De Bourgognestraat (Maastrichts: De Bourgoonje) is een straat in het stadsdeel Wyck, in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. De straat werd grotendeels aan het einde van de negentiende eeuw aangelegd als onderdeel van de Stationsbuurt, gelegen nabij het Station Maastricht. Een deel van de straat heeft een oudere oorsprong. De Bourgognestraat is een rustige woonstraat met een gevarieerde bebouwing. De straat telt twee rijksmonumenten en 27 gemeentelijke monumenten.

Naamgeving De straat heet sinds 1892 officieel Bourgognestraat, maar de naam is beslist ouder, omdat deze op plattegronden uit de eerste helft van de negentiende eeuw al voorkomt.Zie plattegrond van Maastricht, ca. 1830. De straat is genoemd naar het kruithuis "Bourgogne", dat halverwege de straat aan de zuidzijde lag.Morreau (1979), p. 299, noot 11. Mogelijk waren in de zeventiende eeuw Bourgondische troepen in de Wycker kazernes gelegerd. Naast het relatief recente Bourgogneplein (1986) zijn in Wyck nog drie straten naar kazernes genoemd: de Hoge en Lage Barakken en de Ruiterij.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), pp. 69-71. De Wilhelminasingel, de Sint Maartenslaan, de Spoorweglaan, de Alexander Battalaan en de Akerstraat kregen hun officiële namen gelijk met de Bourgognestraat.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), pp. 64-65, 69-72.

Ligging De straat ligt op de rechter Maasoever in Wyck aan de oostzijde van het Maastrichtse centrum. De straat loopt min of meer van west naar oost, tussen de Wycker Grachtstraat en het Stationsplein / Spoorweglaan. Er zijn vier zijstraten, van west naar oost: het Bourgogneplein (alleen aan de zuidzijde en alleen voor voetgangers toegankelijk), de Lage Barakken, de Wilhelminasingel en de Alexander Battalaan. De circa 380 meter lange Bourgognestraat wordt door de Wilhelminasingel in twee min of meer gelijke helften gedeeld. De straat is over de gehele lengte circa tien meter breed.

Verkeer en inrichting In de Bourgognestraat is alleen in het deel ten westen van de Lage Barakken verkeer in beide richtingen toegestaan. In de andere delen geldt eenrichtingsverkeer, van west naar oost. Die regel geldt ook voor fietsers. De Wilhelminasingel deelt de straat verkeerstechnisch letterlijk in tweeën: alleen voetgangers mogen hier oversteken; andere weggebruikers moeten bij nadering van het kruispunt uit het westen op de ventweg rechts afslaan. Vanaf de middenstrook van de Wilhelminasingel is de Bourgognestraat in het geheel niet te bereiken. De straat is om die reden geen doorgaande verkeersweg. Er rijden geen lijnbussen door de straat. Parkeren is uitsluitend toegestaan op de aangegeven parkeervakken, tegen betaling (via parkeerautomaten).

De straat is over de gehele lengte op dezelfde wijze ingericht met een niet-gescheiden rijbaan (zonder fietsstroken) en aan beide zijden voetpaden. Aan de zuidzijde van de rijweg is een parkeerstrook gemarkeerd (voor langsparkeren). De rijweg en de parkeerstrook zijn geasfalteerd; de voetpaden geplaveid met betonnen stoeptegels. In de straat staan geen bomen. Op enkele plekken zijn door bewoners geveltuinen aangelegd.

Geschiedenis De geschiedenis van het gebied rond de Bourgognestraat loopt tot eind negentiende eeuw voor een deel parallel met die van de vesting Maastricht. Na de sloop van de vestingwerken werd de bestaande achterafgelegen steeg verbreed en naar het zuiden toe verlengd, en daarna ingericht als woonstraat met ruimte voor bedrijfsactiviteiten.

