartenslaan, de Stationsstraat, de Bourgognestraat en de Akerstraat. De zijstraten delen de circa 430 meter lange Battalaan in drie segmenten, waarvan het noordelijk deel iets langer is. De straat is over de gehele lengte circa 20 meter breed.
Verkeer en inrichting De laan loopt min of meer dood op de Scharnerwegtunnel en is om die reden geen doorgaande weg. Die functie wordt grotendeels vervuld door de evenwijdig lopende Wilhelminasingel, die aansluit op enkele belangrijke uitvalswegen. In de Alexander Battalaan is overal tweerichtingsverkeer toegestaan. Er rijden geen lijnbussen door de straat. Parkeren is uitsluitend toegestaan op de aangegeven vakken, tegen betaling.
De laan is over de gehele lengte op min of meer dezelfde wijze ingericht met een niet-gescheiden, geasfalteerde rijbaan zonder fietsstroken, relatief brede, met betonklinkers bestrate parkeerstroken (voor haaks parkeren) en voetpaden geplaveid met betonnen stoeptegels. Bij het kruispunt met de Stationsstraat lopen de voetpaden in die straat zonder onderbreking door, waardoor het verkeer in de Alexander Battalaan gedwongen wordt hier af te remmen. Het natuurstenen plaveisel van de stoep in de Stationsstraat zet zich een klein stukje voort in de Battalaan. Zowel aan de noordoostzijde als aan de zuidoostzijde van het kruispunt zijn enkele parkeervakken opgeofferd voor horecaterrassen. In de parkeerstroken staan aan beide zijden volwassen bomen, die de laan een groene uitstraling verlenen. In het noordelijk deel rijzen de bomen op uit miniplantsoenen van bodembedekkers.
Geschiedenis De geschiedenis van het gebied rond de Alexander Battalaan loopt tot eind negentiende eeuw parallel met die van de vesting Maastricht. Na de sloop van de vestingwerken en de egalisatie en ophoging van de vestingterreinen werd de laan aangelegd als rustige woonstraat voor de middenklasse.
Wycker vestinggordel
De op de rechter Maasoever gelegen voorstad Wyck was altijd veel kleiner dan het stadsdeel op de linker Maasoever. De Wycker stadsmuur had een lengte van ca. 1500 m. Aan de veldzijde lag een gracht, gevuld met Maaswater, die min of meer het tracé van de huidige Wilhelminasingel volgde.Zie interactieve kaart Maastricht op hisgis.nl. Selecteer bij kaartlagen: 'Kadaster 1842 percelen (rood, open)', 'Kadaster 1842 gebouwen (naar soort)' en 'Luchtfoto'. Vanaf de 16e eeuw, toen de vuurkracht van kanonnen sterk toenam, was het zaak om de belegeraars zover mogelijk van de stadsmuur vandaan te houden. Enkele Wycker muurtorens werden uitgebouwd tot bolwerken. In 1554 werd begonnen met de bouw van het Mariabolwerk, later Galgenbastion genoemd (b), duidelijk te zien op het panorama van de stad in de atlas Civitates orbis terrarum van Braun & Hogenberg.Morreau (1979), pp. 138-139. Het bolwerk lag ter plekke van de Bourgognestraat, iets ten westen van de Alexander Battalaan.
thumb|left|260px|De Wycker vestingwerken buiten de Duitse Poort (1) en de Sint-Maartenspoort (2) op de Maquette van Maastricht, ca. 1750 Begin 17e eeuw werd een begin gemaakt met de bouw van buitenwerken, waardoor Wyck in de eeuwen daarna steeds meer ingekapseld raakte. Toch hadden de vestingwerken hier niet dezelfde omvang als op de linker Maasoever, zoals in de Hoge Fronten, omdat het drassige gebied in het winterbed van de Maas voor belegeraars sowieso niet aantrekkelijk was. Vóór 1632 werden buiten de Wycker stadspoorten ravelijnen aangelegd. Het ravelijn De Raaf bij de Duitse Poort bleef twee en een halve eeuw in functie (D). Na de inname van de stad door Frederik Hendrik werden daaraan toegevoegd: de halvemanen tegenover het Sint-Maartens- en het Parmabastion (beide omstreeks 1674 vervangen), het ravelijn Limmel (F) en de lunet Valkenburg (G) .Morreau (1979), pp. 275-281.
Dat deze buitenwerken niet voldeden bleek bij het beleg van 1673, toen de stad in minder dan twee weken door Lodewijk XIV werd ingenomen. De Franse vestingbouwer Vauban maakte na de inname een ontwerp voor de verdediging van de voorstad, dat reeds eind 1674 ten uitvoer werd gebracht. De genoemde halvemanen werden vergraven en de andere buitenwerken zodanig aangepast dat ze gezamenlijk een enveloppe vormden. In 1675 werd de buiten deze enveloppe gelegen lunetten Turenne (J) en Enghien (K) toegevoegd. Op de door de Fransen omstreeks 1750 gebouwde Maquette van Maastricht – en de tussen 1974 en 1977 vervaardigde kopie in het Centre Céramique – zijn deze werken duidelijk te herkennen. Van de genoemde buitenwerken lagen het ravelijn Limmel, de lunet Valkenburg en het ravelijn De Raaf geheel of gedeeltelijk op percelen aan de Alexander Battalaan.Zie ook kaart van de vestingwerken anno 1867, in 2006 door Guido Provaes getekend voor Stichting Maastricht Vestingstad op forum.mestreechonline.nl (gearchiveerd).
