Gimmick! is een roman van de Nederlandse schrijver Joost Zwagerman uit 1989, die de doorbraak van de auteur bij een groot publiek betekende. Walter van Raamdonk is een jonge kunstenaar die deel uitmaakt van een groep beeldend kunstenaars die regelmatig samenkomt in de Amsterdamse discotheek de Gimmick en ook op het eiland Tenerife verblijft. De overtuiging dat idealen in de kunst overleefd zijn heeft ruimte gegeven aan een cynisch streven naar materieel succes. Seks, drugs en geld is wat de groepsleden drijft. Hoewel de roman in de literaire kritiek wisselend werd ontvangen, verkreeg het boek later de reputatie een grote inspiratie voor de literaire Generatie Nix te zijn geweest .

Gimmick! wordt vaak aangezien voor een sleutelroman rond de groep van kunstenaar Rob Scholte. Hoewel de auteur heeft bevestigd dat deze groep model stond voor de groep in de roman, ontkende hij dat sprake was van een sleutelroman, omdat de individuele personages niet zijn gebaseerd op individuele kunstenaars.

Ontstaansgeschiedenis Als voorstudie voor de roman kan volgens essayist Marc Kregting een '"Pomo"-zoektocht' worden beschouwd die Zwagerman bijdroeg aan Haagse Post van 18 april 1987: 'De Tijdgeest en het geheim van de zeven schoenendozen.' Net als de roman bestaat deze reportage, waarin Zwagerman zich zowel schrijver als reporter toont, uit vier delen. Verder weerspiegelt het stuk de nodige kunstopvattingen die in de roman door het personage Eckhardt worden verkondigd. Net als in de roman wordt in de reportage het eiland Tenerife als postmodern eiland voorgesteld.Kregting (1993), 4-5 In een interview verklaarde Zwagerman: "Een van de redenen om dat boek te schrijven was: er is zoveel geschreven over de jaren zestig, boeken met hasj, softdrugs, alcohol. Maar waar blijft toch die roman over de jaren tachtig waarin de cocaïne een rol speelt? De yuppiecultuur van die patserige mannetjes in die scherp gesneden kostuums, waar blijft die? Dat alles wilde ik heel graag in een roman zetten."Geciteerd bij Neervoort (1994), 3

Zwagerman heeft ook verklaard dat zijn roman een herschrijving was van De avonden van Gerard Reve uit 1947, om te laten zien dat er sindsdien van alles veranderd was, maar niet het levensgevoel van de adolescent.Brems, 566 Ook onthulde hij dat een eerdere versie van zijn roman beschouwende en moraliserende passages van protagonist Raam bevatte, die uit de definitieve versie zijn geschrapt.Kregting (1993), 4

Inhoud De jonge kunstenaar Walter 'Raam' van Raamsdonk, een maand geleden vijfentwintig geworden, kan zich niet losmaken van zijn ex-vriendin, Suzan 'Sammie' Fortuyn, dochter van een hoogleraar sociale geografie. Haar moeder zit in de public relations. Raam zag Sammie voor het eerst in het Amsterdamse café de Adel, waar Raams vriend Wim Eckhardt (bijna dertig) haar aanwees en 'een van de tien écht mooie vrouwen van Amsterdam' noemde: 'ik stuiterde zowat door het café van onmiddellijke verliefdheid.' Na sluitingstijd fietste het gezelschap - Raam, Sammie, Eckhardt en Groen - naar discotheek de Gimmick, waarna Raam met Sammie mee naar huis gaat, waar ze seks hebben.

Raam, Eckhardt en Groen staan weer in de Gimmick. Na sluitingstijd fietst Raam met een meisje dat hij daar heeft ontmoet mee naar huis. De volgende ochtend moet zij vroeg weg en laat hem in haar huis achter, waar hij Sammie belt en ook vertrekt. Omdat hij zijn jas met sleutels erin binnen heeft laten liggen, moet hij naar het atelier van Groen om de reservesleutels op te halen. Die stelt Raam voor aan zijn nieuwe vriendin Dolfijntje. Samen snuiven ze wat cocaïne.