Achterafsteeg en Wycker vestinggordel

De op de rechter Maasoever gelegen voorstad Wyck was altijd veel kleiner dan het stadsdeel op de linker Maasoever. In feite bestond Wyck uit twee hoofdstraten, de Rechtstraat en de Hoogbrugstraat, met een paar steegjes naar de Maasoever, waaronder de Wycker Brugstraat. Later kwam daar de Wycker Grachtstraat bij, maar die straat is in de middeleeuwen nooit volledig tot ontwikkeling gekomen. Hier lag vanaf de zeventiende eeuw het Annunciatenklooster en verder enkele kazernes ('barakken') en tuinen. Plattegronden van Wyck uit de zestiende en zeventiende eeuw zijn over het algemeen te onnauwkeurig om andere straten dan de hoofdstraten te identificeren. Op achttiende-eeuwse kaarten is een voorloper van de Bourgognestraat duidelijk te herkennen. Iets ten zuiden van het klooster liep vanaf de Wycker Grachtstraat een straatje tussen de ommuurde tuinen naar de barakken langs de stadswal.Zie plattegrond van Maastricht, 1749 door Jean-Baptiste Larcher d'Aubencourt. Deze steeg groeide pas eind negentiende eeuw uit tot een volwaardige straat.

thumb|left|355px|Wyck in de atlas Civitates orbis terrarum, ca. 1575. Links de Duitse Poort, rechts de Sint-Maartenspoort, in het midden het Mariabolwerk. De ploegende boer bevindt zich ongeveer op de kruising van de Bourgognestraat en de Alexander Battalaan

De middeleeuwse stadsmuur van Wyck had een lengte van ca. 1500 m. Aan de veldzijde lag een gracht die omstreeks 1400 werd voltooid. Tussen 1477 en 1485 werd de verdediging van Wyck verbeterd door de aanleg van een nieuwe wal, die min of meer parallel liep aan de bestaande muur. De smalle strook tussen de oude muur en de nieuwe wal bleef onbebouwd. De nieuwe 'enceinte' bestond vanaf dat moment uit een dubbele wal met een gracht, die min of meer het tracé van de huidige Wilhelminasingel volgde. Vanaf de 16e eeuw, toen de vuurkracht van kanonnen sterk toenam, was het zaak om de belegeraars zover mogelijk van de stadsmuur vandaan te houden. Enkele Wycker muurtorens werden uitgebouwd tot bolwerken. In 1554 werd begonnen met de bouw van het Mariabolwerk, later Galgenbastion genoemd, duidelijk te zien op het panorama van Maastricht in de atlas Civitates orbis terrarum van Braun & Hogenberg.Morreau (1979), pp. 138-139. Het bolwerk lag ter plekke van het kruispunt van de Bourgognestraat en de Wilhelminasingel.Zie interactieve kaart Maastricht op hisgis.nl. Selecteer bij kaartlagen: 'Kadaster 1842 percelen (rood, open)', 'Kadaster 1842 gebouwen (naar soort)' en 'Luchtfoto'.

In de zeventiende eeuw werd een begin gemaakt met de bouw van buitenwerken, waardoor Wyck in de eeuwen daarna steeds meer ingekapseld raakte. Toch hadden de vestingwerken hier niet dezelfde omvang als op de linker Maasoever, zoals in de Hoge Fronten, omdat het drassige gebied in het winterbed van de Maas voor belegeraars sowieso minder aantrekkelijk was. Vóór 1632 werden buiten de Wycker stadspoorten ravelijnen aangelegd. Het ravelijn De Raaf bij de Duitse Poort bleef twee en een halve eeuw in functie. Na de inname van Maastricht door Frederik Hendrik werden de Wycker buitenwerken aanzienlijk uitgebreid. Aan de veldzijde van het Galgenbastion werd de lunet Valkenburg aangelegd. In de achttiende eeuw werd de gordel van vestingwerken verder uitgebreid, maar voor het gebied rondom de latere Bourgognestraat had dat weinig consequenties.Morreau (1979), pp. 275-281. Op de door de Fransen omstreeks 1750 gebouwde Maquette van Maastricht – en de tussen 1974 en 1977 vervaardigde kopie in het Centre Céramique – zijn deze werken duidelijk te herkennen. Van de genoemde vestingwerken lagen een deel van de stadswal, het Galgenbastion en de lunet Valkenburg geheel of gedeeltelijk op percelen aan de Bourgognestraat.Zie ook kaart van de vestingwerken anno 1867, in 2006 door Guido Provaes getekend voor Stichting Maastricht Vestingstad op forum.mestreechonline.nl. Gearchiveerd op 18 oktober 2021.