Na de scheiding van Nederland en België verloor de perifeer gelegen vesting Maastricht haar belang voor de landsverdediging en werd er nauwelijks nog onderhoud gepleegd. In 1867 werd de vestingstatus van Maastricht opgeheven en begon de slechting van de vestingwerken. Tussen 1868 en 1870 vond een ongekende transformatie van het buitengebied rond Wyck plaats toen, na de sloop van de middeleeuwse stadsmuur en -poorten, alle buitenwerken met de grond gelijk gemaakt werden. Dat gebeurde letterlijk want de vrijgekomen grond van de wallen en vestingwerken werd gebruikt om de grachten op te vullen. Bovendien was het noodzakelijk om het laaggelegen gebied op te hogen, voordat men aan woningbouw kon denken. Een deel van de aarde die nodig was voor het egaliseren en ophogen was afkomstig van het Sint-Antoniuseiland, dat tussen 1884 en 1895 werd afgegraven.Martin (2000), pp. 140-141; p. 276, noot 201. Door de ophogingen en omdat uit kostenbesparing meestal oppervlakkig werd gesloopt, zijn in veel gevallen delen van de vestingwerken in de ondergrond bewaard gebleven. Het ontmantelde Wyck bood vanaf de stations jarenlang een chaotische aanblik, zoals te zien is op enkele foto's die de fotograaf Theodor Weijnen (1835-1904) omstreeks 1882 van het gebied maakte.
Verkaveling en eerste bebouwing Al in 1867 kwam de ontmantelingscommissie met een eerste schets voor de uitleg van de stad. De gemeente Maastricht kwam in hetzelfde jaar met een "Project van percees en boulevards". Beide plannen gingen uit van een singel- of boulevardstructuur rondom de ontmantelde stad. De uitvoering van de plannen verliep echter traag.
Van meet af aan stond vast dat tussen Oud-Wyck en het stationsgebied (toen nog met meerdere stations) een woonwijk voor de middenklasse zou komen. Op het eerste schetsplan uit 1867 staat de Stationsbuurt al ingetekend. Hier waren ruime herenhuizen gepland, bedoeld voor middenstanders, leraren, ambtenaren en het hogere kader van fabrieken en instellingen. In de plannen van stadsarchitect W.J. Brender à Brandis uit de jaren 1880 is te zien dat de hoofdstructuur van de wijk bestond uit twee assen: de "Percée" (de Wycker Brugstraat met in het verlengde daarvan de Stationsstraat) en de "Singelweg" (de Wilhelminasingel). Een optie voor een diagonaal lopende weg vanaf de Wycker Brugstraat naar Station Staatsspoor werd jarenlang opengehouden maar bleef onuitgevoerd. Pas in 1915 zou er een nieuw station in het verlengde van de Stationsstraat komen.Martin (2000), pp. 222-228.
Door vertraging van de zijde van het Domeinbestuur, dat de vestinggronden in bezit had, werden de gronden pas in 1881 aan de gemeente overgedragen. Een jaar later werd een stratenplan gepresenteerd met een rastervormig stratenpatroon met parallel aan de Singelweg en de Spoorlaan-Parallelweg de zogenaamde "Middenweg" (vanaf 1892 Alexander Battalaan genoemd). Volgens de toenmalige plannen zou de "Middenweg" pas eindigen bij de Sint Antoniuslaan; later werden de plannen voor de buurt rond het Sterreplein aangepast, waarna de Alexander Battalaan eindigde bij de Sint Maartenslaan. Begin 1885 was in de gehele Percée en in het zuidelijk deel van de Stationsbuurt de aanleg van riolering en gasleidingen, de bestrating met grind en de beplanting met bomen voltooid. In hetzelfde jaar werd begonnen met de verkoop van kavels in dit deel, waaronder het zuidelijk deel van de Alexander Battalaan. Bij de verkoop golden de verkoopvoorwaarden dat men binnen twee jaar moest beginnen met de bouw, dat elk huis minimaal twee verdiepingen moest hebben en dat, indien het een hoekpand betrof, de hoeken afgeschuind dienden te worden. In 1886 werden de eerste panden opgeleverd.
Een impuls voor de Stationsbuurt betekende de introductie van openbaar vervoer tussen het stationsgebied en de binnenstad. Van 1884 tot 1896 onderhield de particuliere Maastrichtsche Omnibus-Maatschappij met vier omnibussen een vaste dienstregeling tussen het toenmalige Station Staatsspoor en de Boschstraat, via Vrijthof en Markt. In 1894 besloot de Maastrichtse gemeenteraad een trambaan aan te leggen op dit traject en de exploitatie in eigen hand te nemen. Vanaf 1896 reden hier drie gastrams van de Maastrichtsche Tram, maar vanwege slechte prestaties werden deze in 1903 vervangen door paardentrams, die tot 1914 dienst bleven doen.Jenniskens (1995), pp. 21-48. Op de kruising met de Alexander Battalaan was een tramhalte. Hier stond ook een fraai vormgegeven abri in chaletstijl.Lem (2008), p. 74.
Latere ontwikkelingen thumb|Stationsbuurt met een vrijwel boomloze Alexander Battalaan, ca. 1935