's Avonds gaan ze naar galerie Dixit, waar een expositie is van de Duitse kunstenaar Georg Bleichfeld. Daar neemt een jonge fotograaf foto's voor de Circle-pagina van het blad Holland Post. Een vriend van Raam, de 'video-artiest' Hansmaarten Stoop, die net terug is uit New York waar hij in SoHo en Greenwich Village op straat met een camera heeft gefilmd, stelt Raam voor aan de dichter Freddie Oerzang. Later stelt Stoop voor om naar de hiphop- en rapavond in de Akhnaton te gaan. Ze gaan met zijn vieren: Raam, Stoop, Oerzang en diens vriendin. Daarna gaan ze naar Stoops huis en vervolgens wil het vriendinnetje van Oerzang naar de Gimmick, waar het echter tegen middernacht nog te vroeg voor is. Als Raam weggaat zegt Stoop: 'Weet je wat het met jou is?' Waarop Raam denkt: 'Ik weet niet wat het met mij is. Ik hoef ook niet te weten wat het met mij is. Get up, stay on the scene.'

Het is 'Bam Bam-avond' in de Gimmick, een jaren zeventig-avond met muziek van voor de punk. Na een conflict met de portier gaat Raam met Eckhardt in de cocktailbar op de tweede verdieping zitten. Eckhardt ontvouwt zijn kunstopvatting: 'Kunst is een kwestie van timing, marketing en conceptual strategy, ik noem maar wat.' Kunst kan niets uitdragen omdat er niets meer omver te werpen valt. 'Er zijn geen goeie of slechte kunstenaars meer, Walter, er zijn kunstenaars mét geld en er zijn kunstenaars zónder geld en de kunstenaars zonder geld zijn eigenlijk helemaal geen kunstenaars.' Eckhardt heeft zich neergelegd bij de situatie: 'de wereld is een moeras en er is maar één remedie: het diploma. Het zwemdiploma. Leer zwemmen in het moeras, iets anders zit er niet op.' Het komt erop aan om 'iedere zendingsdrang te onderdrukken' want alles is al gedaan en dat weet iedereen. Aan het einde licht Eckhardt Raam in dat zijn ex Sammie nu met een ander neukt.

Raam rijdt met zijn vader mee naar Bergen, waar zijn ouders wonen, in een huis 'zoals huizen er in sommige hippe televisiedrama's bij de VPRO uitzien.' Zijn moeder werkt in een ziekenhuis. Raams ene zuster is au pair in Londen en de andere reist door Europa met een Antilliaanse semi-crimineel. De volgende dag rijdt hij met zijn moeder naar Noordwijkerhout om een vriend, de kunstschilder Alex Menkveld te bezoeken, die daar met allerlei neuroses in een inrichting is opgenomen. Alex vertelt wat hij nog wil doen alvorens zelfmoord te plegen en geeft Raam drie schilderijen mee. Daarmee gaat hij weer naar Bergen en vandaar naar Amsterdam. Daar maakt hij plannen voor nieuwe schilderijen en om twee gram Colombiaanse cocaïne te kopen. Die avond gaat hij enkele grachtencafés langs: de Adel met kakkers, Efforts waar het publiek hipper is, en café Zola, waar hij een half jaar eerder seks met de uitbaatster Mimi heeft gehad. De kleine kans dat hij Sammie in de Gimmick zal aantreffen voert Raam uiteindelijk daarheen. Er is een acid-party met Londense diskjockeys. Sam is er niet, maar Groen wel en Stoop ook, met zijn vriendin Vicky. Ook treft hij het meisje bij wie hij zijn jas had laten liggen, die zij nu draagt. Hoewel er wel aantrekkelijker meiden rondlopen, gaat hij opnieuw met haar mee en heeft nu wel seks.

Raam koopt de cocaïne, anderhalve gram, bij Danije. Diens vrouw Renée, die aan de universiteit werkt, gaat na een tijdje boven werken en dan stelt Raam Danije voor om voor hem te gaan werken als cokedealer. Danije antwoordt dat Raam dan eerst de anderhalve gram die hij zojuist gekocht heeft maar eens moet proberen kwijt te raken. Raam probeert dit bij de Dam maar raakt in conflict met twee Amsterdammers die hij voor Duitsers aanzag. Daarna gaat hij bij Sammie langs, die hem echter aan de deur houdt. Als hij weer thuis is, belt Groen met het bericht dat hij voor januari twee appartementen op Tenerife heeft geregeld en dat zij drieën, Groen, Eckhardt en Raam, daarheen gaan. Aansluitend zullen Groen en Raam naar New York gaan om de mogelijkheden tot exposeren te verkennen.