Na de inname van de stad door Kléber in 1794 was Maastricht twintig jaar lang een Franse stad. De anti-klerikale politiek van de Fransen betekende het einde van alle kloosters. Ook het Annunciatenklooster werd opgeheven en de goederen verkocht. Op de kadasterkaart van 1842 is de Bourgognestraat getekend als een smalle steeg, vergelijkbaar met het Kattenstraatje, en nog goeddeels onbebouwd. Te zien is dat de voormalige kloosterterreinen aan de noordzijde van het straatje in handen waren van de rentenier Hubert de la Haye uit de Rechtstraat. Bebouwing was aanwezig aan de zijde van de Wycker Grachtstraat: op de noordwestelijke hoek een pand van De la Haye; op de zuidwesthoek het huis en tuin van de gepensioneerde kapitein Jan Laurent Vaillant. Halverwege de steeg lag aan de zuidzijde het kruithuis Bourgogne, dat beheerd werd door de ondernemer Nicolaas August Bosch.Ubachs/Evers (2005), p. 88: 'Bosch, Nicolaas Antoon'. Mogelijk gebruikte Bosch het kruitmagazijn voor industriële activiteiten. Het perceel grenzend aan het zuidoostelijk deel van de steeg was in handen van Gillis van Lijf, een landbouwer die een stuk verderop aan de Lage Barakken woonde. Van Lijf bezat ook een perceel aan de oostzijde van de Lage Barakken, dus blijkbaar had dit gebied niet langer (uitsluitend) een militaire bestemming.

Na de scheiding van Nederland en België in 1839 verloor de perifeer gelegen vesting Maastricht haar belang voor de landsverdediging en werd er nauwelijks nog onderhoud gepleegd. In 1867 werd de vestingstatus van Maastricht opgeheven en begon de slechting van de vestingwerken. Tussen 1868 en 1870 vond een ongekende transformatie van het buitengebied rond Wyck plaats toen, na de sloop van de middeleeuwse stadsmuur en -poorten, alle buitenwerken met de grond gelijk gemaakt werden. Dat gebeurde letterlijk want de vrijgekomen grond van de wallen en vestingwerken werd gebruikt om de grachten op te vullen. Bovendien was het noodzakelijk om de laaggelegen vestingterreinen op te hogen, voordat men aan woningbouw kon denken. Een deel van de aarde die nodig was voor de egaliserings- en ophogingswerkzaamheden was afkomstig van het Sint-Antoniuseiland, dat tussen 1884 en 1895 werd afgegraven.Martin (2000), pp. 140-141; p. 276, noot 201. Als gevolg van deze ophogingen – en omdat uit kostenbesparing meestal oppervlakkig werd gesloopt – zijn in veel gevallen delen van de vestingwerken in de ondergrond bewaard gebleven. Het ontmantelde Wyck bood vanaf de stations jarenlang een chaotische aanblik, zoals te zien is op enkele foto's die de fotograaf Theodor Weijnen (1835-1904) omstreeks 1882 van het gebied maakte.

Verkaveling en bebouwing Al in 1867 werden de eerste plannen gepresenteerd voor de uitleg van de ontmantelde stad. Deze gingen uit van een singel- of boulevardstructuur rondom de bestaande stad, industrieterreinen in het noordwesten en zuidoosten, en woonwijken voor de 'betere' klassen in het zuidwesten (Villapark) en ten oosten van Wyck. Het bouwen van arbeiderswoningen werd in de periode vóór de Woningwet (1901) nog gezien als een taak van fabrieksdirecties. Van meet af aan stond vast dat tussen Oud-Wyck en het stationsgebied (toen nog met meerdere stations) een woonwijk voor de middenklasse zou komen. Op het eerste schetsplan uit 1867 staat de Stationsbuurt al ingetekend. Hier waren ruime herenhuizen aan brede lanen gepland, bedoeld voor middenstanders, leraren, ambtenaren en het hogere kader van fabrieken en instellingen.