Raam gaat naar Florence om Mariëtte, bijnaam 'Pet', op te zoeken, die acht jaar geleden zijn allereerste vriendinnetje was. Pet woont met vier studenten aan de rand van de stad. Nederland vindt ze niks, maar Raam is het daar niet mee eens: '"je hebt gewoon de ene hoop stront ingeruild voor de andere. Natuurlijk is het kut in Nederland. Maar dat is het hier ook."' Van Florence reist Raam per trein naar Milaan om daar het vliegtuig naar Tenerife te nemen. Groen haalt hem van het vliegveld en stelt meteen zijn vriendin voor, een Spaanse die Petra heet maar die hij Rosita noemt. Ze gaan eerst naar het strand, zwemmen. Daarna geeft galeriehouder Sergio Valla een feest in café El Concho. Eckhardt zit met zijn vriendin Elma aan de bar te praten met kunstfotograaf Martin Paardekooper, die vanwege zijn internationale ambities 'Moreno' als achternaam hanteert. Ook Georg Bleichfeld is van de partij met zijn vriendin, de 'zwarte kanjer'. Maar Raam vindt Rosita de mooiste vrouw van de avond. Daarna gaat het gezelschap met zes taxi's naar de villa waar Bleichfeld verblijft. Op het dakterras beleven ze de zonsopgang.

Op Tenerife gaan ze elke dag naar het strand. Eckhardt legt Raam uit wat het verschil tussen hen is: 'Ik heb meer succes, meer aanbiedingen, meer opdrachten, meer reacties. Ik heb kortom meer sales-appeal. En dus meer voldoening.' Ook betoogt hij dat er geen idealen meer mogelijk zijn in de kunst en dat 'de toekomst een toekomst is van annexeren, kopiëren, plagiëren desnoods.' Als Eckhardt meedeelt dat het appartement waar Raam met Groen verblijft tweehonderdvijftig gulden per dag kost en Groen geen geld heeft om daaraan mee te betalen, gaat Raam in op het aanbod van Rosita om zijn verblijf voort te zetten in haar huis in Candelaria. Daar vindt hij alles echt, oud, onbedorven en authentiek. Bij Rosita thuis voert Raam dagenlang weinig uit en overdenkt zijn seksleven met Sammie. Als Groen langskomt en met Rosita vertrekt, maakt Raam een wandeling langs de branding en overdenkt zijn aanstaand vertrek naar New York. In het vliegtuig blijft Raam aan Groen vragen of hij seks heeft gehad met Sammie. Uiteindelijk wordt Groen het gezeur zo zat dat hij de harde waarheid maar onthult: hij heeft het aandringen van Sammie weerstaan omdat Raam een vriend van hem is. 'Ze heeft die avond aan één stuk door over je zitten klagen, en meer zeg ik niet want dan spring je zometeen helemáál uit het vliegtuig.'

In New York bezoeken Raam en Groen peepshows en galeries. Ze slapen in de YMCA. Het gaat Raam vervelen, maar in een bar ontmoet hij de bijna veertigjarige Dulcie Rosen, redacteur bij het tijdschrift US Gardens. In haar appartement brengt hij enkele dagen door en dit bevalt goed; als zij op haar werk zit kijkt Raam televisie en belt twee keer per dag naar Amsterdam, naar Sammie. Hij stelt zijn terugreis een maand uit. Tegen Groen zegt hij dat hij een Puertoricaanse van achttien heeft ontmoet. Het zijn aseksuele weken en de goedverdienende Dulcie laat Raam helemaal vrij om te doen wat hij wil. Tijdens de retourvlucht overdenkt hij deze periode. 'Ik had amper geleefd. Niemand die iets aan me had gevraagd, niemand die iets van me had gewild. Zo zou het vaker moeten zijn.'

Na zijn verblijf in New York is Raam op een feestje van zijn ouders. Zijn jongste zus zit dan in Londen en Bianca is op reis. Daags daarna komen twee ambtenaren van de Raad voor de Kunst bij Raam in zijn atelier langs om zijn subsidiewaardigheid vast te stellen. Om te verbergen dat hij niets uitvoert presenteert hij hen de schilderijen van Alex Menkveld als zijn eigen werk. De ambtenaren reageren enthousiast en Raam kan veertigduizend gulden subsidie tegemoet zien. Daarop verlaat hij opgelucht zijn atelier. 'Hier zien ze mij de eerste tijd niet meer.'

Groen nodigt Raam uit voor de opening van een expositie in het Stedelijk Museum en vertelt hem meteen dat Alex Menkveld niet meer in een inrichting zit. Na een bezoek aan de hoeren gaat Raam naar Danije om coke te kopen. Daar treft hij Sammie, die inmiddels ook cokedealer is geworden. Zij gaat met hem mee naar een café. Omdat zij net zo op zijn bagagedrager zit als vroeger, overdenkt Raam onderweg de eerste zomers met haar, aan het strand van Bergen aan Zee. Sam vertelt dat zij seks met een vriend van Raam heeft gehad, niet met Groen zoals hij vermoedde maar met Alex gedurende zijn verblijf in de inrichting.